Toen god besloot

E.E. Cummings

.

Ik struinde wat rond op het internet en kwam op de bijzonder aardige website van Ed van Dun (1952). Deze website (gedel.nl) is vernoemt naar een Limburgs werpnet waarmee men in rivieren of binnenwaters vist. Op deze website is de poëzie van van Dun te lezen, poëzie uit de 10 dichtbundels die hij tussen 1980 en 2022 heeft gepubliceerd.  Maar er staan ook vele vertalingen op van gedichten van dichters als Paul Celan, Rainer Maria Rilke, Vasko Popa, Rumi etc.

Een andere dichter die Ed vertaald heeft is één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings. Van hem heeft hij onder andere het gedicht ‘when god decided to invent’ vertaald. Het gedicht komt uit ‘Selected Poems 1923-1958’ van Cummings.

.

toen god besloot te verzinnen
alles ademde hij een
teug groter dan een circustent
en zo vond alles zijn begin

.

toen de mens besloot te vernietigen
zichzelf onttrok hij het waren
aan zullen en vond slechts waarom
dus flikkerde hij het in omdat

*

when god decided to invent
everything he took one
breath bigger than a circustent
and everything began

.

when man determined to destroy
himself he picked the was
of shall and finding only why
smashed it into because

.

Dichters op reis

Internationale Vereniging voor Neerlandistiek

.

Op zoek naar een gedicht kwam ik bij toeval op de website van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Op deze website is een pagina getiteld ‘ Dichters op reis’ waarop te lezen is hoe het buitenland dichters uit Nederland en Vlaanderen inspireert. Op de website kun je een kaart aanklikken van de wereld waar in allerlei landen ballonnetjes geplaatst zijn. Elk ballonnetje klikt een gedicht open. Hiermee is een breed palet aan reispoëzie te lezen.

Deze reispoëzie bestaat uit gedichten die geschreven zijn naar aanleiding van, of tijdens een bezoek aan een stad, een land of een regio over de grens. En zo staan hier gedichten die verwijzen naar kunstenaars of schrijvers die ontmoet zijn tijdens een reis, gedichten die reflecteren op monumenten of bepaalde historische gebeurtenissen in het buitenland. De kaart bevat een mix van bekende en minder bekende namen.

Het grootste deel van de gedichten op deze wereldkaart kaart komt uit de online poëziecollectie Archives van Poetry International en uit de jaarboeken van het Poetry International Festival. Als visuele uiting deed me het geheel aan Straatpoëzie denken.

Naast dat de gedichten te lezen zijn, kun je er ook verschillende beluisteren. Ik klikte willekeurig een gedicht open in Lissabon van Arjen Duinker, getiteld ‘ Waar dan ook’  een toepasselijke titel lijkt me.

.

.

In een café waar dan ook
Zeg ik dingen in mezelf
Om de verte te ontkennen.
Ik bewonder de kale stoel
En het tafeltje dat als lokaas dient.

.
In een café in Lissabon
Vraag ik unieke hakken
Om het gemis te ontkennen.
Ik drink het geluid van de passen
Die naderen in een huid van vanille.

.

Geloof in de liefde

Jan van Nijlen

.

Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen (1884-1965) was een Vlaams dichter en essayist. Van Nijlen is alom bekend geworden door de zin ‘Bestijg den trein nooit zonder Uw valies met droomen, dan vindt g’in elke stad behoorlijk onderkomen…’ uit het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ dat voor het eerst in de bundel ‘Geheimschrift’ (1934) verscheen.

Dit gedicht werd in 2011 aangebracht in het treinstation Antwerpen Centraal. De eerste regels luiden:

Bericht aan de reizigers
Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Van Nijlen werkte als bediende in een boekhandel en journalist. Daarna werd hij vertaler bij het ministerie van Justitie. Hij had meerdere literaire relaties in Nederland: Jacques Bloem, Du Perron, Jan Greshoff en Dubois. Jan van Nijlen correspondeerde met de Zuid-Afrikaanse dichter Elisabeth Eybers die hij eind de jaren 1950 leerde kennen.

In ‘ Verzamelde gedichten 1904-1948’  uit 1948 staat het gedicht ‘ Geloof’  dat veel meer gaat over de liefde dan over het geloof.

.

Geloof

.

Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde

Voor mij, die nooit één waarheid heb ontdekt;

Ik zal van U niet scheiden als deze aarde

Mijn pover lichaam dekt.

.

Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren

Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,

En waar er twee elkander toebehoren

Is zelfs de dood geen vlucht.

.

Dit straatje

Idwer de la Parra

.

In 2016 debuteerde Idwer de la Parra (1977) met de  bundel ‘Grond’ waar hij meteen twee prijzen voor ontving; de Poëziedebuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs.  Hij publiceerde in Revisor en won in 2015 de Vondel CS-poëzieprijs met zijn gedicht ‘Kom terug’. Hij studeerde aan de kunstacademie en aan de toneelschool en is werkzaam als kruidenteler en tuinman. In 2023 wordt zijn nieuwe bundel verwacht getiteld ‘Vlerk’.

In het laatste nummer van de Poëziekrant is het gedicht ‘Dit straatje’ opgenomen en dat wil ik hier graag met jullie delen.

.

Dit straatje

.

Een kromme, een met leien in luwtes bemoste,

met soms een wanhopig verdomme dat verder

.

dan spouwloze muren draagt, de wind wordt

tot buigen bewogen, de zangklok door meeuwen

.

bevangen, de schemer gejaagd, een aan het licht

komen krakken, verzonken kasseien en

.

stoepranden uit hun verband geraakt – de enige

pijler, de zadelpen, roest, het laatste principe,

.

de liefde, verwoest – maar ach, wat ik al eerder al

zag, op de resten zal vast wel iets groeien.

.

Hij wrijft hun neuzen door het leed…

Ed Leeflang

.

In de bundel ‘Op Pennewips plek’ van Ed Leeflang uit 1982 lees ik het gedicht ‘Hij wrijft hun neuzen door het leed …’ en meteen doet de tekst mij aan het hier en nu denken.  In dit bundeltje worden een groot aantal situaties op school empathisch en met fijn gekozen woorden belicht. Opvallend vind ik dat de situatie waarin we ons nu bevinden helemaal niet zo veel verschilt van de situatie begin jaren ’80. Ook toen was er het milieu, de natuur, oorlog waar we mee werden geconfronteerd.

Ed Leeflang beschrijft in ‘Hij wrijft hun neuzen door het leed…’ hoe een leerkracht, tegen beter weten in soms, leerlingen probeert bij te brengen hoe het leven er in het echt uitziet. Vooral de laatste twee zinnen vind ik van een grote schoonheid.

Ed Leeflang (1929-2008) was vrijwel zijn hele leven docent Nederlands in Amsterdam, Leiden, Den Haag en Zierikzee. Hij debuteerde op latere leeftijd (50) in 1979 als dichter met de poëziebundel ‘De Hazen’ waarvoor hij de Jan Campertprijs in 1980 ontving. Vanwege zijn realistische schrijfwijze en een melancholisch verlangen naar verloren zuiverheid wordt zijn poëzie in de literaire kritiek wel aangeduid als romantisch realisme of neoromantiek.

.

Hij wrijft hun neuzen door het leed…

.

Hij wrijft hun neuzen door het leed

als om ze zindelijk te maken; zeehonden,

kerncentrales, besmette schelvis die je eet,

legers waaraan we meebetalen.

Ze worden nu al moe van het volwassen

en het bewuste mondig zijn, ontzien hun

goeroe wel, maar thuis kijken ze

naar alles wat het scherm te bieden heeft

aan rechts, verrots en zondig zijn.

Wie tot het heil veroordeeld is

komt pas op adem in de hel.

.

De Titaan

Literaire krant

 

Enige tijd geleden was ik in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek tussen afspraken in, en dan mag ik altijd graag even een stop maken bij de kast met literaire- en poëzietijdschriften. Ze hebben daar een ruim aanbod (alleen MUGzine ontbreekt nog maar daar wordt aan gewerkt) en die keer lag daar een krant met de naam ‘De Titaan’. Ik kende de krant niet dus was eigenlijk meteen al nieuwsgierig. In januari 2014 verscheen het eerste nummer van literair tijdschrift De Titaan. De Titaan is een krant van twaalf pagina’s vol literatuur en was initiatief van de Tilburgse schrijver Martijn Neggers.

Het was een initiatief want het nummer dat ik las was het laatste nummer dat was verschenen. Boven der namen van de redactieleden stond ‘Na vier jaargangen houdt de Titaan op te bestaan. En ook de website titaan.nu bleek al uit de lucht. Wat ik erg leuk vond waren, behalve de verkoopleus: ”s Lands literairste visverpakking’, de vele gedichten die in de krant waren opgenomen.

De Titaan had een aantal vaste rubrieken. Op de voorpagina van ieder nummer stond een ZKV (zeer kort verhaal), in ieder nummer stond een essay over een schrijver die niemand meer kent en in elke editie stond een paginagrote cartoon. Ook introduceerde De Titaan in 2015 een nieuw genre: de zelfrecensie. In die rubriek recenseerde een beroemde schrijver zijn/haar eigen boek.

De redactie bestond (ten tijde van het laatste nummer winter 2017/2018) uit Anneroos Goosen (1987), Andrew Cartwright (1966), Lukas Meijsen (1986), Martijn Neggers (1987) en Bart Smout (1983).  De laatste versie van De Titaan, editie 15/16 was gevuld met ‘The greatest hits’. Toch jammer dat deze krant niet meer bestaat. Uit de laatste editie komt het gedicht ‘Als je hard duwt past alles’ van Roos Vlogman (uit #5).

.

Als je hard duwt past alles

.

Seks is niets anders dan het verschuiven van huid,

vlees dat zachtjes uitdijt.

We zijn te ver uitgedijd, denk ik.

.

Ik lig al minutenlang te proberen in elkaar te passen

en jij ligt daar op mij, te proberen je in mij te passen.

Als we doorzetten, komen we er wel.

.

Ik moet denken aan de jongen met de glutenallergie.

Bij een kijkoperatie werd er een slangetje met een camera in zijn keel geduwd.

Hij had het zich anders voorgesteld.

.

Van de haptonoom moet ik alles opschrijven wat goed gaat.

In gedachten schrijf ik: ik ben naakt en dat is goed zo.

.

Ik stap uit bed en zie mijn tenen.

De nagels zijn in halve maantjes geknipt.

,

Copla

Hendrik de Vries

.

De Copla is een kort, uit één strofe bestaand, vaak ondeugend gedicht. De colpa’s worden onderverdeeld in cuartetas (of kwarten) die uit vier regels bestaan van elk acht lettergrepen, en seguidillas (strepen), eveneens vierregelig, doch afwisselend van zeven en vijf lettergrepen. De meeste copla’s kunnen gezongen worden en vele ervan zijn reeds zeer oud. Sinds de middeleeuwen is de copla de geliefde vorm waarin Spanjaarden uitdrukking geven aan hun gevoelens van liefde, haat, heimwee, verlangen en smart.

De onderstaande copla is uit het Spaans vertaald door Hendrik de Vries. De Vries vertaalde verschillende copla’s in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Later schreef hij ze ook zelf, de tweede copla is van zijn hand. Hendrik de Vries (1896 – 1989) was schilder en dichter. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag werd door de gemeente Groningen de Hendrik de Vriesprijs ingesteld. De Vries ontving voor zijn werk ook de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs, de Jan Campertprijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn hele oeuvre.

.

 

Ach, hoe heerlijk zijn de vrouwen,

Ach, hoe zoet is ’t suikergoed;

Ja, een vrouw met suiker,

Moet wel zoeter zijn dan zoet.

.

Ook wanneer ik tusschen de bloemen

Op een baar in de kerk was gelegen —

Als iemand je naam zou noemen

Zou ik zeker het hoofd bewegen.

.

Wat het hart wil

Lucas Hirsch

.

Afgelopen week zat ik in een overleg toen mij gevraagd werd of ik Lucas Hirsch kende. De vraag bleek van zijn zus te komen. Ik gaf als antwoord dat ik hem als dichter ken en, na even snel gekeken te hebben, dat ik al eens over hem schreef in een blog over PuzzlingPoetry dat hij in 2016 ontwikkelde in samenwerking met Studio Louter.

Maar Lucas Hirsch doet veel meer blijkt. Lucas Hirsch (Hilversum 1975) publiceerde bij Uitgeverij De Arbeiderspers sinds 2006 vier dichtbundels. Tevens treedt hij regelmatig op en is hij te zien op podia in binnen- en buitenland. Ook organiseerde de dichter de laatste jaren een groot aantal festivals en avonden. Zo reisde hij in 2012 met een groep dichters door de Verenigde Staten. Hirsch staat ook regelmatig voor de klas om over zijn dichterschap en poëzie te praten.

Naast al deze activiteiten schrijft hij aan een roman (begreep ik van zijn zus) en is hij actief bij Raadgedicht. Hij publiceerde gedichten in De Revisor, Het Liegend Konijn, Tirade en DWB en werk van hem verscheen in bloemlezingen zoals in ‘De dikke Pfeijffer’. Hij heeft inmiddels 5 dichtbundels gepubliceerd; ‘Familie gebiedt’ (2006), ‘Tastzin’ (2009), ‘Dolhuis’ (2012), ‘Ontsla me van alles wat ik liefheb’ (2015) en ‘Wu wei eet een ei’ (2020).

Uit die laatste bundel komt het gedicht ‘Wat het hart wil’ waarin de tijdgeest in de taal heel herkenbaar is.

.

Wat het hart wil

.

Hoe mezelf te verhouden tot een wereld
waarin ik nullen en enen aanbiddend
nooit de tijd aan de stand van de zon heb leren lezen
een digitale Icarus in mij verwek
Ik tart een zwerk vol error, een digitale god
Ik uit mijn zorgen met een app, de data liegen niet
en met een crash and burn in het verschiet googel ik de kans
dat regen redding brengt, een val gebroken kan
Het breekpunt van getallen
Hoe becijfer ik mijn zijn?
Hart keer lijf gedeeld door bits en bytes?
Sociale media min eenzaamheid in het likeskwadraat?
Ik sterf het aantal doden dat ik bij elkaar kan gamen
dood realiteit, heb spijt
Bedenk dat zwaartekracht nooit faalt, bedacht als god
almachtig is voor hen die zich vertillen
aan de naaktheid van mijn hart
Het slaat een bloeddoorlopen
Driekwartsmaat

.

Rumi

Het huis van mijn hart

.

De Perzische dichter Rumi (1207-1273) of zoals zijn volledige naam luidt Jalāl al-Dīn Muḥammad Rūmī, is nog steeds populair onder veel liefhebbers, wat voor een dichter die 800 jaar geleden leefde bijzonder is. Het werk van Rumi staat nog steeds in de belangstelling en wordt ook nog met regelmaat opnieuw uitgegeven.  Rumi is één van de belangrijkste vertolkers van mystiek getinte poëzie. Zij gedichten gaan in het algemeen uit van alledaagse dingen en spreken misschien daardoor wel, nog steeds veel mensen aan.

Rumi richtte de Soefi-orde van de Mevledi derwishes op. De leerweg die door deze mystieke traditie wordt aangereikt kenmerkt zich door een groot respect voor de waarde van elk afzonderlijk individu, cultuur, religie en volk. Rumi’s invloed overstijgt nationale grenzen en etnische verdeeldheid: Iraniërs , Tadzjieken , Turken , Grieken , Pashtuns , andere Centraal-Aziatische moslims ( en niet-moslims) , evenals vele liefhebbers van het Indiase subcontinent hebben zijn spirituele erfenis de afgelopen zeven eeuwen enorm gewaardeerd. Aan het eind van de vorige eeuw kreeg het werk van Rumi opnieuw bekendheid door onder andere de vertalingen van Coleman Barks.

Zijn poëzie heeft invloed gehad op vele dichters na hem en zijn invloed is nog steeds groot. Zo is Rumi zelfs beschreven als de meest populaire en best verkopende dichter in de Verenigde Staten. Zijn werk vormt ook de basis van veel klassieke Iraanse en Afghaanse muziek.

In de serie ‘Kleine Klassieken’ verscheen onder redactie en in vertaling van W. van der Zwan, de (kleine) bundel ‘Rumi gedichten’. Uit dit bundeltje nam ik het gedicht ‘Het huis van mijn hart’.

.

Het huis van mijn hart

.

Hoe kan het bestaan,

dat Liefde,

te groot voor mijn hemelboog,

zomaar past in mijn hart?

.

Plots kwam je binnen

in het huis van mijn hart

en deed de deur op slot.

Ik ben het glas van de olielamp,

het licht in het licht in het licht.

.

Mijn lichaam is als een

zwangere zwarte,

mijn hart de blanke zuig’ling

die ze draagt.

|Kamfer is een deel van mij,

muskus een ander deel.

.

Jij bent het die mij het hart ontnam,

al doe ik of het elders vinden kan.

Ik strek mijn handen uit

naar wat ik niet kan zien,

maar ik ben niet blind.

.

Koning Salomo leende zijn oor

aan de klacht van de mier.

Ook jij bent Salomo.

.

En ik?

Misschien de kleine mier.

.

 

MUG #14 is uit!

Metamorfosen

.

Het leukste, kleinste maar meest eigenzinnige poëziemagazine van de lage landen publiceert haar 14e editie met als richting ‘Metamorfosen’. In editie 14 kun je gedichten lezen van Monica Boschman, Hein van der Schoot en de Vlaamse dichter Steven Van Der Heyden van wie in februari 2023 een nieuwe bundel ‘Filigraan’ verschijnt bij uitgeverij P.

Het artwork wordt dit keer verzorgd door tattookunstenaar Sophie van der Waard (swaard_ op Instagram). Met een voorwoord van Marie-Anne en een nieuwe Luule, dit keer van onze grafisch vormgever Bart.

De nieuwe MUGzine is natuurlijk gratis digitaal te lezen op de website maar steeds meer liefhebbers kiezen ervoor MUGzine ook op papier te ontvangen en worden donateur. Vanaf € 20,- ontvang je een jaar lang elke MUGzine op papier thuis. Dat is ruim 80 pagina’s poëzie van bekende dichters en aanstormende talenten plus het werk van kunstenaars uit verschillende disciplines.

Om Steven Van Der Heyden alvast een extra steuntje in de rug te geven hier het gedicht van zijn hand getiteld ‘Karkasgroei’ (staat niet in de MUGzine).

.

Karkasgroei

.

Amper schoongelikt door de moedertong

raak ik gescheiden op zoek naar groei in

het grensgebied tussen geboorte en slacht

.

De beslotenheid van plastic wanden

houdt me op mijn plaats, geen weide-uitloop

maar een cel van slechte smaak

.

Opgefokt met kunstmelk kan ik me geen houding geven

de vlekken als eilanden op mijn vacht

verdwaalde puzzelstukken op zoek naar een geheel

.

Hier word ik vlees aan de haak

.