Site-archief

Over en over

Ellen Warmond

.

Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.

Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde  in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.

Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.

.

Over en over

.

Taal toespitsen

tot huidloze speling

net nog tastbaar

.

tederheid meegedeeld

middels één ooghaar

.

dit is mijn bedoeling

bijna bewijsbaar.

.

Reina_Prinsen_Geerligs_Prijs_voor_Remco_Campert_en_Ellen_Warmond_(1953)

persoonsbewijs

Bananenverdriet

Arjan Witte

.

Arjan Witte (1961)  is dichter, schrijver en muzikant. Hij publiceerde naast meerdere romans een biografie van Oswald Spengler (Aspekt, 2008). Hij was met Ezra de Haan en Tommy Wieringa  oprichter van het tijdschrift ‘Vrijstaat Austerlitz’ (1997-1999). Met Wieringa en een aantal muzikanten vormde hij het poëzie- en muziekgezelschap ‘Het Donskoj Ensemble’. Daarnaast was hij toetsenist bij Spinvis. (bron http://www.nederlandsepoezie.org)

Bundels van Arjan Witte zijn ‘Kikkerbloed’ uit 1998 en ‘Amfibieën’ uit 2013. Deze laatste bundel is gratis te downloaden via: http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2013/witte_amfibieen.pdf

In zijn poëzie is er veel te genieten; binnenrijm, alliteraties, eindrijm, beginrijm, associaties en een rijke beeldtaal.

Uit de bundel ‘Kikkerbloed’ het gedicht ‘Bananenverdriet’.

.

Bananenverdriet

.

De taal onderschept

een woord vol gevoel –

je zal je moeder bedoelen.

.

Delf, delf, de taal onderschept zichzelf vanzelf

.

Spreken, schrijven, dichten, zuchten

in een hoog, bont, hol gewelf

purperen pracht, bevrozen luchten

in diepe schachten schicht de elf.

.

Delf brutaal, de taal onderschept zichzelf.

.

De taal, litaan, banale banaan

kaal handvat met een schil eraan

alsmaar groeiend bij elke hap.

.

Delf, delf, de taal onderschept

de spatel, behept met zelf,

helften van woorden

bekoort mijn oren niet

verstoort mijn orde niet.

.

arjan

kikkerbloed

 

 

Niet als een vogel

Nachoem M. Wijnberg

.

Als je de C.V. van de dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg (1961) leest valt op dat we hier te maken hebben met een typisch geval van Alfa én Beta in één persoon. Hij studeerde rechten en economie en hij was hoogleraar industriële economie en organisatie aan de universiteit van Groningen.

Zijn debuut als dichter was in 1989 met de bundel ‘De simulatie van de schepping’ waarna inmiddels nog 14 bundels volgde. Voor zijn werk kreeg hij de Jan Campertprijs ( voor ‘Eerst dit dan dat’), de Ida Gerhardt Poëzieprijs (voor ‘Liedjes’), de Herman Gorterprijs (voor ‘Geschenken’), de Paul Snoek-prijs (voor ‘Vogels’)  en de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.

De kracht van zijn poëzie ligt vooral in het gegeven dat hij met weinig middelen een groot effect weet te bereiken, zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Niet als een vogel’ uit ‘Vogels’ uit 2001.

.

Niet als een vogel

.

In vrouwen zijn

kleinere vrouwen,

soms grotere vrouwen

en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

.

De mannen

laten zien aan wie niet kan

door te doen alsof zij bijna niet kunnen:

tussen schaduwen stil zitten.

.

Zij laten zien aan wie kan vliegen

niet als een vogel

maar als een vogel die uit een vogel

gehaald wordt en weer teruggezet.

.

vogels

 

Ik, schaduw

Simon Vinkenoog

.

Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”.  Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.

In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.

.

Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.

.

Ik, schaduw

.

Een ander ben ik,

gestoken in mijn kleren,

die met mijn naam wordt aangesproken.

.

Hij woont in hetzelfde huis als ik,

wij slapen met dezelfde vrouw

en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.

.

’s Morgens wordt hij in mij wakker,

staat met mij op, wast zich en scheert mij,

wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.

.

Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,

uit mijn mond komen ook zijn woorden.

Soms overvalt hij hersenschuddend mij

en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.

.

Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.

Wat ik niet zeggen wil

schreeuwt hij voluit van de daken.

.

Ik weet niet meer wie ik ben,

ik weet niet waar hij mij zal leiden,

maar als ik niet meer leef

neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.

.

SV

Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)

Lili Marleen

Gerrit Krol

.

Gerrit Krol (1934 – 2013) was schrijver,dichter en essayist met een groot oeuvre van meer dan 50 romans, dichtbundels en novelles. Hij kreeg voor zijn werk verschillende literaire prijzen en hij bekleedde een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1961 debuteerde hij met gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Weekblad en in 1962 verscheen zijn roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker’.

Vanuit zijn bèta achtergrond (hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur) ontwikkelde Krol een heel eigen schrijfstijl. Hoewel hij niet veel poëziebundels publiceerde wordt zijn werk als dichter erg gewaardeerd.

Uit: ‘Het komt allemaal goed’ uit 2005 het gedicht ‘Lili Marleen’.

.

Lili Marleen

.

Het zijn de vrouwen die de mannen baren.

.

Of: hoe men de geslachten onderscheiden kan.

.

Op een stoel zit hij, wijdbeens,

maar niet lang, een

toegeworpen appel brengt

zijn benen bij elkaar – vangt

de vrouw door haar benen te spreiden

in haar rok, die wijdheid is haar gegeven.

.

De pantalon staat strak

gespannen van speld tot speld.

Dat kledingstuk is werkelijk om te zoenen.

.

Maar wie weet wat er gebeurt, in het algemeen?

.

De appel bewaard in haar schoot

is geen appel, maar

een blik soldaten,

die marcheren, een blik soldaten,

die zingen van die Laterne,

zingen van Lili Marleen.

.

Gerrit-Krol-522x391

 

lili marleen

 

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

C.O. Jellema

.

Cornelis Onno Jellema (1936 – 2003) was dichter, literatuurcriticus en essayist. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in De Gids maar zijn werk kreeg niet veel aandacht. Dat veranderde in 1981 toen de bundel ‘De schaar van het vergeten’ werd gepubliceerd. In zijn vroege werk zocht Jellema naar een relatie tussen de verteller in het gedicht, en de wereld buiten die verteller. Later speelt de tijd een belangrijke rol. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen voelen en denken, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn kenmerkend door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Zo ook in het gedicht ‘Kon je maar beiden zijn, in wisseling…’ uit de bundel ‘Ongeroepen’ uit 1991.

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling

van lied en echo, voorgaand en geleid,

voorstelling van hoorbare werkelijkheid

die, in haar klank voorbij, herinnering,

.

zich nestelt in het oor van ieder ding

en ’t is Eurydice die zich bevrijdt

met oogopslag, gestalte blijkt – de tijd

de wederkeer nu van een beweging

.

wier richting, strevend derwaarts, tegenstroom

ontketent in atomen van bestaan:

er rest in ’t goedgesprokene dat nooit

.

verdelgbaar residu – noem het jouw droom:

’t voorziet in niets en wil toch verder gaan.

Gestold geruis wordt water als het dooit.

.

c-o-jellema-istanbul-1998

 

Bijna om niets

Ellen Warmond

.

Vandaag een gedicht van de dichter Ellen Warmond (1930 – 2011). Ellen Warmond publiceerde vele dichtbundels en zij werkte samen met anderen mee aan de serie ‘Schrijvers Prentenboek’ van het Letterkundig Museum. Voor haar werk ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de Jan Campertprijs (1961) en de Anna Bijns Prijs (1987).

In haar overwegend sombere poëzie, met een ingetogen taalgebruik vol personificaties, is ook plaats voor afstandelijkheid en ironie.

Centraal staat de existentialistische confrontatie met de tijd, die bij de mens gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst veroorzaakt. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is.

Ook in het volgende gedicht over de liefde herken je deze kenmerken. Uit: ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.

.

Bijna om niets

.

Al mijn woorden heb ik al opgedeeld

tussen jij en jou en jouw

meer kan ik niet doen

.

ik leg mijn handen op

het hakblok van je argwaan

.

ik roep de vogels aan

om bijval

.

de wind houdt zich afzijdig

maar goedmoedige wolken zeggen

dat het verdriet voorbij is.

.

Uitreiking Reina Prinsen Geerligs Prijs in aula van de Universiteit van Amsterdam aan beide winnaars, Remco Campert en Ellen Warmond, door P.J. Prinsen Geerligs *24 november 1953

Uitreiking Reina Prinsen Geerligs Prijs in aula van de Universiteit van Amsterdam aan beide winnaars, Remco Campert en Ellen Warmond, door P.J. Prinsen Geerligs
*24 november 1953

Billen

Nachoem M. Wijnberg

.

Nachoem M. (Mesoelam) Wijnberg (1961) is dichter en schrijver. In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘De simulatie van de schepping’. Daarna publiceerde hij nog 15 dichtbundels en 2 romans. In 2004 ontving hij voor de bundel ‘Eerst dit dan dat’ de Jan Campertprijs, in 2008 de Ida Gerhardtpoëzieprijs voor ‘Liedjes’ en in 2009 de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.

Uit: ‘Langzaam en zacht’ uit 1993 het liefdesgedicht ‘Billen’.

.

Billen

.

Billen naar achteren, lopend of zittend,

billen omhoog, liggend.

Ik verloor bijna een arm.

Je zegt niets voordat je beweegt.

.

Je onderlichaam naast mij

als los van de rest

van je navel tot het midden van je dijen,

en mijn vingers om een van je billen.

.

Totdat je je over mij heen legt

en je hals en schouders en borsten opheft

en tegen mij fluistert dat je niet moe bent,

alleen zwaar.

.

 

Billen 2

 

Gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghen

.

Op de nationale gedichtendag in januari heeft de provincie Vlaams-Brabant eens flink uitgepakt. Op deze dag hing men een spandoek van liefst 50 meter op het Provincieplein in Pamel met daarop een gedicht van de 95-jarige dichter Hubert van Herreweghen.

De gedeputeerde voor Cultuur Tom Dehaene zei hierover: “Ook wij doen mee met deze hoogdag van de poëzie, en we doen dat met een gedicht van Hubert van Herreweghen op een spandoek van 50 meter’. “We zien het als een eerbetoon aan deze grote Vlaams-Brabantse dichter, afkomstig uit Pamel, die op 16 februari 95 jaar wordt. De tekst is één van de mooiste gedichten over een gedicht.”

De tekst gaat als volgt: ‘Alles, alles is gedicht, waar we slapen, staan en lopen, even gaat de toestand open om wat brood en wijn te kopen, dan wordt alles weer gedicht.’

In 1943 debuteerde van Herreweghen met de dichtbundel ‘Het jaar der gedachten’ maar werd meer bekend
door zijn bundels Gedichten II (1958) en Gedichten III (1961).
De ondergrond van zijn poëzie is telkens herinneringen uit de kindertijd, alledaagse ervaringen, de nauwkeurige observatie van de natuur en de relatie tussen man en vrouw.

Van zijn hand het gedicht ‘Tranen’ uit ‘Gedichten 69’ uit 1969.

.

Tranen

De tranen die de moeders schreien
als noodlots onweer loeit,
daarvan groenen de weien
waarop hun nakroost stoeit.

Op dat gras, met zout gedrenkt,
grazen de beste schapen.
Meisjes en knapen,
gedenkt.

.

gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghe 101

Spoken word

Henry Rollins

.

Henry Rollins (1961, Washington D.C.) kende ik vooral van zijn geniale single uit 1994 ‘Liar’ wat eigenlijk geen echte (muziek) single was maar meer een cross over van muziek en spoken word. Maar Henry Rollins is naast muzikant vooral ook acteur, schrijver, dichter en allround artiest.

Zijn gedichten verraden veel van zijn ‘afkomst’ (scheiding ouders, verwaarlozing, mishandeling, boosheid) maar lijken altijd eerlijk en oprecht en zijn vaak ook heel gevoelig. Henry Rollins beschrijft zichzelf als iemand die door keihard te werken en gewoon te doen in plaats van te denken veel dingen bereikt heeft. Ook hierin speelt zijn pijnlijke jeugd een rol. Dit alles is terug te vinden in zijn songteksten zoals in het nummer “Do It” en in zijn “spoken word” sessies en interviews. Ook zet hij zich vaak in voor in zijn ogen belangrijke of goede doelen. Ook zijn afkeer van wapens, die in de V.S. in ieder huishouden aanwezig mogen zijn, en zijn kwaadheid destijds over de oorlog in Irak en president Bush, en de gelijkheid van mensen, zijn onderwerpen waar Rollins zich voor inzet. In zijn ‘spoken word’ optredens gaat hij vaak fel tekeer en neemt hij allerlei bands, maar ook bevolkingsgroepen en religie’s op de hak. Echter laat hij ook duidelijk blijken dat geweld of haat tegen anderen onnodig is, onder het mom van “laat iedereen in zijn waarde en wees blij dat je leeft”. Hierbij refereert hij vaak naar zijn ‘beste vriend’ Joe Cole die vermoord werd, vlak voor zijn ogen.

hieronder een voordracht van Henry en een gedicht van zijn hand.

.

So what happens to you when your dreams have been destroyed?
When you have chased cornered and ripped them limb from limb?
When you walk away to a desert inside yourself
I fell into the vacuum of my room
The darkness tortured me
Sucked the air through the cracks in the floor
Time scars my thoughts
I have thought about calling or writing one of you
Trying to reach out and touch one of you
I never get to it
I can’t get out of myself
I couldn’t find the right words to show you where I am
It used to be terrifying
Talking myself out of shooting myself in the head
Now it’s just conversation
The night brings the silence and lies
With which keep myself alive
I hold myself in fragile arms
I’m not strong
I’m a rat holding on one handed to the screen of the drain

.

Rollins

henry-rollins

meer over Henry Rollins’ poëzie op de  website: http://www.angelfire.com/ut/inorbit/rollp.html