Site-archief
MUG #13 is uit!
Minipoëziemagazine
.
Elk station is een sterfbed en geluk is een gemis. Dat we iets hadden om aan vast te klampen. Ze moet een vrouw geweest zijn, die kinderen heeft gedragen. Ik ontdekte een heel klein vliegveld op het vloerkleed dat we vorige week nieuw hebben gekocht. In je ooghoek stond stilte zijn straf uit.
In de gedichten van Jana Arns, Wout Waanders, Shari van Goethem en Marie Brummelhuis broeit er iets, gloeit er iets en wil je hoofd zich vormen om de woorden, de gedachten en de versierselen van de taal.
In het artwork van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen branden de felle kleuren nog na wanneer je de Luule tot je neemt..
De nieuwe MUGzine nummer 13 is ontbrand, voel de warmte dichterbij komen, open dit zomernummer nu.
Als opwarmertje, voor je op de link hierboven klikt, een gedicht van Jana Arns dat ook op de website van Het Gezeefde Gedicht is gepubliceerd.
.
In het land van opwaaiend zand
worden geen kastelen uit emmers getoverd.
.
Er staan tentenkampen,
piketten worden de huid ingeslagen.
.
Kinderen spelen mikado met lijken,
wie nog beweegt is evenzeer verloren.
.
Alles ligt altijd opgebroken, niets
of niemand past nog in elkaar.
.
Op deze achtergrond van terreur,
leert men zwemmen, nieuw land tegemoet.
.
Wie mag blijven, wordt opgeknapt, geduid.
waar er nog een hek was om overheen te klimmen,
.
wordt nu alles keurig geregeld.
Tot de uitwijzing toe.
.
MUGzine is een initiatief van MarieAnne, en Wouter in samenwerking met Bart
En dat was kennis, zeg je dan.
Ionica Smeets
.
Eind van vorig jaar werd door de VWN (Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland) een gedichtenwedstrijd uitgeschreven met als thema wetenschap (in de poëzie) omdat de VWN 35 jaar bestond. In de jury van deze wedstrijd zaten naast dichters Anna Enquist en Edward van de Vendel ook wetenschapsjournalisten/redacteuren Marlies ter Voorde en mijn oud collega Ionica Smeets.
Meer dan 700 inzendingen kwamen er binnen en daaruit zijn naast de winnaars ruim 100 gedichten geselecteerd die in de bundel ‘en dat was kennis, zeg je dan’ terecht zijn gekomen. Naast gedichten van deelnemers aan de wedstrijd zijn een aantal gedichten opgenomen van bekende auteurs die het project een warm hart toedroegen. Een kanttekening moet ik wel maken bij de afgedrukte gedichten, er staan erg veel (storende) grammaticale fouten in. Iets wat ik niet verwacht in een uitgave van (wetenschaps-) journalisten.
Een punt achter een zin wordt gevolgd door een hoofdletter in de nieuwe zin, een komma wordt juist niet gevolgd door een hoofdletter, en als er geen punt staat dan komt er ook geen hoofdletter. Drie voorbeelden die in het onderstaande gedicht van Ionica voorkomen. Omdat ik Ionica wat beter ken en omdat ik haar bijdrage toch erg grappig en de moeite waard vind, deel ik hierbij haar gedicht en mijn bijdrage aan deze wedstrijd (die de bundel niet haalde).
.
Wiskunde A
.
Wat een geluk had Pythagoras.
Iedereen denkt dat hij zo bijzonder was.
a kwadraat plus b kwadraat is c kwadraat.
Ja, dát kan ik ook – tweeduizend jaar te laat.
.
Maar ik ben veel te laat geboren
Voor iets simpels met vectoren.
Een nieuw bewijs kost snel zo’n duizend kantjes.
En ik loop liever wat langs de randjes.
.
Och, was ik maar duizend jaar eerder verwekt,
Dan had ik zeker integraal ontdekt.
En dan leerden ze nu zelfs bij wiskunde A
De beroemde stelling van Ionica.
.
Kettingbreuk
Hoe de vorm overheerst in ons denken
daar is enkelvoud of meervoud geen debet
aan. De spraakverwarring breekt pas door
bij degenen die in hun vrije tijd zich wielrenner
wanen. Stampend op de pedalen is een ketting-
breuk geen eenduidige voorstelling van reële
getallen, maar slechts een ergerniswekkend
oponthoud op weg van A naar B, en terug.
.
Wout Waanders
MUGzine #13
.
In augustus komt het nieuwe nummer van MUGzine uit. Dichters die vertegenwoordigd zijn met werk zijn Jana Arns, Marie Brummelhuis, Shari van Goethem en Wout Waanders. De kunst is dit keer van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Om alvast in de stemming te komen zal ik hier een paar keer iets van de deelnemende dichters plaatsen. Zo plaatste ik van Shari van Goethem op 10 juni al een gedicht en vandaag is het de beurt aan Wout Waanders (1989).
Wout Waanders schrijft gedichten op een laptop, met een pen of een Edding 3000. Hij draagt ook gedichten voor. Daarnaast treedt Wout op als onderdeel van de vijfkoppige Boyband, de literaire boyband. Eind 2020 verscheen Wouts debuutbundel ‘Parkplan’ bij uitgeverij De Harmonie. Daarvoor had hij al in verschillende kranten, (digitale) tijdschriften en verzamelbundels poëzie gepubliceerd. Waanders was in 2019 en 2020 stadsdichter van Nijmegen en in 2008-2009 Campusdichter van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij won in 2012 de Poëzieprijs van de Stad Oostende en in 2014 Write Now! ‘s-Hertogenbosch. Zijn debuutbundel ‘Parkplan’ won de C. Buddingh’-prijs, en werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.
In de hoedanigheid van stadsdichter schreef hij in 2020 het gedicht ‘een nieuwe stad’ een gedicht voor boven het condoleanceregister voor Nijmeegse coronaslachtoffers.
.
Een nieuwe stad
.
Gisternacht heb ik een nieuwe stad bedacht.
Het lijkt verdacht veel op Nijmegen, maar er zijn geen beperkingen,
geen nieuwsberichten (hooguit iets over een pandabeer)
en jij bent er. Jij bent er gewoon weer.
.
Ergens in je straat kom ik je tegen.
Je glimlacht, vraagt: is het anders zonder mij,
en ik knik: wat had je gedacht. Dan open jij je armen en
ik omhels je met terugwerkende kracht.
.
foto: Studio Schulte Schultz
Reisgenoten
20 jaar poëzietijdschrift Awater
.
In 2002 richtte Gerrit Komrij, destijds Dichter des Vaderlands, het poëzietijdschrift Awater op. Een tijdschrift om de Nederlandstalige poëzie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Nu, 20 jaar later, komt Awater met een bloemlezing van dichters die de afgelopen 20 jaar aan het tijdschrift hebben meegewerkt. De bloemlezing is getiteld ‘Ik vond vele reisgenoten’ en ik kreeg hem bij mijn abonnement op dit tijdschrift met het zomernummer van 2022 meegestuurd.
De bundel wordt ingeleid door Myrte Leffring en bevat 20 gedichten van bekende dichters die een gedicht schreven rond het thema ‘Ik zoek een reisgenoot’ het motto van het gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff uit 1934 (waar het tijdschrift naar vernoemd is). Zoals op het achterflap te lezen staat is het resultaat een rijk scala aan poëtische bestemmingen, met de nodige obstakels én prachtige uitzichten onderweg.
Als er voor mij één ding blijkt uit deze jubileumbundel dan is het dat de poëzie in Nederland (en de andere Nederlandstalige gebieden) leeft en veelzijdig is en dat er voor een poëzietijdschrift altijd ruimte is. Wat mij betreft op naar het volgende jubileum.
Onder de deelnemende dichters in de jubileumbundel grote bekende dichtersnamen en een enkele wat minder bekende. Ik koos voor het gedicht ‘Een wat langere reis’ van Jan Glas (1958) een Gronings beeldend kunstenaar, schrijver, dichter, zanger, fotograaf en redacteur van het Groningse tijdschrift Krödde. Ik koos dit gedicht omdat de laatste strofe mij heel erg deed denken aan het gedicht ‘Mannenman’ dat ik schreef in 2013.
.
Een wat langere reis
.
Voor een wat langere reis zoek ik gezelschap.
Een ezel. Een met harde hoefjes. Sterk, koppig en lief.
.
Een metgezel om de bevroren uren in te halen.
Om samen op te trekken door ons laagland
en te krabbelen in de bergen over steile paadjes
langs geïsoleerde dorpen waaruit rook kringelt.
Af en toe iets zeggen.
.
Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:
ik ben een truffel, opgegraven door een varken.
Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling
.
met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn.
Ik wil er eentje spelen.
.
Jozzonet / sonnet
Joz Knoop
.
Afgelopen zondag mocht ik Poëzie en Picknick in het Park presenteren (en voordragen) in het park achter theater Koningshof in Maassluis in het kader van de Week van de Cultuur. Één van de deelnemende dichters was mijn dichtersvriend Joz Knoop (1957). Joz is de bedenker van het Jozzonet en daar op die prachtige zondagmiddag droeg hij een combinatie voor van het Jozzonet en het sonnet.
Het Jozzonet is al niet makkelijk om te schrijven (het gedicht leest van onder naar boven en weer terug waarbij de middelste regel spiegelt) maar Joz wist er zelfs nog een vaste vorm (het sonnet) in te verwerken. Alle reden om Joz te vragen of ik dit gedicht mocht plaatsen alhier. Je begrijpt dat hij heeft toegestemd, ik kreeg de tekst van hem en daarom hier het gedicht ‘Aan een schone wasvrouwe’ dat hij schreef in de jaren ’90 van de vorige eeuw.
.
Aan een schone wasvrouwe
.
Dominant doet zij de was.
Na de les die ze hem las
deelt ze speels de lakens uit
bij gebrek aan tegengas
.
als ze op zijn vlekken stuit.
Hij die haar zoekt als zijn bruid
zal zijn leven lang haar velen.
Wie haar voelt van huid op huid
.
wil zijn lichaam met haar delen,
laat zich van zijn trots bestelen,
moet gehoorzamen uit hoon.
Elke man, die haar wil strelen
.
raakt zo was kwijt én zijn loon.
Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon.
.
(omgekeerd)
,
Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon
raakt zo was kwijt én zijn loon.
Elke man, die haar wil strelen
moet gehoorzamen uit hoon
.
laat zich van zijn trots bestelen,
wil zijn lichaam met haar delen.
Wie haar voelt van huid op huid
zal zijn leven lang haar velen.
.
Hij die haar zoekt als zijn bruid
als ze op zijn vlekken stuit.
Bij gebrek aan tegengas
deelt ze speels de lakens uit
.
na de les die ze hem las.
Dominant doet zij de was.
.
Ik had als kind een huis en haard
Willem Wilmink en Jean Pierre Rawie
.
Ter gelegenheid van Willem Wilminks (1936 – 2003) zestigste verjaardag in 1996 maakte dichter Jean Pierre Rawie een sprekende en eigenzinnige keuze uit het omvangrijke oeuvre van dichter Wilmink. Na zijn dood in 2003 voegde hij nog enkele gedichten toe uit zijn latere werk. Die bundeling van gedichten verscheen in de jaren daarna in vele drukken bij uitgeverij Prometheus met als titel ‘Ik had als kind een huis en haard’ .
Ik bezit een versie uit 2010, een negende druk, wat iets zegt over de populariteit van Willem Wilmink als dichter en liedjesschrijver. Wilmink zelf maakte geen onderscheid tussen zijn liedjes en gedichten en stond daarmee in een grote, zij het bij ons ongewone, traditie, die teruggaat tot de middeleeuwen. Wilmink zelf beschouwde de verzameling van Rawie als de mooiste bloemlezing die iemand ooit uit zijn werk had gemaakt.
Uit de bundel koos ik het gedicht dat me om de een of andere reden erg aansprak getiteld ‘ Oude mensen’ .
.
Oude mensen
Ze hebben honderd rimpels
en ze hebben grijze haren
en ouderwetse dingen
die ze altijd maar bewaren.
Oude mensen, oude mensen.
.
Ze hebben snoepjes bij zich
om aan kinderen te geven,
daar moeten ze naar zoeken,
dus dan wacht je nog maar even.
Oude mensen, oude mensen.
.
Ze slapen nog maar kort, hoor,
dus ze worden heel vroeg wakker.
Ze gaan een praatje maken
met de slager en de bakker.
Oude mensen, oude mensen.
.
Ze willen graag vertellen
over heel erg lang geleden,
toen ’t zo koud was in de winter,
toen er nergens auto’s reden.
Oude mensen, oude mensen.
Kinderen, weet je wat zo gek is
aan dit grappige verhaal?
Over dertigduizend nachtjes,
dan zijn jullie allemaal
oude mensen, oude mensen.
.
Poëziewedstrijd 2022
Doe weer mee!
.
Dit jaar gaat Poëziestichting Ongehoord! weer een gedichtenwedstrijd organiseren. Voor de 8ste keer alweer en dit jaar is het thema van de wedstrijd ‘Twist’. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren onder andere Hervé Deleu, Alja Spaan en Anneke Wasscher. De laatste winnaar in 2020 was Sara De Lodder met het gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’.
Voorwaarden
Het thema dit jaar is ‘Twist‘. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen en wendingen. Lees de volledige voorwaarden hier, de belangrijkste voorwaarden zijn:
- Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘Twist’.
- Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
- Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
- Het gedicht moet worden aangeleverd via https://edwint.nl/ongehoord/.
- Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Dec namen van de juryleden maken we zeer binnenkort bekend.
- Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 31 juli 2022 worden ingezonden.
- Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
- De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden op 18 september 2022 in de Jacobustuin (Jacobusstraat) in Rotterdam.
- Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
- Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
- Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de website of in een digitale bundel (mits opgenomen in de shortlist)
Dit kun je winnen
Hou deze website van Ongehoord! in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De nummers 1 tot 3 winnen (naast een eervolle vermelding bij de publicatie van gedicht op de website / in digitale bundel) de volgende prijzen:
- een beeldje van Lillian Mensing en plaatsing van het gedicht op de website van Ongehoord!
- plaatsing van het gedicht op de website van Ongehoord!
- plaatsing van het gedicht op de website van Ongehoord!
De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.
Feedback
We krijgen soms vragen van dichters om feedback op hun werk. We doen dit jaar een experiment om aan deze vraag tegemoet te komen:
- De eerste 30 dichters die dit aangeven op de wedstrijdpagina krijgen een korte puntsgewijze feedback van ervaren dichters.
‘Poëzie anders
Peter van den Berg
.
Afgelopen donderdag Hemelvaartsdag was ik als dichter deelnemer aan De Haarlemse Dichtlijn. Vijf uur lang traden maar liefst 55 dichters op in het prachtige Huis Hodson aan de Spaarne in Haarlem. Na twee jaar van stilte en digitaal poëzievertier was het een verademing om gewoon weer eens op een podium te staan en dichters live te horen voordragen. In 5 blokken van een uur traden de deelnemende dichters op slechts onderbroken door korte pauzes van 5 minuten. Ik mocht in het eerste blok dat door Marten Janse werd gepresenteerd.
Het mooie van De Haarlemse Dichtlijn vind ik toch wel dat rijp en groen, jong en (vooral) oud hier de mogelijkheid krijgt zijn of haar poëzie te laten horen. Van meermaals gepubliceerde dichters, tot amateurs die al langer dichten, van semiprofessioneel tot dichters uit de Straatkrant, iedereen kan hier een plekje op het podium krijgen. Behalve het weerzien met oude bekenden geniet ik altijd erg van dichters die ik (nog) niet (zo goed) ken.
Een paar dichters sprongen er voor mij uit zoals onder andere Jolies Heij, Frans Terken, Lucas Kruse, Paul Roelofsen, Jan Kal, Johan Meesters, Mischa van Huijstee en Peter van den Berg. Die laatste is een voormalig huisarts en een vrije en expressieve dichter met een voorkeur voor Wiskunde. In de bundel ‘Vicit Vim Virtus’ Moed heeft het geweld overwonnen (de stadsspreuk van Haarlem) staat het intrigerende gedicht ‘Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel LXIX na Petrus Montanus, dag 129′. Ik moest tijdens zijn voordracht meteen aan het gedicht “Mond is spruitje’ van Jan Bais denken dat in 2009 werd gepubliceerd in de gelijknamige bundel door uitgeverij de Brouwerij.
Het gedicht van Peter van den Berg (1948) was door de vorm en de absurdistische inhoud zo anders dan al het andere dat ik hoorde dat ik het hier wilde plaatsen. Gedichten in een dergelijke vorm, die anders durven te zijn worden steeds schaarser binnen het poëtisch palet van de Nederlandse dichtersgemeenschap en juist ook daarom hier een stevige lans gebroken voor Peter van den Berg.
.
Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel
LXIX na Petrus Montanus, dag 129.
.
Het geschiedde in jaar 0, dag
1, mijn geboortedag, DD-13 zag het licht.
DD-13, geen 1013, zoals
Covid-19 geen 625, (5 in dubbel-
kwadraat).
DD-13 is Donald Duck 13, met voorop
Kwik, Kwek, Kwak.
Kwuk ontbrak, na DD-woedevuur, geplakt
achter behang, verdroogd, vergeeld, vergeten…
Zo ook Kwoks lot.
.
Het geschiedde in jaar 0, dag
14, een plaag, een catastrofe, een
zondvloed volgens strenge schriftkundigen.
Zeeland werd zeven weken zeezee.
.
Het geschiedde nog vóór Petrus, ene elisabeth van
Engeland werd queen van Brittenland.
Het kroonjaar was jaar 0.
Tot haartot mijn tot ieders verbazing ontmoet
in bundel DHD haar naam die
dolle duck en woeste waterwolf,
en niet krooneend noch Sint-Elisabethsvloed.
.
Haarlemse dichtlijn 2022
Voordragen!
.
In 2019 was ik voor de eerste keer aanwezig bij de Haarlemse Dichtlijn een megadichterspodium in Haarlem dat op Hemelvaartsdag wordt georganiseerd. In 2020 en 2021 ging dit spektakel helaas niet door wegens Corona (wel een keer digitaal, dat was op zichzelf erg leuk maar slechts een slap aftreksel van de werkelijke vorm). Dit jaar gaat het gelukkig wel weer door en ik mag een plekje vullen op het podium.
Het podium staat dit jaar niet op allerlei plekken in de Haarlemse binnenstad. Er is maar één podium en die staat in de aula van Huis Hodshon, Spaarne 17. Om 12.00 uur vindt de eerste dichtronde plaats waarin ik een plekje heb (als 4e na Cora de Vos en voor Else Dudink), gepresenteerd door Marten Janse, voorzitter van de Haarlemse Dichtlijn. De vier aansluitende rondes, ook in Huis Hodshon, worden respectievelijk gepresenteerd door Peer van den Hoven, Lieneke van der Veen, Rogier Cornelisse en Anneruth Wibaut, ook allen lid van de organisatie Haarlemse Dichtlijn. Steeds negen, tien of elf dichters die elk drie gedichten voordragen en samen het publiek verwennen met een dertigtal nieuwe gedichten.
Welke drie nieuwe gedichten ik ga doen, daar zit ik nog op te broeden. Een bezoekje aan Haarlem kan ik echter nu al zeer aanbevelen. Want ik ben slechts één van de 55 dichters die die dag gaan optreden. Andere dichters zijn bijvoorbeeld Jan Kal, Frans Terken, Erika De Stercke, Anneke Wasscher, Gerard Scharn en Jolies Heij.
Een gedicht dat ik afgelopen jaar schreef (maar dit keer niet zal voordragen op de Haarlemse Dichtlijn) is het gedicht ‘Zandkorrel’ dat ook als ansichtkaart wordt weggegeven bij elke nieuwe MUGzine.
.
Zandkorrel
Golven hebben je benen lief,
op hun strelende beweging
reis ik mee.
Illegale zee-vluchteling,
gelegenheidsreiziger langs strakke
kuiten, zout-gladde bovenbenen.
Tot in de beschutting van je lies,
vastgeklampt aan zoveel schoonheid,
mijn verblijf verlengd
in de warmte van je broekje. Tot
wekend badwater of een
kille douchestraal mij
van je losrukt.
.
De zomer
Dubbelgedicht
.
Nu de dagen weer langzaam lengen en de zon zich steeds minder bescheiden laat zien is het tijd om ons op te maken voor de zomer. De zomer heeft in de loop der tijden vele dichters geïnspireerd zoals je hier, hier, of hier in verschillende hoedanigheden en van verschillende dichters kunt lezen. Daarom, voor de tweede keer alweer, opnieuw een dubbelgedicht over dit, voor veel mensen, favoriete seizoen.
In dit dubbelgedicht allereerst een gedicht van Gerrit Komrij (1944 – 2012) getiteld ‘De zomer of Het land zonder zonde’ uit ‘Dagkalender van de poëzie’ uit 2001. Als tweede een gedicht van de Vlaamse dichter Roland Jooris (1936) getiteld ‘Zomers’ uit ‘Dichters van nu 9’ uit 1997. Hoewel beide gedichten de zomer bezingen is er bij beide ruimte voor een kritische blik.
.
De zomer of Het land zonder zonde
.
Grijp nu de zonnen uit de blauwe lucht
En dans de krijgsdans van de evenaar.
Jaag al uw spookgedachten op de vlucht.
Sla zélf op hol. Maak ieder sprookje waar.
.
Stampvoet en ril – het hele repertoire.
Doe oeverloos wat wild en ongewoon is:
Verslinger u aan een geweldenaar
Of jank wanhopig om uw verre Adonis.
.
Laat uw verlangen alverterend zijn.
Er is geen grens, geen straf, geen stillen wenk,
Er is alleen verdomd veel zonneschijn.
.
Omhels op aarde ieder creatuur
En alle elementen – maar gedenk
De blauwe winter in uw spel van vuur.
.
Zomers
.
landelijk in de 20ste eeuw
voel ik het zweet als een luxe
in mijn hemdje dringen
in deze blijkbaar vredige
zomer;
.
veel volk aan zee, veel
bloemen en vruchten,
het binnenland verwerkt tijdig
de regen
en elk bericht in de krant
spreekt vredig de vrede
tegen.
.













