Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Stofzuigen kan altijd nog
Kijkdoospoëzie
.
De uiterst getalenteerde Meliza de Vries is niet alleen een fijne (bibliotheek) collega en dichter maar ook nog eens een zeer creatief mens. Zo kwam ik pas een aantal foto’s tegen van een kijkdoos die ze gemaakt had met daarin niet alleen een gedicht van haar hand maar ook decoraties door haar gemaakt. Zoals je weet ben ik gek op poëzie op vreemde plekken in in bijzondere vormen dus mag de kijkdoospoëzie natuurlijk niet ontbreken.
.
Stofzuigen kan altijd nog
.
Voordat mijn wereld een kijkdoos wordt
met crêpepapierbomen en velden van pluche
.
herinnert een wattenstaafje mij
aan schildpadden met gekneusde neusgaten
walvissen met teenslippers en schepjes erin.
.
Ik verdwijn onder deksel van vliegerpapier:
citroengele gloed over een luciferdoosje
voorbijgangers pauzeren, weten
.
hoe zij stadseenden moeten voeren
kurkeiken niet moeten vervangen door eucalyptusbomen
.
Ik schilder wanden met rubberroze verf
vind op zolder oma’s jurk voor gordijnen:
bloemenprint verzacht het uitzicht buiten
.
Ik steek een parasolprikker in het luciferdoosje
misschien dat iemand in mij blijft, weet
hoe je ijsblokjes bewaart in een papieren tasje
.
Het groot karkas is lek
De muze op reis
.
De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft een lange traditie van het uitgeven van boeken en bundels naar aanleiding van campagnes rondom dat zelfde Nederlandse boek. Denk aan de Boekenweek, Nederland Leest! en de Poëzieweek). In de jaren Tussen 1949 en 1964 verschenen ter gelegenheid van de Boekenweek uit de schoot van de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek (dat was de naam van de CPNB destijds) en uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de serie ‘De muze’.
Ik heb een groot deel van deze serie en mijn laatste aanwinst is het tweede deel uit 1950 ‘De muze op reis’ zijnde een bloemlezing van verzen handelend over de reislust, de reisangst, de uitreis, de thuisreis en de reiziger zelf. Bijeengebracht en ingeleid door Han G. Hoekstra en Victor E. van Vriesland. Toegevoegd op de titelpagina is nog de zin ‘Boekenweek-uitgave voor jonge mensen’ wat ik dan wel weer aandoenlijk vind.
Een van de gedichten in deze bundel is geschreven door Jan van Nijlen (1884-1965). Volgens het bijschrift bij zijn naam was hij in 1950 de grootste levende Vlaamse dichter. Jan van Nijlen debuteerde in 1906 met de bundel ‘Verzen’. Hij ontving een drietal Staatsprijzen in België voor zijn werk en in 1963 ontving hij de Constantijn Huygensprijs. In 1914, na de val van Antwerpen, kwam hij in Den Haag wonen en was er bevriend met Van Eyck, Bloem, Greshoff en Buning. In 1918 keerde hij terug naar België en werd daar benoemd tot directeur van het Ministerie van Justitie.
Het gedicht dat is opgenomen in de bundel ‘Bericht aan den reiziger’ is aangebracht in het Centraal Station van Antwerpen. Lees daarvoor mijn bericht van 18 augustus 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/08/18/bericht-aan-de-reizigers/ . Om niet in herhaling te vallen heb ik hier voor een ander gedicht gekozen van Jan van Nijlen met de titel ‘Het oude zeilschip’ om toch in de reissfeer te blijven.
.
Het oude zeilschip
.
Het oude schip, met *opgegeide zeilen,
ligt in het dok: het groot karkas is lek.
Blank tegen hemels grauwe en lage *wijle,
vliegen de meeuwen om ’t verlaten dek.
.
Eens luidde blij ’t signaal van zijn vertrek,
en ’t heeft gedanst, de duizend, duizend mijlen,
op de oceaan een kleine, witte vlek.
Thans is het oud: verroest zijn ankers, bijlen…
.
Graniet en marmer heeft het meegebracht,
*steevnend door ’t woeste, noordelijk kanaal,
of gleed droomstil door eevnaars lichten nacht,
.
*belaân met vruchten, specerij en kruiden.
Nu ligt het stil, onzegbaar droef en kaal,
maar nog met kleur en geuren van het zuiden.
.




























