Site-archief

Nieuw gedicht en optreden

Sssssttt Geheim

.

Ook in 2019 organiseert de Stichting Haagse Notûh het festival SSSSSttt Geheim. Dit keer is dat op zaterdag 6 juli. In 4 Haagse Hofjes en in de Kloostertuin verzorgen amateurmuzikanten en dichters een middag vullend programma. Ook ik sta dit jaar weer geprogrammeerd, dit jaar in de Kloostertuin Vincentius van 15.30 tot 16.00 uur. Dit keer sta ik samen met ‘Het klein maar dapper orkest’ een fanfarekorps uit de Schilderswijk, de zanger, dichter, bard Musonius, Everlite for Hawaiians en Theaterfanfare kunst voor het volk op één podium.

Andere dichters die elders in een hofje staan zijn: Alexander Franken (Hoofts hofje), Gerrit Vennema (Spaanse hof), en Diann van Faassen en Frans Terken (Hofje van Nieuwkoop).

Toegang is overal gratis en je kan vrij eenvoudig (de locaties liggen allemaal dichtbij elkaar in het centrum van Den Haag) van locatie naar locatie wandelen. Op de website https://www.kunstvoorhetvolk.nl/kvhv2017/wp-content/uploads/2019/06/102_19001_PROGR-2019_A6_DEFINITIEF.pdf  vind je alle informatie over dit festival.

Een (nieuw) gedicht dat ik naast meer nieuw werk in ieder geval zal voordragen tijdens Sssssttt Geheim, is het gedicht ‘Mist’.

.

Mist

.
Aan het einde van het bos,
in het oosten van het land,
liggen bomen opgestapeld,
wachtend op een late herfst.

.

In het groene duister
meen ik jou te zien,
slechts heel even, badend
onder zoveel dennen.

.

Het grijze mos onder mijn voeten
trekt omhoog langs mijn benen,
tot ik zit. Zo moet het
voelen wanneer je droomt.

.

Ik mis mij, in jouw aanwezigheid,
achter gestapelde bomen,
in een bos dat geen
naam mag hebben.

.

 

Het groot karkas is lek

De muze op reis

.

De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft een lange traditie van het uitgeven van boeken en bundels naar aanleiding van campagnes rondom dat zelfde Nederlandse boek. Denk aan de Boekenweek, Nederland Leest! en de Poëzieweek). In de jaren Tussen 1949 en 1964 verschenen ter gelegenheid van de Boekenweek uit de schoot van de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek (dat was de naam van de CPNB destijds) en uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de serie ‘De muze’.

Ik heb een groot deel van deze serie en mijn laatste aanwinst is het tweede deel uit 1950 ‘De muze op reis’ zijnde een bloemlezing van verzen handelend over de reislust, de reisangst, de uitreis, de thuisreis en de reiziger zelf. Bijeengebracht en ingeleid door Han G. Hoekstra en Victor E. van Vriesland. Toegevoegd op de titelpagina is nog de zin ‘Boekenweek-uitgave voor jonge mensen’ wat ik dan wel weer aandoenlijk vind.

Een van de gedichten in deze bundel is geschreven door Jan van Nijlen (1884-1965). Volgens het bijschrift bij zijn naam was hij in 1950 de grootste levende Vlaamse dichter. Jan van Nijlen debuteerde in 1906 met de bundel ‘Verzen’. Hij ontving een drietal Staatsprijzen in België voor zijn werk en in 1963 ontving hij de Constantijn Huygensprijs. In 1914, na de val van Antwerpen, kwam hij in Den Haag wonen en was er bevriend met Van Eyck, Bloem, Greshoff en Buning. In 1918 keerde hij terug naar België en werd daar benoemd tot directeur van het Ministerie van Justitie.

Het gedicht dat is opgenomen in de bundel ‘Bericht aan den reiziger’ is aangebracht in het Centraal Station van Antwerpen. Lees daarvoor mijn bericht van 18 augustus 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/08/18/bericht-aan-de-reizigers/ . Om niet in herhaling te vallen heb ik hier voor een ander gedicht gekozen van Jan van Nijlen met de titel ‘Het oude zeilschip’ om toch in de reissfeer te blijven.

.

Het oude zeilschip

.

Het oude schip, met *opgegeide zeilen,
ligt in het dok: het groot karkas is lek.
Blank tegen hemels grauwe en lage *wijle,
vliegen de meeuwen om ’t verlaten dek.

.

Eens luidde blij ’t signaal van zijn vertrek,
en ’t heeft gedanst, de duizend, duizend mijlen,
op de oceaan een kleine, witte vlek.
Thans is het oud: verroest zijn ankers, bijlen…

.

Graniet en marmer heeft het meegebracht,
*steevnend door ’t woeste, noordelijk kanaal,
of gleed droomstil door eevnaars lichten nacht,

.

*belaân met vruchten, specerij en kruiden.
Nu ligt het stil, onzegbaar droef en kaal,
maar nog met kleur en geuren van het zuiden.

.

Haarlemse Dichtlijn

Frans Terken

.

Al jarenlang wordt er in Haarlem een poëziefestival georganiseerd onder de noemer Haarlemse Dichtlijn. Maar liefst 100 dichters krijgen een plek in één van de plekken in de stad (kroeg, zangvereniging, atelier, wijnbar etc.) en mogen daar drie gedichten voordragen. En dat tweemaal. Nu kun je denken; drie gedichten? Dat is niet veel. Dat klopt maar door het grote aantal dichters is dit het maximaal haalbare. En als je op twee plekken voordraagt kun je dus 6 gedichten doen. Het grote voordeel van deze opzet is de interactie met andere dichters en door de bekendheid die de Haarlemse Dichtlijn inmiddels heeft is er altijd veel publiek aanwezig.

Gisteren mocht ik ook mijn gedichten voordragen. In Wijnlokaal Louwtje en in de prachtige zaal van Zang & Vriendschap, beide malen voor flink aantal mensen. De Haarlemse Dichtlijn eindigt altijd met een samenkomst bij café Koops en daar waren heel veel dichters en bekenden aanwezig. Een compliment voor de uitstekende organisatie en het hoge niveau van voordrachten op deze mooie dag.

Zelf stond ik twee keer op een podium waar ook Frans Terken stond. Frans ken ik al vele jaren en hij reist regelmatig het land door om zijn poëzie voor te dragen. Zo zal hij ook op 7 juli op het podium van Ongehoord! in de Jacobustuin acte de presence geven en ook op ‘Ssssttt Geheim’ op 6 juli in Den Haag (waar ik ook sta) kun je hem zien en horen. Frans schrijft regelmatig op zijn blog https://fransterken.blogspot.com/ en vandaag wil ik het gedicht dat hij gistermiddag bij de Haarlemse Dichtlijn voordroeg en tevens in de festivalbundel staat, met jullie delen.

.

Onder ogen

.

Bij binnenkomst sta ik oog in oog

met de glazen bollen van Maria B.

in een roes beginnen ze te spreken

proberen een woord te zeggen

.

hoe het blijft bij proberen

als ik een kamer verder ga

terwijl zij mij op toonhoogte

meevoert in haar beelden

.

haperend vloeiend stotterend

in proberen blijft steken

alsof er beren op de weg

gaten waarin het woord wegduikt

.

hoe het in de oren kruipt

de ruis van blijven proberen

ogen die keren en draaien

aftastend zich tot me richten

.

tussen stalen sponningen

mij volgen tot op loopafstand

buiten waar het landschap fluistert

.

(Bij TRY-ING, Song for three rooms. Installatie van glazen objecten, Maria Narnbas, Kröller-Müller Museum 2018)

.

Foto: Babs Witteman

Poetry in the park

Huijgenspark Den Haag

.

Op 28 en 29 mei is in het Huijgenspark het festival Poetry in the park. Poetry in the Park zet het internationale karakter van de Stations- en Rivierenbuurt in de schijnwerpers. ‘Er wonen hier zeker honderd verschillende nationaliteiten’, aldus de initiatiefnemers. Tijdens het festival ontmoeten mensen uit de buurt elkaar, maar ook liefhebbers van cultuur.

Op 28 mei is er een Poetry Battle tussen leerlingen van 5 Haagse middelbare scholen: Esloo college, GSR, Heldring college, Maerlant lyceum en Wellant college. Een driekoppige jury zal bepalen wie van de dichtende leerlingen de poetry battle wint. De battle begint om 19.00 uur en duurt tot 21.00 uur. De muziek op deze avond wordt verzorgd door Kate Oram, winnares van vorig jaar en de Ska en Reggaeband Callkoen.

Op 29 mei is er een dichterspodium met de volgende Haagse dichters: Wouter van Heiningen, Esther van der Weegen, Hetty ten Holt, Maarten Willems, Tony Ynot, Marjon van de Vegt,Jannie van Maldegem en Sjaak Kroes. Daarnaast is er dus een open podium en treedt de Haagse zangeres Tess et le Mouton op. Deze avond begint om 19.00 uur en duurt tot 22.00 uur. Voor het open podium kun je je opgeven bij Geraldinametselaar@gmail.com. De toegang op beide dagen is gratis en neem een eigen stoel of kleedje mee!

Hieronder een gedicht van de straatdichter Sjaak kroes getiteld ‘Luisteren’.

.

Luisteren

.

Je luistert door mij heen

Handen worden gevouwen vuisten
Je paraboolt voorover
Onze ogen kruisen niet meer
Tinteling en zindering
Enthousiasme in vermindering
gebracht

Open ogen ratelen aftakkingen
van verhalen, zijdelingse gevoelens
gesloten zoektochten naar
de waarheid, alle vermoedens op tafel

Heen-en-weren, onderonsjes glanzend
van /h/ erkenning

Geluksmomentjes die zich nooit eerder
op deze manier ontvouwden

Bewondering

.

 

Gaat voordragen

Mei 2019

.

April mag dan de wreedste maand zijn, Mei is de volste maand en zeker als het gaat om podia waar ik gevraagd ben voor te dragen. Dit is het lijstje voor Mei:

.

5 mei: Kleinkunstig podium De Stamboom, Eikstraat 1, Den Haag, aanvang 16.00 uur

25 mei: Agathafestival, Prinsenhof Delft, aanvang 15.00 uur

29 mei: Poetry at the park, Huijgenspark Den Haag, aanvang 19.00 uur

30 mei: Haarlemse Dichtlijn, door de hele stad Haarlem, aanvang 12.00 uur (Frankestraat 24)

.

Poëzie in het Huygenspark

Poetry in the Park

.

Op 28 en 29 mei organiseert Huis van Gedichten in samenwerking met Poetry in the Park, Verhalenvangers, Peter Swanborn en Karin van Kalmthout een tweedaags festival in het Huygenspark in Den Haag. Naast een Poetry Battle is er een schrijfcursus ‘Leven, een gedicht’ door Jessie van Vlodrop, een workshop ‘ik vertaal je’ door Peter Swanborn en een open podium waar Hagenaars en Hagenezen hun dichtwerk mogen voordragen. Ik zal er ook voordragen.

Voorafgaand aan dit festival is er op 6 april van 10.30 tot 12.00 uur een workshop verzorgd door Karin van Kalmthout met als onderwerp over de rijkdom van het stadsdichterschap. Er zijn 10 plekken beschikbaar en op https://mailchi.mp/922c8041279e/mooi-van-iedere-maand-1928545?e=[UNIQID] lees je hoe je je kunt opgeven.

Het festival begint op beide dagen om 19.00 en duurt tot 21.00 uur. Hou je van gesproken poëzie of wil je zelf op het podium staan, geef je op (zie link) of kom naar het Huygenspark in Den Haag op 28 en 29 mei.

En wat zou een Haags poëziefestival zijn zonder Haags gedicht? daarom het gedicht ”s Gravenhage’ van de naamgever van het park waarin de poëzie wordt gevierd Constantijn Huygens (1596-1687).

.

’s Gravenhage

.

Het hele land in ’t klein, de weegschaal van de staat,

De schave van de jeugd, de schole van de daad,

Het dorp der dorpen geen, waar ieder’ steeg een pad is,

Maar dorp der dorpen een, waar ieder’ straat een stad is.

De rondom groene buurt, het rondom stenen Hout,

Des boers verwondering, al komt hij uit het woud,

Des steêmans steeds vermaak, al komt hij uit de muren.

Der vijanden ontzag, de vrijster van de buren,

Des werelds lekkernij, des hemels welgeval.

Is ’t daarmee al gezegd, zo ben ik meer dan al.

.

Madurodam

Den Haag, de stad in gedichten

.

Henk van Zuiden (1951) debuteerde in 1983 met de dichtbundel ‘Monument voor moeder’ en in 2003 stelde hij de bloemlezing ‘Den Haag, de stad in gedichten’ samen voor uitgeverij 521. Eerder deed hij dit voor de steden Utrecht en Groningen. In totaal stelde van Zuiden al 40! bloemlezingen samen. In ‘Den Haag’ (her)ontdek je de stad door ogen van de dichter volgens de achterflap. Er zijn al meerdere bundels over Den Haag verschenen maar deze is zeer uitgebreid. Maar liefst 95 dichters met meer dan 100 gedichten zijn in deze bundel opgenomen. Met bekende Haagse dichters als M. Nijhoff, Kees van Kooten, Remco Campert en Bart Chabot maar ook dichters van buiten de stad als C.B. Vaandrager, Annie M.G. Schmidt en Gerrit Komrij dragen hun steentje bij. De dichters die in deze bundel zijn vertegenwoordigd zijn dan ook dichters die in Den Haag geboren zijn, op bezoek kwamen, er een periode woonde of uiteindelijk voorgoed gebleven zijn “op een van de duin- of parkachtige begraafplaatsen”.

.

Ik koos voor een mij wat minder bekende dichter, Co Woudsma (Weesp, 1960), met het gedicht ‘Madurodam’ oorspronkelijk verschenen in ‘Viewmaster’ uit 1997.

.

Madurodam

.

Nu ben ik groot genoeg,

de straat ligt aan mijn voet.

.

Beloop hier de essentie van het land:

een gracht met pand,

een koe met waterkant.

.

alles houdt zijn maat:

het regiment, de dirigent,

de torenklok die steeds maar slaat.

.

De optocht maakt een zacht kabaal,

men fluistert Nederlandse taal,

ook Surinamers zijn op schaal.

.

Wij reuzen doen geen kwaad,

omhelzen kerken,

doven nog een waakvlambrand

en nemen afscheid van dit goede dal.

.

Het leven is er niet te groot

de mensen gaan er heel klein dood.

.

 

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

Rawie

Doet de NS aan poëziepromotie?

.

Ik was pasgeleden op het Centraal Station van Den Haag en toen viel mijn oog op een heel groot geel stootblok. Even was ik in de veronderstelling dat de NS of ProRail het licht hadden gezien en deze blokken de namen van dichters te geven. Tot ik erachter kwam dat men dan wel een ongezonde voorkeur voor één speciale dichter had, namelijk Jean Pierre Rawie. Even googlen hielp, Rawie is een Duits bedrijf dat onder meer stootblokken maakt voor treinen. Jammer eigenlijk, het had zo leuk geweest als op elk station van Nederland stootblokken zouden staan met namen van dichters, opdat de mensen die dagelijks over de stations lopen zich zouden afvragen wie dat toch zijn, er naar op zoek zouden gaan, zodat er op die manier meer poëzie gelezen zou worden.

Zover is het (nog) niet en daarom maar een gedicht van Jean Pierre Rawie die, in dit geval, alvast zijn naam mee heeft. Het gedicht ‘Finis’ komt uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987.

.

Finis

.

Heden is, na een langdurig lijden

dat hij met godsvertrouwen droeg,

Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.

Hij komt dus niet meer in de kroeg.

.

Dat hij, die somber was bij tijden,

de hand niet aan zichzelve sloeg

stemt misschien nog wat tot verblijden,

al is het zo al erg genoeg.

.

Wat hem tot slot de dood in joeg,

de liefde of de drank, of beide? –

wij hebben door dit overlijden

een leger leven voor de boeg.

.

Het is zoals de Ouden zeiden:

de besten gaan altijd te vroeg.

.

Gevonden gedichten

Poetry issues

.

Toen ik pas geleden bij de Koninklijke Bibliotheek moest zijn kwam ik tussen de folders en krantjes een gevouwen A4 ‘foldertje’ tegen met op de voorzijde de tekst ‘poetry issues #20. Toen ik het A4tje openvouwde bleken er aan de binnenkant 5 gedichten in het Engels te staan. Daarnaast een website en toen ik deze opende via de QR code kwam ik op https://sans-systeme.com/blog terecht waar maar liefst 20 poetry issues te vinden zijn. De maker van deze website en dus de papieren poetry issues is Maria Exarchou.

Maria Exarchou blijkt een schrijver/dichter/kunstenaar te zijn die in Den Haag woonachtig is. In de informatie die ik over haar vond schrijft ze: Ik ben een talen professional geïnteresseerd in wat een taal,in een breder perspectief, dus zowel verbaal als visueel, kan doen voor mensen die haar gebruiken, en hoe we taal gebruiken om verhalen te maken, die sterk genoeg zijn om mensen te verbinden of van elkaar te verwijderen.

Op de vraag waarom ze poëzie in een pamfletvorm maakt geeft ze op haar website het volgende antwoord: Omdat we iets tastbaars nodig hebben om te zorgen dat we bestaan. Omdat verschillende platforms hetzelfde werk op verschillende manieren beïnvloeden. Omdat ik op onverwachte ontmoetingen vertrouw.

Zo’n onverwachte ontmoeting vond dus plaats toen ik haar pamflet zoals ze het zelf noemt in de KB tegen kwam en er meer over wilde weten. De vorm is op zichzelf vrij saai, een in vieren gevouwen A4 papiertje (in een stemmig grijsgroene tint met een typeletter waarin de gedichten zijn geschreven. Ik heb voor het gedicht ‘Fake Fighters’ gekozen omdat iets in dit gedicht me deed terugdenken aan een documentaire die ik zag over ‘preppers’ in de Verenigde Staten. Een prepper is iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of sociale, politieke en/of economische opschudding en ongeregeldheden, of deze zich nu op lokaal niveau of internationale schaal afspelen. In veel gevallen slaat men hier behoorlijk in door, zeker in de Verenigde Staten.

.

Fake Fighters

.

We thought it would be the last fine day.

We stayed outside and took it all in.

The sun, the breeze, the smell of green.

.

When more gleaming mornings came

we stayed in, restricted by circumstance

or obligation. We let out sighs of relief

.

when the land finally gave in to the cold.

Even hapiness had got tiring.

.