Site-archief

Poëzie met Allerzielen

Dichter bij de dood

 

Ook dit jaar is er op Allerzielen (2 november) weer een Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Met Allerzielen worden de overledenen herdacht en op de begraafplaats Oud Eik en Duinen gebeurt dit alweer voor het 7e jaar met dichters die voordragen uit eigen werk. Dichter bij de dood vraagt elk jaar een aantal dichters om een troostend gedicht te schrijven over de dood en om stil te staan bij een bekende schrijver/kunstenaar/econoom/componist die begraven ligt op de begraafplaats.

Op Allerzielen, wanneer de avond valt is er een route uitgezet op de begraafplaats met fakkels en langs deze route staan de dichters opgesteld onder een verlichte paraplu met een lampje. Bezoekers kunnen bij de dichters aansluiten en deze vertelt dan kort iets over der persoon aan wie de dichter zich heeft verbonden, en draagt zijn gedicht voor.

Zo lopen de bezoekers  langs de 12 dichters  en aan het einde van de route ontvangt men gratis een bundel met de gedichten die zijn voorgedragen. De ambiance, de omgeving en de poëzie dragen allemaal bij aan de bijzondere beleving van deze dag. De boodschap van de organisatie is dat de dood is niet iets is om weg te stoppen of te verzwijgen maar juist om over de dood en rouw te praten en stil bij te staan bij het verlies. Iedereen heeft wel overleden dierbaren waaraan op deze avond gedacht kan worden.

De dichters van dienst zijn op 2 november: Liesbeth de Blécourt, Aurora Guds, Mila Braat, Max Douw, Renske Visser, Eelco van der Waals, Bart en of Cornelis, Selma Kaijen Broekman, Gertjan Kaijen, Dian van Faasen, Muriel Kasmin, Marjon van der Vegt en Wouter van Heiningen. Dichter bij de dood wordt mede mogelijk gemaakt door Begraafplaats Oud Eik en Duinen, Monuta en Cultuurschakel.

Uit de Dichter bij de doodbundel ‘Tot stilte gemaand’ van 2021 het gedicht van wil ik het gedicht van de dit jaar overleden dichter Ton Houtman hier delen getiteld ‘Wissen’.

 

Wissen

 

Scrol de namen langs

zie je nummer staan

mini foto en je achternaam

 

Tik op het telefoonschermpje

hoor de kiestoon tergend langzaam

overgaan

 

Je stem zegt ik ben er niet

laat uw naam of boodschap achter

 

Ik roep “ik mis je”

mis je al maanden

weet ook dat je me niet meer terug gaat bellen,

nooit meer

 

Ga je nummer niet wissen

je antwoordapparaat

je overleden stem

kan ik voorlopig niet missen

 

Overburen

Dorien Dijkhuis

.

In ‘Het liegend konijn’ 2019/1 lees ik een gedicht van Dorien Dijkhuis getiteld ‘Overburen’. Toen was er van haar nog geen bundel verschenen maar inmiddels is haar debuutbundel ‘Waren we dieren’ verschenen in november 2019 bij Nieuw Amsterdam. Dijkhuis (1978)  is schrijver, dichter en journalist. In Utrecht volgde studeerde zij Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht met een specialisatie in Latijns-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.

Gedichten van haar hand verschenen in Tirade, Extaze en (zoals hierboven al genoemd) Het liegend konijn. Haar werk werd ook opgenomen in bloemlezingen, waaronder de bundel ’10 voor 10, tien Extaze-dichters van de jaren tien’.

In Het liegend konijn zijn vijf gedichten opgenomen waaronder het gedicht ‘Overburen’.

.

Overburen

.

hij laat de gordijnen op een kier, bespiedt

zijn huis vanuit de kamer van de overburen

.

hij weet: hoe langer ik wacht, hoe groter

de kans met eigen ogen te zien hoe men mij

.

op een dag het huis uit zal dragen, iemand

mijn plek neemt in de stoel; bij het raam

.

hij denkt: ik ben er nu niet, laat het

nu dan in godsnaam gebeuren

.

Delft, zwarte inkt

Nieuwe uitgave van MUGbooks

.

Het fonds van mijn kleine facilitaire poëzieuitgeverij MUGbooks wordt opnieuw uitgebreid met een titel; ‘Delft – zwarte inkt’ van acht Delftse dichters. Enige tijd geleden werd ik benaderd door Karel Kramer (1940), die ik ken van zijn bundel ‘Liefdesgedichten’ en  ‘Het virginale luchtkasteel’ die beiden uitkwamen bij onze gezamenlijke uitgeverij De Brouwerij. Inmiddels is Karel de tachtig gepasseerd maar hij schrijft nog steeds. Karel Kramer studeerde piano, Nederlands en Turks, doceerde aan de universiteit van Ankara en gaf regelmatig uitvoeringen van klassieke muziek in combinatie met poëzie en beeldende kunst.

Samen met 5 andere Delftse dichters (Jose Spruyt, Rolf Clason, Faye Oosterhoff, Wim Aarts en Cor Langendijk) maakte hij de bundel ‘Delft – zwarte inkt’. In de negentiger jaren van de 20ste eeuw was de Delftse dichtgroep Zwarte inkt op zijn hoogtepunt. Men sprak er een onderwerp af en maakte daar een gedicht over en besprak die op regelmatige bijeenkomsten, zoals er vele dichtgroepen in Nederland actief zijn. Toen Karel in de twintiger jaren van deze eeuw een bundel voorbereidde van gedichten over Delft, besloot hij de acht leden van deze dichtgroep te vragen daaraan mee te werken. Twee van de dichters zijn inmiddels overleden (Wim Aarts en Cor Langendijk) en twee dichters heeft Karel niet weten te achterhalen (Katinka Kersten en Mariken Wenbelt). Vandaar de ondertitel van de bundel ‘Acht Delftse dichters over Delft. Ze zijn dood, levend of spoorloos.’

Van Karel zijn de meeste gedichten opgenomen, van Jose Spruyt behalve een aantal gedichten ook een aantal foto’s en van de andere 4, waaronder de overleden Wim en Cor, ook een aantal gedichten. Ik heb hier voor het openingsgedicht van Karel Kramer gekozen getiteld ‘Delft’.

.

Delft

.

Ik kijk voorbij de nieuwe Jan naar links

een donker gat met duizend kinderhoofdjes

dat leidt naar ondervraging door de sfinx

en storten van de trap in duizend knookjes

.

voor mij zwijgt de Zwijger na het schot

naast mij wacht De Groot op zijn verbanning

achter mij sterft Harman op ’t schavot

de diefput stinkt en barst uit zijn bemanning

.

eens heb ik u gehaat, museumstad

geen asfaltvolk, geen pijn van inspiratie

niets dat steekt uit het beschreven blad

.

toen kwam er warmte uit uw populatie

uw oude muur stond om een liefdesbad

u werd voor mij de plek van transformatie

.

Weerwoord

Point editions

.

In België kocht ik enige tijd geleden in een kringloopwinkel een bundel van Helena van Dina (of Helena De Vetter wat haar echte naam is) in de serie Point van Germaine Droogenbroodt. Op zoek naar deze reeks (mijn exemplaar is nummer 35 jaargang 1994-1995, verschijning tweemaandelijks) kwam ik op de website van het Goethe instituut wat meer informatie tegen. POINT (POetry INTernational), opgericht in 1984, heeft poëzie vertaald en gepubliceerd van de beste kennis & onbekende poeters van de wereld. In de serie gaf men poëzie uit (vertaald) uit meer dan 30 landen.

‘Weerwoord’ de bundel van De Vetter met als ondertitel ‘brieven aan Sylvia Plath’ is van een Vlaamse dichter en kostte destijds 17 gulden of 1450 Belgische francs. In de bundel staan naast de gedichten van De Vetter afbeeldingen van Frans Minnaert. Wat ik ook zo grappig vind is het (korte) lijstje van steunabonnementen (6) waaronder een restaurant en een interieurzaak. Desalniettemin verschenen er door de jaren heen vele bundels en speciale uitgaven bij Point. Over Helena De Vetter kon ik verder niets vinden behalve dan dat het Poëziecentrum in Gent een documentatiemap over haar heeft (maar die is niet digitaal in te zien).

Uit de bundel ‘Weerwoord’ koos ik het gedicht ‘Lady lazarus’ dat verwijst naar het gelijknamige gedicht van Sylvia Plath.

.

Lady lazarus

.

laten we rennen

op het strand

.

laten we spelen

in de branding

.

en elkaar vast

houden wanneer

de zee ons

te ver lokt

.

laten we schelpen

rapen en zand

kastelen bouwen

op de breuk

lijn van ebbe

en vloed

.

voor jou

zal ik het bouw

werk met ratten

bevolken

zodat je

steeds weer

de dood

ontmoet

.

langs de vloed

lijn

.

lady lazarus

wit gehurkt

.

Winterzin

H.C. ten Berge

.

Dichter, prozaschrijver, essayist en literair vertaler Hans te Berge (1938) kennen we als de dichter H.C. ten Berge. Ten Berge debuteerde in 1964 met de dichtbundel ‘Poolsneeuw’ waarvoor hij meteen de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam kreeg  (voor Journaal I, II en XII) . Hij vertaalde werk van onder anderen Ezra Pound.

Voor Ten Berge is dichten een vorm van onderzoek. Hij heeft een grote belangstelling voor natuurvolken als de Inuit en de Azteken. In 1967 richtte hij het tijdschrift Raster op waar hij tot 1997 aan verbonden blijft. Lange tijd was ten Berge de enige redacteur.

Zijn werk is vele malen bekroond, zo ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1968), de Multatuliprijs (1987), de Constantijn Huygensprijs (1996) en de A. Roland Holst-Penning (2003).

Op de website van Meander las ik het gedicht ‘Winterzin’ uit de bundel ‘Splendor’ uit 2016 van ten Berge in de Meander Klassiekers, geschreven door Hans Puper. Hoewel ik helemaal niet hou van de winter en de titel me dus ook niet aanspreekt (zin in de winter) bleef het gedicht me bij door zijn schoonheid en wil ik het graag hier met jullie delen.

.

Winterzin

Winterzin

Een grijze lucht die urenlang
—–op sneeuwen stond,
zich inhield, schuchter toen
een handvol vlokken zond
als een belofte voor de nacht
waarin je wakend lag
te slapen tot de dageraad
het sneeuwen niet meer tegenhield
en je gonzend van geluk
de dag begon en uit het zolderraam
de eeuwen en de witbestoven akkers
naast de landweg overzag,
—–en er niets was dat die vervoering brak –

.

Binnenhof

Aad Nuis

.

Aad Nuis (1933-2007) was politicoloog, literatuurcriticus, bestuurder, journalist, columnist, essayist, publicist, politicus (D66) en dichter. Reden voor mij om tijdens ‘Dichter bij de dood’ op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, op 2 november aanstaande tijdens Allerzielen, deze dichter (die op de begraafplaats begraven ligt) te kiezen als dichter om iets over te vertellen en een gedicht van hem voor te dragen (naast een gedicht van mij over de dood).

Nuis was redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. Hij schreef in Propria Cures, Hollands Weekblad, Tirade, Haagse Post, Ons Erfdeel en de Volkskrant. In 1963 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Wisselend weer’ die hij opdroeg aan Renate Rubinstein met wie hij van 1956 – 1963 getrouwd was.

Uit de bundel ‘Het land der letteren’ Nederland door schrijvers & dichters in kaart gebracht, uit 1982 komt het gedicht ‘Binnenhof’ waar Nuis dicht over zijn werk als politicus in de Tweede Kamer (waar hij volksvertegenwoordiger was van 1981-1982).

.

Binnenhof

.

Het stille hart van wervelwinden
in dit glas water, Nederland,
waar ik mij steeds terug moet vinden
naast dagtoerist en demonstrant.
.
Bestaat dit echt of zijn wij spoken,
figuren dansend hand in hand,
gedurig in koud vuur ontstoken
door woorden van dor zand?
.
Ga maar bij dichter, boeren kijken:
hun taal, hun grond, vast in de hand.
Hier blijft de werkelijkheid ontwijken –
net naast de rand.
.
Toch zoemt en trilt het hier van krachten,
huist hier het hart (meer dan ’t verstand)
van wat ik grijnzend hoog blijf achten:
mijn land.

.

Inzicht

Els van Stalborch

.

Dichter Els van Stalborch (1944) is sinds 2014 lid van het Utrechts stadsdichtersgilde. Dit gilde bestaat in 2021 uit 11 professionele dichters. Naast de Stadsgedichten die in opdracht van de gemeente worden geschreven of voor de Eenzame Uitvaart, schrijft het Gilde ook regelmatig gedichten voor andere opdrachtgevers in Utrecht. Els van Stalborch debuteerde in 1989 met de bundel ‘Ik heb de stilte afgezet’ waarna nog verschillende bundels volgden.

Haar werk verscheen in verschillende bloemlezingen waaronder ‘Nederlandse poëzie van de 19e tot en met de 21ste eeuw’ uit 2004 samengesteld door Komrij. Op haar website is een overzicht van haar werk te vinden. De website loopt tot echter tot ca. 2012.

In 2010 verscheen haar laatste bundel ‘Ruimte tussen zien en zijn’ en uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Inzicht’.

.

Inzicht

.

De ruimte die je droomde

voor je kwam, trok zich terug

in de ogen van je ziel.

De ruimte die je nam,

lag tussen zeven muren.

.

De horizon verzweeg

de leegte, die je zag.

Het mogelijke

lag verborgen nog

te wachten tussen tijd.

.

Verlangen duurde lang.

Je wist niet hoe.

Moe van niet te passen

in je huid kroop je

je ogen uit en zag.

.

Strandwandeling

Johanna Kruit

.

Over de Zeeuwse dichter Johanna Kruit (1940) schreef ik al eerder in een blogpost getiteld Brief aan de zee. Nu kreeg ik pasgeleden een nieuw bundeltje van haar in handen, of nieuw, voor mij nieuw maar uitgegeven in 1986 met als titel ‘Voorheen te Orisande’. In deze bundel hebben de gedichten allemaal een relatie met Zeeland. In 5 hoofdstukken (de vier seizoenen aangevuld met het hoofdstuk ‘Omlijnde dagen’) komen vele plaatsen en plekken in Zeeland voorbij; Het stoomgemaal in Tholen, de Dom van Veere, de Veermansplaat in Grevelingen, de boulevard van Vlissingen en ga zo maar door. Vrijwel alle gedichten zijn vrij vers en bestaan uit vier strofen van drie maal vier en eenmaal twee regels.

Voor wie Zeeland wil leren kennen in poëzie is dit de bundel om te lezen. De titel verwijst naar Orisant, een inmiddels verdwenen eiland voor de kust van Noord-Beveland. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Strandwandeling dat zich afspeelt in Zoutelande (sinds het gelijknamige nummer van BLØF inmiddels bij velen bekend).

.

Strandwandeling

.

We lopen langs het strand dat breder wordt

terwijl het water wegloopt met een schip

dat achtervolgd door meeuwen in een stip

verdwijnt. Zo nu en dan vermorst een wolk

.

wat regen. Jij legt me het woord grondzee

uit omdat de golven in de verte dansen

rondom het zandbankje van Zoutelande en

ik verbaasd naar dat verschijnsel wees.

.

Ik luister naar het antwoord in je stem

terwijl ik elke zin omlijn en vastzet in

mijn hoofd. Wind loopt ons tegemoet. Geen

eind lijkt zichtbaar deze dag. Ik denk

.

dat iedereen wel zien kan wat ik voel:

nooit heb ik je zo echt als nu bedoeld.

.

 

Niet in goede doen

Charles Bukowski

.

Ik lees vrijwel dagelijks poëzie, in allerlei stijlen en vormen, vrij en vast. En soms heb ik dan ineens de behoefte aan een vaste waarde in mijn poëtische leven, een dichter waar ik altijd van geniet, die zegt waar het op staat, die geen blad voor de mond neemt, niet met meel in de mond spreekt, die geen meer gelaagde gedichten schrijft (hoe prachtig die ook zijn) en die me altijd weer weet te verassen met zijn keuze in onderwerpen. Ik heb het hier over de dichter en schrijver Charles Bukowski (1920-1994) die in een interview op de vraag hoe hij dacht over het beeld dat mensen in Amerika van hem hebben antwoordde:  “O, dat, wel, het is nogal overdreven – dat ik een harde ben, dat ik met alle vrouwen in en uit bed spring, dat soort dingen. Ze zijn een beetje achter op de tijd met mij. Ik deed zoiets wel eens, tot op zekere hoogte, maar in het algemeen is dat zwaar overdreven. Ze vergroten uit wat ik ben, wat ik deed, wat ik doe.”

Wat zeker niet overdreven is, is het dichter- en schrijverschap van Bukowski, los van de periode waarin je (ik) hem lees, ik word altijd vrolijk van zijn gedichten. Dit gedicht ‘Bad form’ of ‘niet in goede doen’ komt uit de bundel ‘Betting on the Muse’ uit 1996. De vertaling is van Manu Bruynseraede

bad form

.

the famous actor sat at the table with

his friends and the friends of the owner

of the horse

who was to run in the big race.

everybody had purchased tickets on the

owner’s horse.

they sat together and watched the

race.

the owner’s horse ran

badly, he ran

last.

some moments passed,

then the famous actor took his

stack of tickets

and tossed them down in front of the

owner.

they were spread there upon the white

tablecloth.

I no longer liked any of the movies

I had seen the famous actor

in.

I no longer liked the famous

actor.

I left the table.

I left the Director’s Room.

I took the elevator down and out of

there.

I walked across to the

grandstand area

to where the non-famous

poor people were

and they were beautiful,

they had faces like

flowers

and I stared at them,

drinking in their

voluptuous

normalness.

niet in goede doen

.

De beroemde acteur zat aan tafel met zijn vrienden

en de vrienden van de eigenaar van het paard

dat zou gaan rennen in de grote wedstrijd.

Iedereen had kaartjes gekocht

voor het paard van de eigenaar.

Ze zaten bij elkaar en volgden

de wedstrijd.

Het paard van de eigenaar rende

niet goed, het

kwam als laatste.

Enkele ogenblikken gingen voorbij,

toen haalde de beroemde acteur

de stapel kaartjes boven

en gooide ze neer voor de eigenaar.

Daar lagen ze uitgespreid op het

witte tafellaken.

Ik hield niet meer van alle films

waarin ik de beroemde acteur

had zien spelen.

Ik hield niet meer

van de beroemde acteur.

Ik verliet de tafel.

Ik verliet de Directeurskamer.

Ik nam de lift naar beneden

weg van daar.

Ik stak over naar de plaats van de tribunes

waar de niet-beroemde arme mensen zaten

en ze waren mooi,

ze hadden gezichten als bloemen

en ik keek naar hen

en dronk

in hun wellustige

normaalheid.

.

Droombruggen

Henrik Nordbrandt

.

Het is maar zelden dat het voorwoord van een dichtbundel geschreven is door de drukker van die bundel. En het is al helemaal bijzonder dat een bundel waarbij dat het geval is, een samenwerking is van drukkerij en Poetry International. Bij de dichtbundel ‘Droombruggen’ van de Deense dichter Henrik Norbrandt is dat echter het geval.

Henrik Nordbrandt is geboren in Kopenhagen (1945). Hij studeerde Chinees, Turks en Arabisch aan de Universiteit van Kopenhagen, maar al sinds zijn debuut in 1966 leeft hij van het schrijven. Hij woont al jaren in mediterrane landen (Griekenland, Turkije) en meer recent ook in Spanje. Nordbrandt heeft alle literaire prijzen van Denemarken gewonnen, zijn gemiddelde ligt op eens per twee jaar, maar de belangrijkste: de prijs van de Noordse Raad kreeg hij in 2000 voor ‘Droombruggen’, dat dus ook in het Nederlands is verschenen in een vertaling van Gerard Rasch. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat TDS Drukwerken samen met Poetry International deze bundel het licht deden zien. Naast de poëzie in talloze bundels, gaf Nordbrandt krimi´s, kinderboeken en essays uit en zelfs een Turks kookboek.
Toch is Norbrandt in Nederland niet erg bekend, wat de uitgave van deze bundel extra bijzonder maakt. Tegelijkertijd is zijn poëzie universeel en in vertaling heel goed te lezen en te genieten. Zo is het gedicht ‘Klein essay over de taal’ in alle talen te lezen en van toepassing.
.
Klein essay over de taal
.
Elke taal is een taal van pijn:
Veel namen voor onnoembare grootheden
veel tijden voor een tijd
die altijd tegenwoordig moet zijn, en altijd
      zonder naam
Geslachten voor scheiding en geslachten voor dood
en oude vormen die nieuwe vormen verwekken
terwijl geboorte en dood even vormloos zijn
en geslacht pijn is in het onzijdig:
Levende monden imiteren dode
en dode talen zitten vol gaten
in een oppervlak dat geen achterkant heeft.
.
Elke taal gaat dood. De pijn blijft achter
en nieuwe talen verklaren dezelfde pijn
       als pijn.
En elk woord wordt gevolgd door een stilte
die geen woord vermag te overstemmen.
.