Site-archief
Vermakelijkste verzen
Johan Meesters
.
Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.
De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie) uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”
In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:
.
een oorlogsheld uit Barneveld
moe van al het krijgsgeweld
koos eieren voor zijn geld
hij verzon zijn heldendaden
zonder anderen te schaden
hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld
.
Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.
.
Sonnet van het terloopse rijm
.
veel dichters hebben zich bekwaamd
in het afbreken van zinnen
dan kan wie voor het rijm zich schaamt
snel een volgend vers beginnen
.
waardoor van eindrijm hoegenaamd
niets wordt gemerkt, wat binnen
dichterskringen – veronaangenaamd
door rijmnood – snel veld zal winnen
.
nu het toch al niet betaamt
zich op de rijmkunst vast te pinnen
veel van wat heden wordt uitgekraamd
.
moeten zij die poëzie beminnen
haten al wordt het zelden beaamd
of zeg ik dit uit kinnesinne?
.
Bruidsnacht
Bob Stempels
.
Vandaag in de serie erotiek op zondag een erotisch getint gedicht uit 1939. Een gedicht over de bruidsnacht met een schurend randje van Bob Stempels.
Bob Stempels (1915 -1939) groeide op in Den Haag en studeerde rechten te Leiden. Zijn debuutbundel ‘Klein verlies’ stelde hij samen op zijn sterfbed – hij overleed aan tuberculose, een ziekte die hij in mei 1938 had opgelopen. Bob Stempels was medewerker aan onder meer De Nieuwe Gids, Helikon en Opwaartsche wegen. Hij is op 11 oktober 1939 in het crematorium te Westerveld gecremeerd.
Uit de bundel ‘Klein verlies’ het gedicht ‘Bruidsnacht’.
.
Bruidsnacht
.
Haar lach brandde; zij wist niet hoe
Haar handen zich verloren in zijn haren.
Zij lag heel stil, doelloos te staren
In de donkere nacht, en zij was moe.
.
Hij wierp zich weg en kreunde even,
Dan was hij in de dode slaap gegaan.
Zij wist al niet meer of hij had bestaan,
Of dat zij nimmer was alleen gebleven.
.
Haar lijf gloeide onder de hete deken;
De regen trilde koel tegen de ruiten,
Het drupte luide in de tuin daarbuiten.
.
Hoe gaarne was zij uit het bed ontweken,
Waarin zijn driften haar zo roekeloos namen,
En had het hoofd geleund tegen de kille ramen.
.
Zo blijf je in de herinnering
Jaap Harten
.
In 1954 debuteerde de dichter Jaap Harten (1930 – 2017) bij de Bezige Bij met de bundel ‘Studio in daglicht’. Harten woonde in Den Haag en werkte daar bij het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Dit museum liet hij een grote som geld na, na zijn overlijden. De poëzie van Harten heeft een pregnante en harde zeggingskracht, of zoals Hans Andreus de poëzie van Harten beschreef: “Harten’s beelden hebben scherpte en fantasie, de toon van zijn gedichten is bijna koel, met juist genoeg afstand tot de stof en het onderwerp”.
In 1966 verscheen van Jaap Harten de dichtbundel ‘Totemtaal’ en uit deze bundel het gedicht ‘Zo blijf je in de herinnering’.
.
Zo blijf je in de herinnering
.
‘Zonder hoed geen heer’-
dus: zonder hoed.
.
Het hoofd een krotwoning vol pijpestelen,
vuurdeeltjes en persiflages. Woorden
morriger dan muizen in een val.
.
Ik reageer het snelst op rauw uitgestoten
taal: keukenmeiden-
drama’s in de 1e pers. enk. en bouwkeet-
gevloek hebben mijn voorkeur
.
zoals ook een plotselinge dood
mijn voorkeur heeft: die van Anton Webern bv.
in 45 per ongeluk kapot-
geschoten door een amerikaanse legerkok
.
die sindsdien, altijd wanneer
hij dronken was herhaalde:
.
I wish I hadn’t killed that man!
.
Brief aan de zee
Johanna Kruit
.
Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’ in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.
Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’ uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.
.
Brief aan de zee
ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang
vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet
dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg
en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen
.
Archivering door de Koninklijke Bibliotheek
Nieuws
.
Deze week kreeg ik een heel mooi bericht van de Koninklijke Bibliotheek (KB) met de mededeling dat men mijn website wil gaan archiveren, of zoals de KB schrijft:
In het kader van het initiatief van de Koninklijke Bibliotheek (KB) om een selectie van Nederlandse websites te bewaren voor toekomstig onderzoek, willen wij ook uw website archiveren en voor de lange termijn bewaren. Het gaat om de website en eventuele bijbehorende subdomeinen die toegankelijk zijn via de volgende URL(s):
https://woutervanheiningen.wordpress.com/
Als nationale bibliotheek is de KB wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door bijvoorbeeld technologische veroudering.
Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet.
Je begrijpt dat ik zeer vereerd ben met dit bericht en het feit dat men mijn website als zodanig heeft gewaardeerd.
.
Vroege vogels
Patty Scholten
.
Voordat Patty Scholten (Den Haag, 1946) debuteerde op haar 49ste jaar met ‘Het dagjesdier’ (1995), had zij al een schrijversleven achter de rug. Onder haar meisjesnaam, Patty Klein, publiceerde zij namelijk scenario’s voor stripverhalen, die in Donald Duck en Tina verschenen. Wie vroeger de strips van Tom Poes en de Woelwater, de Hiawatha-verhalen en ‘De grote boze wolf’ volgde, maakte dus al veel eerder kennis met de fantasiewereld van Patty Scholten.
De toon van haar light verse is parlando, de beschrijving van de dieren en van mensen is scherp, maar vriendelijk, en de stijl is soms verwant aan die van Kees Stip. Haar bundel ‘Traliedieren’ werd in het Engels vertaald, zodat ook het Engelstalige publiek kon kennismaken met vadsige alligators, schorre kaketoes, stieren met saterkop en blauwe tong.
Uit ‘Tralieliederen’ uit 1999 het gedicht ‘Vroege vogels’
.
Vroege vogels
.
Ik dicht graag ’s nachts. Maar nu is het al laat en
ik word te duf voor rijm en metafoor.
Een schrille toon, dan breekt het schallend door:
het zangkoortje van ijdele castraten.
Een merel zingt een melodietje voor,
een tweede bootst het na zonder hiaten
en componeert tot slot zijn eigen maten.
Arpeggio’s, trillers: wat een kletsmajoor.
Een dwarsfluitist ’s nachts zou men koppensnellen
maar voor de vogels hangt men pindaslingers
en luistert dwepend naar hun decibellen.
Waarom toch? Als ik de tv aanzet
en een artiest fluit net zo op zijn vingers,
dan zap ik haastig naar een ander net.
.
Bommen
Paul Rodenko
.
Uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1951, het gedicht ‘Bommen’ van de van geboorte Haagse dichter, criticus, essayist en vertaler Paul Rodenko (1920 – 1976).
.
Bommen
.
De stad is stil.
De straten
hebben zich verbreed.
Kangeroes kijken door de venstergaten.
Een vrouw passeert.
De echo raapt gehaast
haar stappen op.
De stad is stil.
Een kat rolt stijf van het kozijn.
Het licht is als een blok verplaatst.
Geruisloos vallen drie vier bommen op het plein
en drie vier huizen hijsen traag
hun rode vlag.
.
Album van licht
Maria de Groot
.
Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.
Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.
Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.
De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).
Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.
.
Sonnetten
.
Sonnetten dienen zich geruisloos aan
en zoeken vaste voet als vluchtelingen
die bijna in de wereldbrand vergingen
en nu een ogenblik ter ruste gaan
bij mij die hen met eerbied wil omringen.
Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.
Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.
Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.
Achter de krotten van mijn povere wijk
schrijven de zeeën hun verliefde brieven
aan Venus die ontvluchtte aan het slijk
en spoorloos achterbleef in de archieven
van continenten die één bom bestrijkt.
Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!
.














