Categorie archief: Favoriete dichters

Het gevecht met de muze

Bertus Aafjes

.

Vandaag wil ik aandacht besteden aan de dichter Bertus Aafjes. Aafjes (1914-1993) was schrijver en dichter die ook onder de naam Jan Oranje publiceerde. Hij debuteerde met ‘Het gevecht met de muze’ waarover hierna meer. Hij maakte deel uit van de redactie van de literaire tijdschriften ‘Criterium’ en ‘Ad Interim’, was één van de oprichters van het blad ‘Klondyke’ en verleende zijn medewerking aan talrijke tijdschriften. In 1953 verscheen zijn (voorlopig) laatste dichtbundel ‘De Karavaan’ nadat hij zich negatief had uitgelaten over de Vijftigers.

In opdracht van het Elseviers Weekblad zou Aafjes in de zomer van 1953 zes artikelen aan de Vijftigers wijden, drie tegen en drie vóór deze groep experimentele dichters. Elsevier stopte de reeks echter nadat de eerste drie kritische artikelen een storm van protest hadden losgemaakt. Aafjes koos dan ook voor een ongekend harde toon, en zijn zin: “Lees ik Lucebert’s poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd”, werd berucht. Veel lezers van het rechtse Elseviers Weekblad steunden Aafjes in zijn kritiek op de Vijftigers, maar vrijwel al zijn collega’s en bekenden uit de literaire wereld vielen over hem heen. De Elsevier-artikelen leidden ertoe dat Aafjes alleen kwam te staan in de literatuur en luidden ook het einde van zijn eigen dichterschap in.

Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering. In een brief uit 1983 bood Aafjes zelfs zijn excuses aan Lucebert aan, een van de dichters die hij in 1953 hard had aangevallen. Lucebert reageerde dat hij nooit wrok had gekoesterd tegen Aafjes en dat het jammer was dat ze elkaar nooit ontmoet hadden. Dan had de “roestige nutteloze strijdbijl” meteen begraven kunnen worden.

In 1980 publiceerde hij nog wel de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische poëzie maar deze bundel werd zeer kritisch onthaald. In totaal publiceerde Bertus Aafjes meer dan 100 werken en kreeg hij o.a. de Tollensprijs (voor zijn gehele oeuvre) in 1953, de ANWB prijs voor ‘De wereld is een wonder’ in 1960 en de Cestodaprijs in 1989.

Uit mijn boekenkast heb ik de bundel ‘Het gevecht met de muze’ gehaald. Deze bundel uit 1965 bevat de bundels ‘Het gevecht met de muze’ (1940) en het  ‘Het zanduur van de dood’ (1941). Deze laatste bevat, de afdelingen ‘Het zanduur van de dood’, ‘Sonnetten uit 1938’ en ‘Verspreide gedichten’.

Op de achterflap staat onder andere over Aafjes geschreven: Hij is geboren met het herscheppend dichteroog, waarmee hij een morbide wereld kan veranderen in een lieflijk paradijs – een charmante leugen, waarin wij hem zo nu en dan gaarne willen geloven.

Uit ‘Het gevecht met de muze’ het gedicht (hoe kan het ook anders vandaag) ‘Zondagmorgen’.

.

Zondagmorgen

.

Grijs staat de gracht gedempt

En in het water weerspiegeld

Toeven de takken gestremd

En door de mist doodgewiegeld.

Hoor je de hoer die giechelt

Naakt naast haar wollen hemd,

Gierend en ongeregeld

Of zit zij vastgenageld

tussen toeklappende deuren?

Nu klinkt het weer gedempt.

.

aafjesgevechtmuze3

aafjes

Who you really are

E.E. Cummings

.

“IT TAKES COURAGE TO GROW UP AND TURN OUT TO BE WHO YOU REALLY ARE.”

Deze uitspraak is van E.E. Cummings. Ik kwam hem tegen op een website en elke keer als ik E.E. Cummings tegen kom wil ik een gedicht van hem plaatsen. E.E. is zo’n geweldige dichter en er zijn nog steeds mensen die hem niet kennen. Aan mij de schone taak hier verandering in te brengen. Vandaar vandaag het gedicht ‘Buffalo Bill’s’.

Dit bijzondere gedicht lijkt op het eerste gezicht een moeilijk te begrijpen gedicht maar als je er wat beter naar kijkt zit er veel in. Iets dat defunct is is dood, dus Buffalo Bill is dood. Buffalo Bill was een beroemd figuur uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Hij had vele baantjes tot hij zijn ‘Wild West’ show’ start aan het einde van de 19e eeuw. Samen met andere performers deden ze aan rodeo-rijden op wilde paarden en kleiduiven schieten om te laten zien hoe goede schutters ze waren. Hij was een voorbeeld van iemand die volop leefde en heel vitaal was.

Cummings beschrijft Buffalo Bill tijdens zijn shows: watersmooth-silver/stallion,’ and breaking clay ‘pigeonsjustlikethat.’ Hij beschrijft hem ook als een knappe man. Wat Cummings hier doet is Buffalo Bill neer zetten als een symbool van alles wat wij willen zijn: knap, succesvol, levendig. Door over de dood van Buffalo Bill te spreken geeft hij aan dat zelfs de mooiste en meest getalenteerde mensen sterfelijk zijn. Dit wordt nog eens versterkt door de laatste zinnen ‘how do you like your blueeyed boy/Mister Death.’

De manier waarop Cummings het gedicht heeft opgeschreven ziet er uit als een soort levenscyclus. Hij begin links, gaat in de tekst steeds verder naar rechts en daarna weer naar links. Van geboorte naar volle wasdom en terug naar sterven.

Als je dan zo’n uitspraak leest van Cummings begrijp je ook wat beter wat hij bedoelt.

 

.

Buffalo Bill ‘s
defunct
                     who used to
                     ride a watersmooth-silver
                                                            stallion
and break onetwothreefourfive pigeonsjustlikethat

 

                                                                                                                        Jesus
he was a handsome man
                                                            and what i want to know is
how do you like your blueeyed boy
Mister Death
.
e.e.
eecummin
Met dank aan study.com

Charles Baudelaire

Voorbijgangster

.

Charles Baudelaire (1821 – 1867) was een Frans dichter en kunstcriticus die vooral bekendheid kreeg door zijn poëziebundel ‘Les fleurs du mal’ uit 1857. Hoewel Baudelaire vaak gerekend wordt tot de symbolisten waarbij verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal  werden gesteld, zijn er ook duidelijk tekenen van de Romantiek (waar de subjectieve ervaring als uitgangspunt werd genomen)  en het Realisme (stroming waarin men poogt de werkelijkheid zo authentiek mogelijk weer te geven) in zin werk terug te vinden. Charles Baudelaire wordt gezien als één van de belangrijkste dichters van de Franse literatuur in de 19e eeuw.

Hieronder het gedicht ‘À une passante’  uit ‘Les fleurs du mal’ in het Frans en in de Nederlandse vertaling.

.

À une passante

La rue assourdissante autour de moi hurlait.
Longue, mince, en grand deuil, douleur majestueuse,
Une femme passait, d’une main fastueuse
Soulevant, balançant le feston et l’ourlet ;
Agile et noble, avec sa jambe de statue.
Moi, je buvais, crispé comme un extravagant,
Dans son oeil, ciel livide où germe l’ouragan,
La douceur qui fascine et le plaisir qui tue.
Un éclair… puis la nuit ! – Fugitive beauté
Dont le regard m’a fait soudainement renaître,
Ne te verrai-je plus que dans l’éternité ?
Ailleurs, bien loin d’ici ! trop tard ! jamais peut-être !
Car j’ignore où tu fuis, tu ne sais où je vais,
Ô toi que j’eusse aimée, ô toi qui le savais !

.

.

Aan een voorbijgangster

 

De straat rondom mij was vervuld van oorverdovend leven.

Groot, slank, gekleed in rouw, met droeve majesteit,

Ging mij een vrouw voorbij, die met een fraaie hand

De schulprand van haar rok oplichtte en liet dalen;
Soepel en vol gratie, haar been een beeldhouwwerk.

Ik, als een dwaas verstard, dronk uit haar ogen,

Als een loden lucht waarin storm kan ontstaan,

De zoetheid die betovert en het genot dat doodt.

 

Een bliksemflits… dan duister!… -Vluchtige schoonheid,

Wier blik mij plotseling weer deed geboren worden,

Zal ik je ooit nog zien, nog vóór de eeuwigheid?

 

Elders, ver weg van hier! te laat! of nooit misschien!

Want ik weet niet waarheen jij vlucht, jij niet waarheen ik ga,

O jij die ik beminnen zou, o jij die dat goed wist

.

Met dank aan Wikipedia en http://poezie-log.blogspot.nl/

.

Fleurs-du-mal_titel

Charles-Baudelaire

 

passante

“Charles Baudelaire – À une passante – Zoeterwoudsesingel 55, Leiden” by Tubantia

Bluebird

Charles Bukowski

.

Voor Charles Bukowski is er altijd een plekje op dit blog. Vandaag dus ook. Nu met een animatie van zijn gedicht ‘Bluebird’. Op http://www.openculture.com/2014/05/three-charles-bukowski-poems-animated.html staan er nog drie.

.

Bluebird

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say, stay in there, I’m not going
to let anybody see
you.
there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I pour whiskey on him and inhale
cigarette smoke
and the whores and the bartenders
and the grocery clerks
never know that
he’s
in there.

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say,
stay down, do you want to mess
me up?
you want to screw up the
works?
you want to blow my book sales in
Europe?
there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too clever, I only let him out
at night sometimes
when everybody’s asleep.
I say, I know that you’re there,
so don’t be
sad.
then I put him back,
but he’s singing a little
in there, I haven’t quite let him
die
and we sleep together like
that
with our
secret pact
and it’s nice enough to
make a man
weep, but I don’t
weep, do
you?

.

bukowski2-610x350

 

Thelonious Monk

Simon Vinkenoog

Simon Vinkenoog (1928-2009) was schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar. Hij begon op 21 jarige leeftijd het blad literaire blad ‘Blurb’ dat samen met ‘Braak’ van Remco Campert en Rudy Kousbroek aan de wieg stond van wat later de Vijftigers werden. In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’en publiceerde daarna nog 50 werken.

In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden. Uit de verzamelbundel ‘Eerste gedichten 49-64’ het gedicht ‘Thelonious Monk’.

.

Thelonious Monk

 

Dit is een straat in parijs

met een arabier in de zon

die langzaam slenterend werkeloos

loopt te zijn een 1951-noordafrikaan

ting ting ting in de bleke zon

zonder geluid

.

dit onder water uitgesproken

vonnis ting ting ting

ternauwernood de oppervlakte rakend

en met een strofe in de franse taal:

je donnerais ma vie toute entière

pour un petit rire confus et obscène

.

herinnert aan de dierentuinapen

met mondbekken harige benen

en ronde gladde achterhanden

die gretig alle kleuren grijpen wit en zwart

ting ting ting

.

Uit: Eerste gedichten 49-64, 1966

SV2

SV

 

Michael Higgins

President van Ierland en dichter

.

Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.

Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen).  Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.

In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal‘(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).

In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.

.

The Prophets are Weeping:

.

To those on the road it is reported that

The Prophets are weeping,

At the abuse

Of their words,

Scattered to sow an evil seed.

Rumour has it that,

The prophets are weeping.

At their texts distorted,

The death and destruction,

Imposed in their name.

The sun burns down,

On the children who are crying,

On the long journeys repeated,

Their questions not answered.

Mothers and Fathers hide their faces,

Unable to explain,

Why they must endlessly,

No end in sight,

Move for shelter,

for food, for safety, for hope.

The Prophets are weeping,

For the words that have been stolen,

From texts that once offered,

To reveal in ancient times,

A shared space,

Of love and care,

Above all for the stranger.

.

Michael-D-Higgins-Ireland-007

 

Gedichten als ringtone

Laat je bellen met een gedicht

.

De stichting Lezen, het Poëziecentrum en HAVAS worldwide Brussel namen, met steun van de Taalunie,  in 2015 het initiatief om gedichten als ringtone voor je smartphone te laten maken. Dichters Sylvie Marie en David Troch schreven speciaal hiervoor samen 14 gedichten (Troch 8 en Marie 6) die je kunt downloaden als ringtone.

Op de website van de Poëzieweek http://poezieweek.com/activiteiten/ringtones.html zijn de gedichten te beluisteren en staat een instructie hoe de gedichten als ringtone te installeren.

Bart Stouten en Chantal Pattyn (Klara) lezen de gedichten voor.

.

Voorbeelden van gedichten:

Als ik spreek van David Troch

http://poezieweek.com/downloads/ringtones/Als%20ik%20spreek_DavidTroch.mp3

Ergens elders van Sylvie Marie

http://poezieweek.com/downloads/ringtones/Ergens%20elders_SylvieMarie.mp3

.

poezieweek

Sylvie Marie

David troch

Zondag live

Jet Crielaard

.

Aanstaande zondag organiseert Ongehoord! in de bibliotheek een poëziepodium waar onder andere Jet Crielaard zal voordragen. Jet Crielaard (1975) is een kunstenaar in beeld en woord. Tot 2010 trad ze veel op bij poetryslams en op literaire podia en in 2009 debuteerde ze met de gedichtenbundel ‘Vogelvluchtsprookjes’ in de ‘Haags fris’ reeks. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en verscheen  in tijdschriften zoals ‘De Revisor’. Haar poëzie is te kenmerken als talig, absurdistisch en concreet, en refereert vaak aan de kindertijd.

Naast haar poëzie maakt Jet vooral schilderijen, sculpturen, illustraties, en verhalen voor volwassenen en kinderen. Daarnaast werkt ze ook als docente.Van haar hand het gedicht ‘Condenstrek’

.

Condenstrek

aan je hoofd een
hele serie treinen die
je nog dient te nemen

met ambities in ze die op ramen
verticale plattegronden maken
routes stippelen naar later

tot condens wegtrekt
zoals kruimels opgegeten
worden door vogels

die als enigen vet op de plaats
van bestemming aankomen

‘t is achteraf door droog glas pas helemaal zichtbaar
dat de wereld een vogelvluchtsprookje was wat al
plannend met mijlen tegelijk aan je is voorbijgegaan

je neemt je voor
in je volgende leven
speel je ook doodgewoon
een vogeltje lik
je desnoods met een
niets ontziende rotgang
alle ramen tot en met die
van de locomotief schoon

.

In de Tweede binnenhaven van Scheveningen, bij mij bijna om de hoek, is in het kader van de Haagse Poëzieroute, een poëzietegel van een van haar gedichten geplaatst.

.

jet-crielaard (1)

jet-crielaard

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Verjaardag

Hester Knibbe

.

een paar maanden geleden werd Hester Knibbe gekozen als de nieuwe stadsdichter van Rotterdam (ik was erbij). Diezelfde week won ze de VSB poëzieprijs met haar bundel “Archaïsch de dieren”. Eerder won ze al de Jambe poëzieprijs, Anna Blamanprijs voor haar oeuvre en de Herman Gorterprijs voor haar bundel ‘Antidood’. Uit haar bundel ‘De buigzaamheid van steen’ het gedicht ‘Verjaardag’. Ik hoop dat ze net als haar voorganger stadsdichters van Rotterdam, Jana Beránova en Daniël Dee in de jury van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd wil plaats nemen maar daar later meer over.

.

Verjaardag

Je bent jarig vandaag en je bent het
niet meer. Hoe vieren we dat, hoort
bij een verjaardag die is verjaard
bijvoorbeeld nog taart; je bent toch
nog altijd geboren, geworden. Maar

met wie vieren we dat voortaan en
waar halen we blijde gezichten vandaan.

Bloemen krijg je natuurlijk, we schikken ze
voor je in vazen terwijl we over je
praten: toen, nu zou hij, hij zou – maar

ten slotte staan we daar met
lege handen en armen

.

Uit: De buigzaamheid van steen, 2005

.

hester-e1422454406748-2048x1311

 

steen

Richard ‘Dicky’ Spender

Collected poems

.

Toen Richard Spender (1921 – 1943) op 21 jarige leeftijd bij een aanval op Duitse stellingen in Tunesië het leven liet, had hij reeds een bundel gepubliceerd en was hij een gewaardeerd dichter. De Daily Telegraph schreef over hem als de Rupert Brooke van de Tweede Wereldoorlog. Rupert Brooke was een getalenteerd dichter die in actieve dienst in de Eerste Wereldoorlog overleed.

Zijn gedichten werden gepubliceerd door Sidgwick & Jackson in 3 bundels; ‘Laughing Blood’ uit 1942, ‘Parachute Battalion; last poems from England and Tunisia’ uit 1943 en ‘The Collected Poems’ uit 1944. Mijn exemplaar van The Collected Poems is een derde druk uit 1945.

Daarnaast werden zijn gedichten gepubliceerd in bladen en magazines als Punch, Country Life, John O’ London’s Weekly, The Observer en the Times Literary Supplement.

Zes van de gedichten van Richard Spender zijn geschreven tijdens en na zijn training en dienst bij The Parachute Regiment. Een van deze gedichten is getiteld

.

Before the First Parachute Descent

 All my world has suddenly gone quiet
Like a railway carriage as it draws into a station;
Conversation fails, laughter dies,
And the turning of pages and the striking of matches cease.
All life is lapsed into nervous consciousness,
Frozen, like blades of grass in blocks of ice,
Except where one small persistent voice in the corner
Compares with the questioning silence-
With the situation of an electric present-
My self-opinions, pride and confidence of an untried past.
.
Een ander gedicht komt uit het hoofdstuk ‘War’ uit ‘The Collected Poems’  en is getiteld ‘Searchlights’.
.
.
Searchlights
.
What angel
stooping to earth to bless
the feathered trees
with her cool and ivory feet
opens the door to heaven
and sheds a chink of light across
the blank blue wall.
.
What great God
hunts so mightily in heaven
that he has hurled his darts
to stand quivering,
coldly fixed
in the earth’s breast
behind those trembling trees.
.
richard-spender-956306735
spender
.