Site-archief
Anne Frank
Gedicht uit 1942
.
Op 28 maart 1942 schreef Anne Frank een gedichtje voor Cri-Cri, de bijnaam voor Christiane van Maarsen, de oudere zus van Jacqueline van Maarsen, overleden in 2006. Jacqueline was een klasgenootje en tevens de beste vriendin van Anne Frank. Het gedicht is aan Jacqueline gegeven die het in 2016 te koop aanbood.
Volgens Jacqueline was haar zus Christiane niet gehecht aan het gedicht, voor Jacqueline reden om het gedicht te verkopen. De verwachte opbrengst was volgens het veilinghuis minstens 30.000 Euro. Het gedicht bracht uiteindelijk 140.000 euro op.
.
Hebt ge uw werk niet goed gedaan
Kostbare tijd verloren
Grijp opnieuw de arbeid aan
Beter dan te voren
.
Hebben anderen u gelaakt
Wat ge had misdreven
Zorg dan dat ge ’t beter maakt
Dat is antwoord geven
.
Rob de Vos poëzieprijs
Doe mee!
.
De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (1955 – 2018), omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en wordt de traditie van de dichtwedstrijd in ere gehouden.
Tot 15 oktober 2019 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden dat geïnspireerd is op dit thema:
‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’
(Uit het gedicht van Menno Wigman ‘’Aarde, wees niet streng’’ Slordig met geluk, 2016)
Het ingezonden gedicht is:
-in het Nederlands geschreven
-in lettertype Arial 10
-niet langer dan één A4 formaat
-geïnspireerd op het thema
-nooit ergens eerder gepubliceerd
-nooit genomineerd of bekroond
-niet kwetsend of discriminerend
-na inzending niet meer te veranderen
Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd.
Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander.
Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement.
Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.
Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen.
De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. Er zijn leuke prijzen te winnen en de winnaar krijgt daarnaast een kunstwerk.
De datum van de prijsuitreiking is in het najaar en zal later dit jaar bekend worden gemaakt.
Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres : wedstrijd@meandermagazine.nl
In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.
.
Als je mee wil doen met deze wedstrijd en je twijfelt nog aan je gedicht of aan je poëtische gaven, lees dan morgen op dit blog de 10 tips voor het schrijven van goede poëzie. Allicht doe je er je voordeel mee.
De voorloper van de Rob de Vos Poëzieprijs was de Meander Dichtersprijs zoals gezegd, in 2008 won Vicky Francken deze prijs. Hier een gedicht van haar hand ter inspiratie, uit de bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.
.
We hebben allemaal recht op een rug
een graat waarrond we bestaan
een marionettendraad die we oppakken
als we onszelf bijeenrapen
geen mens kan tippen aan vissen
die zwemmen in de golven van hun wervelkolom
maar stel dat een vin verlangt naar aaien
wie troost de vis wie pakt hem vast
wie streelt de schouder
uit de kom
.
We komen van ver
Carmien Michels
.
De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.
Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.
.
Liefdessonnet XI
.
Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach
.
Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos
.
Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen
.
En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*
.
De verlatenheid van grensgebieden
Radna Fabias
.
De ster van de, op Curaçao geboren, schrijver en dichter Radna Fabias (1983) is snel rijzende. In 2018 debuteerde zij met haar bundel ‘Habitus’ waar ze tien jaar aan had gewerkt. Het is één van de meest gelauwerde bundels van de afgelopen jaren die opvalt door de sterk visuele vorm waarin de poëzie is geschreven. Voor deze bundel ontving Fabias de C. Buddingh’-prijs, de Awater Poëzieprijs en een nominatie voor de Eline van Harenprijs (allen in 2018), de Herman de Coninckprijs en de Grote Poëzieprijs (beide in 2019). In 2016 kreeg zij al de Poëzieprijs Stad Oostende.
Uit haar debuutbundel ‘Habitus’ hier het gedicht ‘de verlatenheid van grensgebieden’.
.
de verlatenheid van grensgebieden
de eerste kamer waar we niet slapen is een uitgeholde boom
we zijn termieten
we eten ons naar binnen, betasten het donker
je termietenstem vertelt me dat de moren de beschaving naar het westen hebben gebracht
ik vraag waar jij staat
in de discussie betreffende de etniciteit van de Messias onze Heer Jezus Christus je zegt
natuurlijk was Hij zwart maar de rest van dat verhaal is onjuist
je kijkt niet goed
ik ben onjuist
ik neem je niets kwalijk
termieten zijn blind
de tweede kamer waar we niet slapen is een spaceshuttle we zijn buitenaards
ik zie je voelsprieten aan voor tentakels en omgekeerd
we zijn weerzinwekkend
we zijn kosmisch
we zijn vochtig
je vertelt me dat je een astronaut gekend hebt die vernietigd is in een zwart gat
je vergeet de waarnemingshorizon je ziet chaos aan voor sloop ik zeg het niet
de volgende kamer is een vulkaan maar daar kan ik tegen
de hitte vreet de helft van je gezicht op en dan zie ik je eindelijk scherp
hoekig
bang
in de vierde kamer staat ten langen leste een bed maar de schrijftafel en de nachtkastjes
hangen aan het plafond
het nieuwe testament zou elk moment op ons kunnen vallen
je biedt me je andere wang en ik lik haar
in de vijfde kamer maak je van je handen kommen kom hier blijf hier we zullen moeten
trouwen
je verklaart ons je vertelt me dat ik vloeibaar ben en jij houdt ervan als dingen door je
stromen ik zeg
natuurlijk ben ik zwart, maar de rest van dat verhaal is onjuist
de zesde kamer waar we niet slapen bevindt zich tussen de lobby en de ontbijtzaal de receptioniste kijkt naar de telefoon maar neemt niet op in de ontbijtruimte liggen hardgekookte eieren in een metalen bak op een bedje van koffiebonen
we begrijpen niet waarom
iemand buiten de stad verplaatst heeft
ze zweeft nu op de wolken
het ziet er niet uit
voor de laatste kamer moeten we nogal een eind lopen om van de parkeerplaats bij de receptie te geraken de tegels in de badkamer brokkelen af de douche lekt er ligt haar in het putje het raam kan niet open de airco maakt te veel lawaai de dekbedden zijn te kort als het ontbijt op bed arriveert is het al bijna lunchtijd de bacon is taai het roerei soepig de koffie slap de waterleidingen beschimmeld er drupt iets uit het behang er is geen waterkoker er zijn geen badjassen de föhn werkt niet de sauna is slechts om de dag een uur open men moet bellen om de sauna aan te laten zetten het duurt minstens een half uur voordat het warm is bovendien ruikt de sauna helemaal niet naar eucalyptus
en het bed
is te zacht
.
Foto: Casper Kofi
Kwaad gesternte
Hannah van Binsbergen
.
Kwaad gesternte
.
Het is woensdag en ik mag een harnas kiezen dat geweld
op afstand houdt, in alliantie met de Vijanden van Vernedering.
Als ik mijn benen weer bij elkaar doe, word ik moeier en moeier;
ik kan wachten in mijn wapenrusting of het rokje dat hij mooi vond, hij
zal niet komen. Ik bijt hem, hij moet het afleren.
Als ik mijn ogen open is alles verloren, dan moet ik meegaan
naar het gat in de geschiedenis. Van alle marsen die jullie kunnen
lopen, jullie die ik mijn broeders noem, waarom is er niet één
die niet vooruitgaat?
Ik kan niet kiezen. Mijn vrienden willen mij niet helpen en mijn vijand
die een vaste vorm begint te krijgen aan de randen van mijn angsten
spreekt bemoedigende woorden.
Hebben jullie wel eens aan het kwaad gedacht dat in de situatie schuilt?
Het harnas dat ik kies zal hopelijk mijn geur verhullen.
Als ik mijn benen bij elkaar doe, is alles verloren.
Mijn harnas klinkt me vast aan dit moment, waar iets herinnerd
en iets beloofd wordt en dit gesternte staat boven mijn hele generatie.
Ik heb weinig hoop zonder jullie, maar jullie geven me niets
wat ik niet snel en zo vernederend zacht moet laten gaan,
jullie die ik mijn broeders noem, een droom
die het dagelijks leven stuk kan slaan, is dat
waarom we vooruitgaan?
Zolang ik niet mijn ogen open, lig ik in zijn armen.
.
Bouwverlof
Lotte Dodion
.
De Vlaamse dichter en performer Lotte Dodion (1987) won heel wat literaire prijzen en verovert stormenderhand zowat alle poëziepodia in binnen- en buitenland. Ze stond in de finale van het Belgisch én Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en bouwde een ijzersterke podiumreputatie uit. Lotte schrijft, draagt voor, presenteert en is tevens directeur van het Vredescentrum van Antwerpen. In 2016 verscheen van haar hand de bundel ‘Kanonnenvlees’ en uit die bundel hier het gedicht ‘Bouwverlof’.
.
Bouwverlof
ik wil niet op ons terugkijken
als op een puinhoop
wij hebben elkaar nooit
met de grond gelijk gemaakt
nu staken we de werkzaamheden
verboden de werf te betreden
niets nog uitgetekend gepland
wij zijn braakland
maar trek dan je veiligste schoenen aan
durf weer op mijn grond te komen staan
tooi je twijfels als helm
en draag mij je stenen bij
ik wil niet afraken
zonder jou
.
Proces
Dirk Kroon
.
In mijn boekenkast staat als een waar pronkjuweel de prachtige dichtbundel ‘Op de hoogte van de vogels’ van Dirk Kroon (1946). In deze ruim 600 pagina’s tellende bundel staan de verzamelde gedichten van deze Rotterdamse dichter tot en met 2016 (vanaf 1968). Een prachtige bundel want boordevol gedichten maar ook door de zorg en de kwaliteit waarmee deze verzamelde gedichten bijeen zijn gebracht en ontsloten.
Na een inleiding op het werk van Dirk Kroon door Leo van de Wetering volgen vele gedichten, een biografie, een verantwoording, een bibliografie en een index op alle gedichten. De gedichten zijn niet alleen de gedichten die in bundels verschenen maar ook elders zoals in literaire tijdschriften en dergelijke.
Iets kiezen uit zoveel moois is nooit eenvoudig. Ik heb daarom het boek ergens opengemaakt en ben gewoon gaan lezen tot ik een gedicht tegenkwam dat ik heel bijzonder vind. In dit geval is dat het gedicht ‘Proces’ geworden, een gedicht over het schrijfproces, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Dagelijks despoot’ uit 2013.
.
Proces
.
Schrijven – het is tijdelijk
verblijven in een huis van stilte,
een doorwaakte nacht doorbrengen
en voor het ochtendgloren uitzien
naar tekens van het eerste licht.
.
Het is afgedwongen liefde
op het laatste gezicht,
het worden alles belovende ogen.
.
En dan het hoofd neerleggen
totdat bij een vreemd ontwaken
een onbeschreven leegte je vervult.
.
Het zijn uiteindelijk
de levenslange uren
dat je op de ander wacht
die als een laatste oordeel
plotseling je woorden uitspreekt.
.
Jij de wereld
Jeroen van Kan
.
Op verzoek van de Rotterdamse Truus van der Voet, die mij verzocht wat aandacht te besteden aan de dichter Jeroen van Kan, hier het gedicht ‘Jij de wereld’ uit Het liegend konijn uit 2008. Jeroen de Kan (1968) is journalist, presentator en dichter. Sinds 2016 presenteert hij, aanvankelijk als invaller, het televisieprogramma ‘Boeken’. Na het overlijden van Wim Brands werd hij de vaste presentator. Vanaf januari 2017 doet hij dat in afwisseling met Carolina Lo Galbo.
Jeroen van Kan is actief als redacteur van literaire tijdschriften. Tot 2007 maakte hij deel uit van de redactie van ‘De Tweede Ronde’. Daarna stapte hij over naar ‘Tirade’. In 2017 werd bekend dat hij jarenlang in literair tijdschrift ‘Het liegend konijn’ gedichten had gepubliceerd onder het pseudoniem Wesley Albstmeyer. In juni van dat jaar verscheen onder eigen naam zijn debuutbundel ‘De wereld onleesbaar’.
.
Jij de wereld
Jana Arns
Twaalf ribben
.
Opnieuw een dichter op verzoek, dit keer op verzoek van Luce Rutten. De Gentse Jana Arns (1983) is muzikant (dwarsfluit), fotograaf en dichter. Met haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016 won zij de prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Haar tweede bundel ‘Nergens in het bijzonder’ verscheen in februari 2018 . Ze publiceerde in De poëziekrant, Deus ex Machina, Gierik & NVT, Meander, Het Gezeefde Gedicht, Het Liegend Konijn en won de eerste prijs van de Literaire Prijzen Stad Sint-Truiden (2018) én Literatuurprijs Zeist (2018). Ze was ook meermaals genomineerd voor de Melopee poëzieprijs. Enkele gedichten werden opgenomen in de bloemlezing ‘De 100 beste Nederlandstalige gedichten’ van de VSB Poëzieprijs uitgegeven door De Arbeiderspers 2018.
Samen met dichters Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal maakte ze de voorstelling ‘Het muzikale huwelijk’ en met dichters Frouke Arns en Astrid Arns vormt ze ‘Drie maal Arns en daarmee BASta!’.
Met het gedicht ‘Twaalf ribben’ won met ze de Literatuurprijs Zeist 2018
.
Twaalf ribben
Ons kind is bang voor suikerspinnen.
Het spiegelpaleis in haar hoofd is beslagen.
Zij is de schim binnen dit spookhuis.
met rijstkorrels na de komma,
tafels gedekt met breuken.
Samen snijden ze het brood van de korsten.
Lopen op eetstokjes over onaangeroerde borden.
Zij is twaalf ribben,
aangelengd met water.















