Site-archief

Nog eens een liefdesgedicht

Ed Leeflang

.

Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht plaatste. Daarom vandaag het titelloze gedicht van Ed Leeflang uit zijn bundel ‘Op Pennewips plek’ uit 1982. Ed Leeflang ( 1929 – 2008) was enkele jaren actief als journalist, studeerde Nederlands en gaf  les in Zeeland en in Amsterdam. Als leraar besteedde hij veel aandacht aan het poëzieonderricht.
Hij begon met het schrijven van liedjesteksten en vertaalde  kinderboeken uit het Engels.
Al schreef hij al heel lang poëzie, vanaf zijn vijtiende, toch publiceerde hij pas op zijn vijftigste gedichten. Dieren en de natuur in het algemeen, vooral die van het voormalige Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, spelen een belangrijke rol in zijn poëzie. Ook zijn ervaring als leraar vinden we terug in zijn gedichten zoals ook onderstaand voorbeeld.

.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.

Ze haalt haar wijsheid uit een land

waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;

’s zomers zeilt zij op haar houten ledikant.

Haar lach vliegt zeer omslachtig

als een fazant bijvoorbeeld door het lokaal,

zo kleurig ook; zij houdt van allemaal

en niemand is alleen gelaten.

Zij kan niet haten.

Op het bord zij waaren en hij hete;

ze is er voor het zijn, niet voor het weten,

naar kennis heeft ze nooit gedorst.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig;

ze geeft straks heel de klas de borst.

.

 

Amsterdam, Dapperbuurt

Jaap Harten

.

In 1966 publiceerde Jaap Harten bij De Bezige Bij de bundel ‘Totemtaal’. Jaap Harten (1930) is een Nederlandse dichter en schrijver van romans en verhalen. Hij woont in Den Haag waar hij werkte bij het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Hij leeft samen met kunstschilder Oskar Lens (1930). Uit de bundel ‘Totemtaal’ het gedicht ‘Amsterdam, Dapperbuurt’.

.

Amsterdam, Dapperbuurt

.

In het proeflokaal

schuil ik vol mistige voornemens

voor het noodweer

.

wat is het hier stil

het lijkt wel lemmer in de herfst

,

alleen de hagelstenen

praten harder aan het raam

dan de regen, eens, bij j.c. bloem

.

 

Die moeder

Elisabet Eybers

.

Soms kom ik in mijn boekenkast de meest vreemde boeken tegen. Nu weer een boek van Joke Forceville-van Rossum met de titel ‘Als je het mij vraagt’ uit 1983. Joke begint in haar voorwoord over de welvaart in ons land en dat deze bijna spreekwoordelijk is (!). Omdat zij veel gelezen heeft en daarbij zoveel is tegengekomen dat blij maakt, te denken geeft, helpt, troost en vragen stelt, wil ze anderen hier ook deelgenoot van maken. Er zijn dringender redenen geweest om een boek uit te geven dunkt me. Dit boek bestaat dan ook uit een enorme hoeveelheid foto’s, spreuken, verhaaltjes, korte essay-achtige stukken, overdenkingen en gedichten. Waarschijnlijk heb ik dit boek daarom ooit voor een euro gekocht bij een kringloopwinkel.

Het boek doorbladerend wilde ik het al weg doen tot ik een prachtig gedicht tegenkwam van Elisabet Eybers getiteld ‘Die moeder’. Elisabet Eybers (1915 – 2007) was een Zuid Afrikaans dichter. Ze groeide op en studeerde in Johannesburg maar vestigde zich in 1961 in Amsterdam en nam de Nederlandse nationaliteit aan. Toch bleef ze schrijven in het Afrikaans. Haar werk wordt gekenmerkt door humor, ironie en zelfspot. Als voorbeeld hiervan onderstaand gedicht uit 2006, geciteerd in haar overlijdensadvertentie:

Godsdienstigheid beweer
Die siel bly voortbestaan
Terwyl ek self begeer
Om grondig te vergaan

Ze wordt met M. Vasalis en Ida Gerhardt tot de drie grote naoorlogse dichteressen van Nederland gezien. Voor haar werk ontving ze vele prijzen waaronder drie keer de Hertzogprijs, de Herman Gorterprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor haar hele oeuvre. Ze publiceerde maar liefst 30 bundels poëzie in haar leven.

.

Die moeder

.

Die vreemde oorsprong van jou lewe het,

soos lig deur ’n kristal, deur my gevloei

in al die maande toe ek één was met

die stil geheim van jou verborgene groei.

.

En nou kan niks ons skei – want is jy niet

afhanklik en gebonde aan my bloed

wat met sy onbegryplike chemie

jou wonderlik gevorm het en voed?

.

En of die uur ver en vergete word,

en of die jare tussen jou en my

hul seile span, die see sy golwe stort,

of self die Dood sy somber baken steek,

nogtans sal jy aan my gebonde bly

met die onsigb’re naelstring wat nie breek.

.

n_jong_elisabeth_eybers

Poëziepodia

Platformplank

.

Na uitgebreid geschreven te hebben over gedichten op bijzondere plekken en poëzie in de buitenruimte kwam begin dit jaar de hele mooie poëziewebsite http://straatpoezie.nl/ op het internet waar ik als ‘officieel’ partner een bijdrage aan mocht leveren. En nu komt de website http://www.platformplank.nl weer met nieuws naar buiten dat ze voor heel Nederland en België de poëziepodia in kaart hebben gebracht terwijl ik op 30 oktober 2012 begonnen ben met het in kaart brengen van poëziepodia in Nederland en Vlaanderen (al was dat laatste destijds weinig succesvol).

Als het zo doorgaat ben ik straks uitgeschreven 😉

Maar zonder gekheid, het is een prachtig initiatief van Platformplank om alle podia in Nederland en Vlaanderen in beeld te brengen op een website met alle mogelijkheden tot zoeken erop en eraan. Chapeau!

Op hun website omschrijven ze het zelf als volgt:

PLATFORM PLANK zijn wij, samenwerkende organisators van woordkunstpodia in België, Nederland en Friesland. PLANK timmert du moment aan een agenda, die alle evenementen geselecteerd op podium, datum en locatie laat bekijken (dit is inmiddels gelukt). De agenda is bedoeld voor het woordminnend publiek.
PLANK is gratis, PLANK is handig.
Het platform is sinds oktober 2015 online.

Dat de website nog lang niet volledig is mag duidelijk zijn. Zo mis ik Eijlders (Amsterdam), Reuring (Alkmaar), Den Engel en Poëziecafé (Den Haag), Woordkunst (Maassluis) en Dichtsalon ’t Kapelletje (Rotterdam) maar het is nu al een prachtige inventarisatie.

Dus ben je op zoek naar een woordkunstpodium bezoek dan zeker deze website.

.

podia

Feit of fictie

Florimond Wassenaar

.

Bij het opruimen van mijn kast kwam ik de ‘Dichtkunstkrant 2016’ tegen. Deze krant verschijnt 1 keer per jaar, rond de poëzieweek. In deze krant staat een gedicht van Florimond Wassenaar (1970) redactielid en mede initiator van de Dichtkunstkrant. Wassenaar draagt maandelijks een gedicht voor op Bluesradio te Amsterdam (stads FM) en publiceert die op zijn blog ‘de vierde zaterdag’. Hij publiceerde onder andere in Awater/Tortuca, De Gids en Parmentier.

Het gedicht van zijn hand dat in de Dichtkunstkrant verscheen viel me op door het actuele thema. Op 22 oktober 2015 vermoordde een Zweedse man, verkleed als Darth Vader, een kind en een leraar op een Zweedse school. Aanvankelijk dachten de kinderen dat het hier een verkleedpartij betrof, tot de dader daadwerkelijk zijn zwaard gebruikte. Feit en fictie. In een tijd waarin feiten en fictie nogal eens verward worden (nep nieuws) wilde ik dit gedicht hier doorplaatsen.

.

Feit of fictie

.

Darth Vader ging eerst op de foto

het was een tijdje gezellig met hem op school

uiteindelijk bleek dat niets dat hij deed, leek

op gewoon een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

Darth vader staat bekend

als het goede

dat zich tot het kwade heeft gewend

vanwege woede om een zeker verraad

heeft wantrouwen hem een masker opgezet

de kinderen in de klas

zagen een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

tot hij één van hen aan zijn degen reeg

ook een tweede, al beter wetend

ontkwam niet levend

.

vanochtend voordat ik ging bidden

zag ik een vrouw met een kinderwagen

er hing een tros bananen aan het stuur

ze was blond, had blauwe ogen

ze keek me bezorgd aan

haar kind sprak brabbeltaal naar de lucht

die niet eens zo donker was

de zon zelfs wilde komen

toch zijn we met een grote boog

om elkaar heen gelopen

.

05_hamid_al_kanboui

                                           Kunst: Hamid El Kanbouhi

Hoe een zee een woord werd

Antoinette Sisto

.

Vorige week zaterdag mocht ik bij de presentatie van Antoinette Sisto van haar nieuwe bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ een aantal gedichten voordragen. Een paar uit haar nieuwe bundel en een paar van mezelf. Op deze mooie middag in Perdu in Amsterdam stonden ook op het programma: Herbert Mouwen (met een voordracht over het werk van Antoinette), Gerda Posthumus, Katelijne Brouwer, het muzikale duo Hoed en de Rand en er was een gesprek met Antoinette door Will van Sebille.

Zeer binnenkort een recensie van deze nieuwe bundel maar nu alvast een gedicht uit de bundel die ik in Perdu heb voorgedragen.

.

Een kwestie van tijd

.

We horen onszelf dingen zeggen

een smoes bedenken, anekdotes vertellen

naakt is het timbre van onze stem

al geven we ons niet bloot

.

we dichten elkaar betekenis toe

in een later ver van hier

wij zingen onszelf van binnen moe

.

dat is wat we doen

we zingen ons

een park in Beijing

een meer in Toronto

een kapotte brug in de binnenstad van Praag.

.

De val van een terloopse speld

blijft zo mijn enige hoop

met pijn in onze buik

iedere gêne

van onbeholpen leegte weglachen.

.

Laten we afspreken

dat het nooit te laat is.

.

asisto

Foto: Rob Hilz

 

Agenda

Voordrachten en meer

.

2017 loopt alweer aardig vol met activiteiten. Hier een klein overzicht van het eerste kwartaal:

 

5 januari: Local Literature, Spijkenisse (voordragen)

4 februari: Bundelpresentatie Antoinette Sisto in Perdu Amsterdam (voordragen)

19 februari: Poëziepodium Ongehoord! in Rotterdam (organisatie)

19 maart: Dichter bij Den Engel, Den Haag (voordragen)

28 maart: Westlands Boekengala, regionale schrijfwedstrijd (voorzitter jury)

.

img_3091

Poëzie aan de Vijzelgracht

Poëzie in de openbare ruimte

.

De waterstroom op de Vijzelgracht in Amsterdam is een idee van een kunstenares en ontwerper Horst Grütering. Na tien jaar bouwen aan station Vijzelgracht voor de Noord-Zuidlijn is het bouwterrein weer tijdelijk teruggeven aan de buurt. De werkzaamheden gaan namelijk verder in 2017.

Maar deze ruimte kon wel wat meer gebruiken. Daarom heeft een aantal buurtbewoners afgelopen zomer – op verzoek van project Rode Loper – gebrainstormd over de aankleding van het terrein. Deze brainstormsessie leidde tot een voorstel van de bedenkers om met een geschilderde waterstroom de oorspronkelijke Vijzelgracht weer tot leven te brengen.

Poëziedocenten Ilonka Verdurmen en Jos van Hest gaven workshops aan meer dan 70 kinderen van basisschool De Kleine Reus en basisschool De Avonturijn. Hierin schreven de kinderen korte gedichten over het water van de gracht, over wensen en wonderen, over gewone dingen en geheime zaken. Deze dichtregels werden vervolgens op een tweehonderd meter lange watergolf aangebracht op de Vijzelgracht. De gedichtenstroom werd in januari 2016 geopend waarbij alle leerlingen een boekje kregen met daarin alle gedichten.

.

waterstroom_vijzelgracht-2

waterstroom_vijzelgracht-1

waterstroom

Poëziebus 1

Martin Wijtgaard

.

Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.

En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik  zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.

Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:

Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.

Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.

.

Hamburg

.

Het achterland spert hebberige kaken,

gaapt hongerig tussen containerdokken,

en wacht gespannen op het hoge tij,

op droogvoer voor zijn roestige giraffen

.

op zwervers om portieken mee te vullen.

De ebstroom die de kademuren scheurt,

het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,

trekt stil door opgeblazen winkelstraten.

.

Het regent in kartonnen koffiebekers

met handjes kleingeld voor een bed en vreten.

De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,

.

de wirschaftswunderwinkelwagens steken

verwrongen uit de modder van de fleeten

blindgangers tikken in de diepe prut.

.

reuring_151128_01

poeziebuslogo

 

Behalve de haan

Benno Barnard

.

De dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler Benno Barnard (1954) werd geboren in Amsterdam maar woonde van 1976 tot 2015 in België en verhuisde daarna naar East Sussex.

In 1981 debuteerde hij met ‘Een engel van Rossetti’, een bundel met romantische cerebrale poëzie. In zijn latere bundels werd hij vooral beïnvloed door de Engelse Interbellum dichters. Hij vertaalde poëzie uit verschillende talen naar het Nederlands en werd verschillende keren onderscheiden voor zijn werk. Zo ontving hij in 1985 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1987 de Geertjan Lubberhuizenprijs, in 1994 de Busken Huetprijs en in 1996 de Frans Kellendonk-prijs.

Barnard schuwt het publieke debat niet. Heeft duidelijke meningen en beland regelmatig in verhitte discussies met tegenstanders in de media.

Uit zijn debuutbundel ‘Een engel van Rossetti’ het gedicht ‘Behalve de haan (omne animal).

.

Behalve de haan (omne animal)

.

Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar:

de haan, markies, het hoerenjong op stand.

Een pront getande kam, de sporen op terreur.

De roedel kippen, hoerig blond van angst:

plebejisch vee, van Kopf bis Fuss excuus.

.

haan-Medium

benno-barnard-henry-purcell

Foto: Renata Barnard