Site-archief
Zweef
F. Starik
.
Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.
Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.
Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.
Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.
.
Zweef
.
Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.
Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.
Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.
Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt
vliegen doe ik allang niet meer.
.
Poëzieweek 2018
Theater, bibliotheek, café en radio
.
Van 25 tot en met 31 januari is het in Nederland en Vlaanderen Poëzieweek en dit jaar heeft de poëzieweek als thema ‘Theater’ gekregen, met als motto ‘uitstromend in het pluche van de zaal’. Nu zullen er weer veel zalen en zaaltjes gevuld worden met dichters en gedichten tijdens de poëzieweek maar in de meeste gevallen zal er weinig sprake zijn van pluche. Poëzie in Nederland en zeker in zalen en zaaltjes in Nederland vindt vooral plaats in zaaltjes en op plekken waar sprake is van eenvoudige stoeltjes of tijdelijke zitplaatsen.
Een paar voorbeeld en van plekken waar ik de komende poëzieweek te horen en zien ben.
Op zondag 21 januari (dat is dus strikt gezien net voor de Poëzieweek) zal ik voordragen in café Maaart op de Valkenboslaan tijdens een voorronde van de Poëzie op Pootjes bokaal. Aanvang 15.30 uur.
Op zaterdag 27 januari ben ik aanwezig bij Radio Rijnmond bij het onderdeel Vraag het de bieb (verzorgd door Geen Poeha) als dichter in 1 minuut (wordt waarschijnlijk iets langer dan 1 minuut) alwaar ik een gedicht zal voordragen en iets zal vertellen over de volgende twee activiteiten. De aanvang van mijn bijdrage is om ca. 13.30 uur.
Op zaterdag 27 januari zal ik vervolgens voordragen bij Voorbij de brug! in de bibliotheek van Delfshaven georganiseerd door de bibliotheek en Zona Franca. Deze middag begint om 13.30 uur (ik zal iets later aanschuiven) en duurt tot 15.00 uur. Andere dichters dar zijn Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Myrte Leffring, Jantine Dijkstra, Gerard van Hameren, Tomas de Paauw en de Syrische dichter Adnan Alaoda. De presentatie is in handen van Marco Nijmeijer. De bibliotheek Delfshaven is aan de Rösener Manzstraat 80 in Rotterdam.
Op zondag 28 januari tenslotte zal ik de presentatie voor mijn rekening nemen van De Gedichtendag in theater Koningshof in Maassluis. Daar treden op: Marieke Lucas Rijneveld (met poëzie uit haar debuutbundel Kalfsvlies), de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum, Hans Trompert en Bert Blasé (muziek en poëzie) Relliatuur (Rellie Telg uit Rotterdam met spoken word poëzie) en een aantal dichters uit Maassluis e.o. De aanvang is 15.00 uur en de middag duurt tot ca. 17.00 uur. Entree is € 9,50 of met korting € 7,50 Theater Koningshof is aan de Uiverlaan 20 in Maassluis
Als opwarmertje alvast een gedicht van Rien Vroegindeweij uit ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.
.
Poëzie is voor mij een verhaal
Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon
.
De muze viert feest
Paul Rodenko
.
Afgelopen Oud en Nieuw verbleef ik in Drenthe en vandaar uit bracht ik een bezoek aan twee kringloopwinkels in Groningen. Bij kringloopwinkels is het altijd maar afwachten of: Ze veel boeken hebben, de kans dan groot is of ze ook veel poëziebundels hebben en of ze de boeken een beetje gerangschikt hebben. Ik kom toch regelmatig in kringloopwinkels waar alle boeken maar een beetje door elkaar staan of waar de poëzie tussen de (vele) romans staan. In de eerste winkel die ik bezocht stonden de poëziebundels wel apart maar niet aangegeven. Daar kocht ik voor nog geen tientje maar liefst tien bundels.
In de tweede kringloopwinkel alweer geen aanduiding van poëzie maar toch gevonden. Daar kocht ik voor nog een drie keer niks drie bundels. Dat Groningen een literair klimaat had wist ik en ik weet ook dat er aan poëzie ‘gedaan’ wordt. Dat de opbrengst zo groot zou zijn was echter een verrassing. En er zaten een paar fraaie exemplaren bij. Zoals de bundel ‘De muze viert feest’.
Deze bundel uit 1960 (het Boekenweekgeschenk dat jaar) is een uitgave van de Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels voor de jeugd! Het bevat een ‘Bonte verzameling feestgedichten bijeengebracht door Gerriot Borgers” met tekeningen en een typografie van J.H. Kuiper. Achterin de bundel waarin vrijwel alle belangrijke dichters uit die tijd zijn vertegenwoordigd een index op eerste regel, op naam van de dichter en een korte beschrijving van de dichters uit de bundel.
Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht van Paul Rodenko waarvan achterin de bundel staat: Geboren 26 XI 1920 in Den Haag. Studeerde Slavische talen en psychologie te Leiden en Parijs. Redacteur van ‘Columbus’, ‘Podium’ en thans vast medewerker van ‘Maatstaf’. Woont te Warnsveld. Het gedicht dat van Rodenko staat is heel toepasselijk in deze maand getiteld ‘Januari’.
.
Januari
.
Groene stemmen en gele stemmen en de lente
Van een jonge sneeuw
Het raadsel van de trams ontraadseld
De lucht vol ochtendgymnastiek
.
Wij rinkelen onze lach wij drinken
De koppige vorst als een kroningsgedicht
Wij dragen ons blinkende tweelinggezicht
Wij horen bijeen als een stel akrobaten
En onder de kapspiegel van onze ogen
Onder het kraaien geduld van de bomen
Onder de sneeuwhazerij van woorden
Vinden wij in het contact onzer handen
Bloedwarme zonnen en kolibri’s uit
.
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.
Haagse dichter
Adriaan Bontebal
.
Toen ik mijn opleiding deed tot bibliothecaris in Den Haag, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, kwam ik in aanraking met het werk van de Haagse schrijver/dichter Adriaan Bontebal. Toen was dat een bundel met miniaturen maar pas later, veel later kwam ik erachter dat Bontebal, wiens echte naam Aad van Rijn was, ook dichter was. Wanneer ik tegenwoordig naar het puur Haagse literaire onderonsje ‘Puur gelul’ in het Paard van Troje ga, tweemaal per jaar, dan heeft Adriaan Bontebal daar altijd een ereplaatsje als één van de verloren zonmen van de Haagse literaire scene.
Adriaan Bontebal (1952 – 2012) debuteerde officieel in 1988 met zijn bundel ‘Een goot met uitzicht’. Hij was een vertegenwoordiger van de anarchistische, Haagse kraakbeweging en schreef zijn gedichten en miniaturen met een groot gevoel voor humor en met oog voor de details van het alledaagse leven. In 1987 was hij mede-organisator van De Haagse Nach van de Literatuur, maar hij werd bekend door zijn voordrachten door het hele land en door zijn optredens in 1998 met de Haagse cabaretier Sjaak Bral. Adriaan Bontebal was een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma ‘Music Hall’.
Door een motorongeluk verloor hij een been en bewoog hij zich voort met een prothese. Gedichten van Adriaan Bontebal zijn opgenomen in Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ en in ’25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten’. In januari 2012, vlak voor zijn dood (in februari 2012), schreef hij dit gedicht. Bontebal overleed op 59 jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.
.
Wanneer ik buiten fiets
– ik fiets altijd buiten
ik ben klein behuisd –
en de regen me doorweekt
terwijl ruk- en valwinden
op me inbeuken
zodat ik slalom
als een beschonkene
bedenk ik
Zolang ik tegen
de elementen vecht
vecht ik niet
tegen mezelf
.
Heel veel meer van Adriaan Bontebal lees je op zijn blog http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/
.
Poëzietegel in Den Haag
Antoinette Sisto (1963 – 2017)
Stilstaan bij een overlijden
.
Gisteravond bereikte mij van een aantal kanten het afschuwelijke en in en in verdrietige bericht dat dichter, vertaler, redacteur van Meander en geweldig mens Antoinette Sisto, na een tweede hersenbloeding, afgelopen maandag is overleden.
Ik heb Antoinette leren kennen bij het WAK festival in Den Haag in 2014 waar we beide gedichten mochten voor dragen. Ik kocht daar haar bundel ‘Dichter bij de dagen’ waar ik van onder de indruk was. Ik nodigde haar uit om bij Ongehoord! te komen voordragen, zij interviewde mij voor Meander en nodigde mij uit om een gedicht voor De Vallei te schrijven.
Onze paden bleven elkaar kruisen, ik schreef recensies over haar bundels ‘Iemand moet altijd gemist worden’ waar ze mij voor de presentatie vroeg en door een stommigheid vergat op te komen dragen en haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ waar ze me opnieuw voor vroeg. Voor mij tekende dat ook de mens Antoinette, vriendelijk, vergevingsgezind en overall een mooi mens.
En nu is ze op een veel te jonge leeftijd overleden. Weggerukt uit het volle leven. Vorige maand nog nodigde ik haar uit om voor te komen dragen bij de slotmanifestatie bij de Week van de Cultuur in Maassluis. Ze wilde graag maar was nog te ziek om te komen. Ik had juist haar gevraagd omdat ik wist dat haar poëzie, waar ik zo van hou, prachtig zou passen bij de ambiance van deze slotmanifestatie. Het mocht niet zo zijn.
Met het overlijden van Antoinette verliezen we een prachtige dichter, een geweldig lieve vrouw en we zullen haar missen. Ik wens haar moeder en haar vriend en iedereen die Antoinette kende en waardeerde heel veel sterkte toe in deze zware en moeilijke tijd.
Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ het gedicht ‘Ik teken de zon’.
.
Ik teken de zon
.
Jouw weg is nu verdonkeremaand
de gekartelde lijnen van rivieren
iemand vaagde ze uit
met gum gedecideerd
welke hand van bovenaf was dat?
.
Sinds jaar en dag loop ik
de drassige hoofdweg af
bossen vol mosgrond sla ik in.
.
Platanen boots ik na
met schaduwhanden
contouren van een onzekere toekomst
knip ik weg, ik teken de zon
zoals hij in kinderschetsen straalt
plat, honinggeel
.
een draaglijk beeld voor heel even.
.


















