Site-archief
Abracadabra
Delphine Lecompte
.
Delphine Lecompte (1978) debuteerde in 2004 in het Engels met de roman Kittens in the Boiler, daarna schakelde ze over naar gedichten in haar moedertaal. Voor haar debuutbundel ‘De dieren in mij’ kreeg ze de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs Letterkunde 2011 van de Provincie West-Vlaanderen. Hierna volgde nog bundels als ‘Verzonnen prooi’ (2010), ‘Blinde gedichten’ (2012), ‘Schachten en amuletten’ (2013) en ‘De baldadige walvis’ (2014), ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ (2015 waar ze mee genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs) en ‘Western’ uit 2017.
Delpine Lecompte verhult niets in haar poëzie, bedient zich van een poëtica zonder franjes en jongleert met taal, aldus een recensent. Oordeel zelf. Uit de bundel ‘Western’ uit 2017.
.
Abracadabra in zijn slaap
.
Een man verleidt mij met een woordspeling
Hij is een pas ontslagen kraanmachinist
We nemen de bus naar de badstad waar ik leerde vechten
Vechten, tellen, stelen, lezen, schrijven, goochelen, turnen
De andere buspassagiers zijn jong en keurig.
Ik haat keurigheid in jonge mensen
Ik haat keurigheid in oude mensen
Ik haat keurigheid
Mijn vader is keurig
Ik haat mijn vader niet, hij staat op het punt om maagkanker te krijgen.
De pas ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Ik draag mijn moeder op handen.
Toen ze zeven was heeft ze een duiker gered.’
‘Gered waarvan?’ Vraag ik oprecht nieuwsgierig
‘Van zichzelf natuurlijk!’
We stappen uit de bus, de zee oogt oud en wellustig.
Ik hou van wellust in oude mensen
Ik hou van wellust in jonge mensen
Ik hou van wellust
Mijn moeder is wellustig
Vroeger dacht ik dat ik mijn moeder niet graag zag, nu weet ik dat ik haar aanbid.
We delen een wafel, we strelen een opblaasboot
De boot is lek, de wafel is teleurstellend
In een bunker bedrijven we de liefde
De pas ontslagen kraanmachinist klinkt als een gewonde reiger
Wanneer hij klaarkomt, het is een afknapper.
Na de seks valt hij in slaap
Hij zegt verscheidene keren ‘abracadabra’ in zijn slaap
Dat vind ik grappig.
.
Toen je me ten huwelijk vroeg
Sylvie Marie
.
De Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984), pseudoniem van Sylvie De Coninck, publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium waar ze haar poëzie voordraagt. In 2009 kwam haar debuutbundel uit getiteld ‘Zonder’, in 2011 de opvolger ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’, in 2013 ‘Speler X’ en in 2014 ‘Altijd een raam’.
Met de bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’, werd ze genomineerd voor de Herman de Coninckprijs, de J.C. Bloemprijs en de Eline Van Haarenprijs. Voor ‘Altijd een raam’ kreeg ze in 2017 de laatste provinciale prijs Letterkunde van de provincie Oost-Vlaanderen.
Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie.
Uit haar bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ koos ik het gedicht ‘beginnen’.
.
beginnen
.
hij zou haar bloemen moeten brengen,
een vaas en kraanwater. een rood tafellaken
en kaarslicht om samen naar te kijken. het is dat
hij zich geen blijf weet met zijn houding. bij haar
komen er blozende kaken. krijgt hij het niet
altijd goed gezegd. hoe zou zij zich voelen
als ze er bij iemand naakt lijkt bij te zitten?
zou ze ook geen zaken zoeken om achter
te verdwijnen: haren, handen en vrolijke
verhaaltjes waarin de hoofdpersonages eerst
heel veel hindernissen moeten overwinnen
vooraleer ze in elkaars armen mogen vallen?
er zijn sprookjes die nooit eindigen
op ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’.
sommige sprookjes verlangen
‘er was eens’.
.
Atlas van de tijd
Anneke Wasscher
.
Dichter Anneke Wasscher (1946) schrijft vanaf eind 2007 serieus gedichten. Ze deed regelmatig mee aan schrijfwedstrijden en poëziewedstrijden en won daar regelmatig prijzen mee. Niet dat ze het daarvoor deed, ze was vooral nieuwsgierig naar de reacties van lezers, juryleden en andere vakmensen. Haar werk werd in meer dan zestig verzamelbundels gepubliceerd en nu is er dan haar debuutbundel als solo dichter getiteld ‘Atlas van de tijd’.
Ik ken Anneke onder andere van haar deelname aan mijn eigen dichtwedstrijd (samen met de uitgeverij De Brouwerij) waar ze de tweede prijs behaalde in 2011, de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die ze won) in 2013 en van haar optreden in Maassluis waar ik haar samen met Alja Spaan vroeg voor te dragen, een gedenkwaardig optreden was dat.
Bij uitgeverij Kontrast dus nu haar debuutbundel. Volgens de tekst op de achterkant is de rode draad die hoor haar gedichten loopt de droefheid van het voorbijgaan. Na lezing van de bundel zou ik daar toch graag iets aan toevoegen namelijk het verlangen. In het eerste hoofdstuk met name komt het verlangen naar de liefde, het samenzijn en naar het verlangen zelf regelmatig terug.
Over het algemeen kan ik het wel eens zijn met de omschrijving ‘droefheid van het voorbijgaan’ maar toch is het geen bundel vol treurnis. Anneke Wasscher weet als geen ander in begrijpelijke taal haar onderwerpen zo te verdichten dat het eerder tot herkenning leidt of begrip en zeker niet tot een mistroostige droefenis.
Schijnbaar zonder moeite behandeld ze ook zware onderwerpen, de dood, psychische problemen, de eenzaamheid, de onomkeerbaarheid van het ouder worden. Het zijn gedichten om te lezen als je zelf met dergelijke situaties te maken hebt of mensen kent die hiermee te maken hebben, ze bieden troost en het gevoel dat je niet alleen bent in die eenzaamheid, de aftakeling en het uiteindelijke sterven.
In het laatste hoofdstuk nog enige gedichten over plekken die Anneke Wasscher geïnspireerd hebben waaruit blijkt dat ze een goed kan observeren. Die observaties weet ze vervolgens in fijne poëzie om te zetten.
‘Atlas van de tijd’ is een bundel die raakt, die je meevoert en die zorgvuldige en fijne poëzie bevat. Een prachtig en terecht debuut.
.
bezoekuur
.
de oprijlaan doet geen beloftes meer
aan iemand die een uitweg zoekt
de hoop wordt in de kiem gesmoord
door elke regel die de wurggreep kent
.
het huis hecht aan rechtlijnigheid
de strakke vormen uit verleden tijd
een zaal houdt vast aan binnenpijn
het is de prijs voor anders zijn
.
een zachte hand op huid en haar
de warme kus die wordt herhaald
het antwoord altijd onverwacht
een lach die op herkenning lijkt
.
de traagheid van bewegingen
wanneer je oude lichaam vraagt
om onvoorwaardelijk dichtbij
.
ik reik naar jou zo ver ik kan
soms ben ik meer alleen dan jij
.
Met de dood speel je niet
Zuidamerikaanse gedichten
.
In 1996 publiceerde uitgeverij de Prom de bundel ‘Met de dood speel je niet, Zuidamerikaanse gedichten’. Wouter Noordewier stelde de bundel samen en vertaalde gedichten van dichters uit Argentinië, Chili, Cuba, Nicaragua, Peru, El Salvador, Uruguay en Mexico (dat geografisch gezien natuurlijk niet in Zuid Amerika ligt maar ik begrijp de keuze).
Rond 1900 ontstond er overal in Zuid Amerika na eeuwen van kolonialisme en het daarbij volgen van het kolonialiserende land, een nieuwe vorm van poëzie. Waar voorheen de poëzie nationalistisch was en romantisch zonder oorspronkelijkheid was deze nieuwe poëzie juist modern, internationaal georiënteerd en thema’s waren de wetenschap, de industrie en de metropool (zoals bijvoorbeeld Buenos Aires, Sao Paulo en Mexico stad).
Opvallend bij deze nieuwe vorm van poëzie was ook dat ze heel symbolistisch was, irrationeel en surrealistisch. Het was poëzie zonder rijm, metrum en leestekens.
Voorbeelden van dichters zijn bekende als Jorge Luis Borges uit Argentinië en Mario Benedetti uit Uruguay. Het aardige van deze bundel is dat er juist ook minder of redelijk onbekende dichters is vertegenwoordigd worden. Zo had ik van het merendeel nog nooit gehoord. En dat is ten onrechte. De bundel staat vol bijzondere gedichten. Van de heel korte gedichten van Guillermo Boido (Argentinië, 1941-2013) als:
.
Poëzie is niet te koop
want
niet te koop
.
Tot de poëzie van Nicanor Parra (Chili, 1914 – 2018) van wie ik het gedicht ‘Rituelen’ heb uitgekozen. Dit gedicht en deze dichter had ik uitgekozen uit de bundel om er vervolgens achter te komen dat hij afgelopen 23 januari (op mijn verjaardag) op 103 jarige leeftijd was overleden. Parra heeft zich altijd als “antipoeta” verklaard, wat betekent dat hij de pompeuze wijzen van andere dichters wilde verwerpen. Na lezingen zei hij, “Ik trek alles wat ik gezegd heb weer in”. Parra beschouwde het leven als zinloos en had geen boodschap, door vele critici werd dit als literaire zelfmoord beschouwd en toch is zijn invloed op andere, jonge dichters groot. Zo heeft zijn gedichtenbundel ‘Poemas y antipoemas’ grote invloed gehad op de beatgeneratie. In 2011 kreeg Parra de Cervantesprijs voor zijn hele oeuvre.
.
Rituelen
.
Telkens
Als ik na een lange reis
.thuiskom
Is het eerste wat ik doe
Vragen wie er dood is:
Ieder mens is een held
Gewoon omdat hij sterfelijk is
En helden zijn ons de baas.
.
En als tweede
.of er gewonden zijn
Pas daarna,
.niet dan na dit
Begrafenisritueeltje,
mag ik leven van mezelf:
Ik sluit m’n ogen om beter te zien
En zing vol wrok
Een liedje uit het begin van de eeuw.
.
Goblin
Merlijn Huntjens
.
In 2013 stond hij op een podium van Ongehoord! in Maassluis en sindsdien volg ik hem, tegenwoordig is hij stadsdichter van Heerlen, en consulent Literatuur bij het Huis van de kunsten in Limburg. Ik heb slechts zijn kleine bundel ‘Ja, blokfluit’ in huis maar telkens als ik hierin lees word ik vrolijk.
De bijzondere, iet wat bevreemdende gedichten toveren altijd een glimlach op mijn gezicht. Toch eens informeren bij hem of er al nieuw werk van hem is, ik las ergens dat hij twee bundels heeft gepubliceerd maar ben er nog niet achter hoe de andere is getiteld.
Merlijn Huntjens (1991) heeft samen met theatraal performer Nina Willems (1986) PANDA (“Poetry And New Dramatic Arts”) opgericht. Dit is een multidisciplinair kunstenaarscollectief dat op eigen initiatief of in opdracht projecten bedenkt en uitvoert. Daarnaast heeft Merlijn aan verschillende Poetry Slams meegedaan.
Uit ‘Ja, blokfluit’ het gedicht ‘Track #5: Goblin’.
.
Track #5: Goblin
.
Al lig je zo goed,
de kleine staat er.
Hij lacht,
hij pakt je bij je slurf,
ademt in je mond, in je neus,
hij liegt.
.
De lichten, lampen, het kunstmatige helder;
ze zijn niet prettig noch fijn noch lekker geil.
achter elk sterrenlicht, achter elke prettige maan,
schuilt een fuckertje, een demon, een goblin,
van het zwart.
.
Uitreiking Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017
Zondag 19 november 2017
.
Voor de 6e keer alweer wordt aanstaande zondag de winnaar bekend gemaakt van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Dit keer gebeurt dat in de foyer van het Bibliotheektheater aan de Hoogstraat naast de centrale bibliotheek van Rotterdam (naast station Blaak). Aan deze editie hebben ruim 100 dichters meegedaan en de shortlistdichters wordt op deze middag de kans geboden hun inzending voor te dragen, waarna de jury bekend zal maken wie de drie prijswinnaars zijn.
In voorgaande jaren werden de volgende dichters winnaar:
2012: Hervé Deleu
2013: Anneke Wasscher
2014: Alja Spaan
2015: Gerard Scharn
2016: Hein van der Schoot
.
De winnaar krijgt het prachtige beeldje van kunstenares Lillian Mensing, een plek op een podium van Ongehoord! en publicatie van het winnende gedicht op dit blog en de website van Ongehoord! De nummers twee en drie krijgen een plek op een podium van Ongehoord! en publicatie van het gedicht.
De jury bestaat dit jaar uit dichter Mark Boninsegna (voorzitter), dichter Jaap Montagne en dichter/muzikant Alexander Franken.
De middag begint om 14.00 uur (inloop vanaf 13.00 uur), er zal een optreden zijn van zangeres June Bobbe en de toegang is uiteraard gratis.
.
Afsluitend hier een gedicht van de winnares van 2014 Alja Spaan getiteld ‘pardon’.
.
pardon
Terwijl het dorp me probeert te omarmen, met
dunne grijze takken en zwarte vogels
en veel zangerige gesprekken bij de vrijdagse
viskar, kotst de stad me uit.
Straten breken zich op, gebouwen verdwijnen
van hun vaste hoek, bewoners
geven niet thuis. Mijn hakken scherpen zich
aan haar straten, mijn fiets valt
voorbij het rek. Oliebollen lokken reizigers
uit hun treinen, de wind waait
voorbij de kerk, glas ligt gebroken naast een
auto, een stuurse man noteert.
De vrouw met de hondjes loopt dezelfde route
alleen dit keer ziet ze me niet.
.
Oude dromen
Pero Senda
.
Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme persoonlijkheid nog altijd.
.
Oude dromen
.
Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen
Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht
Wit schitterend schuim in een zeegezicht
De witte dood loert. Angst grijpt me aan
Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan
Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Zandstranden. Copacabana.
Is het Rio of Havana?
Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden
Kenya, safari, ziekten en kruiden
Wilde dieren overal, dag en nacht
De zon die brandt, ik dorst en smacht
Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,
Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.
Vooral statisten rijen zich ten dans
Van bloed en vrijheid hebben zij thans
De mond vol. Weg nu met al die grote woorden
Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden
Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen
Naar het land van bloemen in borders en vazen
Van gele tulpen – dus terug naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Winterlicht
Antoinette Sisto
.
In 2013 verscheen bij uitgeverij Boekenplan de bundel ‘Dichterbij de dagen’ van Antoinette Sisto. In deze bundel beschrijft ze het naderende afscheid van een geliefde. De gedichten zijn dan ook vaak wat zwaar en melancholisch en juist door de thematiek is het gedicht ‘Winterlicht’ in deze maand van eerbetoon aan haar dichterschap, zo toepasselijk. Maar vier jaar na de publicatie van dit gedicht is zij zelf overleden en kan ik bij het lezen ervan alleen maar denken dat het over haar zelf gaat, al weet ik dat dit niet zo is.
.
Winterlicht
.
Eens keek je verwachtingsvol
door een toekomstraam
naar buiten.
.
Toen de schaatsers langs de kade
nog uitbundig zingend
huiswaarts reden
.
lange achten trokken
rondom wakken
in het dunne ijs.
.
Geen schittering was witter
dan het wit
van onze dagen.
.
Omgekeerd was er een nacht
een firmament
van duizelingen.
.
Een maan lachte verstolen
door de warme adem
op je ruit.
.
Hoeveel jij van het leven hield
dat zal ik nooit vergeten.
.
Morgen bij Ongehoord!
Anne-Fleur van der Heiden
.
Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.
Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’. Uit deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.
.
Champagne
.
Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.
Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.
Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.
Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.
.


















