Site-archief

Hoe een zee een woord werd

Antoinette Sisto

.

Vorige week zaterdag mocht ik bij de presentatie van Antoinette Sisto van haar nieuwe bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ een aantal gedichten voordragen. Een paar uit haar nieuwe bundel en een paar van mezelf. Op deze mooie middag in Perdu in Amsterdam stonden ook op het programma: Herbert Mouwen (met een voordracht over het werk van Antoinette), Gerda Posthumus, Katelijne Brouwer, het muzikale duo Hoed en de Rand en er was een gesprek met Antoinette door Will van Sebille.

Zeer binnenkort een recensie van deze nieuwe bundel maar nu alvast een gedicht uit de bundel die ik in Perdu heb voorgedragen.

.

Een kwestie van tijd

.

We horen onszelf dingen zeggen

een smoes bedenken, anekdotes vertellen

naakt is het timbre van onze stem

al geven we ons niet bloot

.

we dichten elkaar betekenis toe

in een later ver van hier

wij zingen onszelf van binnen moe

.

dat is wat we doen

we zingen ons

een park in Beijing

een meer in Toronto

een kapotte brug in de binnenstad van Praag.

.

De val van een terloopse speld

blijft zo mijn enige hoop

met pijn in onze buik

iedere gêne

van onbeholpen leegte weglachen.

.

Laten we afspreken

dat het nooit te laat is.

.

asisto

Foto: Rob Hilz

 

Agenda

Voordrachten en meer

.

2017 loopt alweer aardig vol met activiteiten. Hier een klein overzicht van het eerste kwartaal:

 

5 januari: Local Literature, Spijkenisse (voordragen)

4 februari: Bundelpresentatie Antoinette Sisto in Perdu Amsterdam (voordragen)

19 februari: Poëziepodium Ongehoord! in Rotterdam (organisatie)

19 maart: Dichter bij Den Engel, Den Haag (voordragen)

28 maart: Westlands Boekengala, regionale schrijfwedstrijd (voorzitter jury)

.

img_3091

Poëzie aan de Vijzelgracht

Poëzie in de openbare ruimte

.

De waterstroom op de Vijzelgracht in Amsterdam is een idee van een kunstenares en ontwerper Horst Grütering. Na tien jaar bouwen aan station Vijzelgracht voor de Noord-Zuidlijn is het bouwterrein weer tijdelijk teruggeven aan de buurt. De werkzaamheden gaan namelijk verder in 2017.

Maar deze ruimte kon wel wat meer gebruiken. Daarom heeft een aantal buurtbewoners afgelopen zomer – op verzoek van project Rode Loper – gebrainstormd over de aankleding van het terrein. Deze brainstormsessie leidde tot een voorstel van de bedenkers om met een geschilderde waterstroom de oorspronkelijke Vijzelgracht weer tot leven te brengen.

Poëziedocenten Ilonka Verdurmen en Jos van Hest gaven workshops aan meer dan 70 kinderen van basisschool De Kleine Reus en basisschool De Avonturijn. Hierin schreven de kinderen korte gedichten over het water van de gracht, over wensen en wonderen, over gewone dingen en geheime zaken. Deze dichtregels werden vervolgens op een tweehonderd meter lange watergolf aangebracht op de Vijzelgracht. De gedichtenstroom werd in januari 2016 geopend waarbij alle leerlingen een boekje kregen met daarin alle gedichten.

.

waterstroom_vijzelgracht-2

waterstroom_vijzelgracht-1

waterstroom

Poëziebus 1

Martin Wijtgaard

.

Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.

En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik  zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.

Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:

Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.

Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.

.

Hamburg

.

Het achterland spert hebberige kaken,

gaapt hongerig tussen containerdokken,

en wacht gespannen op het hoge tij,

op droogvoer voor zijn roestige giraffen

.

op zwervers om portieken mee te vullen.

De ebstroom die de kademuren scheurt,

het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,

trekt stil door opgeblazen winkelstraten.

.

Het regent in kartonnen koffiebekers

met handjes kleingeld voor een bed en vreten.

De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,

.

de wirschaftswunderwinkelwagens steken

verwrongen uit de modder van de fleeten

blindgangers tikken in de diepe prut.

.

reuring_151128_01

poeziebuslogo

 

Behalve de haan

Benno Barnard

.

De dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler Benno Barnard (1954) werd geboren in Amsterdam maar woonde van 1976 tot 2015 in België en verhuisde daarna naar East Sussex.

In 1981 debuteerde hij met ‘Een engel van Rossetti’, een bundel met romantische cerebrale poëzie. In zijn latere bundels werd hij vooral beïnvloed door de Engelse Interbellum dichters. Hij vertaalde poëzie uit verschillende talen naar het Nederlands en werd verschillende keren onderscheiden voor zijn werk. Zo ontving hij in 1985 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1987 de Geertjan Lubberhuizenprijs, in 1994 de Busken Huetprijs en in 1996 de Frans Kellendonk-prijs.

Barnard schuwt het publieke debat niet. Heeft duidelijke meningen en beland regelmatig in verhitte discussies met tegenstanders in de media.

Uit zijn debuutbundel ‘Een engel van Rossetti’ het gedicht ‘Behalve de haan (omne animal).

.

Behalve de haan (omne animal)

.

Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar:

de haan, markies, het hoerenjong op stand.

Een pront getande kam, de sporen op terreur.

De roedel kippen, hoerig blond van angst:

plebejisch vee, van Kopf bis Fuss excuus.

.

haan-Medium

benno-barnard-henry-purcell

Foto: Renata Barnard

 

Neerlands Dichterschat

De poëzie van de 19e eeuw

.

Een nieuwe aanwinst in mijn poëziecollectie is een lijvige bundel ‘saamgebracht door F.H. van Leent’, een vierde veel vermeerderde druk van uitgeverij H.J.W. Becht uit Amsterdam. Een klein dik boek met een lederen omslag en goudkleurige zijkanten. Uit welk jaar deze bundel komt kon ik niet achterhalen (waarschijnlijk rond de eeuwwisseling van 1900) maar het is een bijzonder werk. Veel, voor mij onbekende dichters zijn vertegenwoordigd in deze bundel maar een enkele naam ken ik zoals Alberdingk Thijm, Louis Couperus, Herman Heijermans, Multatuli, Potgieter en Tollens.

Ruim 450 pagina’s 19e eeuwse poëzie. Ik heb gekozen voor een vrouwelijke dichter Hélène Swarth (1859 – 1941) die wordt gerekend tot de Tachtigers. Wikipedia zegt over haar: “Hélène Swarth was tot op hoge leeftijd productief. Haar werk is enigszins ongelijk, maar in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft.”

.

Uit ‘Eenzame bloemen’ uit 1883, het gedicht (Sonnet nummer) ‘I’ (uit Drie Sonnetten).

.

I

.

De zon bestrooit den blauwen vijverplas

Met gansch een vloed topazen en robijnen,

De zoele wind, alvorens weg te kwijnen,

Beweegt de bloemen van het oevergras.

.

Een zachte golving van gebroken lijnen

Zweeft in den vijver, trouw als spiegelglas,

Waar muggen zwermen tusschen ’t struikgewas

En gouden wolkjes komen en verdwijnen.

.

De roode stralen vloeien, drop bij drop,

Langs grijze wilg en bruinen beukentop,

Op ’t siddrend loof der popels en der elzen.

.

Traag  zinkt de zon in ’t purper wolkengraf,

Alsof haar avondkus de wijding gaf

Aan aarde en hemel die elkaar omhelzen.

.

IMG_3157

 

Koppig

Mustafa Stitou

.

Stitou (1974) werd geboren in Marokko en groeide op in Lelystad. Hij studeerde geschiedenis en filosofie. Dankzij Remco Campert stond hij in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar werd zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schreef hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei werd voorgedragen.

Hij won in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel ‘Varkensroze ansichten’ evenals de Jan Campert-prijs. Op het Gedichtenbal 2009 werd bekendgemaakt dat Stitou de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam werd als opvolger van Robert Anker. Dit was hij tot 18 mei 2010, F. Starik nam daarna het stokje over.

Uit ‘Mijn gedichten’ het gedicht ‘Koppig’ dat doet denken aan de neo-dadaïstische procedés die J. Bernlef en K. Schippers in ‘Barbarber’ in de jaren zestig al toepasten maar ook aan het werk van Vaandrager en Armando uit diezelfde periode.

.

Koppig

.

– En, wat zien we?

– Een konijn natuurlijk!

– Een konijn. En?

– En? Ik zie een konijn.

– En tegelijkertijd een…?

– Konijn zeg ik toch!

– Eend.

– Eend?

– Oren snavel zie je wel?

– Ik zie alleen een konijn.

– En een eend.

– Een konijn!

– Eend!

– Konijn

Konijn, konijn, konijn!

.

eendkonijn

Met dank aan Wikipedia

Verloofden

Pierre Kemp

.

De dichter en kunstschilder Pierre Kemp (1886 – 1967) woonde zijn hele leven in Maastricht (op een jaar Amsterdam na, waar hij zo’n heimwee kreeg dat hij al snel terugkeerde naar zijn geboorteplaats). Tientallen jaren reisde hij met de trein van Maastricht naar Eygelshoven waar hij bij de mijn ‘Laura’ werkzaam was. Tijdens die vele treinreizen schreef hij veel van zijn poëzie. Pierre Kemp had vele anonieme muzen. Naar aanleiding van contacten en gesprekken die hij had tijdens de vele treinreizen schreef hij menig gedicht.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was zijn meest succesvolle periode. In die periode ontving hij maar liefst 4 belangrijke poëzieprijzen waaronder de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit ‘Verzameld werk’ uit 1976 het gedicht ‘Verloofden’.

.

Verloofden

.

Als hij mij een hand geeft,

kleedt hij mijn vingers uit.

Toch verlang ik zo naar dit

contact met mijn huid.

Als hij met een vinger de split

van mijn vingers beroert, word ik rood

en voel ik mijn schoot.

Wij glimlachen, het doet ons goed.

Is het wel, als het moet?

Maar ik geef toe

en doe, en doe, en doe.

.

kemp01

                                                                             Foto: Henri de Bouter

PK

                                          Beeld van Pierre Kemp in het stadspark in Maastricht.
                                          Foto: Pivos

Lili Marleen

Gerrit Krol

.

Gerrit Krol (1934 – 2013) was schrijver,dichter en essayist met een groot oeuvre van meer dan 50 romans, dichtbundels en novelles. Hij kreeg voor zijn werk verschillende literaire prijzen en hij bekleedde een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1961 debuteerde hij met gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Weekblad en in 1962 verscheen zijn roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker’.

Vanuit zijn bèta achtergrond (hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur) ontwikkelde Krol een heel eigen schrijfstijl. Hoewel hij niet veel poëziebundels publiceerde wordt zijn werk als dichter erg gewaardeerd.

Uit: ‘Het komt allemaal goed’ uit 2005 het gedicht ‘Lili Marleen’.

.

Lili Marleen

.

Het zijn de vrouwen die de mannen baren.

.

Of: hoe men de geslachten onderscheiden kan.

.

Op een stoel zit hij, wijdbeens,

maar niet lang, een

toegeworpen appel brengt

zijn benen bij elkaar – vangt

de vrouw door haar benen te spreiden

in haar rok, die wijdheid is haar gegeven.

.

De pantalon staat strak

gespannen van speld tot speld.

Dat kledingstuk is werkelijk om te zoenen.

.

Maar wie weet wat er gebeurt, in het algemeen?

.

De appel bewaard in haar schoot

is geen appel, maar

een blik soldaten,

die marcheren, een blik soldaten,

die zingen van die Laterne,

zingen van Lili Marleen.

.

Gerrit-Krol-522x391

 

lili marleen

 

De Poëziebus Deel 5

Mark Boninsegna

.

Gister werd Delft en (opnieuw) Den Haag aangedaan door De Poëziebus. In Delft werd bij Menno Smit van Verzet de Zinnen opgetreden in het Rietveld theater en in Den Haag werd op het Koningsplein o.a. samen met de bewoners een ‘pleingedicht’ gemaakt.

Vandaag trekt de karavaan dichters in de Poëziebus naar Amsterdam waar het Vondelpark wordt aangedaan waarna men doorreist naar Rotterdam waar maar liefst twee podia worden onveilig gemaakt namelijk café De Schouw en WORM Wunderbar.

Vandaag ook ongetwijfeld aanwezig (in Rotterdam dan toch zeker)  is Mark Boninsegna. Mark is een echte ‘Rock ‘n Roll Straatpoëet’. Geboren te Berkel en Rodenrijs in het jaartal 1976. Momenteel is hij gemeentedichter van Lansingerland en poëzieambassadeur van bibliotheek Oostland. Zijn poëzie is zonder poespas en recht van de straat. Liefde en romantiek worden afgewisseld met een ‘knal boven op je muil’, maar het verlangen naar een morgen zonder gedoe is altijd aanwezig.

.

Verborgen letters

Overdag vormen letters geen woorden
geen glimlach op het gezicht
geen deuren die geopend worden

Ze geven geen informatie
geen troostende arm om schouders
of zucht van verlichting

Een deken is gedrapeerd over letters
Vormen waarneembaar
maar een betekenis verstopt

’s Nachts als het lichaam onder de deken kruipt
komen letters te voorschijn
en dansen in onthullend maanlicht

dan vormen ze een nieuw epos van Homeros
en een nieuw gedicht van Yunus Emre
Soms ook een nieuwe strofe van Vaandrager
of een nieuwe bundel van Cesare Pavese

Bij het verschuiven van aarde en maan
veranderen letters van volgorde
Chaotisch duwen ze het lichaam van hun af
wanneer onder dekens kruipend

.

mark b

Poeziebus-logo

Alle informatie over de Poëziebus op http://poeziebus.nl