Categorie archief: Dichtbundels

De Elfenkoning

Johann Wolfgang von Goethe

.

Altijd als ik iets lees over of van Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) moet ik denken aan Boudewijn Büch en zijn dweperige liefde voor deze beroemde Duitse schrijver, dichter, wetenschapper, filosoof, staatsman, natuuronderzoeker en toneelschrijver (dat kon in die tijd nog, zoveel verschillende carrières hebben). Ik denk dat je Büch bewust moet hebben meegemaakt om dit te herkennen.

Dat had ik ook weer toen ik in de hele fijne bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ las welk gedicht Inez Weski had gekozen als gedicht dat haar tot tranen roerde als kind. het betreft hier het gedicht ‘De Elfenkoning’ van Goethe (in een vertaling van Erik Derycke). Of ‘Erlkönig’ zoals de Duitse titel luidt uit 1782.

Ze zegt hierover: “Het gaat over een vader, die te paard met zijn ijlende kind door de nacht rijdt in de ijdele hoop op hulp. Je voelt vooral die wanhoop van de vader, die zijn kind geruststelt, en de onafwendbaarheid van het noodlot.”

.

De Elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Het is een vader met zijn kind.
Hij houdt de jongen vast in zijn arm,
Omklemt hem stevig en houdt hem warm.-

Waarvoor toch ben je zo bang, mijn zoon?-
Voor de elfenkoning, met mantel en kroon;
Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet?-
Mijn zoon, dat is een nevelsliert.-

‘Mijn liefste kind, kom mee met mij!
Zo’n leuk spelletjes spelen wij:
Vol bonte bloemen staat ons strand;
Mijn moeder kleedt ons met goud en kant.’-

Ach vader, ach vader, heb je niet gehoord
Waarmee de koning mij zachtjes bekoort?-
Wees rustig, blijf rustig mijn kind!
In dorre bladeren ritselt de wind.-

‘Ga mee met mij en leer mij kennen;
Mijn dochters zullen jou verwennen,
Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap,
En wiegen en zingen je daarna in slaap.’-

Ach vader, ach vader, kijk ginds naast de baan:
Zie je de koning zijn dochters niet staan?-
Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar;
Het lijken die oude grijze wilgen daar.-

‘Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt;
En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld.’-
Ach vader, ach vader, nu raakt hij me aan!
Elfenkoning heeft mij pijn gedaan!-

De vader huivert, hij rijdt gezwind
Hij houdt in zijn armen het kermende kind,
Bereikt de hoeve ternauwernood;
Het kind in zijn armen was dood.

.

erl_king_sterner

gdv

Misverstand

Menno Wigman

.

Al eerder besteedde ik aandacht aan de poëzie van Menno Wigman (1966). Wigman publiceerde vanaf 1984 verschillende bundels, hij publiceerde poëzie in bladen als Vrijstaat Austerlitz, Zoetermeer, Optima, Maatstaf, De Tweede Ronde, Millennium, Payola, Bunker Hill, De Zingende Zaag, Passionate en De Gids en hij ontving voor zijn werk de A. Roland Holst-Penning (2015) en de Jan Campert-prijs  (2002) voor ‘Zwart als kaviaar’. Naast dichter is Wigman vertaler en samensteller van bloemlezingen.

Uit de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 het gedicht ‘Misverstand’.

.

Misverstand

.

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed

waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand

of drie geloof ik meer en meer dat poëzie

geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte

die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

.

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt

en ’s nachts – een heelkunst is het niet.

De kamer blijft een kamer, het bed een bed.

Mijn leven is door poëzie verpesten ook

al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

.

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig

lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

.

zak

Maiandros, een recensie

Herve Deleu

.

Sinds het winnen van de eerste Ongehoord! gedichtenwedstrijd in 2012 ken ik Herve Deleu en mag ik zijn poëzie graag lezen. Dichter en schrijver van korte verhalen Herve Deleu heeft zich de laatste jaren ontwikkeld als een allround schrijver met een enorme dadendrang. Zo heeft hij nu een nieuwe dichtbundel met als titel ‘Maiandros’ wat Grieks is voor Meanderen. Waarom hij voor deze titel heeft gekozen wordt me niet helemaal duidelijk uit de gedichten in de bundel. Maar daarover zo meer.

Eerst de bundel zelf. Mooi uitgegeven in eigen beheer met een stevige kaft en goede kwaliteit papier. Op de eerste pagina een colofon waarop alleen summier wat informatie. Titel, eerste druk en dichtbundel 2016. Op de titelpagina een bevestiging van wat er op het omslag staat, dat het hier poëzie betreft. Daarna meteen het eerste gedicht. Op de laatste pagina een inhoud met de titels van alle gedichten en op welke pagina ze zich bevinden.

Ik zal heel eerlijk zijn, ik zie vaker bij in eigen beheer uitgegeven bundels een zekere eenvoud, een zeer summiere duiding van wie, wat, waar en waarom. Ook hier mis ik dat. Ook de bladspiegel met naar links en rechts naar de bladzijde rand uitgevulde tekst vind ik niet fraai en leidt af van de inhoud. Noem me ouderwets maar de klassieke indeling van het boek, met titelpagina, Franse titelpagina, inhoudsopgave en wat meer duiding van de inhoud stel ik als lezer zeer op prijs. In dit geval had dat ook best gekund. Enige informatie over Herve, titels van zijn andere uitgaven en wellicht een reden waarom deze bundel is gevuld met liefdes- en erotische gedichten.

Want dat zijn het. Stuk voor stuk hebben ze als onderwerp, verlangen, liefde, genot en een onderhuids borrelen van het ondermaanse. Ik zie de dichter bij de gedichten en begrijp hem, ken hem (een beetje) en weet dat hij een liefhebber is. Waarom niet een beetje info over de inhoud? Het maakte mij in ieder geval nieuwsgierig.

Herve kan dichten, en als het onderwerp de liefde in al haar verschijningsvormen is, is hij op zijn best. Niet voor niets was zijn winnende gedicht bij de Ongehoord! gedichtenwedstrijd er een die zo in deze bundel had kunnen staan, broeierig, opwindend en erotisch geladen.

Het lezen van de gedichten was opnieuw een plezier. Het Nederlands van Herve is die van een Vlaming en dat geeft zijn poëzie voor mij net dat beetje extra. Hoewel verenigd door het onderwerp zijn de gedichten toch steeds anders en soms verrassend zoals ‘Isabelle’ en ‘Genesis 2′(waar is Genesis 1?). Ondanks wat bezwaren is het een mooie bundel met 34 zeer lezenswaardige gedichten geworden zoals te verwachten viel van Herve. Hoe je aan de bundel moet komen? Eerlijk gezegd heb ik geen idee maar probeer het eens via zijn Facebook of Linkedin account.

Uit al deze opwinding en verlangen heb ik gekozen voor wat ik het mooiste gedicht vind; ‘Tango’. Voor mijn gevoel zit in dit gedicht alles wat in deze bundel aanwezig is. Hier is de dichter toeschouwer, scribent, analyticus en bewonderaar. Precies zoals ik het graag zie.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak

glimmen veld in ravenzwart

siddert als een wespenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat

.

ijdel glijdt z’haar schoenen in

de hak als fallus opgericht

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht

.

hij leidt haar dwingend in het rond

zij is het vuur, hij is de lont

hun lijven smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt

.

hun blikken haken elkaar vast

’t begeren in haar schoot gevat

door ’t overrijpe breekt de bast

zij wordt een vrucht in eigen nat

.

synchroon bewegen ze hun lijf

dat van haar rondom het zijn

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt uit hun verzadigd zijn.

.

img_5507

 

Zomer

Toon Tellegen

.

Omdat de zomer maar voortduurt (en wat mij betreft mag dat nog lang duren) een gedicht over de zomer van Toon Tellegen. Ik weet dat ik veel mensen een  plezier doe met de poëzie van Toon Tellegen dus wie weet, maak ik hem dichter van de maand. Nu hier het gedicht ‘Zomer’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.

.

Zomer

.

Zomer.

De zon schijnt.

De hemel bloeit.

Mensen kijken omhoog, gaan op hun tenen staan,

klimmen op elkaars schouders

en plukken God.

‘God is mooi,’ zeggen ze, ‘mooier dan ooit.’

Ze zetten hem in vazen

op hun tafels en voor hun ramen,

en God bloeit en geurt een middag en een avond-

dan leggen ze hem tussen de bladzijden van een schrift,

onder een ijzeren gewicht

voor later, in de winter,

als er niemand is.

.

gg

zomer

 

Voordracht

September

..,.

Het seizoen is duidelijk weer begonnen. Hoewel de temperaturen nog hoog zomers aan doen beginnen de activiteiten op poëzie gebied alweer. Afgelopen dinsdag een lezing gegeven over poëzie aan de Probus in Portugaal en op zaterdag 24 september ga ik voordragen bij de Reizende dichters in Sommelsdijk. http://oogo.cultuurpleingo.nl/literair-cafe-op-24-september/

Op zondag 25 september is het dan de beurt aan collegadichters bij het poëziepodium van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com/

In Maassluis ben ik door het museum benaderd om een gedicht over kerstmis te schrijven bij hun kersttentoonstelling van dit jaar. Wonderwel met deze temperaturen is dat gelukt, in sonnetvorm nog wel. Dit gedicht zal ik t.z.t. hier delen. Voor nu een gedicht uit mijn eerste bundel ‘Zichtbaar alleen’ uit 2008 getiteld ‘Engelendraden’.

.

Engelendraden

.

In een hoek

in het goud van de zon

ligt het stof van jaren her

.

Fijne draden

lichten op in zilver

en vlechten een web

van onzichtbaar leven

.

Het symbool van geloof

vanuit een hemel gezonden

standvastig, om de toekomst

te trotseren in vertrouwen

.

engelendraden_1

Foto: Ruben Philipsen; Basilique Notre Dame de Beaune, Beaune, departement Côte d’Or, Bourgondië, Frankrijk 2001

 

Droef het zwieren; een recensie

Niels Landstra

.

Al eerder schreef ik een recensie over een dichtbundel van Niels Landstra (1966), dichter uit Breda. Toen over zijn bundel ‘Nader en onverklaard’. Inmiddels staat Niels aan de vooravond van de publicatie van zijn 4e bundel met als titel ‘Droef het zwieren’ bij uitgeverij Oorsprong.

Ik kreeg deze bundel te lezen voordat hij publiekelijk het licht ziet (zoals bij zijn voordracht op 25 september op het podium van Ongehoord! in Rotterdam, zie hiervoor onder de categorie Ongehoord!) met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven.

Nu was zijn vorige bundel mij bijzonder bevallen dus ik heb hier graag in toegestemd. De nieuwe bundel bevat 32 gedichten en deze zijn geschreven in een zware periode in zijn leven. En dat is in de gedichten, de titels van de gedichten en in de hele sfeer van de bundel te herkennen. Dat zou kunnen betekenen dat het een zware bevalling is om de bundel te lezen maar dat is geenzins het geval.

De taal van Niels Landstra laat zich niet één, twee, drie kennen, je moet zijn taal, zijn zinnen zorgvuldig lezen. Zijn woordkeus, zinsopbouw en poëtische kracht is verrassend en creatief. Ondanks het leed, de beslommeringen en het verdriet in de onderwerpen van de gedichten valt er veel te genieten. Een enkele keer heb ik de zinnen hardop moeten lezen wat mij hielp bij het begrip van de teksten. Soms ook valt Niels in de val van wat ik het gebruik van ‘grote woorden’ noem. Zo komen bijvoorbeeld woorden als galgenmaal en hongernood in het gedicht ‘Voedselbank’ mij wat hoogdravend over.

Toch schaadt dat op geen enkele manier de intentie van de dichter of het gedicht. Tussen de vaak schrijnende gedichten komt de ‘oude vertrouwde romantische’ Niels om de hoek zoals in een gedicht als ‘Bloemenzee’.

In de bundel graaft Niels in zijn ziel (of doet aan soul searching wat eigenlijk een betere omschrijving is) alsof het schrijven van deze gedichten therapeutisch was (wat misschien ook wel zo is), zonder overigens meelijwekkend of zieleknijperig te worden.

De bundel eindigt hoopvol met het gedicht ‘Laatste werkdag’ waarin de slotzinnen zijn:

In de stad zijn nog wereldwijs / de zwervers, die geenzins dralen / zij hebben elke dag een laatste werkdag.

Ik heb uit deze bijzondere bundel gekozen voor het gedicht ‘De kapeltuin’.

.

De Kapeltuin

.

Op het ruisen dat zwiert door de populieren

in bronzen mozaïeken van licht, deinen

zonnebloemen reikhalzend mee als betoverd

door een lofzang die zich over hen ontfermt

.

en de harten roerde van Spanjaarden, Fransen

en de verloren mof. In de hof glanzen

vleugeltjes van insecten bij de waterpomp

warrelen koolwitjes in stille triomf

.

om de goudsbloemen die door hun bladerkronen

gedragen soezen in de schemer, een pastel

van rood en koper dat doopt de percelen

van H.H. Maria/Dymphna’s en haar kapel

.

in het slotstuk van de nacht. Een oplaaiend

houtvuur warmt groentesoep en schildert een fietsje

oranje, bergt de kleine eigenaresse

een bloem uit de tuin in haar slapende hand.

.

nielslandstra

Erotiek in poëzie

Dana Hokke

.

In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).

Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4

Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.

.

Vergelijking

.

Het paren van nijlpaarden

is minstens zo subtiel

als onze logge bezigheid

in bed. Ook hier

stroomt Gods water echter

opgewekt over de akkers

of onbekommerd de delta in

al naar gelang het

zo uitkomt.

.

nijlpaarden

 

Als je een meisje bent

Maartje Smits

.

Eind 2015 verscheen bij uitgeverij De Harmonie de poëziebundel ‘Als je een meisje bent’ van Maartje Smits. Maartje Smits studeerde Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, waar zij nu lesgeeft naast haar werk als freelance schrijver. Haar uiteenlopende werk werd in vele tijdschriften gepubliceerd. Dit jaar was ze een van de deelnemende dichters van de Poëziebustoer.

Als je een meisje bent gaat over opgroeien. “Je houdt het niet tegen. Maar Maartje Smits wilde het eigenlijk niet. In Als je een meisje bent probeert zij het volwassen worden te vangen door het schimmige gebied tussen kind en vrouw vast te leggen in beelden en bekentenissen. Maar de dichtbundel is tevens een gebruiksaanwijzing voor meisjes (m/v), alsook de definitieve omhelzing en tegelijkertijd het afscheid van het meisje”.

Uit deze bundel het gedicht ‘Via Via’.

.

Via Via

.

gister zag ik mijn moeder fietsen
in een stad waar wij allebei niet wonen
‘mam’
het duurde even voor ze mij herkende
ze was onderweg, sms’te ze, maar morgen

dus hier sta ik
onduidelijk of ze al geweest is
of nog moet komen

in mijn hoofd een rijtje vragen met mama erboven
mama de eerste
waarom lakschoenen ordinair zijn
ik zal kijken of ze nog steeds
van die pantykousjes draagt te geel
voor haar Hollandse kuiten
twee waarom kuikens je voeten volgen
drie wat ze bedoelde met ‘zie je nou, dat krijg je’
toen ik achteruitstapte
het piepte nog
vier over ongelukjes en
hoe lang je een ongelukje
dan blijft vijf waar ze naartoe ging, waar ze vandaan kwam
wat er gebeurt als een ei koud wordt
of ze naar huis gaat
en of ik mee mag

.

maartjesmits_small

als-je-een-meisje

Dichter van de maand September

Jean Pierre Rawie

.

Als dichter van de maand september heb ik gekozen voor Jean Pierre Rawie (1951). In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw verkocht hij oplagen van dichtbundels waar romanschrijvers jaloers op zouden zijn. Dit was een zeer vruchtbare schrijfperiode voor hem. Uit deze tijd stamt ook de bundel ‘Intensive care’ waaruit het gedicht van vandaag komt (1982).

Rawie is een geboren Scheveninger (en als inwoner van stadsdeel Scheveningen heb je bij mij dan toch een streepje voor) maar groeide op in Groningen. Rawie is door twee dingen bekend; door zijn flamboyante levensstijl en zijn dandyachtige uiterlijk en door zijn werk dat in vaste versvormen is geschreven (sonnetten, rondelen). Ook het gedicht ‘No second Troy’ is hier een mooi voorbeeld van, in dit geval een sonnet.

De komende weken op zondag dus gedichten van deze dichter als dichter van de maand.

 

No Second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘de dingen van je af kunt schrijven’?
.

IC

rawi001_p01

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten