Categorie archief: Dichtbundels

Dichter van de maand September

Jean Pierre Rawie

.

Als dichter van de maand september heb ik gekozen voor Jean Pierre Rawie (1951). In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw verkocht hij oplagen van dichtbundels waar romanschrijvers jaloers op zouden zijn. Dit was een zeer vruchtbare schrijfperiode voor hem. Uit deze tijd stamt ook de bundel ‘Intensive care’ waaruit het gedicht van vandaag komt (1982).

Rawie is een geboren Scheveninger (en als inwoner van stadsdeel Scheveningen heb je bij mij dan toch een streepje voor) maar groeide op in Groningen. Rawie is door twee dingen bekend; door zijn flamboyante levensstijl en zijn dandyachtige uiterlijk en door zijn werk dat in vaste versvormen is geschreven (sonnetten, rondelen). Ook het gedicht ‘No second Troy’ is hier een mooi voorbeeld van, in dit geval een sonnet.

De komende weken op zondag dus gedichten van deze dichter als dichter van de maand.

 

No Second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘de dingen van je af kunt schrijven’?
.

IC

rawi001_p01

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten

Uit mijn boekenkast

Crowdsurfen op laag water

.

Daniël Vis publiceerde in 2014 de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’. Ik heb hier al eens aandacht aan besteed (29 januari 2014) maar omdat dit toch een bundel is die er voor mij uitspringt pakte ik hem uit mijn boekenkast en al lezend vond ik dat ik een gedicht van hem uit de bundel met jullie wilde delen.

Het is ‘Friedrichs ontstopper’ geworden, van zo’n titel wordt je vanzelf nieuwsgierig.

.

Friedrichs ontstopper

.

voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.

soms kroop hij ’s nachts uit bed

en schoof het gordijn open.

.

er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen

en hij heeft om dingen gevraagd.

.

van de pepernoten begreep hij ook niet

hoe ze in zijn schoenen kwamen.

.

maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.

en toen hij 13 was verzoop een schaap

in de sloot, achter.

.

je kan niet over water lopen.

.

in de cartoons hangen ze even stil in de lucht

voordat ze vallen,

.

er verandert iets in hun ogen.

.

hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,

dat het iets oplost daarbinnen.

.

‘doe je mond maar open,’ zeg ik.

‘als het prikt, werkt het.’

‘het botst toch op niks,’ zegt hij.

‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’

.

hij houdt zijn hand op z’n middenrif.

.

23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.

.

hij zegt:

.

‘als jezus terug op aarde komt

is dat als mannenmodel

voor h&m.’

.

DV

Nieuwe vrouwelijke dichters

Anne Rouse

.

In één van de vele charity shops die je overal vindt in Engelse steden kocht ik de bijzonder fraaie bundel ‘New Women Poets’ uit 1990. Samengesteld door Carol Rumens. In deze bundel staan maar liefst 25 vrouwelijke dichters uit Ierland, Wales, Schotland, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika, Oostenrijk, Iran, Engeland en Amerika. Zij zijn door Rumens gekozen, niet om hun nationaliteit maar om hun frisse geluid en landstaal. Er zitten dichters tussen die in vaste vormen dichten en anderen laten zich juist meer leiden door alledaagse- en ongestructureerde taal.

Mijn keuze voor vandaag viel op een gedicht van Anne Rouse. Geboren in 1954 in Washington studeerde zij in Londen waar ze nu ook woont. Ze werkte als (psychiatrisch) verpleegkundige en is nu alweer jaren zelfstandig schrijver. Ze wordt door de International Poetry Society omschreven als een intelligent en vakkundig dichter. Haar gedichten werden onder andere gepubliceerd in The Guardian, The Observer, The Independent en the Times Literary Supplement.

Toen in 1990 dit boek werd gepubliceerd was Rouse vooral bekend van gedichten van haar hand die in magazines waren gepubliceerd. Vanaf 1993 verschenen er ook een aantal dichtbundels van haar. Uit de bundel ‘New Women Poets’ heb ik gekozen voor het gedicht Virginian Arcady’.

.

Virginian Arcady

.

My muse came up from the creek,

taller than a man

in the speckled shade

where crayfish imitate tiny stones

and the brisk water plays.

.

Reckon it was my muse,

being so ringlety and fair

with a child’s eye.

In her head-dress bitter, living grapes

nest on the wild vine.

.

We strolled the bog paths

from the lower fields,

apart by armlength.

She talked low, reproachful, pretty:

said I don’t lover her enough.

.

ar

nwp

Werkboek

Jana Beranová

.

Het overkomt me soms dat ik zeker weet dat ik een dichtbundel in bezit heb maar dat ik hem nergens kan vinden. Nu is dat met dichtbundels niet zo heel vreemd, het zijn meestal niet de dikste boeken in mijn boekenkast maar het zijn er wel veel.

In het volgende geval was er echter iets anders aan de hand. Het ‘Werkboek, bloemlezing 1983 – 2010’ van Jana Beranová is helemaal geen dun bundeltje. Het is een stevig verzamelwerk van bijna 300 bladzijden. Des te vreemder dat ik het nergens kon vinden.

Nu staan mijn dichtbundels niet allemaal bij elkaar in één kast. Dat is niet heel handig maar in de jaren zo gegroeid. Ik heb het vaste voornemen dit ooit nog te gaan veranderen en een kast speciaal alleen voor poëzie te bestemmen. Desalniettemin kon ik haar Werkboek maar niet terug vinden en ik wist zeker dat ik hem in 2011 van haar gekocht had, ze had er zelfs een opdracht voor mijn dochters ingeschreven.

Afgelopen vond ik het tot mijn grote opluchting terug. Het was tussen mijn romans komen te staan. Daarom en omdat ze zulke prachtige gedichten schrijft hier twee gedichten uit deze bloemlezing; ‘Volmaakt’ en ‘Blinde liefde’.

.

Volmaakt

.

In vers gras vrijen

om later veel later

in de dood nog even

na te geuren

als hooi

.

.

Blinde liefde

.

Ze houden elkaar vast

strompelend naar de finish

.

arm in arm

de plooien gladstrijkend

van hun omslag

.

stekeblind

de vingers gestrengeld

om hun witte stok

.

wie wegvalt

heeft gewonnen

.

JanaB

Jana draagt voor uit haar Werkboek tijdens de Poëziebustoer van 2016

After the lunch

Wendy Cope

.

In navolging van het grote succes van The nation’s favorite poem, kwam de BBC in 1997 met een vervolg vraag naar het favoriete liefdesgedicht van de Engelsen. Dit werd ‘Sonnet from the Portuguese XLIII how do I love thee? Let me count the ways.’  Van Elisabeth Barret Browing uit de negentiende eeuw.

Ik heb echter gekozen voor het gedicht ‘ After the lunch’  van Wendy Cope ( niet in de top 10).

.

After the lunch

.

On Waterloo Bridge, where we said our goodbyes,

The weather conditions bring tears to my eyes.

I wipe them away with a black woolly glove

And try not to notice I’ve fallen in love.

.

On Waterloos Bridge I am trying to think:

This is nothing. You’re high on the charm and the drink.

But the juke-box inside me is playing a song

That says something different. And when it was wrong?

.

On Waterloo Bridge with the wind in my hair

I am tempted to skip. You’re a fool. I don’t care.

The head does its best but the heart is the boss-

I admit it before I am halfway across.

.

IMG_5224

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Do not stand at my grave and weep

The nation’s favorite poems

.

In 1995 vroeg de Het boekenprogramma van de BBC ‘The Bookworm’, in samenwerking met de National Poetry Day aan de inwoners van Groot Brittanië wat hun favoriete gedicht was. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren ( men dacht dat er vooral dirty limericks ingezonden zouden worden) reageerden maar liefst 12.000 mensen. De absolute winnaar was Rudyard Kipling’s gedicht ‘If’.

Omdat ik dit gedicht al eens plaatste op 31 mei 2013 ( zie het archief hier ter rechter zijde) heb ik de keuze laten vallen op een gedicht dat anoniem werd ingezonden. Het betreft hier het gedicht ‘Do not stand at my grave and weep’. Dit gedicht bleek in een enveloppe te zitten voor de ouders van Steven Cummins, een soldaat die was gestorven in actie tijdens zijn dienst in Noord Ierland. De enveloppe mocht alleen worden geopend in geval van zijn overlijden. Na publiceren ontstond er een grote vraag  naar kopieën van het gedicht ( er zouden in totaal ruim 30.000 vragen komen naar een kopie).

In eerste instantie dacht men dat het gedicht door Cummins zelf was geschreven maar dit was niet het geval. Men dacht aan een publicatie uit een negentiende-eeuws magazine en zelfs aan een gebed van Navaho indianen maar uiteindelijk blijft het een mysterie wie het gedicht heeft geschreven. In feite bleek dit dus het meest favoriete gedicht van de Engelsen maar omdat er geen dichter bekend is heeft het niet mee gedongen naar de titel.

In het boek ‘The nation’s favorite poem’ dat de BBC in 1996 heeft uitgegeven is het echter wel opgenomen in het voorwoord.

Nagekomen bericht: Via een oplettende lezer (Annekomm) kreeg ik een bericht dat de identiteit van de dichter toch bekend is. Het betreft hier de Amerikaanse (!) dichter Mary Elisabeth Frye.  De identiteit van de dichter was inderdaad onbekend tot  Frye in eind van de negentiger jaren van de vorige eeuw onthulde dat zij de schrijfster was het gedicht. Het gedicht werd geschreven in 1932. Haar claim werd bevestigd in 1998 na onderzoek door Abigail Van Buren.

.

Do not stand at my grave and weep

.

Do not stand at my grave and weep;

I am not there. I do not sleep.

I am a thousand winds that blow.

I am the diamond glints on snow.

I am the sunlight on ripenend grain.

I am the gentle authumn rain.

When you awaken in the morning’s hush

I am the swift uplifting rush

Of quiet birds in circled flight.

I am the soft stars that shine at night.

Do not stand at my grave and cry;

I am not there. I did not die.

.

IMG_5225

Paard van Glas

Koen Stassijns

.

Fulltime dichter, vertaler, bloemlezer, performer en een veelgevraagd docent literaire creatie Koen Stassijns (1953) is een maatschappelijk betrokken dichter. Tijdens de oorlog in Kosovo vertaalde hij onder andere een bundel met moderne Albanese poëzie en met zijn jeugdvriend Ivo van Strijtem stelde hij diverse bloemlezingen samen.

Hij debuteerde in 1984 met ‘Ik hou niet van de dagen’ en in 1993 verschijnt de bundel ‘Paard van glas’. Van die bundel het titelgedicht.

.

Paard van glas

.

Een paard op een marktplein van glas.

Het kijkt naar zichzelf, dat kan onbewogen

omdat ik het zag. En wie begrijpt dat

bijvoorbeeld vandaag, plots voor zijn ogen

.

de poort van een landschap openwaait

en hij onvoorwaardelijk vrij door kan

draven, achter zijn spiegelbeeld aan?

Is dit een droom? En hoeven man en paard

.

maar tussen kop en schouders te gaan

schuilen als kooplui, die uitmuntend dromen

verruilen, hun hoop aan scherven slaan?

.

Wij nemen niets aan en grijpen de teugel,

tegendraads, bewogen voortaan onder glas,

waar altijd een beeld van een boom kon staan.

.

Koen_Stassijns

Middelbareschoolreünie

Bianca Boer

.

Van mijn broer kreeg ik het dichtbundeltje ‘Vliegen en andere vogels’ van Bianca Boer. De Rotterdamse Bianca Boer (1976) publiceerde in De Gids, Tirade en Passionate. Ze trad onder meer op tijdens Crossing Border. Haar poëzie zit vol onverwachte wendingen, bizarre personages en verfrissende beelden.

Uit deze bundel uit 2010 het gedicht ‘Middelbareschoolreünie’.

.

 Middelbareschoolreünie

.

een buik vol bubbelgum

tussen oranje linoleum en gevulde koeken

als ik hem weer zie

.

ruik ik verschraalde schoolfeesten

kus hem eindelijk drie keer

hij prikt door mijn gedachten

.

woorden van toen wuiven

helium in mijn longen

ik piep lege spreekballonnen

.

hij neemt ademloos zijn plek

weer in mijn lichaam

.

Bianca

Vliegen-en-andere-vogels