Site-archief
De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.
Octavio Paz
Dorp
.
Octavio Paz (1914 – 1998) was een Mexicaans schrijver, dichter en diplomaat. Hij geldt als een van de belangrijkste Spaanstalige schrijvers van de 20e eeuw en won in 1990 de Nobelprijs voor de Literatuur.
Paz heeft in zijn hele leven veel van zijn tijd met lezen doorbracht. Zijn vroege werken zijn met name beïnvloed door de Europese dichters Gerardo Diego, Juan Ramón Jiménez en misschien wel de bekendste Antonio Machado. Op zeventienjarige leeftijd publiceerde Paz zijn eerste gedicht, ‘Caballera’. Twee jaar later, op 19 jarige leeftijd, kwam zijn eerste bundel uit: ‘Luna Silvestre’. Paz ging naar de Universidad National in Mexico om Rechten en Literatuur te studeren.
Octavio Paz heeft vele literaire prijzen gewonnen waaronder de Grand Prix International de Poésie, België (1963), de Cervantes prijs (Nobelprijs voor Spaanstalige literatuur) in 1981 en de Neustadt Prize, de belangrijkste literaire prijs in de VS voor niet iuit de VS afkomstige schrijvers (2-jaarlijks) in 1983 en dus de Nobelprijs voor de literatuur.
Daarnaast ontving hij in 1994 het Grootkruis van het Franse Legion d’Honneur en in 1998 het Grootkruis van Isabel la Católica, Spanje. Tevens werden hem eredoctoraten toegekend aan 4 universiteiten.
In de vuistdikke bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International’ staan een aantal van zijn gedichten in het Spaans en in een Nederlandse vertaling van Laurens Vancrevel. Hier het gedicht ‘Pueblo’ of ‘Dorp’.
.
Pueblo
.
Las piedras son tiempo
El viento
Siglos de viento
Los árboles son tiempo
Las gentes son piedra
El viento
Vuelve sobre si mismo y se entierra
en el dia de piedra
No hay agua pero brillan los ojos
.
Dorp
.
De stenen zijn tijd
De wind
Eeuwen van wind
De bomen zijn tijd
De mensen zijn steen
de wind
Komt op zichzelf terug en begraaft zich
In de dag van steen
Water is er niet wel glinsteren de ogen
.
Wafwafwaf
Tom Lanoye
.
Tom Lanoye (1958) woont en werkt in België en Zuid Afrika. Hij schrijft poëzie, romans, columns, scenario’s en toneelteksten. Hij is een van de meest gelezen en gelauwerde auteurs van zijn taalgebied (Nederland en Vlaanderen). Zo werd zijn werk bekroond met onder andere Gouden Uilen (4 maal), Humo’s Gouden bladwijzer (2 maal) en kreeg hij de vijfjaarlijkse prijs voor podiumteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Bij velen bekend van zijn romans en toneelwerk schreef Lanoye ook meer dan 10 poëziebundels (vooral in het begin van zijn carrière).
Uit de bundel ‘Hanestaart’ een bijzonder gedicht wat je een aantal keer zorgvuldig moet lezen om een richting te krijgen van waar het gedicht over gaat, met als titel ‘Wafwafwaf’. Uit de recensie van Wijnand Steemers over de bundel Hanestaart:
“Sprankelende boekverzorging in bijna antroposofisch opgewekt kleurenpalet, een met ontblote doch behaarde borstkas poserende dichter op de achterflap. Ingrediënten van zijn dikwijls in wanhoop gedoopte thematiek: twijfel aan eigen schrijverschap (‘jezelf executeren’), homo-erotiek, jeugd, religie, tijd, in electrificerend idioom waarin het knettert van ‘mannentaal’ als ‘geil’, ‘kloten’, ‘hifi-toren’, ‘jeans’, ‘Quartz’, ‘digitale vrouw’, ‘syfilis’, en meer trendy taal uit de hedendaagse gruwelkamers. Edoch, verstaanbaar verwoord, met forse kwast, vaak eerder schrijnend dan balsemend, maar dat typeert meer recente poëzie”.
.
Waf waf waf
Leg de ketting klaar en hark mij tegen draad van
kokkelgeur, het ganzenei moet stuk voor stuk
gezwellen. Toe maar, bakkelei wat bokbederft, jij
stropop volle maan. Je lazerij nu pruimsteen en
dan vellen speelt geen rol, maar hou van mij.
Knip mijn oren, snij die staart. Dat kindschap
zweet in appeltaart vol hoedendoos en razernij?
En dat octaven biceps buitenspel erfdienstbaar
gaan, mits bloed gescheten foute formulieren
bij? Dat scheelt geen hol. Maar hou van mij.
Zing één voor één de nagels uit mijn poten,
hák. Geen jarretellen luxe geitebrij vol sap
ontstoken lippen meer, geen molleblinden eetgerei
of ellepijpen dood getij. Geen rollen
meer. Dan hou van hou van hou van mij.
.
Meneer Cogito
J. Bernlef
.
J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.
.
Meneer Cogito in Rotterdam
.
Zijn gelaatstrekken wijken
half op de achtergrond al
lijken zijn ronde ogen geloken
.
Meneer Cogito spreekt
over de puzzelstukken van zijn bestaan
door anderen gelegd
.
Tot een beeld dat hij
denkt te herkennen
op één stukje na
.
In de marmeren wand achter zijn rug
opent zich een deur
vol spiegelend licht
.
De vleugelloze engel zet
een zwarte stoel op het toneel
terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt
.
Aan draden worden rotsen neergelaten
ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij
net over het heldere oog van de kiezel begint
.
De engel wil dat hij gaat zitten
maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag
getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait
.
De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd
compleet met jaartallen en naam en daarachter
de stoel, uitnodigend zwart
.
Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd
al kijkend naar de stoel
wil hij ‘Icarus’ zeggen
.
Plompverloren valt hij de engel in de armen
dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder
vleugels
in een woordloze omhelzing verstrengeld.
.
The Nightmare Before Christmas
Films gebaseerd op poëzie: Deel 4
.
Tim Burton schreef in 1982, toen hij nog bij Walt Disney Animation Studio werkte, een drie pagina’s tellend gedicht genaamd The Nightmare Before Christmas. Hij liet zich hiervoor inspireren door de televisiespecials Rudolph the Red-Nosed Reindeer en How the Grinch stole Chrismas en het gedicht A visit from St. Nicholas. Na het succes van Burton’s stop-motion film Vincent in 1982, begon Disney plannen te maken om Burton’s gedicht om te zetten naar een korte film. Rick Heinrichs en Tim Burton maakten hierop een voorlopig script en bedachten al enkele personages.
De korte film kwam niet van de grond, maar in de loop der jaren bleef het idee voor de film wel hangen bij Burton. In 1990 ontdekte Burton dat Disney nog steeds de filmrechten op het verhaal had, en maakte plannen om in plaats van een korte film een speelfilm te produceren. Hij kreeg groen licht van Disney. De film kwam er in 1993 en werd bijna helemaal gemaakt met stop-motion, een filmtechniek waarmee speciale effecten in films kunnen worden gecreëerd.
Het gedicht waar Tim Burton zijn film op baseerde lees je hier: http://www.timburtoncollective.com/nmbcpoem.html
Hieronder het gedicht voorgedragen door Christopher Lee.
.
Havel en Hoop
Dichters in verzet
.
Václav Havel ( 1936 – 2011) zat als schrijver en dissident tussen 1970 en 1989 drie keer gevangen (in totaal 5 jaar). Havel was als schrijver in 1977 één van de grondleggers van Charta 77, een beweging die de Tsjecho-Slowaakse overheid wees op schendingen van mensenrechten. Na de fluwelen revolutie werd Havel tot president van Tsjecho-Slowakije (1990) en Tsjechië (1992) gekozen. In de periode tussen 1970 en 1989 schreef hij het onderstaande gedicht.
.
‘Hoop’
.
Diep in onszelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er geen hoop.
.
Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.
.
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
Een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.
.
Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
.
Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
Niet alleen omdat het kans van slagen heeft.
.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme,
evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
afgezien van de afloop,
het resultaat.
.

















