Site-archief
Poëziepodium
Oud Eik en Duinen
.
Voor wie zich verveelt, vandaag graag een bezoek aan Den Haag brengt, van poëzie houdt of gewoon een leuke en interessante middag wil hebben met dichters is er het Dichter bij de dood poëziepodium. Op de begraafplaats Oud eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag zullen een aantal dichters acte de présence geven. Onder andere Steven Van Der Heyden en Ericka De Stercke uit Vlaanderen, Max Leroux en Renske Visser. Uiteraard is er een open podium. De oude aula op de begraafplaats is vanaf 13.30 geopend. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot ca. 16.00 uur. Deze poëziemiddag wordt mogelijk gemaakt door poëziestichting Ongehoord!, Marjon van der Vegt (presentatie) en de Cultuur Schakel Den Haag.
Een van de optredende dichters is Steven Van Der Heyden (1974), een mij inmiddels bekende dichter sinds de bundelpresentatie van ‘Zelfportret met woord’ van Hans Franse. Steven debuteerde met zijn solobundel ‘Filigraan’ en hij publiceerde in verschillende magazines en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther, Mugzine, Tijdschrift Landauer, Ballustrada, en Liter. In 2023 won hij de Rob de Vos-prijs en hij is stadsdichter van Roeselare. Daarnaast is Steven klimaatdichter en redactielid van het e-zine Roer.me.
Alle reden dus om naar hem en de andere dichters te komen kijken en luisteren op Oud Eik en Duinen. De toegang is gratis en de begraafplaats zorgt voor koffie en thee. Als voorproefje een gedicht van Steven dat hij schreef over een boom in Roeselare als stadsdichter getiteld ‘De Zwarte Els’.
.
De Zwarte Els
.
onder haar huid en in het diepste geheim
bundelen wortels zich tot vuistdikke knollen
die nakomelingen en stikstof bewaren
stugge wapens tegen steen en beton
ze aardt het best met ingesneden blad
dat de wind vangt die water aanvoert
met ingerold verlangen droomt ze van binding
ook al telt haar vlees een enkele jaarring
gastvrij waakt haar hart over zomen van pleinen
kades en parken , pompt zuurstof de nieuwe
stadszichten in, haar voeten koelen het asfalt
voor mos en dier wiegt ze de wereld anders
hittegolven gaan liggen in haar schaduw
onstuitbaar tast ze bosranden af,
haar taaie lichaam een wissel op later
groene sleutel voor ons eindig verdwijnen
.
Het nevelen in haar hoofd
José van Zutphen
.
Op zondag 7 april jongstleden interviewde ik de Rotterdamse dichter en ‘rapgranny’ José van Zutphen op het dichterspodium van Dichter bij de dood op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Na het interview droeg José een aantal van haar gedichten voor en bij één gedicht voelde je in de zeer goed bezette aula een emotie bij het aanwezige publiek: herkenning, mededogen en een gevoel van verdriet. Ook ik merkte bij mezelf dat dit gedicht iets bij me deed, reden genoeg om José na afloop te vragen of ik het gedicht hier te mogen plaatsen.
Afgelopen Hemelvaartsdag, bij de Haarlemse Dichtlijn, kwam ik haar weer tegen en kreeg ik, zoals ze beloofd had, het bundeltje ‘Het nevelt in haar hoofd‘ waarin het desbetreffende gedicht ‘Mijn moeder’ uit 2006 is opgenomen. Voor dit bundeltje (A6 formaat wat het meteen sympathiek maakte, ik moest meteen aan de MUGzines denken) heeft José een keuze gemaakt uit de gedichten die zijn ontstaan vanuit een intens contact met haar moeder in de laatste jaren van haar leven. Haar moeder die erg van taal hield, verloor steeds meer het vermogen tot spreken en verstaan van taal, het schrijven en het lezen. Nog steeds wordt José door het onvermogen van mensen met een niet aangeboren hersenletsel en hun onvermogen tot lezen, schrijven en verstaan geraakt, en ze heeft in dit bundeltje een aantal gedichten bij de gedichten over haar moeder gevoegd.
.
Mijn moeder
.
Eens droeg ze mij naar water
en waste, al het spelen moe,
de laatste resten van de dag
schoon naar de avond toe.
.
Mijn dromen lagen teruggeslagen
als dekens donzig zacht
te wachten om beschermd toe te dekken
te wachten op mijn sprookjesnacht.
.
Nu baad ik haar, mijn moeder
zoals zij vroeger deed
spelend met waterdruppels
genietend van wat warmte heet
.
En om haar naakte schouders een doek
waar ik doorheen mijn woorden weef
zo zacht zo droog ik haar in mijn armen
zo zacht vertellend hoe ik om haar geef.
.
Als zij dan weer wat later
gekleed is voor een lange dag
voel ik me even moeder
kijkend naar haar blije lach.
.
En om haar te beschermen
zoals zij vroeger deed
leg ik mijn dromen op haar kussen
voor als zij niets te dromen weet.
.
De idioot in het bad
Vasalis
.
Zondag interviewde ik José van Zutphen tijdens het poëziepodium van DBDD in de aula van de begraafplaats Oud Eik en Duinen. Ik vroeg haar onder andere welke dichter ze graag eens zou ontmoeten (mocht een levende of een overleden dichter zijn). Ze antwoorde hierop dat ze graag Vasalis (1909-1998) zou willen ontmoeten. Ik begrijp dat heel goed. Ze vertelde erbij dat ze het gedicht ‘De idioot in het bad’ zo mooi vond.
Nu wil het geval dat ik afgelopen weekend in een kringloopwinkel de bundel ‘Met twee maten’ kocht. Samengesteld door Paul Rodenko en oorspronkelijk uitgegeven in 1956 (mijn exemplaar is een derde druk uit 1974) als een Bert Bakker Bloemlezing. De ondertitel van de bundel luidt: de kern van vijftig jaar Nederlandse poëzie geïsoleerd en experimenteel gesplitst. En laat het gedicht ‘De idioot in het bad’ nu in deze bundel staan.
Uiteraard heb ik eerst gekeken of ik het gedicht al eens geplaatst had op mijn blog en aanvankelijk dacht ik dat dat het geval was maar het blijkt dat ik slechts de laatste twee strofes heb opgenomen in dit bericht. Daarom alsnog het hele gedicht.
.
De idioot in het bad
.
Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar ’t bad.
.
De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.
.
De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.
.
Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.
.
Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
.
En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.
.
En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.
.
Voor Jan Prins
Tussen steden
.
Vandaag is het 2 november en dus Allerzielen. Op deze dag wordt al jaren op begraafplaats Oud Eik en Duinen stil gestaan bij de overledenen. Dit gebeurt onder de noemer Dichter bij de dood. Poëziestichting Ongehoord! organiseert samen met de begraafplaats, Dichter bij de dood en met financiële ondersteuning van de Cultuurschakel Den Haag een avond vol poëzie.
Op een route over de begraafplaats die met fakkels wordt verlicht kunnen bezoekers langs verschillende dichters wandelen die een gedicht hebben geschreven over een bekende dichter, schrijver of kunstenaar die op Oud Eik en Duinen ligt begraven. Dit jaar heb ik gekozen voor de dichter Jan Prins, pseudoniem van Christiaan Louis Schepp (1876-1948).
Jan Prins was marine officier. Dit bracht hem verschillende malen naar Nederlands-Indië. Dat gegeven heb ik gebruikt voor mijn gedicht, dat ik vanavond zou voordragen. Helaas is door de storm dit evenement afgelast maar zal het later deze of volgende maand alsnog worden georganiseerd.
.
Tussen steden
Voor Jan Prins
In het gevecht tussen havensteden
won die van hier dichtbij, vrij van
herinneringen maar met een hart
vol smart over verre horizonnen
Een bruid onder de wolkenhemels
van Ruisdael in je armen, een hoofd
vol oosterse gedachten en verlangens
en daar tussenin erbarmen en hoop
Hoe de smaak van Soerabaya zich steeds
vermengt met de geur van specerijen en
hout in de havens van Holland. Je bent hier
thuis waar je steen ligt, waar je herinnerd wordt
.
De bruid
-
Jan Prins
- .
- Op 2 november tijdens Allerzielen wordt al enige jaren het bijzondere poëzie-evenement Dichter bij de dood georganiseerd. Ik deed al mee als deelnemer en sinds een paar jaar organiseer ik namens poëziestichting Ongehoord! dit mooie evenement mee. Elk jaar adopteren een aantal dichters een van de bekende Nederlandse dichters, schrijvers of kunstenaars die begraven liggen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.
Op de avond van 2 november nemen de dichters plaats langs een, middels fakkels, afgezette route. De bezoekers van de begraafplaats kunnen bij de dichters langs lopen waar ze het gedicht, speciaal voor deze avond geschreven, ten gehore brengen. Ook ik doe dit jaar mee met een gedicht geschreven op een van de dichters die begraven liggen op Oud Eik en Duinen, Jan Prins (1876-1948) pseudoniem van C.L. Schepp. Prins werd geboren in Rotterdam en overleed in Naarden maar ligt dus begraven in Den Haag.
Prins was dichter en vertaler. In 1903 debuteerde hij in het tijdschrift ‘De XXste eeuw’. Zijn eerste poëziebundel ‘Tochten’ verscheen acht jaar later, in 1911. Daarin staat zijn bekendste gedicht, ‘De bruid’. In dit gedicht wordt Nederland (Holland) allegorisch vergeleken met een bruid, waarbij de lentezon de bruidegom is. De laatste twee strofen zijn in de twintigste eeuw aan generaties Nederlanders op school bijgebracht: De bruigom is de lentezon / En Holland is de bruid.
.
- De bruid
- .
- De lucht, over de jonge dag,
- Was helderder dan ooit.
- Iets ongewoon-verblijdends lag
- In weide en veld gestrooid.
- De torenklok zong, wat ze kon,
- De vlaggen staken uit:
- De bruigom was de lentezon
- En Holland was de bruid.
- .
- Ze was des morgens opgestaan,
- Een ranke, frisse meid.
- Ze deed haar gazen sluier aan
- van dunne dauwigheid.
- Ze stak zich van de perenboom
- De bloesem in het haar,
- Die witter dan een winterdroom
- Is, – wonder, wonderbaar.
- .
- Ze deed een gladde gordel om
- Van zilverig allooi,
- Van zuivre waterglans, – wat glom
- Die ronde gordel mooi!
- Toen hechtte ze als een donzen vacht
- Aan haar satijnen kleed
- De schuimrand die de zee haar bracht.
- Toen was de bruid gereed.
- .
- Een ooievaar trad op de deel,
- Gewichtig, met zijn stok.
- De merel was in zwart fluweel,
- De zwaluw kwam in rok.
- Toen keken, daar ’t zó prachtig was
- – En Holland is de bruid, –
- De madeliefjes in het gras
- Haar gouden oogjes uit.
- .
- De bruigom is een edel man,
- De bruid is jong en sterk.
- Daar komen schone kinders van
- En blijdschap bij het werk.
- De bruid, – waar zag men weker leest,
- Een vriendelijker mond, –
- De bruid, – die maakten zeewind meest
- En ruimte zo gezond.
- .
Poëziepodia
Rotterdam, Breda en Den Haag
.
Vandaag is er op de begraafplaats Oud Eik en Duinen een poëziepodium van Dichter bij de dood. Twee keer in het najaar en op Allerzielen worden poëziepodia georganiseerd door Dichter bij de dood en poëziestichting Ongehoord! Op vele plaatsen in Nederland (en Vlaanderen) worden bijna wekelijks poëzie- en open podia georganiseerd waar naar dichters geluisterd kan worden en waar dichters hun werk kunnen brengen voor een publiek.
In 2012, 2013, 2013, 2013, 2014 maar ook in, 2019 schreef ik al over allerlei initiatieven en poëziepodia. En omdat er toch echt wel ontwikkeling is binnen de verschillende poëziepodia in Nederland hier een update.
De Poetsclub is verhuisd. Nadat Tineke van café de Schouw er pas geleden mee is gestopt is dit Rotterdamse open poëziepodium verhuisd naar Café Ari. Het pand waarin café de Schouw was gehuisvest was dermate slecht dat het afgebroken gaat worden. Café Ari aan de Nieuwe Binnenweg 142a in Rotterdam is het nieuwe onderkomen van de Poetsclub. Iedere eerste woensdag van de maand vanaf een uur of 9 kun je terecht met je gedichten of gewoon om te luisteren naar wat Rotterdamse dichters te brengen hebben.
Elke twee maanden organiseert Louis van Londen in het Belcrumhuis in Breda aan het Pastoor Pottersplein 12 aldaar een poëziepodium onder de naam Groene Fee. Van 20.00 tot 23.30 treden daar allerlei dichters op en er is een open podium. De eerstvolgende is op 6 oktober en dan dragen onder andere Acg Vianen, Pom Wolf en Anna Borodikhina voor.
Zoals geschreven hierboven is er vandaag van 14 uur tot 16 uur een open- en poëziepodium van Dichter bij de dood in de aula van de begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Je kan meedoen op het open podium, meld je dan aan bij Marjon van der Vegt voor aanvang van het podium.
.
Poëzie
.
Is dat niet met
andere woorden
precies hetzelfde
zeggen
Dichterspodium
Dichters en troubadichters
.
Dichter bij de Dood organiseert sinds twee jaar het evenement Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op Allerzielen (2 november). Dat is een poëzie-evenement dat al langer loopt maar sinds twee jaar ben ik via poëziestichting Ongehoord! aangehaakt en worden er behalve de avond op 2 november ook (open) dichters[podia georganiseerd. De eerste jaren in Loft maar vanaf dit jaar in de geheel gerestaureerde en prachtige aula van de begraafplaats.
Wil je meedoen als (trouba)dichter? Dat kan. Naast de dichters die dit jaar meedoen op Allerzielen is er plek voor een ‘open podium’. Kom dan op zondag 24 september naar begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. De inloop is vanaf 13.30 uur en de start is om 14.00 uur. De middag duurt tot 16.00 uur en is uiteraard gratis te bezoeken. Wil je meedoen zorg er dan voor dat je voor 14.00 uur je aanmeldt bij Marjon van der Vegt of bij mij. Elke dichter wordt in de gelegenheid gesteld om drie gedichten voor te dragen.
.
Binnenhof
Aad Nuis
.
Aad Nuis (1933-2007) was politicoloog, literatuurcriticus, bestuurder, journalist, columnist, essayist, publicist, politicus (D66) en dichter. Reden voor mij om tijdens ‘Dichter bij de dood’ op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, op 2 november aanstaande tijdens Allerzielen, deze dichter (die op de begraafplaats begraven ligt) te kiezen als dichter om iets over te vertellen en een gedicht van hem voor te dragen (naast een gedicht van mij over de dood).
Nuis was redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. Hij schreef in Propria Cures, Hollands Weekblad, Tirade, Haagse Post, Ons Erfdeel en de Volkskrant. In 1963 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Wisselend weer’ die hij opdroeg aan Renate Rubinstein met wie hij van 1956 – 1963 getrouwd was.
Uit de bundel ‘Het land der letteren’ Nederland door schrijvers & dichters in kaart gebracht, uit 1982 komt het gedicht ‘Binnenhof’ waar Nuis dicht over zijn werk als politicus in de Tweede Kamer (waar hij volksvertegenwoordiger was van 1981-1982).
.
Binnenhof
.
Het stille hart van wervelwinden
in dit glas water, Nederland,
waar ik mij steeds terug moet vinden
naast dagtoerist en demonstrant.
.
Bestaat dit echt of zijn wij spoken,
figuren dansend hand in hand,
gedurig in koud vuur ontstoken
door woorden van dor zand?
.
Ga maar bij dichter, boeren kijken:
hun taal, hun grond, vast in de hand.
Hier blijft de werkelijkheid ontwijken –
net naast de rand.
.
Toch zoemt en trilt het hier van krachten,
huist hier het hart (meer dan ’t verstand)
van wat ik grijnzend hoog blijf achten:
mijn land.
.
Begraafplaats
Jean Pierre Rawie
.
Wie mij een beetje kent weet dat ik een voorliefde heb voor het bezoeken van begraafplaatsen. Daarom vandaag in het kader van vakantiepoëzie het gedicht ‘Begraafplaats’ van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Woelig stof’ uit 1989.
.
Begraafplaats
.
De mannetjes die hier wat werken
doen alles maar op hun gemak,
ze harken de paden en perken
en scheren de sierheesters strak.
.
Ze weten van elk van de zerken
het nummer, de rij en het vak;
ze zouden het zeker bemerken
wanneer er een dode ontbrak.
.
Dat zal ook wel nooit meer gebeuren.
De mannetjes kennen hun plicht,
het hek met de ijzeren deuren
gaat tegen de schemering dicht.
.
Waarover de treurwilgen treuren,
wie, wie die er wakker van ligt?
.

















