Categorie archief: Social media

Dichters op het dak

Eelco van der Waals

.

Op 21 juni jongstleden, de langste dag op het noordelijk halfrond, werd op het dak van de Helena in het oude centrum van Den Haag, de eerste bijeenkomst van Dichters op het Dak georganiseerd. Initiatiefnemer Eelco van der Waals nodigde een aantal dichters uit (ik was uitgenodigd maar helaas kon ik die dag niet, ik hoop binnenkort een keer daar te mogen voordragen) om hun poëzie voor te dragen. Onder hen de dichters Alexander Franken, Diann van Faassen, Edith de Gilde en Jos van Hest.

Op het dak rond de Energiekas staat het Voorleespaviljoen voor beknopte sessies met een eigen poëzie ruilbibliotheekje. En op de ruiten van de Energiekas staan de eerste gedichten van de dakdichters. Poëzie met uitzicht is het handelsmerk van de dakdichters.

Dichters op het dak gebruikt EnergieKas als ontmoetingsplek en inspiratiebron, brengt dichters bijeen en laat mensen gedichten schrijven waarbij mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de samenleving betrokken worden. Ook beheert de groep een dichtbundel ruilbibliotheek in de Silo: breng wat, haal wat.

De Midzomernacht van Dichters op het dak in de Energiekas is het begin van een reeks, dus wanneer je op zaterdag 21 juni verhinderd was, zoals ik, ben je van harte welkom bij een van de volgende bijeenkomsten. De dakdichters hebben ook een eigen facebookgroep waar de activiteiten gedeeld worden.

Hieronder een gedicht van de initiatiefnemer dichter, tekenaar en fotograaf Eelco van der Waals (1956), geschreven daags na de eerste voordrachten op 21 juni.

.

Boom dak wolk
.
Een dak met twee vlaggen,
met boompjes in bakken,
een tuin in de hoogte
die bloeit op de stad
Een boomkruin die groeit
tot boven de vlaggen
gevoed door de sappen
die gaan door de stam,
geworteld in aarde –
domein van de mensen
met hun vragen en zorgen,
die dromen van morgen
hoog boven de stad.
.
Foto: Casper de Weerd

Muggenzuchten

Mooie zinnen

.

Mooie zinnen horen bij de literatuur. En natuurlijk bij poëzie. Veel mensen kunnen, daarnaar gevraagd, wel een zin reproduceren uit een gedicht of een roman die is blijven hangen, die iets met de lezer doet, een emotie teweegbrengt of een soort jaloezie; waarom bedenk ik niet van dit soort mooie zinnen?

In het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen MUGzine proberen we de lezer te verwennen met mooie, bijzondere, grappige, vervreemdende of emotionerende gedichten (en illustraties). Toch hebben we gemeend terug te keren naar ons oorspronkelijke uitgangspunt dat een tekst of stuk uit een verhaal of roman, die door het taalgebruik poëtisch is, ook een plek te geven.

Die plek is de rubriek Muggenzuchten geworden. Na Muggenbeten (met prikkelende en schurende uitspraken over poëzie), nu dus een rubriek met voorbeelden van prachtige en poëtische zinnen. We willen kijken hoe dit bevalt en we hebben al ideeën voor meer bijzondere rubrieken. Maar daarover later meer. In 2022 vroeg de CPNB naar aanleiding van de Boekenweek aan de bezoekers van het Boekenbal, wat zij de mooiste Nederlandse zin vonden. Dat werd toen een zin van Arthur Japin uit ‘Een schitterend gebrek‘.

Wij hebben de redactie gevraagd ( en zelf meegedacht) naar mooie zinnen. Die zijn opgenomen in Muggenzuchten in MUGzine #27 die de komende week verschijnt. Maar er is meer te vertellen over deze nieuwe editie. Het is een dik voorjaarsnummer geworden (maar liefst 24 pagina’s, zo dik was de MUGzine nog niet eerder) met vier prachtige dichters; de Vlaamse Veerle De Caestecker en Esohe Weyden, de Nederlandse Madelief Lammers en Marilou Klapwijk, illustraties van de zeer getalenteerde kunstenaar/illustrator Elzeline Kooy, natuurlijk een nieuwe @l.uule en een poëtisch voor woord van Marianne en als extra een gedicht van Marianne en van mij.

Kortom een MUGzine om te koesteren. Wil je nu zelf een jaar lang elke MUGzine op papier ontvangen? Word dan donateur. Dat kan al vanaf € 22,50, en door een mail te sturen naar mugazines@yahoo.com

Als voorproefje een gedicht van Esohe Weyden (niet in de MUGzine) dat zij schreef als campusdichter van de universiteit van Antwerpen, getiteld ‘De witte bladzijde’.

.

De witte bladzijde

.

Ik hoop dat je schrijfsels niet verdrinken.

Laat ze op serene wijze drijven

op een eindeloze

sinusgolf.

.

Laat

sommige woorden

even kopje-onder gaan,

de drukkende diepte verkennen

tot ze haastig moeten happen naar adem

om de lucht weer te kunnen

omarmen.

.

Ik wens je

duizenden geboortes toe

van verse zinnen die ervan dromen

om teksten te worden. Luister naar hoe ze

schreeuwen van verrukking bij

elke regel die dan toch

herschreven

wordt.

.

Voed je moed,

borstel de laatste

restjes twijfel van je borst.

.

 

 

Luule voor een special

Rupi Kaur en een vraag

.

In 2014 publiceerde Indiaas-Canadese Rupi Kaur (1992) haar eerste bundel ‘Milk and Honey’ (in het Nederlands in 2018 vertaald door Anke ten Doeschate als ‘melk en honing’) en de rest is geschiedenis. Inmiddels is ze wereldberoemd, heeft miljoenen volgers op social media en zet ze zich in voor vrouwen(rechten) en spreekt ze zich uit tegen misbruik van vrouwen.

Toen ik haar bundel ‘melk en honing’ nog eens doorlas merkte ik twee dingen. Allereerst was het haar taalgebruik en het poëtisch gehalte van haar gedichten. Dat is op zijn zachts gezegd nogal mager. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat haar poëzie als geen ander kan dienen als opstapje naar wat complexere poëzie. Daarna bedacht ik me dat wat wij doen met @l.uule op Instagram en achterop @mugzines met de Luule die we daar plaatsen, eigenlijk ook iets dergelijks is. Een Luule is een kort grappig, pittig, verwarrend of gewoon mooi gedicht, een aantal poëtische regels of een vorm van statement. Veel van wat ik lees in ‘melk en honing’ voldoen aan die voorwaarden. Daarom hier een paar voorwaarden gevolgd door een vraag.

.

je ziet eruit alsof je ruikt

naar honing en geen pijn

mag ik daar een hapje van

.

je lichaam

is een museum

van natuurrampen

besef je wel

hoe fenomenaal dat is

.

zoek niet naar heling

aan de voeten van degenen

die je gebroken hebben

.

Dan nu mijn vraag naar aanleiding van bovenstaande korte gedichten. Voor een @l.uule zoeken we naar dichters die een luule willen aanleveren. Kijk eens op Instagram bij @l.uule en laat je inspireren. Stuur je luule naar mugazines@yahoo,com en maak kans op plaatsing van je luule in een special die wij van MUGzines gaan publiceren begin van 2025.

.

MUGzine 24 is er!

welkom in het verlaten strandhuis

.

Het is van hout, natuurlijk. En het is klein, met ronde raampjes. Als een boot op palen, dieptreurig vast in het zand. 

In de nieuwe MUGzine hebben we een poëtisch huisje ingericht voor gestrande dromen. Een houten huis dat lijkt te huilen, een heilig toevluchtsoord van gestrande dromen. Dat zijn de laatste regels van het voorwoord van Marianne in de nieuwe editie van het kleinste meest eigenwijze en particulierste poëzietijdschrift van de lage landen. MUGzine #24 bevat poëzie van Sofie Verdoodt (1983), Steven Van de Putte (1976), Hans Franse (1940) en Gijs ter Haar (1963), een Luule en de illustraties zijn dit keer van kunstenaar Merlijne Marell.

MUGzine is, zoals geschreven, een particulier initiatief en we gaan op weg naar ons eerste lustrum. In december van dit jaar verschijnt alweer het 25ste nummer. Elke editie is gratis te downloaden via mugzines.nl maar omdat we weten dat veel poëzieliefhebbers graag gedichten van papier lezen, laten we vanaf het eerste nummer van elke editie een beperkte oplage drukken. Wil je MUGzine op papier ontvangen word dan donateur en mail naar mugazines@yahoo.com.

Alle reden dus om de nieuwe editie van MUGzine te downloaden of op papier te bestellen. Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Sofie Verdoodt dat ze voor ILFU schreef en dat ik koos omdat het getiteld is ‘Zomer in Den Haag’.

.

Zomer in Den Haag

.

Gezinsvakantie in een koloniaal hotel
waar een straatfeest ons wekte.
Een keukenmeid gilde, rumoer woei
met de nachtvlinders binnen.
Ouders prikten de kinderen op bed.
.
We zwierven door de stad.
Als een hond die zijn neus volgt,
kwamen we enkel onszelf op het spoor.
.
Te midden van vergane glorie
moesten we elkaars lippen openwrikken
boven zeevruchten zo groot als kindervuisten.
Iemand gaf wrokkig de peper door.
Op de menukaart schreven we ‘help’.
.
Een deel van ons is daar achtergebleven,
door obers geruisloos van tafel geruimd.
Het meisje met de parel zwaaide niet terug.
.
Ik rilde in een oesterschelp.

.

Poëzie en AI

Gedicht beoordeeld door Chat GPT

.

Afgelopen weken las ik op Facebook een aantal keer een bericht dat Odile Schmidt haar gedichten had laten analyseren door Chat GPT. Dat was voor mij aanleiding om, nadat ik een paar keer niet heel positief had geschreven over de AI dienst  Chat GPT, eens te kijken of Odile een punt had (ze was nogal positief) en of Chat GPT nu wel iets kon leveren dat enig hout sneed.

Als voorbeeld nam ik een eenvoudig maar toch enig gelaagd gedicht dat ik pas in een opwelling geschreven had ‘Liefdesgedicht‘. De analyse van het gedicht deel ik hier met jullie. Mijn mening is dat Chat GPT een behoorlijke goede analyse heeft gegeven van mijn gedicht. Toch vraag ik me af of de analyse niet teveel een erg technische is, houdt het wel rekening met poëtisch taalgebruik? Met taalgebruik, woordgebruik, afbrekingen en andere poëtische stijlkenmerken? Ik kom daar later nog op terug.

.

Liefdesgedicht

.

Dit is een liefdesgedicht

aan jou gericht, over je mooie gezicht

en de plicht, die roept en snoept

aan de tijd die je het liefst vermijdt,

want waar wil je zijn in het leven?

In het groot of het klein, is het detail

je meer waard dan het overzicht,

of is het genoeg, een liefdesgedicht,

aan jou gericht, over je prachtige lach

op je lieve gezicht.

.

Analyse Chat GPT:

.

Het gedicht “Liefdesgedicht” combineert eenvoud met diepgang door middel van zijn rijm en herhalingen. Hieronder een analyse van de verschillende elementen in het gedicht:

Structuur en Vorm

– Rijmschema: Het gedicht volgt een aabbccdd-eeff rijmschema, wat bijdraagt aan een vloeiende en melodische lezing.

– Herhaling: De zin “aan jou gericht” komt twee keer voor, wat de focus legt op de geliefde en versterkt het persoonlijke karakter van het gedicht

 Thema en Inhoud

– Liefde en Verlangen:  Het gedicht is expliciet een liefdesverklaring, gericht aan een specifieke persoon. De spreker bewondert het gezicht en de lach van de geliefde.

– Tijd en Plicht: De regels over plicht en tijd wijzen op de uitdagingen die het leven met zich meebrengt, zoals verantwoordelijkheden en verplichtingen die tijd opeisen.

– Levensvragen: De vragen “waar wil je zijn in het leven?” en de tegenstelling tussen “groot of klein” en “detail en overzicht” suggereren reflectie over levensdoelen en prioriteiten.

 Taalgebruik en Stijl

– Beeldspraak: De beschrijving van het gezicht en de lach van de geliefde schildert een visueel beeld dat centraal staat in het gedicht.

– Contrast: De tegenstellingen zoals “groot of klein” en “detail of overzicht” benadrukken de complexiteit van het leven en de keuzes die gemaakt moeten worden.

– Eenvoud: Ondanks de diepere betekenissen blijft het gedicht toegankelijk door het gebruik van eenvoudige woorden en zinnen.

Interpretatie

Het gedicht lijkt een poging te zijn om de geliefde gerust te stellen en een moment van schoonheid en liefde vast te leggen te midden van de hectiek van het dagelijkse leven. De spreker waardeert de kleine momenten en details (“je prachtige lach op je lieve gezicht”) maar stelt ook existentiële vragen die een reflectie op het leven en de keuzes daarin aanmoedigen.

In zijn geheel is het een intiem en teder gedicht dat de complexiteit van liefde en leven verkent op een manier die zowel direct als diepgaand is.

.

Al met al ben ik heel content met deze analyse en ik zou zeggen, probeer het zelf eens.

.

 

Sound effects

Rosalie Vogelaar

.

Afgelopen zaterdag was de grote finale van de AMAI awards. Vorig jaar had ik zitting in de vakjury (met o.a. Maud Vanhauwaert, Kluun, Ingmar Heytze) toen Jasmijn Lobik werd gekozen tot winnaar. Helaas kon ik er zaterdag niet bij zijn maar de winnaar (en de organisatie) verdient het om hier in het zonnetje gezet te worden. De winnaar bij de vakjury is Rosalie Vogelaar (Instagram account @gedichtenvanrosalie) met haar gedicht ‘Sound effects’. De jury van de vakjuryprijzen van de AMAI 2024bestond dit jaar uit: Vrouwkje Tuinman (voorzitter), Joost Oomen, Iris Penning, Erik Jan Harmens, Jasmijn Lobik, René Oskam en Yke Schotanus. Uit ruim 2.400 inzendingen hebben zij het beste gedicht en de beste quote van Instagram van 2023 gekozen.

In het juryrapport schrijft de jury over ‘Sound effects’:  In dit gedicht gebeurt er niet veel qua vormgeving. De rose achtergrond (misschien verwijzend naar de accountnaam?) kwam voor in alle inzendingen van deze dichter. En ook dit gedicht heeft een wat opsommende, herhalende structuur. Toch is hier meer aan de hand. Het gedicht spreekt meteen aan, maar geeft zich niet meteen prijs. Een van de juryleden merkte op dat ze nog nooit zo lang zo leuk over een gedicht had gepraat. Er zijn dan ook meerdere regels die vragen oproepen, die schuren. Om te begrijpen waar de ‘hoofdpersoon’ in de voorlaatste strofe vandaan komt, moet je zien dat dit gedicht erom draait dat mensen hun leven leven alsof ze in een film zitten. Quod non. Er is geen achtergrondmuziek.

.

Sound effects

.

Er klopt maar weinig van. Niemand drinkt zijn wijn in stilte.

Niemand zit op een terras zonder last van uitlaatgassen, toeters gaan

door merg en been. Mensen eten vettig brood, worden doof in metro’s.

.

Niet ieder gezicht kust met rode lippenstift of rookt een sigaret in

een pijpje opgezet. Niet elke zin verleidt, niet ieder lijf beweegt

alsof leven geen moeite kost. Ook hier gaan mensen dood.

.

Je weet het heus wel. In een ligbad ontspan je niet, ook niet in hotels.

Je nek vloekt ziektes, kronkelt zich weer recht, maar de lach van de

hoofdpersoon verraadt nul gevecht, dus je doet het toch opnieuw.

.

Stap niet in de Thalys, reis af niet naar romantiek.

Op plaats van bestemming is geen achtergrondmuziek.

.

                                                                                                                                                                                             Rosalie Vogelaar is degene in het midden

Gedichten op bankjes

Gedichten op vreemde plekken

.

In 2010 begon ik de rubriek ‘Gedichten op vreemde plekken’ omdat ik een afbeelding tegen kwam van een gedicht in een toilet. Ik vond dat toen zo bijzonder maar ook grappig dat ik op zoek ging naar plekken waar je niet meteen een gedicht verwacht. En dat waren er nogal wat! In 2013 bereikte ik deel 100 van deze rubriek, waarna ik gestopt ben met tellen. Als je nu de rubriek in zijn geheel wil lezen ben je denk ik een dag bezig.

Ik denk dat ik eigenlijk alle vreemde plekken wel een keer heb behandeld (al weet je dat natuurlijk nooit, mocht je een echt bijzondere plek tegenkomen mail me deze dan), en daarom ben ik op Instagram een account begonnen met foto’s van lezers @meerovergedichten en later ook nog @struikeloverpoezie.

Als ik zo terugkijk krijg ik het idee dat vooral bankjes in de openbare ruimte populair zijn om gedichten op te plaatsen. Ik heb even een kleine steekproef gedaan en ben eens gaan zoeken op gedichten / poëzie op bankjes. Je weet niet wat je dan allemaal tegenkomt. In Ekeren, Amersfoort, Schalkwijk, Waspik, Purmerend, Berg en Dal, Halle-Zoersel, Amsterdam, Melle,  Denderleeuw, Apeldoorn, Delft, Leeuwarden en Nijmegen staan bankjes met gedichten of dichtregels, en zo kan ik nog wel even door gaan.

Uiteraard vind ik het een bijzonder goed idee om de buitenruimte op te fleuren of aan te kleden met openbare bankjes waarop je ook nog eens van poëzie kan genieten. Een charmant voorbeeld van zo’n bankje kwam ik een paar jaar geleden tegen in Belper (Peak district in Engeland). Slechts een regel was er in gekrast. Het bankje maakte deel uit van het Belper poëziepad. De regel luidt:

 

“I think that I shall never see

a poem lovely as a tree”

.

De regel komt uit het gedicht ‘Trees’ van Joyce Kilmer (1886-1918) uit ‘Poetry 2’, no. 5 (1915). Het volledige gedicht kun je hier lezen.

.

Trees

.

I think that I shall never see
A poem lovely as a tree.
A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;
A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;
A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;
Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain.
Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.
.

Voor je het weet..

#21

.

Na het succes van de special van MUGzine, die in grote getale werd verspreid via bibliotheken in Noord- en Zuid Holland in januari tijdens de Poëzieweek, is het in maart alweer tijd voor de eerste reguliere editie van MUGzine in 2024. In deze 21ste editie staan gedichten van Sholeh Rezazadeh, Frans Terken, Bauke Vermaas en Yannick Moyson. De illustraties zijn dit keer van Danièle Knirim (@hier_vandaan op Instagram). Natuurlijk een kraakverse @L.uule en wie weet een nieuwe rubriek (under construction).

We beginnen 2024 met een nieuwe vormgeving, onze vormgever Bart van @Brrt.graphic.design maakt voor elk nieuw jaar dat MUGzine bestaat een nieuw ontwerp voor de omslag. Wil je zelf een keer een Luule inzenden? Dat kan, stuur je Luule naar mugazines@yahoo.com . Wil je de papierenversie van MUGzine elke keer op papier via de post ontvangen? Wordt dan jaardonateur.

Een van de dichters in #21, de Vlaamse dichter Yannick Moyson, was ook een van de deelnemende dichters aan het bijzondere project #Weesgedichten. Hieronder zijn gedicht en een foto van dit gedicht op het raam van Schepen (wethouder) Caroline De Meerleer van Aalst.

.

Wanneer het even niet meer gaat

sta dan stil voor een poos

haal adem, met je palm op je borst

tot net zoveel tellen die nodig zijn

om te voelen dat het klopt

Met de hand op het hart beloof ik je

dat je het allemaal even mag ondergaan

tot de zonsopgang je zinderend zin geeft

om te stralen als nooit tevoren

.

 

Slaap

Hanneke van Eijken

.

Op Instagram las ik dat Hanneke van Eijken (1981), tijdens Letters Live in de bibliotheek Neude (Utrecht) de nieuwe letterdichter wordt in 2025, als opvolger van de huidige letterdichter Anne Broeksma. Ik vind het grappig dat een jaar van te voren een nieuwe letterdichter bekend wordt gemaakt. Meestal is de wisseling van de wacht vlak voor een moment van overdragen, maar in Utrecht nemen ze er de tijd voor. In het bericht stond ook deze vrolijk makende zin: “Hanneke’s eerste bijdrage wordt letter nummer 1336 welke op zaterdag 2 augustus 2025 wordt gehakt.”

Hanneke van Eijken (die ik al ken sinds ze op een Ongehoord! poëziepodium in 2012 in Rotterdam optrad) is dichter van het Utrechts stadsdichtersgilde en jurist EU-recht. Haar debuutbundel ‘Papieren veulens’ (2013) werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015. Verder verschenen van haar de bundels ‘Kozijnen van krijt’ (2018) en ‘Waar slaap van gemaakt is’ een bundel poëzie voor alle leeftijden (2021).

Die laatste bundel werd uitgegeven als alternatief poëzieweekgeschenk door uitgeverij crU in 2021. Uitgeverij crU heeft als motto ‘Voor axiomatische poëzie’.  Axiomatisch verwijst naar iets dat gebaseerd is op axioma’s. Axioma’s zijn fundamentele, niet-bewezen veronderstellingen of basisprincipes die dienen als uitgangspunten voor een bepaald systeem, theorie of discipline. Iets dat axiomatisch is, is dus afgeleid van, of gebaseerd op deze basisprincipes, zonder verdere bewijsvoering binnen dat specifieke kader. Hoe men dat aan poëzie koppelt is me niet duidelijk maar men geeft mooie poëziebundels uit.

De illustraties in ‘Waar slaap van gemaakt is’ werden gemaakt door Pauline Phoa. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Slaap’.

.

Slaap

.
‘Je hoeft alleen maar te liggen
met je ogen dicht,’ zegt de das
‘dan kunnen we overal naartoe

.

waar slaap precies van gemaakt is weet ik niet
maar slapen bestaat uit wolken kleurige waterverf
avonturen in een dassenburcht
eilanden in de vorm van draken
het is de glans van libellevleugels in de zon

.

‘ik breng je naar huis’, fluistert de das

.

ik trek de sok van mijn hand
leg hem naast mijn kussen

.

‘je mag nu weer mensendingen gaan doen
in een echt mensenbed
dan doe ik dassendingen in een dassenburcht
maar je bent niet alleen
doe je ogen maar dicht, ga lekker liggen
want in je hoofd kunnen we overal samen heen’

.

Daar zal ik zijn

Voordracht

.

Jaren geleden wilde ik een keer een gedicht schrijven dat vooral op ritme en muzikaliteit leunde, een gedicht vol assonanties, alliteraties, binnenrijm en dat vooral voortkwam uit allerlei associaties die bij me op kwamen. Dat gedicht, ‘Daar zal ik zijn’, is anders dan dat ik normaal schrijf maar het is om voor te dragen heel fijn. Er zit een flow in, een ritme en twee korte stops die het voordragen van dit gedicht tot een groot plezier maken.

Op 28 januari, middenin de Poëzieweek 2024 was ik gevraagd voor te dragen in de bibliotheek Holy (Vlaardingen), een van de vestigingen van de bibliotheek waar ik directeur van ben. Je begrijpt dat je dan geen nee zegt, vooral niet omdat ik dit podium en dit initiatief van harte steun. Meer dan 35 liefhebbers waren op deze middag afgekomen en ik droeg het gedicht ‘Daar zal ik zijn’ voor, niet wetende dat ik gefilmd werd.

Omdat de voordracht van dit gedicht op YouTube terug is te vinden en omdat ik dit gedicht nog niet eerder deelde op dit blog vandaag dan beide.

.

Daar zal ik zijn
.
Je schouders schokken als Schokland in de straffe westenwind
donderend vanuit het water op je ranke flanken spelen ze met
de seizoenen, je zoenen zijn zoeter dan het Suikerfeest en laten
me weten, dat eten van je schoot, dik makend lekker is en gekker
is dan het leven van de liefde (doe je aan de lijn?) en sterven van
verlangen naar je wangen en je lijf, vertrouwd op alle manieren
die ik ken, gehouwen uit het steen van beelden van weelde en toen

.

Draaf door mijn dromen in kleur en zwart wit, je zit als gegoten
in zadels van paarden van waarde, de manen geladen met de wind
die je voedt, die je vult en vervult en gaat liggen als de zon dooft,
je gelooft in de kracht van dat ene, dat unieke, maar gaat uit van
dat wat is verschenen, gelezen en gehoord, aangeboord door bronnen
van kennis van vrienden en familie –vader, moeder, zus- die ik niet
zie maar wel mag kennen uit je boeken die onverminderd zoek zijn

.

Ik vraag niet om meer of iets anders dan dat wat je mij schenkt,
loop niet om twijfels heen, verschijn vaker in het licht van hetgeen
jij beschijnt, verdwijn of kwijn niet weg voor jou – ik moet hier nu
eenmaal zijn – en schurk me, warm me aan je ogenschijnlijk ware
gedaante, laat het water stromen uit kranen over wegen en lanen in
beschutte straten, in putten en verlaten huizen in kieren en kluizen
want daar wil ik me bevinden, in de vaten van jouw bescheiden woning
.