Site-archief
Boekenkast
Erwin Vogelezang
.
Op de tweede kerstdag sta ik maar weer eens voor mijn boekenkast om ‘at random’ een bundel van één van de vele planken te pakken. Zonder te kijken is dat ‘Dichters uit de bundel‘ De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten geworden. Samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens uit 2016. Zonder te kijken open ik de bundel op pagina 545 en daar staat het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’ van Erwin Vogelezang.
Ik herkende de naam van Vogelezang en het blijkt dat ik zijn naam eerder noemde op dit blog in de serie gedichten op vreemde plekken en wel die in Stripvorm. Vogelezang debuteerde in 2006 met ‘Bladluis’ in de Windroosreeks. Zijn gedichten zijn opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder Rainbow Essentials verzamelbundels en 25 jaar Nederlandstalige poëzie in 666 en een stuk of wat gedichten. Op zijn website schrijft hij ook nog: “Als rabiaat onproductief dichter, profiteert hij graag van de oprispingen van anderen: de keuze voor deelname aan FLARF was voor kenners dan ook een logische. Erwin was een paar jaar rouwdichter in het kader van de Eenzame Uitvaart.”
Uit de bundel ‘Bladluis’ komt het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’.
.
drie meisjes bij de slam
.
en jawel hoor, ze staan er weer
met teruggetrokken tanden al
dan niet de dertig te passeren.
.
drie meisjes bij de slam
in schotsgeruite pofrokjes
bespreken jongeherenleed.
.
even lekker kletsen zo
op een warme oktoberavond
met glutenvrije strandtas om.
.
maar heer heb medelij!
zij zullen vroeger vast hebben geslist
en was er niet iets met hun vaders?
.
zeep dus eerst hun borstjes in
en houd ze dan voorzichtig maar beslist
drie minuten onder handwarm water.
.
Dochter
Judith Mok
.
Ik sta weer voor mijn boekenkast en pak daar een willekeurige dichtbundel uit zonder te kijken wat het is. Het is ‘Vrouwen dichten anders’ samengesteld en ingeleid door Cox Habbema, uit 2000. Ik open de bundel op een willekeurige pagina (72) en daar staat het gedicht ‘Dochter’ van Judith Mok dat is genomen uit haar bundel ‘Het Feestmaal’ uit 1997.
Judith Mok (1954-2024) is een voor mij onbekende dichter, ik schreef nog nooit over haar en haar naam werd zelfs niet terloops in een blogbericht genoemd. Mok was een multi-talent. Ze was een Nederlandse sopraan, schrijfster en dichteres. Ze verhuisde in haar veertiger jaren naar Ierland en publiceerde romans en andere werken in het Engels. Ze publiceerde fictieve memoires, drie romans en vier dichtbundels. In 1985 debuteerde ze als schrijver en dichter met de dichtbundel ‘Sterkwater’. Hierna volgde nog ‘Materiaal’ in 1991, ‘Het Feestmaal’ in 1997 en ‘Goden van Babel’ in het Engels in 2011.
.
Dochter
.
Ik sta naast je bed
Er zingt iets in mijn oren
alsof je slaap de melodie kent
van toen. Kind, je huid
laat een bloemengeur toe
je bent je vaders gedicht
mijn Ierse roos
je rijdt op wilde paarden
en spreekt je wijze taal.
Ik luisterde naar het sterven
van mijn moeder, terwijl de dood
aan jouw masker begon te kerven.
.
Zwembad Den Dolder
Menno Wigman
.
Zoals vrijwel elke vrijdag sta ik ook vandaag weer voor mijn boekenkast (een van de vier) en dit keer op een krukje, ik sluit mijn ogen en ga met mijn vingers langs de ruggen van de dichtbundels. Ik stop, pak een bundel en dit blijkt ‘Mijn naam is legioen‘ uit 2012 van Menno Wigman (1966-2018) te zijn. Opnieuw sluit ik mijn ogen en open ik de bundel op een willekeurige pagina (45 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Zwembad Den Dolder’.
.
Zwembad Den Dolder
.
Er zijn gevoelens die fascistisch zijn.
De vader die niet weet waarom hij slaat,
de zoon die half verblind in foto’s krast.
.
De mooiste idioot die ik ooit zag
lag op zijn rug een heel heelal te zijn.
Geen vader kreeg ooit greep op deze pees
.
die als een kosmonaut het bad door dreef,
geen moeder stookten in zijn vissenkom.
En wit en scheef en wijs zwom hij. Hij zwom.
.
Van op afstand
Marc Tritsmans
.
Vrijdag dus tijd voor een keuze uit mijn boekenkast (de keuze is reuze). Ik pakte met mijn ogen dicht de bundel ‘Oog van de tijd’ uit 1997 van de Vlaamse dichter Marc Tritsmans (1959) uit mijn boekenkast. Opnieuw opende ik zonder te kijken de bundel en daar stond het gedicht ‘Van op afstand’. De bundel opent overigens met een opdracht aan Herman de Coninck (1944-1997) ‘voor de jarenlange, warme aandacht’ en citeert daaronder de befaamde rouwregels van W. H. Auden, eindigend met ‘for nothing now can ever come to any good’ uit het gedicht ‘Funeral blues’.
.
Van op afstand
.
In het duister achter in de tuin
amper dertig meter van hen vandaan.
De gordijnen nog open, alle lichten
aan. Alsof zonet iets levends werd
.
gevangen onder het dekglas van een
microscoop: zo argeloos laat kroost
zich van op afstand door onzichtbare
vader bekijken. Zolang als ik kan
.
ben ik er niet. Maar ooit zal ik me
heel precies herinneren hoe makkelijk
het was om zomaar op hen toe te gaan,
te lachen, te praten, hen aan te raken.
.
Formule 1
Frank van Pamelen
.
Voor mijn boekenkast sta ik en zonder te kijken maar door hoog te reiken pak ik een willekeurige dichtbundel van een plank. Het blijkt de bundel ‘Dat lijkt warempel sandelhout‘ van Frank van Pamelen (1965) uit 2003 te zijn. Ik open een willekeurige bladzijde en daar op pagina 71 lees ik het gedicht ‘Formule 1’. Nu weet ik dat er hele volksstammen fan zijn van de Formule 1 en dan vooral van Max Verstappen maar ik heb er niet zoveel mee. Ik begrijp van Pamelen wel.
.
Formule 1
.
De autoracerij dat is geen sport
Waarvan ik denk: Dat zou ik ook wel willen
Een beetje in zo’n koekblik zitten trillen
Terwijl je langs reclameborden snort
.
Daar zit je dan, volledig vastgesjord
Een sloot fossiele brandstof te verspillen
De autoracerij dat is geen sport
Waarvan ik denk: Dat zou ik ook wel willen
.
Wat moet je in zo’n opgevoerde Ford
Nou stoer staan doen met helmen en met brillen
Terwijl je zittend op je luie billen
Door páárdenkrachten aangedreven wordt?
De autoracerij dat is geen sport
.
Nu
Herman de Coninck
.
Toen ik vandaag voor mijn boekenkast stond en zonder te kijken een bundel eruit pakte, bleek dit ‘Vingerafdrukken‘ van Herman de Coninck (1944-1997) te zijn uit 1997. Omdat ik al veel gedichten van Herman de Conink heb gedeeld op dit blog was ik nieuwsgierig op welke bladzijde, bij welk gedicht ik de bundel zou openslaan. Het bleek pagina 13 te zijn waar het gedicht ‘Nu’ staat.
De regelmatige lezer van dit blog weet dat Herman de Coninck in de absolute top van mijn favoriete dichters staat. Dus toch maar even gecheckt of ik dit gedicht niet al eerder deelde. Dat blijkt niet het geval. Daarom hier ‘Nu’.
.
Nu
.
Vandaag zag ik een vrouw
afscheid nemen op de trein.
Zij ging naar een ander land,
maar ook daar zou zij van hier zijn,
achternabemind door haar man.
.
Zo hoop ik dat ik mijn dochter
over vijftig jaar, een vorige eeuw
in kan beminnen, deze,
in deze zinnen.
.
Telescoop
Lotte Dodion
.
In tegenstelling tot meestal op vrijdag of zaterdag ben ik vandaag niet voor mijn boekenkast gaan staan om zonder te kijken een bundel te pakken. Dit keer heb ik gewoon de bundel ‘Verzachtende omstandigheden‘ van de Vlaamse dichter Lotte Dodion (1987) gepakt om nog een gedicht met jullie te delen omdat mij deze bundel uit 2025 gewoon erg bevalt.
Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Telescoop’ omdat er op de een of andere manier een vorm van troost uit spreekt. En ik denk dat veel mensen behoefte hebben aan troost. En de vondst van Duisterniets (in plaats van duisternis) vind ik persoonlijk heel prachtig.
.
Telescoop
.
Soms is het genoeg
getuige te zijn. Niet de ster,
maar de kijker.
.
Soms is het genoeg
onze blik als de arm van een telescoop
steeds dieper de nacht in te schuiven
tot die een omarming wordt die alles kan dragen.
.
Soms is het genoeg
ons te herinneren dat wij ons opbranden aan lichtsnelheid
terwijl sterren daar miljarden jaren ruim(te)tijd voor nemen.
.
Soms is het genoeg
het licht uit te laten,
ons sterrenstof op te laden aan dit magische Duisterniets.
.
Hier in het donker staan
heelt alles.
.















