Site-archief
O, dat ik ooit nog eens
J. Eijkelboom
.
De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart 2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter). Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.
.
Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.
.
O, dat ik ooit nog eens
O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.
Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.
0, klonk het nog eens ongehinderd.
.
Aas
Cees Nooteboom
.
Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.
Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”
Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.
.
Aas
Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.
De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.
Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare
vorm.
.
Voor jou
Hans Warren
.
In 1982 verscheen van Hans Warren de poëziebundel ‘Dit is werkelijk voor jou geschreven’. In die bundel staat het (bijna) titelgedicht ‘Voor jou’. In de week van de liefdesgedichten mag dit gedicht natuurlijk niet ontbreken.
.
Voor jou
.
Ben jij het die dit leest? Heb je net
je astrakan muts afgezet, en vallen nu
je zwarte krullen warm naar het papier?
Slaat het licht van deze bladzij
op in de goudspikkels van je ogen,
glimlach je gelukkig, nu je merkt
dat ik dit weet, en breng je ook
je donkere lippen zo dicht bij de woorden
dat het lijkt of je ze gaat kussen?
Leg je, toch even onzeker, je vinger
tussen de bladzijs, druk je het boek
tegen je borst, waar het ritselt
door het bonzen van je hart?
Ben je nòg mooier nu, kijk je door het raam?
Wees gerust: dit is werkelijk voor jou geschreven.
.
Bernardo Ashetu
(bijna) vergeten dichter
.
Bernardo Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) leefde van 1929 tot 1982 en was Surinaams dichter. Ashetu debuteert in 1962 in de reeks Antilliaanse Cahiers van de Bezige Bij met de bundel ‘Yanacuna’ met gedichten en prozagedichten. Zijn poëzie is in in die dagen afwijkend van de mainstream poëzie die vooral strijdbaar is. Ashetu schrijft gevoelige gedichten waarin hij fijnzinnig observeert hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien en er slecht droefenis overblijft voor alle ontheemden overal ter wereld.
Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.
In 1995, dertien jaar na zijn overlijden verschijnen er gedichten van zijn hand in tijdschriften als Bzzlletin, Poëziekrant, De Tweede ronde en Dietsche Warande. In 1995 worden gedichten van hem gepubliceerd in de Spiegel van de Surinaamse poëzie. In 2002 verscheen een bundeltje van hem in Paramaribo met als titel ‘Marcel en andere gedichten’ en in 2007 een keuze uit zijn werk (door Gerrit Komrij samengesteld) met de titel ‘Dat ik zong’. Ook in 2007 verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht ‘Indiaans’. In 2011 tenslotte verscheen bij IndeKnipscheer de bundel ‘Dat ik je liefheb’ samengesteld door Michiel van Kempen.
Uit ‘Yanacuna’ het gedicht ‘Baleh-baleh’.
.
Baleh-baleh
Och, dat ik rijk ware
dat ik water had
en land
en wolken,
dat ik rijk ware
en de macht had
om zon en duister,
bloed en adem
te zetten naar mijn wil –
Och, dat ik rijk ware
en het beter had
alleen maar om lang te rusten
om lang en zoet en lang
te rusten een baleh-baleh
met klamboe van rode zijde
.
Meer lezen over Bernardo Ashetu of zijn poëzie kun je op http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/ashetu-bernardo/page/7/
Ellen Deckwitz
Liedje
.
Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.
Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.
In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.
Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.
In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.
.
Liedje
.
Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,
.
je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit
.
mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is
.
Foto: Nadine Ancher
Miroslav Holub
De geboorte van Sisyphus
.
Van dichter Jana Beranová kreeg ik het boek ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ uitgegeven door de Bezige Bij in 2008.
Jana Beranova is verantwoordelijk voor de samenstelling en de vertaling van de gedichten en teksten in dit boek en ze schreef het nawoord. De Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998) behoort tot de grote dichters uit Oost en Midden-Europa van de tweede helft van de 20ste eeuw. Hij werd veelvuldig uitgenodigd voor festivals in Rotterdam, Londen en elders maar hij kon, vanwege het communistische regime, slechts een enkele keer onder valse voorwendselen het land uit. De poëzie van Holub is zowel absurdistisch als onbeschaamd lyrisch.
Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift ‘Kveten’ (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval door het Russische leger ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982.
Uit deze prachtige bundel het gedicht ‘Niet te koop’
.
Niet te koop
.
En wat kost
het brein van een bosmuis,
en wat kost
het sperma van een potvis?
.
Dwaze dagen
in voddenzaken met grote partijen
uitverkoop
van Turkmeense jeans
en Verzamelde Werken
op crêpepapier.
.
En wat kost een ziel?
.
En wat kost
een emmer bloed
met zo weinig amberserum,
zo weinig antistoffen
tegen rode Shylocks?
.
Wat hebben we gekost
nog voor we gekelderd zijn
naar waardeloos?
.
The Man from Snowy River
Films gebaseerd op gedichten
.
De film ‘The man from Snowy river’ uit 1982 is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de Australische Bushdichter Banjo Paterson uit 1890.
Dit gedicht dat een achtervolging te paard beschrijft werd als eerste gepubliceerd in The Bulletin, een nieuwsmagazine in Australië. In 1920 werd het gedicht al eens als uitgangspunt voor een stomme zwart/wit film gebruikt maar in 1982 won regisseur George Miller er prijzen mee op het Australian Film Institute en het Montréal World Film Festival en werd genomineerd voor een Golden Globe als beste buitenlandse film. In de film spelen Tom Burlinson, Kirk Douglas en Sigrid Thornton de hoofdrollen.
Het gedicht vertelt het verhaal van een achtervolging te paard op het veulen van een prijswinnend renpaard dat uit zijn paddock ontsnapt is. Het veulen leeft tussen de de brumbies (wilde paarden) van de bergketens. Als de wilde paarden afdalen van een schijnbaar onbegaanbaar steile helling, geeft men de achtervolging op. Met uitzondering van de jonge held, die de verschrikkelijke afdaling wel ingaat om het paard in de menigte te vangen.
.
Hieronder de eerste drie strofes van dit gedicht. Het hele gedicht is te lezen op: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Man_from_Snowy_River_(poem)
.
There was movement at the station, for the word had passed around
That the colt from old Regret had got away,
And had joined the wild bush horses – he was worth a thousand pound,
So all the cracks had gathered to the fray.
All the tried and noted riders from the stations near and far
Had mustered at the homestead overnight,
For the bushmen love hard riding where the wild bush horses are,
And the stockhorse snuffs the battle with delight.
.
There was Harrison, who made his pile when Pardon won the cup,
The old man with his hair as white as snow;
But few could ride beside him when his blood was fairly up –
He would go wherever horse and man could go.
And Clancy of the Overflow came down to lend a hand,
No better horseman ever held the reins;
For never horse could throw him while the saddle girths would stand,
He learnt to ride while droving on the plains.
.
And one was there, a stripling on a small and weedy beast,
He was something like a racehorse undersized,
With a touch of Timor pony – three parts thoroughbred at least –
And such as are by mountain horsemen prized.
He was hard and tough and wiry – just the sort that won’t say die –
There was courage in his quick impatient tread;
And he bore the badge of gameness in his bright and fiery eye,
And the proud and lofty carriage of his head.
.
Beeld van The man from snowy river in Corryong.
Nog altijd in verzet
Amelisweerd
.
Amelisweerd is van oorsprong een historisch landgoed waar reeën lopen. Met vennen en mooie loofbomen. In 1970 ontdekte Jaap Pontier, een Utrechtse planologiestudent, dat er een dikke streep op de kaart liep op de plek van het landgoed Amelisweerd nabij Utrecht. Dat was de rijksweg A27, die dwars door het bos zou worden aangelegd. Spoedig ontdekte hij dat het bos misschien al in 1971 zou worden gekapt. Met wat studievrienden en belangstellenden uit allerlei hoeken richtte hij de Werkgroep Amelisweerd op, die in maart 1971 een rapport publiceerde. De Werkgroep tekende daarin een alternatief dat door de rand van het bos zou gaan, en niet er dwars doorheen.
In september 1982, vond in het bos een veldslag plaats tussen actievoerders en met pantserwagens uitgeruste politie voorafgaand aan het kappen van de bomen. Dat de felle strijd was mogelijk door de opkomst van bestemmingsplanprocedures en inspraakmogelijkheden. Amelisweerd werd hiermee hét symbool van de strijd rond wegenaanleg in Nederland.
In april 2013 verzamelden zo’n 1000 mensen zich in het bos bij Amelisweerd om te protesteren tegen het plan van minister Schultz van Haegen om de snelweg (die er dus nu zo’n 30 jaar ligt) te verbreden naar twee keer zeven rijstroken. Daarvoor moet een strook bomen aan beide kanten van de weg worden gekapt.
De Vrienden van Amelisweerd en de actiegroep Kracht van Utrecht leggen zich nog niet neer bij de verbreding van de A27 bij Amelisweerd. Op hun website is ook ruimte voor creatief verzet tegen de verbreding van de A27. Op http://www.vriendenvanamelisweerd.nl lees je meer.
Hieronder een gedicht tegen het verder oprukkende asfalt van Ingrid van Tellingen.
.
Als bomen wijken.
.
Als bomen wijken
Voor kale wegen
Waar auto’s razen
Een kunstwerk neergezet
Om iets te maken wat er niet is.
.
Als bomen wijken rust verdwijnt
Vogels niet meer zingen
Eekhoorn, reëen, wilde zwijnen,
Teruggedrongen zijn.
.
Voor bomen wijken
Wil ik opduiken
Om te zien, te ruiken
Hoe het is, hoe het was
Zoals het altijd hoort te zijn.
.
Als bomen wijken
Bos verdwijnt
Onze heilige koe verschijnt
Ach die bomen kunnen wij missen
Zolang er zuurstof is in flessen.
.
The Nightmare Before Christmas
Films gebaseerd op poëzie: Deel 4
.
Tim Burton schreef in 1982, toen hij nog bij Walt Disney Animation Studio werkte, een drie pagina’s tellend gedicht genaamd The Nightmare Before Christmas. Hij liet zich hiervoor inspireren door de televisiespecials Rudolph the Red-Nosed Reindeer en How the Grinch stole Chrismas en het gedicht A visit from St. Nicholas. Na het succes van Burton’s stop-motion film Vincent in 1982, begon Disney plannen te maken om Burton’s gedicht om te zetten naar een korte film. Rick Heinrichs en Tim Burton maakten hierop een voorlopig script en bedachten al enkele personages.
De korte film kwam niet van de grond, maar in de loop der jaren bleef het idee voor de film wel hangen bij Burton. In 1990 ontdekte Burton dat Disney nog steeds de filmrechten op het verhaal had, en maakte plannen om in plaats van een korte film een speelfilm te produceren. Hij kreeg groen licht van Disney. De film kwam er in 1993 en werd bijna helemaal gemaakt met stop-motion, een filmtechniek waarmee speciale effecten in films kunnen worden gecreëerd.
Het gedicht waar Tim Burton zijn film op baseerde lees je hier: http://www.timburtoncollective.com/nmbcpoem.html
Hieronder het gedicht voorgedragen door Christopher Lee.
.


















