Site-archief

Film en poëzie

Anton van Duinkerken

.

Naar aanleiding van mijn bericht over het gedicht van Simon Vestdijk dat hij schreef over Charlie Chaplin kreeg ik van dichter en Meander columnist Hans Franse een tip over ‘Charlie verliefd’ een gedicht van Anton van Duinkerken (1903-1968) dat hij schreef naar aanleiding van een scene uit ‘Gold Rush’ een Charlie Chaplinfilm uit 1925. In deze scene wacht Chaplin als goudzoeker tevergeefs op zijn afspraak. Terwijl hij wacht laat hij de broodjes op zijn bord dansen.

Anton van Duinkerken (pseudoniem van Willem Asselbergs) schreef dit gedicht dat in zijn bundel ‘Lyrisch labyrinth’ uit 1930 zou verschijnen. Films hebben soms een gedicht of een groot episch vers als uitgangspunt en op een andere manier wordt in films graag en vaak gebruik gemaakt van poëzie (zie onder de categorieën Films gebaseerd op poëzie en Poëzie en film). Het komt minder vaak voor dat een film inspireert tot een gedicht. ‘Charlie verliefd’ is een oud maar fraai voorbeeld van hoe een gedicht kan bijdragen aan het (na)genieten van een film.

.

Charlie verliefd

 

De dans der broodjes.

Charlie is moe om de moeheid der aarde
en moe om de moeheid der sneeuw.
Charlie is stil – het is oudejaarsavond –
en moe om ’t verlopen der eeuw,
moe om de tijd, dat hij kind was en man werd,
om wereld en God is hij moe,
en moe om het meisje en haar grote verdriet.
En zijn ogen zijn stil en toe
en zijn hoofd is een vrucht van de boom
van het grote verdriet,
rijp en gebogen ten val. En zijn ogen zijn toe,
dat hijzelf zich niet ziet.
Waarom staan de hutten gehurkt in de nacht?
Is de maan het restant van een feest?
De wereld is wit en een sneeuwwoestijn,
maar de wereld is witter geweest
en ònzegbaar veel lichter bij ’t licht van een kaars.
De wereld was vrolik en klein
als de plaats aan den haard in je moeders huis,
als de dingen, die simpel zijn:
vrolik en klein als ’t gelaat van je lief
en als ’t lieve geschenk dat je haar bood;
de wereld was vrolik en klein als haar blik
en de wereld was eindeloos groot.
Liggen niet boten gemeerd in haar ogen
gereed voor de verste reis?
Zingt in haar kijken haar harteklop niet
zijn enige, eeuwige wijs?
Is niet haar brauwboog een avondroodsgloed?
Deint met haar denken niet mee
het roerloos bewegen van levende ogen:
een rusteloos-rustige zee?
De zomer zijn zij en de regenboog,
die over de zomer zich spant;
zij zijn de wolkloze luchten, de wolken,
de vogels, de sneeuw en het land.
Hier is haar plaats aan zijn ledige tafel,
– haar plaats in zijn ledige hart!
Charlie is moe om ’t verlopen der eeuw
en stil om het meisje, dat mart,
stil om het meisje. – Wees stil! – om het meisje! –
Niet dansen! Nu geen romantiek!
Straks geven haar lippen hun klaat’rende lach
en haar ogen hun blanke muziek.
Haar lach is een dorp aan een waterval
en je hoort in de verte de fluit
van een fijn muzikant. – Bedwing je! Niet dansen!
Haar lach is de lach van een bruid.
– Niet dansen! – Haar lach is de luide minuut,
die eeuwigheden duurt.
– Hoe ligt het landschap in ’t licht van zijn ziel
nu plotseling verpuurd:
de sneeuwwoestijn werd een vroom gebed
en een lichtende duisternis
geheimnisvol als het hart van een kind,
dat pas geboren is
en ook zoo eenvoudig. – Niet dansen! Niet dansen!
En Charlies vreemd gemoed
is simpel als zijn meisjes lach
en als haar ogen goed.
De kamer is een klein paleis. Hij doet de
donkere luiken dicht
en denkt alleen aan het haardvuur en aan
het vriendelik kaarselicht
dat wel een glimlach lijkt: het is
onroerbaar brekelik en fijn
en edel op zijn ranke leest:
het kon haar glimlach zijn!
– Niet dansen! Alleen nog maar denken aan ’t werk!
Hij schuift de stoelen bij;
hier is háár plaats aan zijn ledige dis,
– Niet dansen! – háár plaats aan zijn zij!
Hier is haar plaats! Hij streelt verliefd
de stoel, waarop zij strakjes zit.
– Geen romantiek! Bedwing je hart! –
De broodjes zijn héél wit,
zo wit als maar háár tanden zijn.
– De broodjes geuren goed
en hebben juist de lieve vorm
van liefjes kleine voet.
– Zij toeft! – Bedwing je hart! (…háár hart!) –
De broodjes voor haar mond
gelijken op haar voet – hoe dwaas! –
en het laken gelijkt op de grond
en het leven gelijkt op een buiteling!
De wereld wordt vrolik en klein
als de plaats aan den haard in je moeders huis
en de dingen, die simpel zijn.
De wereld is niets dan de vorm van die broodjes.
De wereld is eindeloos goed
en enkel geschapen voor Charlie en haar en de dans
van haar lichte voet,
die is als de dans van een toverprinses,
een sterk en innig geweld
en ook als de dans van een brede rivier
en ook als een korenveld.
Haar dans is de smaak van het brood in je mond
en zacht als haar mantel van wol
en teer als haar ogen en wit als haar kleed en
bedwelmend als alcohol.
– Zij nadert – haar voetjes, haar handen, haar hoofd
en alles is maneglans
de hemel is licht van haar licht en de sterren
dansen om haar hun dans.
Haar polsen zijn zingende vogels.
Haar stem is het aards paradijs.
Haar voeten zijn liedjes. Haar gang is een hymne.
En de broodjes dansen de wijs.
De broodjes dansen onhoorbaar bewogen op Charlies
klein tafelkleed
de dans van ene, die alle leed
en alle verrukking vergeet
om déze verrukking, een soepele dans
over alle geleden pijn
mild als het water der milde rivier,
dat na lang eenzaam zijn
stroomt in een stadje: torens gaan open en klokken
zijn klaar in de lucht
als spiegelende ogen boven het water en ook
als een duivenvlucht.
Hun dans is de stad en de mensen,
de stille gemeenzaamheid
met alle goed, dat het leven je geeft
en met ieder, die eenzaam lijdt
in kleine huizen, verborgen aan grachten
of aan de verwijderdste rand
van de stad, waar maar weinig verkeer is.
Hun dans is de zon op een strand
en de woorden, die worden gefluisterd
wanneer het avond is
en ook van een zomerse maannacht
de blinkende duisternis.
Hoezee! voor de tover der maten!
Hoezee! voor de dans van haar voet,
die danst in de dans van de broodjes,
zooals in haar polsen haar bloed
het dansen verraadt van haar hartje,
dat is als een toren aan zee
en ook als een eenzame duif op een dak
en ook als een wereldzee.
De dans van haar hart in haar polsen
is mooi als een avondrood.
De wereld is vrolik en klein als haar blik
en de wereld is eindeloos groot.
Zingt in haar kijken haar harteklop niet
zijn enige, eeuwige wijs?
Liggen niet boten gemeerd in haar ogen
gereed voor de verste reis?
Is niet haar brauwboog een avondroodsgloed?
Deint met haar denken niet mee
het roerloos bewegen van levende ogen:
een rusteloos-rustige zee?
De zomer zijn die en de regenboog,
die over de zomer zich spant,
zij zijn de wolkloze luchten, de wolken,
de vogels, de sneeuw en het land!
Onhoorbaar bewogen dansen de broodjes
opnieuw op het tafelkleed
de dans van ene, wier uiterste liefde
’t heelal en zichzelve vergeet.
Roerloos van eerbied bewegen handen
en ogen verschreien hun pijn
om het leed van het meisje en om ons aller
gedurig verlaten zijn.
De dans is de sprong van een stervende gems;
de dans is een ver verdriet.
De dans van de broodjes is alles, maar is
de dans van háár voetjes niet.
De nacht is verlaat en de kaars is verbrand
en Charlie is erg moe,
erg eenzaam en moe om háár grote verdriet.
En zijn ogen zijn stil en toe
en zijn hoofd is een vrucht van de boom
van het grote verdriet,
rijp en gebogen ten val. En zijn ogen zijn toe
dat hijzelf zich niet ziet.
De wereld is wit en een sneeuwwoestijn;
de wereld is eindeloos wijd
– Wat mart zij? – De nacht is een zwarte spelonk
en de ziel een verlatenheid.

Schaamteloos!

Han G. Hoekstra

.

In tijden van oorlog en ellende is er altijd de liefde. Soms schaamteloos ervaren en bezongen door dichter Han. G. Hoekstra (1906-1988). Hoekstra was dichter, journalist en redacteur die ook veel gedichten voor kinderen schreef. Kort na de oorlog was hij een van de vernieuwers van de Nederlandse jeugdliteratuur. Vele wat oudere lezers zullen de naam Hoekstra wel kennen. Hij was samen met Annie M.G. Schmidt de vernieuwer van jeugdpoëzie na de tweede wereldoorlog. Hij is wat minder bekend geworden dan Annie M.G. Schmidt en ook als dichter voor volwassenen werd hij ingehaald door de Vijftigers in vernieuwing.

Toch was zijn werk van grote kwaliteit. Hij ontving niet voor niets in 1972 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. Ik wil hier graag een liefdesgedicht van zijn hand delen dat verscheen in ‘Verzamelde gedichten’ in 1972 getiteld ‘Schaamteloos’. Dat ik dit gedicht koos heeft meerdere redenen. Allereerst omdat het zo heerlijk herkenbaar is, maar ook om haar muzikale en poëtische kwaliteit en als laatste om de laatste strofe waarin Hoekstra woorden geeft aan een dilemma dat veel mensen zullen herkennen.

.

Schaamteloos

.

Ik kan mij maar niet schamen,

omdat ik bij haar lig:

bij haar, mijn lief met name,

dat kreunt en koestert zich.

.

Ik kan alleen beamen,

dat ik niets wil of wens

dan samen zijn, en samen

binnen haar kamergrens.

.

De wereld vecht en vecht,

en raast buiten de ramen.

Ik lig hier naakt en slecht

en kan mij maar niet schamen.

.

 

Prosper aan Guido

Prosper van Langendonck

.

Bij het lezen van de naam Prosper moest ik onwillekeurig denken aan Foleor van Steenbergen, de ons in 2021 ontvallen toondichter, maar dat heeft vooral met de ietwat ouderwetse naam te maken, dat weet ik. De naam Prosper van Langendonk kwam ik tegen toen ik las in de bundel ‘Dichters van vroeger’ een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandse poëzie, samengesteld door Garmt Stuiveling uit 1977. Ik realiseer me dat 1977 voor veel mensen al ‘vroeger’ is maar veel van de namen in deze bundel zijn herkenbaar, al is het maar omdat vele straten en lanen genoemd zijn naar de grote dichters uit ons verleden.

Prosper van Langendonk (1862-1920) was een Vlaams dichter hetgeen me verraste, uit de ondertitel van deze bundel zou je verwachten dat het Vlaamse smaldeel buiten de selectie is gehouden. In de Aantekeningen en Verklaringen staat ook niets van deze dichter opgenomen, alsof hij illegaal mee is gelift.

In 1893 richtte Van Langendonck samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift ‘Van Nu en Straks’ op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Zijn opstel uit 1894 ‘De herleving van de Vlaamse poëzij’ gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl. De thema’s die hij vanuit zijn achtergrond beschreef werden op een romantische, nogal zwaarmoedige manier, met naar moderne oren omslachtig taalgebruik, worden verwoord. Later in zijn leven, kwam er meer weltschmerz in zijn werk waarschijnlijk door de schizofrenie waaraan hij leed.

Van Langendonk schreef vooral voor Van Nu en Straks maar er werd ook werk van hem opgenomen in Dietsche Warande en Belfort. De reden dat ik hier over deze dichter schrijf is tweeledig. Allereerst is het een (bijna) vergeten dichter maar daarnaast is in de bundel een gedicht opgenomen dat hij schreef ‘aan Guido Gezelle’ ook al een Vlaamse dichter die is opgenomen met werk in deze bundel. De ondertitel had dus waarschijnlijk beter ‘een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie’ kunnen heten.

.

Aan Guido Gezelle

.

Zwaar peinzend hoofd, met eeuwigheid omtogen,

doorgroefd van voren, door de idee geleid,

diep over al dat werelds wee gebogen,

dat, staag opwellend in uw boezem schreit;

.

schoon hoofd, wars van versiering, los van logen,

wijdstralend brandpunt van ál-menselijkheid,

waarop, nu ’t aardse leven is vervlogen,

een glans van eeuwig leven ligt gespreid;

.

in laaie liefdesvlammen gaan ons harten

tot U, die al hun liefd’ hebt voorgevoeld,

en duizendvoud doorvoeld hun fijnste smarten,

.

met gal gelaafd, door ’t waanwijs volkje omjoeld,

waarop gij nederschouwt, met zielvolle ogen,

groots van vergiffenis en mededogen…

.

 

Chaplin

Simon Vestdijk

.

Romanschrijver, dichter, essayist, vertaler, muziekcriticus en arts Simon Vestdijk (1898-1971) was een veelschrijver (hij schreef maar liefst 52 romans) en als dichter is hij bij het grote publiek waarschijnlijk minder bekend. Dat Simon Vestdijk een zeer belezen intellectuele man was blijkt uit de titels van zijn romans en dichtbundels. Neem zijn Tien Grieksche sonnetten uit de bundel ‘Gestelsche  liederen’ uit 1949 of de bundel ‘Thanatos aan banden’ uit 1948.

In 1955 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de bloemlezing ‘Een op de zeven’, een bundeling gedichten samengesteld door de schrijver zelf. In deze bloemlezing verschillende van zijn sonnetten, kwatrijnen en andere dichtvormen maar ook, en dat vond ik dan wel weer heel verrassend, een gedicht over Charlie Chaplin (1889-1977) een generatiegenot van Vestdijk. Het is een charmant gedicht met een duidelijke Vestdijk signatuur.

.

Chaplin

.

Kaarsrecht,

Twee kruitvlekken onder den neus.

Nooit bang.

Maar toch gedeserteerd uit dat regiment maan-

Niemand, niemand is zoo bleek            [bewoners.

En zoo zwart geschaduwd op aarde.

.

Loop recht omhoog.

Een doode vulkaan gebouwd van Pierrotmutsen,

Manchetten en ernstige theeketeltjes

Wacht op je;

Beklim ze maar weer,

Kleine lorrenkoopman.

.

Hang je stok aan een stilgezet eerste kwartier

En schommel,

Schommel met fladderbewegingen,

En geef aan elk hart,

Elk hart waar je bij kunt,

Een klein, voorzichtig trapje.

.

 

 

Hoe nu verder?

Poëzieweek

,

Vandaag, 1 februari, is de laatste dag van de poëzieweek 2023. Een week waarin er heel veel aandacht was voor poëzie. Dit jaar geen grote meeslepende aandacht op televisie (of ik moet iets gemist hebben) maar vooral veel lokale projecten en activiteiten waarbij het zwaartepunt, zeker als je jezelf er even in verdiept, vooral in Vlaanderen lag. Neem bijvoorbeeld Weesgedichten, het oorspronkelijk uit Aalst afkomstige initiatief, maar dit jaar door de meerderheid van de Vlaamse bibliotheken in het hart gesloten en uitgevoerde project waarbij bibliotheken raamgedichten aanboden aan een ieder die dat wilde. Ik heb heel veel van de uitgevoerde raamgedichten voorbij zien komen op alle social media kanalen. Een echt mooi succes waarvan ik hoop dat het de grens kan oversteken.

Maar er was meer. Zo werd schrijver, dichter, theatermaker Elfie Tromp de nieuwe stadsdichter van Rotterdam, werd de benoeming van de nieuwe dichter des vaderlands uitgesteld (wat is daar aan de hand?), traden de twee dichters van het Poëziegeschenk ‘Er staat te gebeuren’ Hester Knibbe en Miriam Van hee onder andere op bij de startshow van de Poëzieweek en waren er talloze kleine, poëzie gerelateerde activiteiten her en der in Nederland en Vlaanderen.

Ook ik zie elk jaar het effect van de poëzieweek op dit blog. Het aantal bezoekers verdubbelt en de lijst met zoektermen waardoor men op dit blog komt is uitgebreider en diverser in januari. Al met al zou je kunnen stellen dat de poëzieweek leeft in den lande. En toch bekruipt me steeds meer het gevoel dat, met name in Nederland, een grote partij wordt gemist die het verschil kan maken. Laat ik voorop stellen dat het geweldig is wat de samenwerkende partijen in de Poëzieweek voor elkaar hebben gekregen, maar het zou zo mooi zijn als de Poëzieweek, door wat extra mensen, middelen en aandacht nog meer de plek zou krijgen die het verdient.

Als ik zie met hoeveel liefde en enthousiasme overal in Nederland activiteiten worden georganiseerd, de poëzie wordt gevierd, dan verdient dit een grotere en stevigere basis van waaruit, bijvoorbeeld, een betere marketing en communicatie gedaan zou kunnen worden. Wat dat betreft wordt de bijdrage van een partij als het CPNB nog steeds node gemist.

Toch wil ik hier niet in mineur eindigen. Volgend jaar is er ongetwijfeld weer een poëzieweek en zullen er door poëzie enthousiasten weer allerlei poëzie activiteiten worden georganiseerd. Ik hoop alleen, en die hoop heb ik elk jaar, dat met de laatste dag van de Poëzieweek, niet ineens elke vorm van interesse voor poëzie verdwijnt om weer de kop op te steken halverwege januari 2024. Ik zal, met dit blog en mijn andere poëzie activiteiten, elke dag aandacht blijven vragen voor poëzie. En zoals elke dag doe ik dat ook vandaag met een gedicht van Hester Knibbe, één van de dichters van het Poëzieweekgeschenk, uit 2015 uit haar bundel ‘Archaïsch de dieren’.

.

En hij bestond

.

En hij bestond. We pakten hem
op, zwierden hem in het rond en
nog eens en hij kraaide want hij was
in lievelingshanden en toen was het

.
hup de wereld in met je hart
dat men afpakken kan, kan breken
in een hoek smijten: niks waard zo’n

.
hart geen porselein of goud, meer een roestig
soort klei en je hebt er zoveel van, ook het jouwe
gaat straks op de schroothoop. Maar hij

wilde niet weg, hij wilde
groeien en blijven waar het goed was en goed
wilde hij worden met vileine streken. Schulp

.
is een woord als schuld, de kom waarin elk
rondkruipt, telkens opnieuw het lichaam
verkent: ben ik dat, een soort groot

.
gebaar waarmee ik soms iemand
in het gezicht sla?

.

Liefde is het enige

Herinnering

.

In 1985 verscheen de bloemlezing over de liefde ‘Liefde is het enige’, De honderd mooiste liefdesgedichten na 1945. In deze bundel samengesteld door Kees Winkler, veel bekende dichters maar toch ook aandacht voor minder bekende dichters. De liefde wordt in vele gedichten bezongen, de hoofse liefde, de lichamelijke liefde, de onbereikbare liefde maar ook liefde die je misschien niet meteen verwacht. Zoals in het gedicht ‘Herinnering’ van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944) dat gepubliceerd werd in de dichtbundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973. Het gedicht over een ontmaagding is het enige gedicht over dit onderwerp dat ik ken.

.

Herinnering

.

Jij was bij een oefening van het Rode Kuis

Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken

Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken

Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis

.

Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis

Voelde ik je kleine borsten, warm en teder

In het veld legde ik je zachtjes neder

Op een bed van bladeren en opende je kruis

.

Het was voor ons beiden de eerste keer

’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot

Sterren zag ik, heel laag bij de grond

.

Vogels vlogen over. De oefening was meer

Dan een oefening. ’t Was een komplot

Er vloeide bloed en jij was echt gewond

.

Poëzieweek aanbieding

MUGzines

.

Iedereen kan mugzines gratis lezen, met Nederlandse en Vlaamse hedendaagse actuele poëzie van gearriveerde dichters en aanstormend talent. Maar er zijn ook de ware liefhebbers die poëzie graag van papier lezen. Voor die kenners hebben we een aanbieding speciaal in de Poëzieweek.

Wanneer je nu donateur wordt ontvang je niet alleen 5 keer een MUGzine op papier via de post, maar als extra krijg je een nummer van de reeds verschenen edities naar keuze én een exemplaar van GUMzine. Donateur ben je al vanaf € 20,- per jaar.

De GUMzine is een leuk hebbedingetje waarin je zelf je dichterlijke vaardigheden en poëtische overpeinzingen in kan noteren, een soort Poesie album 2.0. Dus wacht niet langer en word donateur! Dat doe je door een mailtje te sturen aan mugazines@yahoo.com

Nico Scheepmaker (1930-1990) schreef al over een Poesie album in zijn bundel ‘Hopper’s Holland’ uit 1974 en was toen al verrassend actueel in de tweede strofe.

.

Poesie album

.

Leven is nemen, maar evenveel geven:

geef met je hart en je portomonnee!

Neem ook van alles, maar nooit meer dan twee.

Want leven is leven en láten leven!

.

Ben je een meisje, voel je dan jongen.

Ben je een jongen, voel je dan meid.

Raak allereerst van jezelf doordrongen,

dan raak je jezelf ook minder gauw kwijt.

.

Als je verliefd bent: geef je volkomen!

Zorg dat je lichaam steeds wordt gevoed.

Niemand kan leven alleen van zijn dromen:

vrede is oorlog die is uitgewoed.

.

En ben je verdrietig of eenzaam op aarde,

trek je dan op aan het feit dat je leeft!

Niets op de wereld heeft evenveel waarde

als het leven dat jij aan de mensen geeft.

.

 

Aan het woord

Joost Zwagerman

.

Toen in 2015 bekend werd dat Joost Zwagerman (1963 – 2015), schrijver van poëzie, romans, novellen, verhalen, essays en columns, een einde had gemaakt aan zijn leven, kwam dat voor heel veel mensen als een schok.  Ik kende Zwagerman van zijn roman ‘Gimmick!’ uit 1989 waarna ik nog enige romans van hem las voordat ik erachter kwam dat hij ook poëzie schreef. Gek genoeg duurde het vervolgens nog best lang voor ik zijn poëzie ging lezen.

In 2005 verscheen zijn bundel ‘Roeshoofd hemelt’ wat bijzonder goede kritieken kreeg in de pers. Toch waren er ook recensenten die de bundel niet konden waarderen. Zo schreef Edwin Fagel op De recensent “Toegegeven, Zwagerman heeft een taalgevoel waar menig dichter jaloers op zal zijn, en de bundel is goed gecomponeerd. Maar hij is geen dichter en de bundel is op een verschrikkelijke manier mislukt.” In Trouw werd de bundel als een van zijn meest indringende bundels bestempeld. In 2007 kreeg Joost Zwagerman de Paul Snoek Poëzieprijs voor ‘Roeshoofd hemelt’ wat maar illustreert dat er verschillend gedacht werd over de poëzie in deze bundel.

Een deel van de kritiek begrijp ik wel, Zwagerman schrijft in Roeshoofd hemelt’ feitelijk een roman in poëtische verzen. De gedichten zijn wisselend van vorm wat het lezen niet makkelijker maakt. De bundel dient ook chronologisch gelezen te worden want los van elkaar missen de gedichten betekenis en context. Toch zijn er een paar gedichten die wel los van de rest gelezen kunnen worden zoals het gedicht ‘Aan het woord (1)’. Hoewel je kunt afdingen op het poëtisch gehalte van het gedicht (maar wie doet dat bij de poëzie van bijvoorbeeld Jules Deelder, die gelijksoortige gedichten schreef) is de situatie die Zwagerman beschrijft herkenbaar

.

Aan het woord (1)

.

Wilt u uw tas even openmaken?

Uw tas.

Mag ik de bon zien?

De bon.

De kassabon graag.

Dit hier staat dus niet op de bon.

En dit ook niet.

Wilt u met mij meegaan.

Als u nu even meewerkt.

Dat is voor ons allebei het gemakkelijkst.

Die deur door graag.

Hier naar beneden.

Straks komt er iemand bij u.

Weet ik niet.

Meneer. Dat zei ik net. Ik weet niet hoelang.

Nee, langer dan dat. Langer.

.

hier

Anke Senden

.

De Vlaamse dichter Anke Senden (1994) was van jongs af aan gefascineerd door taal en schrijven. Daarom studeerde ze Taal- en Letterkunde Engels-Nederlands aan de universiteit in Leuven en volgde ze de opleiding Literaire Creativiteit aan de Stedelijke Academie van Deinze. Ze won verschillende prijzen op poëziewedstrijden voor jongeren en staat ook graag op het podium in literaire programma’s. Ze beschouwt zichzelf als een ‘dichter’ in de eerste betekenis van het woord: een ‘maker’: altijd bezig met het uitwerken van het volgende wild creatieve idee.

Op de website The Low Countries is haar gedicht ‘hier’ dat ook verscheen in ‘Het liegend konijn’ 2019/1 vertaald in het Engels. Hier kun je het origineel lezen.

.

hier

.

je begin is bepoteld worden, al onmiddellijk
geldt: wie je bent, wordt bepaald
door je vlees, je piemel of je spleet

.

het is vel tegen vel, jij tegen haar, jij tegen hem,
als er al een ik bestond, zou het zich verzetten
maar het zit gesnoerd in kilo’s en centimeters

.

en mensen op wie het lijkt of zou moeten lijken
het besef bonkt in je oren: dit kan je nooit meer
overdoen, je eigen begin is je uit handen gerukt

.

als een kind uit de armen van zijn moeder
uit je keel breekt de schreeuw van wie nog alles
te verliezen heeft, jouw pijn is het lachen van anderen –

.

in je hoofd begint het denken zichzelf uit te vinden, zwermen
gedachten om die onmacht te maskeren, te vergeten
dat ze later, tot op het laatst, terug zal keren

.

Verdwalen

Ivo de Wijs

.

In een grijze week in januari kan wat verlichting geen kwaad. Daarom op deze ‘vrolijke vrijdag’ een gedicht van Ivo de Wijs (1945) uit de bundel ‘Vroege vogels radioverzen’ uit 1994 het gedicht ‘Verdwalen’. Deze bundel is ingedeeld per maand en dit gedicht komt uiteraard uit januari.

.

Verdwalen

.

Ik wil verdwalen in het jaar

Voorbij de kou van januari

Voorbij de bloesempracht van mei

Tot in het warmste jaargetij

Verzeilen tussen noord en zuid

Het zonlicht voelen op mijn huid

En haar

Ik wil verdwalen in het jaar

.

Ik wil verdwalen in het jaar

Als met een gloednieuwe geliefde

Beginnen aan een avontuur

Door water lopen, en door vuur

Gelukkig zijn op mijn manier

En banjeren van daar naar hier

Naar daar

Ik wil verdwalen in het jaar

.

Laat me verdwalen in het jaar

En in een onbeschreven wereld

Om zonder zorg en zonder plicht

Te zwalken tussen nacht en licht

Kom, leg je hand in die van mij

Ik weet de weg niet, net als jij

Maar in de doolhof zijn we bij

Elkaar

Dus kom nou maar

We gaan verdwalen in het jaar

.