Site-archief

Peter Orlovsky

My bed is covered yellow

.

Peter Orlovsky (1933 – 2010) was een Amerikaans dichter. Hij was onderdeel van de Beat Generation en had een jarenlange relatie met collega-dichter Allen Ginsberg. Zijn werk verscheen in verschillende bladen en bloemlezingen.

Allen Ginsberg was ook de reden dat hij in 1957 begon met het schrijven van gedichten.  Het stel woonde destijds in Parijs. Hij reisde later naar en door Europa, Afrika en India en woonde in de jaren ’60 in de New Yorkse kunstenaarswijk Lower East Side. In de jaren ’70 betrok hij een boerderij in de staat New York. Vanaf 1974 was hij als docent poëzie verbonden aan de ‘Jack Kerouac School of Disembodied Poetics’ in Boulder (Colorado).

In 1957 schreef Orlovsky in Parijs het gedicht ‘My bed is covered yellow’.

.

My Bed is Covered Yellow

My bed is covered yellow – Oh Sun, I sit on you

Oh golden field I lay on you

Oh money I dream of you

More, More, cried the bed – talk to me more –

Oh bed that taked the weight of the world –

all the lost dreams laid on you

Oh bed that grows no hair, that cannot be fucked

or can be fucked

Oh bed crumbs of all ages spiled on you

Oh yellow bed march to the sun whear yr journey will be done

Oh 50 lbs. of bed that takes 400 more lbs-

how strong you are

Oh bed, only for man & not for animals

yellow bed when will the animals have equal rights?

Oh 4 legged bed off the floor forever built

Oh yellow bed all the news of the world

lay on you at one time or another
.
ORLOVSKY-obit-popup
                                                                                           Orlovsky en Ginsberg

Met dank aan Boppin.com

 

Glimp

F. Starik

.

Op de onvolprezen app van Muze (een app voor je telefoon of tablet waarop wekelijks een gedicht geplaatst wordt dat zowel gelezen als beluisterd kan worden) las ik deze week het gedicht ‘Glimp’ van F. Starik en ik moest meteen denken aan een gedicht van Charles Bukowski dat ik ooit plaatste op dit blog (2 maart 2010)  getiteld ‘Girl In A Miniskirt Reading The Bible Outside My Window’.

Hoewel beide gedichten over een andere situatie gaan hebben ze gemeen dat er, door een (oudere) man naar een meisje wordt gekeken zonder dat deze dat doorheeft. In beide gedichten schuilt een zekere melancholie en verlangen. In dit gedicht eindigt Starik echter met het feit dat alles, ook ‘de schoonheid van de jeugd, vergankelijk is terwijl Bukowski positiever eindigt (wat bevreemdend is) met de zinnen “she is dark, she is dark / she is reading about God. / I am God.”

.

Glimp

.

Voorjaar loeide aan.

In de trein naar huis zag ik,

tussenstation, op het perron

een meisje staan en noteerde van

achter mijn raam hoe, terwijl ze

bukte,

een bandje van haar hemdje van een

schouder

losschoot en een ondeelbaar ogenblik

uitzicht op haar blanke borsten bood.

O bloem der jeugd, o schande van

mijn steelse blik, ze bukte en zal

oud en lelijk worden

net als ik.

.

 

muze (1)

Koppig

Mustafa Stitou

.

Stitou (1974) werd geboren in Marokko en groeide op in Lelystad. Hij studeerde geschiedenis en filosofie. Dankzij Remco Campert stond hij in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar werd zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schreef hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei werd voorgedragen.

Hij won in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel ‘Varkensroze ansichten’ evenals de Jan Campert-prijs. Op het Gedichtenbal 2009 werd bekendgemaakt dat Stitou de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam werd als opvolger van Robert Anker. Dit was hij tot 18 mei 2010, F. Starik nam daarna het stokje over.

Uit ‘Mijn gedichten’ het gedicht ‘Koppig’ dat doet denken aan de neo-dadaïstische procedés die J. Bernlef en K. Schippers in ‘Barbarber’ in de jaren zestig al toepasten maar ook aan het werk van Vaandrager en Armando uit diezelfde periode.

.

Koppig

.

– En, wat zien we?

– Een konijn natuurlijk!

– Een konijn. En?

– En? Ik zie een konijn.

– En tegelijkertijd een…?

– Konijn zeg ik toch!

– Eend.

– Eend?

– Oren snavel zie je wel?

– Ik zie alleen een konijn.

– En een eend.

– Een konijn!

– Eend!

– Konijn

Konijn, konijn, konijn!

.

eendkonijn

Met dank aan Wikipedia

Nietsvermoedend

Dierentalen en andere gedichten

.

Rudy Kousbroek (1929 – 2010) was was dichter, journalist, vertaler en essayist (hij ontving in 1975 de P.C.Hooftprijs voor essayistiek). Samen met auteurs als Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus behoorde hij tot de groep der Vijftigers. Met Remco Campert gaf hij het tijdschrift ‘Braak’ uit. Kousbroek ontving voor zijn essayistisch werk vele prijzen maar zijn poëzie mag er ook zeker zijn.

Uit zijn bundel ‘Dierentalen en andere gedichten’ uit 2003 het gedicht ‘Nietsvermoedend’.

.

Nietsvermoedend

 

Daarnet passerde je het huis

Waar je later komt te wonen,

 

Waar je elke steen zult kennen

En elke kleur en elk geluid,

 

Waar je de bomen zult zien groeien

Door de ramen in de zomer,

 

Waar je je kinderen zult krijgen

En zult waken aan hun ziekbed;

 

Dat zal daar allemaal gebeuren,

Je fietste er langs en herkende het niet.

.

.

dierentalen

Ondertussen

Lieke Marsman

.

Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later  de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.

Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.

.

Ondertussen

.

Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken

hoe de rode straatstenen donker worden. eerst

door regen en nog eerder door de wolk

die daaraan vooraf over kwam drijven.

.

Dan zit ik er al een tijdje. Dan

begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes

van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in

en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren

van het tapijt de donkere kant op, daar

durf ik niet goed iets van te zeggen.

.

Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.

.

En ik kan kijken naar de lucht

alsof iemand erboven met een lepeltje

zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht

struift de regen naar beneden. Hier

is het voor altijd droog.

.

Dan kan ik denken:

er komen nog zoveel dagen waarop we

warme broodjes kunnen maken, vandaag

ga ik in de barstjes van het raam groot

en donker als straten worden.

.

Lieke.Marsman

 

Wat_ik_mijzelf_g_4c3ae802eb78b

Martijn Teerlinck

Ademgebed

.

Martijn William Zimri Teerlinck (1987 – 2013) was een in België geboren Nederlands muzikant en dichter. Op 26 jarige leeftijd overleed hij aan het syndroom van Marfan dat bij ongeveer 1 op de 10.000 voorkomt. Andere bekende namen die aan het syndroom zijn overleden zijn Joey Ramone, Niccolò Paganini en Sergej Rachmaninov.

Van Martijn Teerlinck is in 2014 postuum zijn debuutbundel ‘Ademgebed’ verschenen. Tijdens zijn leven wilde geen uitgeverij de handen branden aan deze post-romantische lyriek maar een jaar na zijn overlijden verscheen dan toch bij Lebowski publishers zijn debuut.

Martijn Teerlinck won in 2010 het NK Poetry Slam. Bijdragen van hem verschenen in de bloemlezing ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ ( 2011), een persoonlijke bloemlezing van Arie Boomsma, in ‘Deus ex Machina’ en ‘Awater’ en in het online literaire tijdschrift ‘Samplekanon’.

Uit de bundel ‘Ademgebed’ het gedicht ‘Lucht’.

.

lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

.

Teerlinck-Ademgebed-193x300

 

teerlinck

Voor de spiegel

Vlaardings eigen

.

Uit mijn boekenkast vandaag een alleraardigst bundeltje op oblong formaat getiteld ‘Vlaardings eigen’ een literair en historisch geschenk van de Stadsbibliotheek Vlaardingen. Met gedichten van Look J. Boden,  Benne van der Velden, Sander Groen, Elma Oosthoek, Mirjam Poolster en Aat Rolaff. Daarnaast zijn gedichtjes en tekeningen uit de unieke poëziealbums van een aantal Vlaardingse families uit de collectie van het Stadsarchief in de bundel opgenomen.

Van Look J. Boden (1974) tekstschrijver, fotograaf en grafisch vormgever heb ik het gedicht gekozen ‘Voor de spiegel’.

.

Voor de spiegel

.

Ze maakt zich op

voor het avondmaal.

.

Nog één keer

zorgt de poederkwast

voor schaamrood op de kaken.

.

Nog één keer

haalt ze de merkstift

van liefde over haar mond.

.

Nog één keer

paradeert ze

langs het uitzinnig publiek.

.

Na haar verjaardag

blijft het stil

en vraagt de nieuwe alfahulp

of die mensen op de foto

soms haar kinderen zijn.

.

Soms wel, ja.

.

VE2

VE

Dilemma

Pero Senda

.

Gister zou mijn vriend en dichter Pero Senda 70 jaar zijn geworden. Helaas stierf hij een te vroege dood op 16 november 2013. In 2010 werd ik gevraagd de regie te voeren over een literair kunstproject in de gemeente Maassluis, naar aanleiding van de wijk Het Balkon aan de Waterweg, dat uitmondde in het bijzondere boek ‘Balkonscènes aan het water’. Hiervoor vroeg ik schrijvers en dichters uit Maassluis of die geboren waren in Maassluis om een bijdrage te leveren. Pero was één van hen. In een verhaal over zijn leven verwerkte hij een aantal gedichten. Het gedicht ‘Dilemma’ wil ik graag met jullie delen.

.

Dilemma

.

Rotterdam, Rotterdam

venster van Europa, poort naar de wereld

in de lente bloeit de jeugd buitenshuis

mijn dilemma is Rotterdam of Maassluis

omdat Rotterdam zijn eigen ritme heeft

en Maassluis kalm sluimerend in stilte leeft

.

In zomers stil onverdraaglijk en heet

verstilt het leven, als het asfalt zweet

als de winter de boten in de haven doet vastlopen

en Rotterdam verkrampt de geest lijkt te geven

gaat in de hoek de poort open

door ‘Het balkon’door de longen

komt een briesje gedreven

en Rotterdam ademt door Maassluis

.

Balkon Scenes klein

senda

Waterloop

A.C.W. Staring

.

In Gendringen (Gelderland) is in 2010 de vernieuwde Schrijversbuurt opgeleverd. In de Schrijversbuurt zijn verschillende kunstobjecten geplaatst van kunstenaar Léon Mommersteeg. In deze kunstwerken is het gedicht ‘Waterloop’ van A.C.W. Staring verwerkt. De basis hiervan is het tekst-kunstwerk in het appartementencomplex De Dichter. Daar begint het gedicht, verwerkt in onder andere de onderkant van de balkons, en loopt via verschillende objecten als stoeptegels en bankjes de rest van de wijk in.

A.C.W. Staring (1767 – 1840) was landheer (heer van de Wildenborch), landbouwkundige en dichter. Hij was een romantisch dichter (waarvan er destijds niet veel waren in Nederland). Zijn romantische inslag betrof zowel hetgeen waarover hij schreef (legenden, beschrijvingen van de natuur) als de wijze waarop hij dat deed (gevoelig en humoristisch).

Staring blonk uit in de dichterlijke vertelkunst maar veel waardering kreeg hij indertijd niet omdat men zijn werk moeilijk toegankelijk vond.

Waterloop

.

Nu baant zich ’t Nat

Een heimlijk pad,

En tjilpt en fluistert,

In bloem en blad

Voor ’t oog verduisterd.

Nu dartelt vrij,

Op gouden zanden,

De stroom voorbij.

Hij schuurt zijn randen

Allengskens uit,

En sleept den buit

Van kleiner vlieten

Geweldig voort;

En golven schieten,

Van ver gehoord,

Langs ’t rotsig boord.

Nu vangt een dal

Den Waterval.

Een glinstrend kleed

Ligt stil verbreed

In ’t nieuwe perk.

Het loofgewemel,

Het bonte zwerk,

De blaauwe hemel,

Zien statig neêr

Op ’t effen Meer.
.
gendringen
gendringen2
gendringen 3
Staring
Staring in Vorden
                                                                      Standbeeld van de dichter Staring in Vorden.

Met dank aan Wikipedia en http://gemeente.oude-ijsselstreek.nl/

E-Otoliths

Toby Fitch

.

Op de blog met de intrigerende naam http://the-otolith.blogspot.com.au/ (een otolith is een structuur in het binnenoor van vissen dat uit calciumcarbonaatkristallen en een gelatineuze massa bestaat), vond ik een paar voorbeelden van gedichten in vreemde vormen. De dichter en kunstenaar Toby Fitch publiceerde in 2012 het boek ‘Rawshock’ waarin een aantal voorbeelden van gedichten in bijzondere vormen staan.

Toby Fitch (geboren in Londen) groeide op in Sydney. Zijn eerste collectie gedichten in deze vorm publiceerde hij in Rawshock bij  Puncher & Wattmann. In 2010 publiceerde hij bij Vagabond Press al eens een Chapbook ‘Everyday Static’ getiteld. In 2014 verscheen ook bij Vagabond press zijn laatste boek met de titel ‘Jerilderies’ . Rawshock stond op de shortlist van de Peter Porter Poetry Prize in 2012 en won de Grace Leven Prize for Poetry. Zijn poëzie werd gepubliceerd in kranten, bloemlezingen en nationale en internationale magazines waaronder ‘Best Australian Poems’ 2011 en  2012, ‘Meanjin’, ‘The Australian’, ‘Cordite’,  en ‘Drunken Boat’. Daarnaast is hij poëzieredacteur bij ‘Southerly journal’.

Uit ‘Rawshock’ een aantal voorbeelden van zijn visuele poëzie.

ON GWASS
after Angoisse

tf1

 

tf2

A DIVA’S FATE
after Fête d’Hiver

tf3

tf4

DEVOLUTIONS
after Dévotion

tf5

tf6