Categorie archief: Uit mijn boekenkast

Dichtersomnibus, 12e Bloemlezing

Ida G.M. Gerhardt

.

In de jaren 60 van de vorige eeuw gaf Esso elk jaar een bloemlezing uit onder de titel Dichtersomnibus (ik schreef al eerder over deel 9) en gaf dit als nieuwjaarsgeschenk weg aan haar medewerkers (vermoed ik). Ik heb 6 exemplaren in mijn boekenkast en vandaag uit de 12e bloemlezing uit 1966 een gedicht van Ida G.M. Gerhardt. De gedichten in deze bloemlezing verschenen in het jaar 1964 en dit gedicht werd in het literaire tijdschrift Maatstaf gepubliceerd.

.

In de bergen

.

Achter de barre wand vandaan

verschijnt, een steengrauw stalactiet,

de ram. Hij daalt naar zijn gebied.

Haast raakt de vacht de voeten aan.

.

Oeroud, gelijkt hij een profeet:

Elia, in zijn vacht gekleed,

uit Tisbe over de Jordaan.

.

Asketisch, tot de strijd gereed.

.

Een die niet wijkt voor het geweld

maar nadert en de horens velt.

.

12e

Ida_Gerhardt_uitg.Kontrast

De kleine Pieterse

Jan J. Pieterse

.

Soms kom ik ineens een boekje of bundel tegen die ik bijna vergeten was. Zo ook vandaag. Het betreft hier het kleine bundeltje ‘De kleine Pieterse, een krijgertje’ van Jan J. Pieterse. De titel klopt wel want volgens mij heb ik dit bundeltje ooit eens ergens cadeau gekregen. Dit bundeltje is uitgegeven door Novella in 1998 en bevat ‘miniatuurtjes en kindergedichten voor volwassenen’ zoals op de achterflap staat te lezen. Ik zou de gedichtjes in dit bundeltje rangschikken onder de noemer light verse. Jan J. Pieterse is theaterjournalist voor het Haarlems Dagblad (in 1998 toch) en podiumpresentator van de Cabarestafette.

Dit bundeltje moeten we zien als een opstapje naar zijn bundels voor volwassenen. Wie weet. Uit dit aardige bundeltje een paar gedichtjes.

.

De pupil:

.

Natuurlijk hebben jullie

niks tegen mij.

Dat weet ik wel.

Maar waarom moet ik

altijd de elftalfoto nemen?

.

Ook tijdens het spel.

.

De zoon:

.

Als kind moest ik

altijd huilen als

mijn vader wegging.

.

Van mijn moeder.

.

De maatschappelijk werker:

.

‘Je vader is een motherfucker,

jongen, je hebt gelijk.

En gelukkig maar!

Veel ouders doen het namelijk

nóóit meer met elkaar’.

.

pieterse 2

Pieterse

Het huis woont in mij

Peter Swanborn

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Het huis woont in mij’ van Peter Swanborn. Swanborn is dichter, schrijft liedteksten, is literair medewerker van de Volkskrant en redacteur van Tortuca. Tortuca is een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst dat sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgegeven. Ieder nummer van Tortuca bevat een afgewogen compositie van verhalen, gedichten, tekeningen, foto’s en schilderijen. (meer info op http://tortuca.com/).

Een aantal gedichten uit deze bundel verscheen eerder in Het liegende konijn, Liter, Poëziekrant Tirade en Tortuca. De bundel bevat 31 gedichten in 3 hoofdstukken en werd uitgegeven door uitgeverij Podium in 2013. Uit deze bundel het gedicht ‘Avond op het balkon’ uit hoofdstuk 3 ; Geen mens te zien.

.

Avond op het balkon

.

Op de daken wacht een bed van vuur. De wind veegt

door de binnentuin.Ik stap over de reling, laat me vallen

als word ik gedragen, via de vijver, een moment verloren

in een muggenzwerm, dan langs achtergevels steil omhoog

naar vlammen die gretig over de rand slaan. Mijn arm strekt,

mijn hand grijpt, als het hoofd, bezweet, om orde roept en ik

met een schok in mijn oude vorm tot stilstand kom.

.

het huis

Swanborn

Tortucas-02

Meten & wegen

Anne Vegter

.

In het op een na laatste jaar van haar Dichterschap des Vaderland (2013-2016) aandacht voor Anne Vegter. Uit mijn boekenkast trek ik de (zeer recent verkregen) bundel ‘Eiland  berg  gletsjer’ uit 2013. In deze bundel met pikante tekeningen ( ze doen me denken aan de erotische tekeningen uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik met Alja Spaan publiceerde, van Pierre Struys) 12 gedichten en 2 langere gedichten (Eiland berg gletsjer en Dochter van).

Uit de reeks gedichten het gedicht ‘Meten & weten’.

.

Meten & weten

.

Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.

De schotels in de lucht houden, probeer ik.

,

Ik doe natuurlijk maar wat.

Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

.

Iemand zei genen van belangstelling

woekeren/denkers willen verspilling!

.

Het kost niet per se tijd maar het hoofd

(denken aan de liggende jaren, een tegen-

.

stelling noemen van verlangen) puilt uit.

Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.

.

vegter

 

eiland

Lijstenboek

10 dichters en hoe ze aan de kost kwamen

.

Behalve inmiddels twee meters aan dichtbundels bevat mijn boekenkast ook een zeer vermakelijk boek: Lijstenboek, het onmisbare handboek van merkwaardige informatie. Nu ben ik al mijn hele leven gek op weetjes en rare feiten maar in dit boek staat een hoofdstuk dat me erg aanstaat. Tien dichters en hoe ze aan de kost kwamen. Een overzicht:

.

William Blake (1757-1827) maakte gravures voor boekhandelaren, hij werkte als illustrator en tekenleraar. Hij kreeg echter zelden opdrachten en leefde in armoede.

Robert Burns (1759 – 1796) was op zijn 15e boerenknecht en werd uiteindelijk belastinginspecteur.

Allen Ginsberg (1921 – 1997) werkte als bordenwasser en marktonderzoeker.

John Keats (1795 – 1821) werd opgeleid voor chirurg en apotheker en ging werken als chirurgijnsassistent. Hij overleed aan tuberculose.

Pablo Neruda (1904 – 1973) was consul in Ceylon, Nederlands-Indië, Argentinië en Spanje. Terug in Chili werd hij gekozen in de senaat voor de communistische partij.

Piet Paaltjens (1835 – 1894) was dominee.

Ilja Pfeijfer (1968) deed een opleiding als tuinkabouter en heeft in die hoedanigheid jarenlang in een particuliere tuin gestaan bij de oude molen in Leiden (!).

De Schoolmeester ( 1808 – 1858) was kostschoolmeester in Engeland.

Jan Jacob Slauerhoff (1898 – 1936) was scheepsarts.

Walt Whitman (1819 – 1892) was drukkersknecht en redacteur maar ook timmerman en kantoorklerk voor Indiaanse zaken.

.

Er wordt ook nog een eervolle vermelding gegeven voor Arthur Rimbaud (1845 – 1891). Hij nam in Harderwijk dienst als soldaat bij het KNIL en ging naar Nederlands -Indië, deserteerde en kwam terug naar rankrijk, vond werk bij een circus, ging naar Cyprus als stenensjouwer en werd uiteindelijk in Ethiopië eigenaar van een handelspost waar hij handelde in koffie, ivoor, wapens en misschien ook slaven.

.

Om toch te eindigen met een gedicht, iets van Allen Ginsberg.

.

A desolation

.

Now mind is clear
as a cloudless sky.
Time then to make a
home in wilderness.
What have I done but
wander with my eyes
in the trees? So I
will build: wife,
family, and seek
for neighbors.Or I
perish of lonesomeness
or want of food or
lightning or the bear
(must tame the hart
and wear the bear) .And maybe make an image
of my wandering, a little
image—shrine by the
roadside to signify
to traveler that I live
here in the wilderness
awake and at home.

 

ginsberg

 

 

 

 

FAVORIETEN

 

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Nonsensgedichten

Nico Scheepmaker

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:

 

Short rap

De grootste motherfucker

is toch altijd nog je vader.

.

Of deze van Cees Buddingh

.

Zeer vrij naar het chinees

de zon komt op. de zon gaat onder.

langzaam telt de oude boer zijn kloten.

.

Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.

.

Wereldkampioen

.

Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld

en iedereen zich daarbij dood verveelt

is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,

al is het een gedachte die nooit went.

.

Wij willen het niet weten, want zo’n sport

komt niet alleen in speelduur al te kort,

maar kampt ook met een uitgedund publiek

dat clublid is dan wel familieziek.

.

Alleen als onze meisjes moeten knokken

– in overigens verrassend korte rokken-

voor ’t wereldkampioenschap met de mof,

is het publiek nog wel bereid te komen

om even bij die meisjes weg te dromen,

al nemen zij de bal nooit op hun slof!

.

oranje-dames-hockey

Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.

.

Driewieler

geen vier

en geen twee-

daartussenin

.

driewieler

 

 

Als je groot bent

Het moest maar eens gaan sneeuwen

.

Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!

Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.

.

Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?

 

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

.

Tjitske-Jansen-2012

 

sneeuwen

Het glimpen van de welkwiek

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter en graecus of kenner van de Griekse taal. Dat laatste laat hij graag zien in de bundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Voor iemand die geen kenner van de Griekse taal is betekent dat dat veel van de poëzie moeilijk te begrijpen is in deze bundel. Toch staan er in deze bundel ook gedichten die zeer goed te lezen zijn met alleen kennis van de Nederlandse taal. Zoals ook het gedicht ‘Spiegelgracht’.

.

Spiegelgracht

.

dan was jij gelukkig en ik was de hangmat

van de brug weerspiegeld

in de gracht

want dat zei je is het lekkerste

plekje om in te liggen

.

ging jij in mij lekker rimpelend liggen

en je golfde door mij heen als rimpeling

van golven zacht als jouw golvende handen

dan was ik zo zacht met jou in mij overbrugd

niet meer mijn zelfde eigen spiegeling

.

6929351

Kerkhof

Jean Pierre Rawie

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Geleende tijd’ van Jean Pierre Rawie, uitgegeven in 2000 door uitgeverij Bert Bakker. En omdat ik een fascinatie heb voor kerkhoven het toepasselijke gedicht ‘Kerkhof’.

.

Kerkhof

.

Het hek hangt scheef in het scharnier.

De struiken groeien door het schroot.

Het stilstaand water in de sloot

symboliseert de doodsrivier.

.

Wat dreef ons om te zien wat hier

van zoveel leven overschoot?

Er liggen bleke wortels bloot

onder een weggezakt plankier.

.

Wij gaan tussen de graven door,

zonder te vragen naar de zin

van wat als vraag zijn zin verloor.

.

Er is geen eind en geen begin.

Wat is geweest ligt op ons voor,

wat komt loopt langzaam op ons in.

.

kerkhof

 

geleende tijd