Categorie archief: Vakantie poëzie

Dag 4

Monique Wilmer-Leegwater

.

Uit de bundel ‘Wisselplaats’ uit 2023 van Monique Wilmer-Leegwater (1966) nam ik het gedicht ‘Wende’.

.

Wende

.

Kijk, in deze termendraf

deze kermenvloed, dit berkenboet

.

wanselt het dorp ekerharten tot bloedens toe

draagt velkerkronen naar hutten en kerken

drinkt aspensap uit blauwe kelken

tot sterrenmasten, maanbedrog.

.

Het schijn sel uiteindelijk bleek, dek ik

de wende onder mos en blad, kus het

donselig wamseltje, tussen grens

van dauw en damp, het stil geworden

drachtelijn, dag poppedein, dag.

.

 

Dag 3

Adriaan Morriën

.

Vandaag een voorjaarsvakantiegedicht van dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912 – 2002) getiteld ‘Opa’. Ik nam het gedicht uit het bundeltje ‘twintigste Nacht van de Poëzie’ uit 2000.

.

Opa

.

Als je al oud bent

wees het dan ook maar goed!

.

Je wist allang dat het afloopt;

nog niet in de wieg, of de box,

maar wel vroeg: toen je tante stierf

en je opa, die toch veel ouder was,

nog leefde, met een wandelstok.

Hij ging later dood.

.

’t Was niet zo erg, zei je moeder:

hij is toch heel oud geworden.

.

Dag 2

Joan Brossa

.

Van de Catalaanse dichter, toneelschrijver, beeldend kunstenaar en grafisch vormgever Joan Brossa (1919-1998) verscheen in De Tweede Ronde, jaargang 29 uit 2008 het gedicht ‘Nederlaag’ (‘Derrota’) in een vertaling van Helena Overkleeft en Peter Verstegen.

.

Nederlaag

.

Het roer
geeft richting aan het schip.
De berg is het puin van
een land op zijn kop; de gebouwen
liggen onder en hun fundering
steekt er bovenuit.
        In het puin
rust een begraven volk. Als je aandachtig
luistert komt er
vanbinnen uit de berg
een diepe en
gesmoorde stem die
vraagt, altijd maar
vraagt.
.
.

Voorjaarsvakantiegedichten

Deel 1

.

Omdat ik dit jaar een wat langere voorjaarsvakantie neem, in plaats van een zomervakantie, zal ik de komende weken elke dag een vakantiegedicht plaatsen. Dat wil zeggen een gedicht, de bundel waaruit ik het gedicht nam, de naam van de dichter en het jaar van uitgave. Daarnaast zal op een aantal dagen van mijn vakantie een blogbericht op dit blog verschijnen van gastblogger en mede MUGzinemaker Marianne Hermans van Poetry Affairs.

Ik begin deze voorjaarsvakantiegedichten met het gedicht ‘Herinnering’ van schrijver en dichter Roel Houwink (1899-1987). Het gedicht komt uit de bundel ‘Witte velden’ uit 1935.

.

Herinnering

.

Vader, wij hebben nooit gesproken

over het leven met elkaar,

gij had het uwe, ik het mijne

en beide wisten wij, ’t is zwaar

te leven met een weerloos hart…

Zo hadden bêi we ons toegesloten

en gingen zwijgend naast elkaar:

ik heb den weg niet kunnen vinden,

al lag uw hand steeds voor de mijne klaar.

En nu gij heen gegaan zijt naar dat vreemde

en voor geen levende bereikbaar land,

nu breekt mijn vuist een hunkrend open

en zoekt vergeefs uw trouwe hand.

.

Hoe de zon

Dag 22: K. Michel

.

Uit de bundel ‘Weer en wind’ 100 gedichten en 100 gezichten uit 2019 komt het gedicht ‘Hoe de zon’ (voor Willem den Ouden) van K. Michel (1958).

.

Hoe de zon

(Voor Willem den Ouden)

.

Een lijn is een breedteloze lengte
zei de oude Griek
.
Wolken zijn laaghangend fruit
noteerde een nu vergeten meteoroloog
.
Bij sterkte golving weerkaatst water
een mengkleur, observeerde professor Minnaert
.
Het is een feit dat de schaduwen
net zo goed als de lichtende partijen
kleuren kunnen zijn, beweerde Ruskin
.
En de schilder zwijgt en ziet
hoe de zon door de wolken breekt
en het licht als een zeilsteen even ketst
op de vleugels van een meeuw
.
klein en verloren in het overvolle vlak
boven de uiterwaarden van de Waal
.
En zijn hand legt geestdriftig
dat moment vast voor zolang het
de lijnen lukt niet te vervagen

.

La Cathédrale Notre-Dame

Dag 21: Inge Boulonois

.

In 2019 stond de Cathédrale Notre-Dame in de brand. Dit jaar waren de Olympische Spelen in Parijs en nadert de restauratie van deze kathedraal zijn einde. Inge Boulonois (1945) schreef er in 2019 het gedicht ‘La Cathédrale Notre-Dame’ over.

.

La Cathédrale Notre-Dame

.

Donkere rookwolken,
vuurspuwend pronkjuweel.
Deze horreur brengt ons
flink van de wijs.

.
Ook bij de huidige
ondiepgelovigheid
slaat die een wond
in het hart van Parijs –

.

Aan de reiziger

Dag 20: Lévi Weemoedt

.

Uiteraard mag enige light verse ook niet ontbreken in de vakantie. En dan kom je al snel terecht bij de meester van de tragikomische treurigheid en pessimisme Lévi Weemoedt (1948). Uit de bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2014 komt het gedicht ‘Aan de reiziger’ over Drenthe waar Weemoedt al jarenlang woont.

.

Aan de reiziger 

.

Het streekvervoer in Drenthe

is kortgezegd aldus:

indien er al

iets langskomt

is het een collectebus

.

Zomerochtend

Dag 19: Jos van Hest

.

Uit ‘Dichter’ gedichten voor kinderen van 6 tot 106 met als thema De wijde wereld en de tijd van elastiek (reizen en vakantie), uit 2021, nam ik het gedicht ‘Zomerochtend’ van dichter Jos van Hest (1946).

.

Zomerochtend

.

Bomen vangen

het eerste licht

de lege weg ligt klaar

we kunnen overal heen

maar we zijn al overal

.

Brug

Dag 18: Steven Van de Putte

.

Van de schrijver van het boek Iedereen stadsdichter Steven Van de Putte (1976), een stadsgedicht ‘Brug’ dat hij schreef als stadsdichter van Deinze.

.

Brug (Opening Buurtpunt ‘Onder ’t perron’, Landegem)

(voor Mieke De Visscher, schilderes, fervente reiziger)

Eerst zwijgt zij nog, haar rugzak vol reizen, legt
zij haar oor aan het raam. Dendert Oostende al?

.
Zo wacht zij mij in, zoekt een vrij spoor
in mijn ogen, schuift letters tot het witte
gewicht van haar woorden, legt vingers
als wissels op de wonden van het dorp:

.
bloed als geroot vlaswater naar te vroege zee.
Een sabel voor altijd in oevers gebeiteld.

.
Tussen kust en kanaal rijdt de rollercoaster
het landschap open. De ontsporing nabij
oververft zij de vallei in felle kleuren. Met
populieren als penselen plukt zij het geluk

.
uit wolkenvelden. Zal zij straks met de oogst
van haar ogen nieuwe bruggen bouwen?

.

Bestemming

Dag 17: Joost Zwagerman

.

Uit de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ uit 2001 van dichter Joost Zwagerman (1963-2015) nam ik het gedicht ‘Bestemming’.

.

Bestemming

.

Een groep nonnen had een boer bekeerd.

Ik liep door landerijen en wist niet van bekering.

De boer zag mij aan en gaf mij proviand.

Hij verwees mij naar de nonnen. Uurtje lopen.

Ik kwam aan. Ik ging het klooster in.

Daar ben ik dan, zei ik, en ben er nog.

.

Het leven is hier lang niet slecht. Men kent mij niet,

ik heb vriendinnen, men is hier mijn gelijke.

Ik lees een boek, bekeer een boer, doe mijn plicht

en heb een eigen kamer. ’s Nachts leg ik het hoofd

in de schoot. Ik ben de bijslaap van mijn dromen.

.