Site-archief
Nothing But Thieves
Die ene zin
‘Cause I’ve lived without you once before
We don’t, we don’t have to do this again
Please don’t, please don’t make me start this again
Your beauty will consume me in the end
It was only ever you
My baby, it feels like a lifetime
Oh God, I don’t think I could do two
You can tell your God he can keep his salvation
And if you like, the angels can fly into the sun
We don’t, we don’t have to do this again
Please don’t, please don’t make me start this again
It was only ever you
My baby, it feels like a lifetime
Oh God, I don’t think I could do two
Plopperdeplop
Poppers plop
.
Serieuze poëzie kan soms ineens heel grappig zijn of over een onderwerp gaan dat helemaal niet serieus is. Net zo goed als minder serieuze poëzie of light verse hele zware onderwerpen als thema kan hebben. Ik moest hier aan denken toen ik in de bundel ‘ Zware pijnstillers’ uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘ Poppers plop’ las. In dit gedicht worden Kabouter Plop (en nog wat cartoonachtige wezens) gecombineerd met de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Raimund Popper (1902 – 1994). Popper is bekend geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open samenleving’.
Door deze twee volslagen tegenpolen te combineren in en gedicht wordt je eerst op het verkeerde been gezet en vervolgens aangezet tot nadenken. Een knap gedicht.
.
Poppers plop
.
Kabouters hebben Korsakov
getuige K. Plop en de Smurfen
die er iedere dag opnieuw intrappen:
Gargamels list en Klus’ bedrog.
.
Toch zie je ze nooit excessief drinken.
Ik denk daarom dat het erfelijk is,
iets met het gen. Ik kan
het weten want ik heb het ook,
.
ik blijf maar kijken, volgens Popper
kan morgen alles anders zijn.
.
November
Innokenti Annenski
.
De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.
Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.
.
November
.
Het avondrood is dof, verschoten,
En doods de gele dageraad.
Een tak door het kozijn omsloten
Hing gister net zo desolaat…
.
Slechts dit wordt mij tot troost geboden:
Al wat ik schrijf wordt delicaat
Met milde tinten overgoten,
In zilverwitte glans gebaad.
.
De nevel houdt de zon gevangen…
Nu in de sneeuw een slee bespannen,
De wolken volgen in hun jacht,
.
Je over schel gefluit verblijden
En deinend door de witte pracht
Naar onbegrensde verten glijden…
.
Slaapliedje
Gert Vlok Nel
.
Al eerder schreef ik over de Zuid Afrikaanse dichter/troubadour Gert Vlok Nel (1963). Naast twee muziekalbums schreef Gert Vlok Nel één dichtbundel. De bundel ‘Om te lewe is onnatuurlik – Eenvoudige spoorwegstories’ bevat een aantal persoonlijke gedichten, waarvoor hij de Ingrid Jonkerprijs kreeg. Maar ondanks die ene bundel vond Gerrit Komrij zijn poëzie belangrijk genoeg en hij nam dan ook niet minder dan 8 van Vlok Nel’s gedichten op in zijn gedichtenbundel ‘De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten’.
Gert Vlok Nel is een bijzonder mens, verlegen en bescheiden. De Zuid Afrikaanse liedjeszanger Riku Lätti schreef over hem: “Weinig mensen weten dat die liedjes, waarvan er veel door mainstream artiesten bekend zijn geworden, zijn geschreven door de mediaschuwe Gert Vlok Nel. Gert Vlok Nel is bij een select publiek in betrekkelijk korte tijd uitgegroeid tot een cultfiguur. Er hangt een geheimzinnig aura rondom deze zanger, wat er toe leidt dat zijn zeer weinige optredens gewoonlijk stampvol zitten met fanatieke fans die elk woord kunnen meezingen. Als er een prijs was voor vreemdste en ongenaakbaarste artiest van Zuid Afrika dan zou Gert Vlok Nel beslist als eerste in aanmerking komen. Zijn bijzondere en unieke schrijfstijl raakt je diep van binnen en bezorgt je telkens weer kippenvel. Kortom, je moet hem gaan zien als je de kans krijgt.”
De laatste keer dat Gert Vlok Nel Nederland aandeed was in 2018. Van zijn album ‘Beaufort-Wes se beautiful woorde’ het lied/gedicht ‘Hillside lullaby’ en in vertaling van Robert Dorsman ‘Hillside slaapliedje’.
.
Hillside lullaby
.
Ek bly hier in die dorp waar die treine fluit
& die sjanters nag na nag die treine op
Spore skuif
& ek is heel allright
Onthou die dag toe jy by my sou bly…
Hoe het ons storie toe verder verloop?
Treine wat sjant, treine wat bly
Treine wat altyd hier in kringe ry
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Vanoggend vroeg was daar ’n harde slag
Onder by die kant van die railwaybrug
Maar als was heel allright
Dit is net dat ek so na jou verlang
& in die meantime maak alles my bang
Al my woorde lê leeg in my hand
Want my hart slaap by jou waar die treine
Sjant
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Hillside slaapliedje
.
Ik woon hier in het dorp waar de treinen fluiten
& de rangeerders nacht na nacht treinen op
Sporen zetten
& met mij gaat het heel goed
Weet je nog de dag dat je bij mij zou blijven…
Hoe is ons verhaal toen verder verlopen?
Rangerende treinen. treinen die blijven
Treinen die hier altijd in kringetjes rond blijven rijden
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Vanochtend vroeg was er een harde klap
Daar onder aan de kant van de spoorbrug
Maar er was helemaal niks aan de hand
Het is alleen dat ik zo naar je verlang
& ondertussen maakt alles me bang
Al mijn woorden liggen leeg in mijn hand
Want mijn hart slaapt bij jou waar de treinen
Rangeren
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.
Voor de liefste onbekende
Ingmar Heytze
.
Afgelopen vrijdag was ik op het podium van Louis van Londen ‘De Groene Fee’ in Breda waar naast Poëziebusdichters Aurora Guds, Jolies Heij, Gerard Scharn en Akim A.J. Willems ook Ingmar Heytze voordroeg. Nu had ik zelf Ingmar Heytze al op een podium gevraagd begin dit jaar in Maassluis en had ik hem vorige maand nog zien schitteren op Poëzie Lagogo in Rotterdam, maar Heytze heeft het talent om steeds weer te boeien op toneel, hoe vaak je hem ook ziet en hoort.
Eenmaal weer thuis zocht ik de bundel van zijn hand die Trouw had samengesteld in 2013 en al lezend kwam ik het gedicht ‘Voor de liefste onbekende’ tegen (het openingsgedicht uit de bundel en ja, ik heb gewoon verder gelezen) dat ik hier met jullie wil delen.
.
De liefste onbekende
.
Wie van ons heeft de ander bedacht?
Paul Éluard
.
Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.
Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat, behalve jij,
dat jij mijn deuren, dicht of open,
steeds voorbijgelopen bent.
.
Het is maar goed dat je me niet herkent.
Kussen onder straatlantaarns
en samen dwalen door de regen,
wéér verliefd zijn, wéér verliezen,
bijna sterven van verdriet –
dat hoeft nu allemaal nog niet.
.
Ik ben nog niet aan ons gehecht.
Ik kijk bepaald niet naar je uit.
Neem de tijd, als je dat wilt.
Wacht een maand. een jaar,
de eeuwigheid en één seconde meer –
maar kom, voor ik mijn ogen sluit.
.
Herfst
W.J. van der Molen
.
In mijn boekenkast staan vele dichtbundels, bloemlezingen en verzamelbundels. Zo ook ‘Van de morgen tot morgen’ uit 1964 (tweede druk) een bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs. Toen ik deze bundel uit mijn boekenkast pakte en de ondertitel las moest ik onmiddellijk denken aan een bericht dat Kila van der Starre mij toestuurde over een symposium in Utrecht op dinsdag 5 november 2019 met als thema ‘Uitgesproken poëzie: over poëzievoordracht in de klas’ waar ik gisteren nog over schreef.
In begin jaren zestig was poëzie in de schoolklas blijkbaar belangrijk genoeg dat er zelfs een bundel aan gewijd werd. In deze bundel staan gedichten van alle grote dichters. En soms kom ik een naam tegen van een dichter die ik (nog) niet ken. Zoals de dichter W.J. van de Molen (1923 -2002). Volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie https://www.nederlandsepoezie.org was Willem Johan van der Molen bevriend met Michaël Deak. Hij publiceerde met hem onder het pseudoniem Aernout van Leiden zes bloed- en bodemverzen in nr. 5/6 (mei/juni) 1944 van het door de SS gerunde tijdschrift ‘Groot Nederland’.
In 1985 verklaarde Deak daarover dat deze zes verzen dienden om vijf sonnetten met een verborgen verzetsboodschap een door de Amsterdamsche Keurkamer uitgeschreven poëziewedstrijd te laten winnen. Na de oorlog zouden hij en Van der Molen deze boodschap dan onthullen. Probleem is evenwel dat niemand vóór 1985 van deze wedstrijd gehoord had. De enige bron voor het bestaan van die poëziewedstrijd is Michaël Deak, die erover repte in een brief d.d. 14-08-1985 aan literair onderzoeker Frank van den Bogaard. In kranten- en tijdschriften uit 1944 is geen spoor van de wedstrijd aangetroffen. Het lijkt erop dat Van der Molen, een paar jaar jonger dan Deak, door deze in dit avontuur is gesleept (Bron NPE).
In 1949 publiceert van der Molen zijn bundel ‘Sous-terrain’ (1949) in de Windroos-reeks. In het tweede deel van zijn leven hield van der Molen zich vooral bezig met Haiku’s. Zo was hij vanaf 1981 redacteur van ‘Vuursteen’, het vierjaarlijkse tijdschrift van de Nederlandse en Vlaamse Haiku centra. Na zijn dood wijdde de vanuit Japan opererende World Haiku Association een internetpagina aan hem, vanwege zijn grote verdiensten op haiku-gebied:
www.worldhaiku.net/poetry/nl/wjvan.molen.htm
In ‘Van de morgen tot morgen’ is het gedicht ‘Herfst’ opgenomen. In deze, al donker wordende, dagen leek me dat wel toepasselijk.
.
Herfst
.
De herfst komt met een tondeuse van wind
en een schaar van zilveren schemerregen.
Met lakens wolken om wachtende bomen.
.
Hij legt in het lover een watergolf van tranen
Hij schudt uit flessen doorzichtig grijs
brillantine van dauw en lotions van dromen.
.
Hij snijdt met een scheermes het licht uit de hemel.
Hij knipt met een schaar het geluid uit de tijd,
met zijn vingers de as van de werkelijkheid.
.
Art & Jazz
10 jaar
.
Tussen 4 en 27 oktober wordt in Muzee de Scheveningse Salon georganiseerd door de stichting Art & Jazz. Art & Jazz bestaat dit jaar 10 jaar en dat wordt gevierd. Vanmiddag tussen 14.00 en 17.00 uur is er een middag vol poëzie en muziek.
Ik zal hier samen met een aantal andere Haagse dichters en muzikanten voordragen. En speciaal voor deze middag zal ik mijn bundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ voor een actieprijs van € 10,- verkopen (of € 5,- per stuk).
Muzee is aan de Neptunusstraat 90 in Scheveningen, de toegang is gratis!
.
Poëzie in het leslokaal
Symposium
.
Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.
Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.
Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0 Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.
Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.
Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.
.
Waarom ik geen Neerlandistiek studeer
.
Van de beroemdste dertien dichtersnamen
uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,
behaalden tien het Literair Examen
en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,
.
Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,
Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen
tot hoge ambten, maar schreef poëzie
zonder zich voor zijn lage rang te schamen.
.
Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.
Heeft één gedicht dat op z’n poten staat
niet méér gewicht dan een professoraat?
.
Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,
(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).
Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.
.



















