Site-archief
Beroemdheden met dichterlijke aspiraties
Amber Tamblyn
.
Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.
Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat.
Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.
.
Laurel Gene
.
Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.
Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.
Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.
I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.
I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.
When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.
I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.
Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.
.
Creatief met poëzie
Bossy Betty
.
Op haar website http://www.bossybetty.com/ schrijft Betty op 3 januari 2014 over een creatief idee voor een nieuwjaarsfeest. Ze wilde al haar gasten iets meegeven ter herinnering. In eerste instantie dacht ze aan het vullen van potten met spreuken (waarvan je er dan elke dag of wanneer gewenst 1 uit kan nemen) maar uiteindelijk koos ze voor poëziepotten. Deze glazen potten (een soort voorraadpotten) die ze poetryjars noemt, zijn gevuld met gedichten. Ze koos allerlei gedichten die ze mooi vond en printe deze op gekleurd papier.
Sommige gedichten leende zich voor een bijzondere vorm, zo stopte ze het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ (klaaglied voor de geschreven brief) in een envelop en vouwde ze het gedicht ‘This paper Boat’ in een bootje. Op de buitenkant kwam een sticker met ‘Read as needed’ of haal er een gedicht uit wanneer je er een nodig hebt. Een bijzonder aardig idee om creatief met poëzie bezig te zijn ook als je geen dichter bent. Als je er even over nadenkt dan zijn er genoeg voorbeelden te bedenken voor deze vorm van creatief zijn met poëzie. Denk aan ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry scholten (op een zakdoek geschreven), ‘Slakkehuis’ van Gerrit Komrij (in de vorm van een slak), ‘Papieren vliegtuig’ van Marije Geerts (op een gevouwen vliegtuigje) of dichter bij huis, mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ in de vorm van twee rode lippen.
Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ maar zonder succes. Wel kwam ik het gedicht ‘Elegy for the Personal Letter’ (Klaaglied voor de persoonlijke brief) tegen van Allison Joseph, uit ‘My Father’s Kites’, die had ook zomaar in een poëziepot terecht kunnen komen.
.
Elegy for the Personal Letter
.
I miss the rumpled corners of correspondence,
the ink blots and crossouts that show
someone lives on the other end, a person
whose hands make errors, leave traces.
I miss fine stationary, its raised elegant
lettering prominent on creamy shades of ivory
or pearl grey. I even miss hasty notes
dashed off on notebook paper, edges
ragged as their scribbled messages—
can’t much write now—thinking of you.
When letters come now, they are formatted
by some distant computer, addressed
to Occupant or To the family living at—
meager greetings at best,
salutations made by committee.
Among the glossy catalogs
and one time only offers
the bills and invoices,
letters arrive so rarely now that I drop
all other mail to the floor when
an envelope arrives and the handwriting
is actual handwriting, the return address
somewhere I can locate on any map.
So seldom is it that letters come
That I stop everything else
to identify the scrawl that has come this far—
the twist and the whirl of the letters,
the loops of the numerals. I open
those envelopes first, forgetting
the claim of any other mail,
hoping for news I could not read
in any other way but this.
.
23 augustus
Harry G. de Vries
.
Harry G. de Vries (1961) is docent Engels aan de Avans Hogeschool (Breda). Ik kwam met hem in contact via een vertaling die hij maakte van het gedicht van Philip Larkin ‘Home is so sad’.
De Vries begon als vertaler van gedichten van Philip Larkin: Sneeuw Valt op een Zondag in april (an April Sunday Brings the Snow), die in 2003 werd uitgegeven door Wagner & Van Santen.
In 2014 is De Vries begonnen met het publiceren van zijn eigen Engelse gedichten op deze website https://sites.google.com/view/poemsbyharrygdevries/poems
Gedichten van zijn hand in het Engels zijn gepubliceerd in de Jul / Aug-editie van de Broadkill Review, een literair tijdschrift dat is gevestigd in Delaware, en in ENVOI (Cinnamon Press), uitgave 179. Het gedicht ‘Impact’ heb ik gekozen van zijn website omdat 23 augustus voor mij een bijzondere dag is.
.
Impact
.
On 23 August 1944 the only thing
to seek shelter from was the sun.
So Derk, Quincy and I revered the
unexpected cool of a deserted
.
country church, when Jacob
called to have a look at this: a pipe
organ with man-powered bellows!
He showed us how to operate its
.
pedals and as we trod wind into a
wooden chest, Jacob slid into the
console, pulled out some knobs
and rested his hands on the
.
bone-clad keys to blast a splendour
through the vaults that silenced
everything we had been through.
When the whirl ended, ten minutes
.
later, he grinned at our marvel
and thanked us for the blowjob.
Back in the fields, the war caught
up with us again when Jacob asked
.
me to take the bandage from his
helmet, after which his rapid release
from a combat hospital was seen
to by similar surgery; as we picked
.
him up, he looked teary and we
heard a doctor hiss that it was only
a finger – but Derk, Quincy and I,
we all knew better.
.
Levensinkt
Mark Boninsegna
.
Zelfverklaard ‘Rock & Roll Poet’ Mark Boninsegna (1976) ken ik al jaren als een hele gedreven, in zijn hart Rotterdamse, dichter. Hoewel hij jaren in Rotterdam woonde is Mark geboren en al weer jarenlang woonachtig in Berkel & Rodenrijs waar hij ook gemeentedichter is (van de gemeente Lansingerland). Mark was in 2014 bedenker en initiatiefnemer van de prachtige Rotterdamse bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ waar ik als uitgever met MUG books bij betrokken was. Omdat dit de eerste papieren bundel was die bij MUG books verscheen heeft de bundel (ook door zijn inhoud, de deelnemende dichters en de poëzie) nog steeds een speciaal plekje in mijn hart.
In oktober 2018 verschijnt nu eindelijk het solodebuut van mark bij uitgeverij Douane getiteld ‘Levensinkt’ en ik kijk uit naar deze bundel. Hoewel Mark druk was met allerlei projecten zoals bijvoorbeeld ‘A Fetish for Poetry’ https://afetishforpoetry.com/author/boninsegna/ en was hij juryvoorzitter van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2017, is het alweer even geleden dat ik nieuw werk van hem las. Maar daar komt dus verandering in.
Nieuw werk dus in oktober en daarom nu nog een ouder gedicht van Mark getiteld ‘Thuishaven’.
.
Thuishaven
Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Klank producerend op
een urban ritme
Dansend op adem van
haar en ons
Een weg vindend door
straten en onder
bruggen noord en
zuid verbindend uit
alle windrichtingen
Geuren van thuis en
ver weg op smaak
brengend
Ze doet de haven eer
als de glinsteringen in
golven de stad
laat schitteren
Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Danken uit een ver
land produceren
een thuishaven voor
haar en ons
.
Cliffhanger in een gedicht
Toon Tellegen
.
Pas geleden las ik een gedicht van Toon Tellegen in de bundel ‘Stof dat als een meisje’ uit 2009, zonder titel, waarna ik me voornam een stukje te schrijven over een fenomeen dat in dit titelloze gedicht voorkomt; de cliffhanger. Een cliffhanger is een vakterm uit de film- en televisiewereld, die ook gebruikt wordt voor verhalen in boeken en toneelstukken. Het houdt in dat een verhaal van bijvoorbeeld een serie of aflevering, film of boek eindigt op een moment waarop de spanning het grootst is, en waarbij niet duidelijk is hoe het verder afloopt. Op dat moment is de plot nog niet afgerond en blijft de kijker met een onbevredigend gevoel achter, nieuwsgierig naar het verdere verloop. Dat verdere verloop wordt dan meestal gegeven in een volgende aflevering. Maar dus ook in gedichten, alleen daar volgt dan geen volgende aflevering maar moet de lezer zijn of haar fantasie gebruiken om de verdere loop van het gedicht in te vullen.
Ik heb kort gezocht naar andere voorbeelden van cliffhangers (of soms zijn het open eindes met een twist) in poëzie en heb er een gevonden in een gedicht dat ik zelf schreef en dat verscheen in mijn bundel ‘Winterpijn’ uit 2014. Uiteraard zijn er meerdere voorbeelden te vinden (ik hou me aanbevolen voor suggesties!). Daarom eerst het gedicht van mezelf ‘Reasons to be cheerful part three, My big love’. En daarna het gedicht van Toon Tellegen.
.
Reasons to be cheerful part three
My big love
Haar jurk is wit. Niet gewoon wit maar
gebroken wit, of hoe dat dan ook heet, meer
crèmekleurig. Heel veel jurk. ‘Dat hoort erbij’
had ze gezegd. Bij afwezigheid van haar
vader , loopt haar oudere oom met haar op.
Links en rechts gaan mensen staan. Zijn
Schoenen knellen, vooral links bij zijn enkel
De lach rond haar moeders mond is nog
nooit zo breed geweest, nog even en hij valt
van haar gezicht, denkt ie en kijkt weg.
Nog twee rijen, dan zijn ze bij hem. Daar zit zijn
oude buurmeisje. Hij kijkt naar haar lichaam,
haar lange blonde haren. Hij lacht om haar
krullende mondhoeken. Dan staat ze naast hem
‘Je hoeft alleen maar ja te zeggen’ had ze gezegd.
.
Gedicht van Toon Tellegen
Het regende
en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid
.
en een engel verscheen,
zag om zich heen
en sloeg iemand neer,
en nog iemand,
en nog iemand
.
en achteraan, in het donker, achter iedereen,
in elkaar gedoken, met zijn rug tegen de muur,
zat een man, keek naar de grond
en dacht na,
dacht dagen maanden jaren na
en dacht tenslotte, op een ochtend,
in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen
krijsend in de bleke lucht:
ik, ik zal…
.
en de engel baande zich een weg naar hem
.
Cummings
In het Nederlands
.
De regelmatige lezer van dit blog weet dat ik een groot zwak heb voor de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings ( 1894 – 1962). In het verleden plaatste ik al een paar keer gedichten van hem vertaald in het Nederlands door de Vlaming Lepus. Dit keer een gedicht van zijn hand vertaald door Gert Jan de Vries.
.
Lente is net een misschien hand die
(voorzichtig uit
het Niets opduikend) een etalage
inricht waar men in kijkt (terwijl
men staart
daar iets vreemds voorzichtig
inricht en verplaatst en
hier iets bekends) en
.
alles voorzichtig verandert
.
lente is net een misschien
Hand in een etalage
(voorzichtig Nieuwe en
Oude dingen verzettend, terwijl
men voorzichtig staart
een misschien beetje
bloemen hier verplaatst
een duim lucht daar) en
.
zonder iets te breken.
.
Tekening door Nathan Gelgud, 2014
Dichter op verzoek
Juni 2018: Dichter op verzoek
.
Deze maand wil ik op de zondagen een aantal dichters belichten waar ik de afgelopen tijd vraag naar heb gehad. Toen ik namen vroeg voor de dichter van de maand kreeg ik zoveel namen dat ik een aantal van de genoemde dichters in mei zal opvoeren in de categorie Dichter op verzoek. Vandaag als eerste de dichter Miguel Santos.
Miguel Santos (1986) is een Rotterdamse schrijver maar vooral dichter. Ik ken hem vanuit het Rotterdams en vanuit zijn deelname aan de eerste papieren uitgave van MUG books. In 2013 schreef hij een tijdje opmerkelijke columns voor het toen nog jonge Rotterdamse platform Bogue.nl. Met zijn poëzievoordrachten stond hij o.a. op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Geen Daden Maar Woorden, Boek NU!, Woordnacht, Duizel in het Park, Woorden Worden Zinnen en Nacht van de Kaap. Daarnaast is hij een van de gastheren van de PoetsClub Rotterdam, de beroemde en beruchte poëzieavond elke eerste woensdag in Café De Schouw.
Sinds 2014 is hij de huisdichter van tv- (en radio-)station OPEN Rotterdam en de maandelijkse talkshow De Havenloods Live in Studio De Bakkerij. Zijn poëzie verscheen eerder in o.a. verzamelbundels Erotica! Deel I en II, het door mijn uitgeverij MUG books uitgegeven ‘Wij dragen Rotterdam’, Ode aan, Gers! Magazine en Lijn 4. In de zomer van 2016 bracht hij een minireeks poëziebundels uit onder de noemer ‘Uurtjespoëzie’, een verzameling gedichten die online zijn ontstaan.
.
Kleine jongens
worden ook groot
op achtergronden,
in afgelegen hostels,
achter woorden, schermen
en in hoekjes
waar ze zinnen zoeken,
in het donker vragen
naar Rotterdams talent
of van buiten stadsgrenzen
om aan het licht
te kunnen brengen,
om mee te groeien,
op te bloeien
als toekomstige sterren
die moeten schitteren
aan de welbekende skyline
waar nieuwe generaties
zich aan vergapen
zonder in spotlights
te hoeven staan-
daarvan word je blind
voor de ontwikkeling
die voor het oprapen ligt,
die broodnodig is
om groot te worden,
om als kleine jongen
jezelf als man op de
voorgrond te plaatsen
omdat dit soms een kunst is.
.




















