Site-archief

Geboortestad Rotterdam

Dichter bij Rotterdam

.

Al eerder schreef ik over de bundel ‘Dichter bij Rotterdam’, een verzameling gedichten over Rotterdam, samengesteld door Meijer de Wolff in 1981. In deze bundel veel onbekende gedichten over Rotterdam en Rotterdamse zaken (Oude Binnenweg, de tram, Sparta, de Leuvenbrug, Boompjes, de Rotterdammer) van dichters waarvan de naam ons niet veel of niks meer zegt, van wat bekendere dichters ( J.H. Speenhoff) en van onbekende dichters (gedichten waar de naam van de dichter niet bekend is).

Van die laatste categorie wilde ik een gedicht hier delen. De dichter is onbekend maar het gedicht mag er zijn, in stoere taal, oud Hollands, uit een tijd dat het nog de verkeerde kant op leek te gaan met Rotterdam.

.

Geboortestad Rotterdam

.

Is dit mijn stad? – De welvaart is voorbij,

De schepen liggen rottend in de haven.

En door het touwwerk vliegen zwarte raven,

Het is gedaan met vloot en visscherij.

.

Waar is het volk van dit verlopen tij?

Men zag het vroeger langs de kade draven.

Het is vergeten nu of reeds begraven,

Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.

.

Voorgoed gedaan, vergeefs gekalefaat?

Daar ligt een schip waarop ‘Vertrouwen’ staat,

Ik zie een jongen, turend over ’t water.

.

Vertrouw, mijn stad: nóg stroomt de Maas voorbij,

En dit is sterker dan uw averij:

De trek naar zee, een jongensdroom voor later.

.

Hekeldicht

Ondeugden en misstanden

.

In deze tijd van de zogenaamde ‘Roasts’ waarin onder andere komieken en andere grappenmakers mensen tot op de grond af afbranden op een grappige manier, moest ik denken aan een veel oudere en literaire vorm van de roast namelijk het Hekeldicht. Het Wikiwoordenboek geeft als definitie van het Hekeldicht: gedicht waarin ondeugden of misstanden aan de kaak worden gesteld. Of zoals op de website https://www.ensie.nl staat beschreven: Een gedicht waarin iets ‘gehekeld’ (aangevallen) wordt; het is nauw verwant aan de satire; het belangrijkste verschil is dat de satire vrijwel altijd een humoristisch aspect heeft en het hekeldicht vrijwel nooit. De bekendste hekeldichten uit Nederlandse literatuur zijn van Joost van den Vondel, die te maken hebben met de politieke en religieuze twisten in de het begin van de 17e eeuw: “Geuzevesper” (1619), “Harpoen” (1630), “Roskam” (1630) e.a.

Een bijzonder aardig voorbeeld van een hekeldicht van Ko de Laat vond ik op de website van het EU-forum http://www.cmo.nl

.

Leve het profvoetbal!
.
Oranje had zowaar weer eens gewonnen
Met matig spel, moest worden vastgesteld
Wat was hierop des captains commentaar?
“De bal kon niet goed rondgaan op dit veld”

Ze waren niet zo denderend begonnen
Maar dat had men ook achteraf voorspeld
Het was van meet af aan al zonneklaar:
De bal kon niet goed rondgaan op dit veld

Ze staan daar niet voor twee consumptiebonnen
Da’s waar en dat mag ook wel eens vermeld
Maar nu was het toch werkelijk te zwaar:
De bal kon niet goed rondgaan op dit veld

Supporters, wees toch niet zo onbezonnen!
Staak toch uw loos gekanker en bedaar!
De bal kon niet goed róndgaan op dit veld!

.

Wat voorbeelden van hekelgedichten door de tijden heen:

 

Spiegel van de Surinaamse Poëzie

Michaël Slory

.

De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).

In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.

.

Nachtregen (I)

.

En in de koude regen

het harteleed

dat klaagt.

.

Straatstenen, schaduwen

luisteren niet

waar de nacht woedt,

verloren.

.

Nachtregen (II)

.

In de koude wind

vleermuizenscherts

na regen.

.

De sapotille

is reeds aangevreten

en valt daarna.

.

Nachtregen (III)

.

(kikkers)

.

De koperen blazers

wachten op het orkest.

Maar

het valt niet in.

.

Zelfs de sterren

hebben hun stemrecht

verloren.

.

Nachtregen (IV)

.

(hond)

.

Waf!

Alleen

een diep geblaf.

Van bijten

komt er niets.

.

De regen

houdt hem

ervan af.

Waf!

.

 

 

 

De liefde strijken met ijzers van geduld

Een recensie

.

Hein van den Assem ken ik al heel wat jaren. Toen ik bij Poëziepodium Ongehoord Rotterdam kwam en samen met hem Yvonne en Corina de stichting Ongehoord! oprichtte in 2010 werd Hein voorzitter en presentator.. Dat Hein ook dichter was wist ik toen al en de belofte dat er een nieuwe bundel van zijn hand zou worden gepubliceerd (na ‘Assemblage’ uit 2006) hing alweer enige tijd in de lucht.

Die nieuwe bundel is er nu ‘De liefde strijken met ijzers van geduld’. En een bijzondere bundel is het geworden. Door Hein zelf uitgegeven bij Assemblage poëzieproducties is deze bundel een Hein van den Assem kunstwerk. De illustraties zijn van Hein, het ontwerp, de uitvoering (gelijmd en met draad genaaid door de rug, de bladzijden zijn niet losgesneden) alles is van zijn hand inclusief de inhoud. Achterin de bundel zit een mini cd met 9 tracks vormgegeven door Peter Magnée. Wat dat laatste betreft, de mini cd is alleen afspeelbaar met een single adapter. Aangezien ik die niet heb kan ik over de CD hier niet veel melden. In het tweede deel van de bundel (op grijs papier) staat de verantwoording van de gedichten en de gebruikte muziek (piano, basgitaar, gitaar) evenals de teksten van de, door Hein voorgedragen, gedichten.

Ik beperk me hier dus even tot het geschreven gedeelte. De bundel bevat 42 gedichten en 9 tracks. De poëzie van Hein van den Assem zou ik als beschrijvend willen betitelen. In de gedichten van Hein wordt je door hem meegenomen, het zijn Heins gedachten ervaringen, vertellingen die je leest. Veel gedichten refereren aan Rotterdam (Rotterdam Centraal, Bonnema’s Delftse Poort) of mensen uit Rotterdam (Lex culinair) en zijn prettig te lezen. Maar Hein schuwt ook de andere (grote) thema’s niet. Het fraaie Omaha Beach Memorial (D-Day), Prisjvin (over de Russische Sovjetschrijver Prisjvin Michail Michajlovich), Salvador Dali, het Holocaust Monument, Chinese poëzie en Bucephalus (het paard van Alexander de Grote).

Uit alles blijkt de betrokkenheid van de dichter bij zijn onderwerp. Persoonlijke poëzie die nergens clichématig wordt of larmoyant. Alleen in de teksten van de 9 CD tracks zit af en toe wat rijmdwang die wat mij betreft niets toevoegen.

Voor degene die graag poëzie lezen die begrijpelijk is maar toch uitdaagt om verder over na te denken is deze bundel geschikt. Voor wie Hein beter kent valt er nog net iets meer te genieten, zijn de gedichten beter te plaatsen.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht’Rotterdam Centraal’.

.

Rotterdam Centraal

.

Het oude Rotterdam Centraal

lag loom, los en tandeloos als een

flauwe glimlach rond het plein.

Rammelende trams defileerden

dagelijks klingebellend, spiegelend

in zijn glazen pui langszij.

.

Maar uit de diepte doemden kaken op,

een rover sloeg zijn prooi. Scheurde het

middenrif in tweeën , vrat zich vast

in steen en stalen spanten, beet gulzig

in het karkas. Het oude spleet aan

alle kanten; verzwolg in de maalstroom;

de bouw put van Rotterdam.

.

Een bovenkaak versteende op het plein

halfweg de plavuizen vloedlijn.

Met blinkend tourniquette tandengrijns

werpt het zich nu dreigend vooruit,

waar mensenstromen in- en uitsluizen

en trams spoorslags omheen suizen…

de haaienbek van Rotterdam!

.

Goblin

Merlijn Huntjens

.

In 2013 stond hij op een podium van Ongehoord! in Maassluis en sindsdien volg ik hem, tegenwoordig is hij stadsdichter van Heerlen, en consulent Literatuur bij het Huis van de kunsten in Limburg. Ik heb slechts zijn kleine bundel ‘Ja, blokfluit’ in huis maar telkens als ik hierin lees word ik vrolijk.

De bijzondere, iet wat bevreemdende gedichten toveren altijd een glimlach op mijn gezicht. Toch eens informeren bij hem of er al nieuw werk van hem is, ik las ergens dat hij twee bundels heeft gepubliceerd maar ben er nog niet achter hoe de andere is getiteld.

Merlijn Huntjens (1991) heeft samen met theatraal performer Nina Willems (1986) PANDA (“Poetry And New Dramatic Arts”) opgericht. Dit is een multidisciplinair kunstenaarscollectief dat op eigen initiatief of in opdracht projecten bedenkt en uitvoert. Daarnaast heeft Merlijn aan verschillende Poetry Slams meegedaan.

Uit ‘Ja, blokfluit’ het gedicht ‘Track #5: Goblin’.

.

Track #5: Goblin

.

Al lig je zo goed,

de kleine staat er.

Hij lacht,

hij pakt je bij je slurf,

ademt in je mond, in je neus,

hij liegt.

.

De lichten, lampen, het kunstmatige helder;

ze zijn niet prettig noch fijn noch lekker geil.

achter elk sterrenlicht, achter elke prettige maan,

schuilt een fuckertje, een demon, een goblin,

van het zwart.

.

Nina Willems & Merlijn Huntjens

 

Dichter van de maand december

Dimitri Verhulst

.

Op speciaal verzoek is Dimitri Verhulst in december Dichter van de maand. Opnieuw dus een Vlaams dichter. Verhulst (1972) is vooral bekend van romans ‘De helaasheid der dingen’ en ‘Godverdomse dagen op een godverdomse bol’. Hij schreef tot nu toe maar twee dichtbundels: ‘Liefde, tenzij anders vermeld’ uit 2001 en ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ dat eerder dit jaar uitkwam. Toch zijn zijn gedichten van een bijzondere schoonheid, vaak met humor maar altijd virtuoos in taal (en uitgesproken door hem in melodie en timbre). Voor zijn romans ontving hij meerdere klitaraire prijzen waaronder de Gouden Uil en de Libris literatuurprijs.

Als eerste gedicht van hem in december het fraaie ‘Liefde over duizend jaar’ uit ‘Liefde, tenzij anders vermeld’.

.

Liefde over duizend jaar

.

Liefde over duizend jaar
dat zijn jij en ik vandaag
maar dan op betere matrassen

Misschien de mannen
iets of wat langere kalebassen
in retromodieuze kamerjassen.
Misschien de vrouwen
nog meer nachtcrème in hun vouwen
en de stiltes tussen hen
al te danig draaglijk

Men tost of men de cd van de specht
of die van een kwakend beest opzet
als men geniepig gaat vossen
in de plastic bossen
van Barvaux of daaromtrent.

Liefde over duizend jaar;
die helse hemel en evenzeer onzeker
als jij en ik vandaag.

.

Poëziepodium Ongehoord! 10 december

In Rotterdam

.

Op zondag 10 december is alweer het laatste poëziepodium van 2017 in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Op de 4e etage in het auditorium komen de volgende dichters:

  • Gijs ter Haar (met werk uit zijn nieuwe bundel)
  • Marijke Hooghwinkel (ook met werk uit haar nieuwste bundel)
  • Peter Goossens uit Vlaanderen (ook al met werk uit zijn nieuwste bundel
  • Meliza de Vries (jong en aanstormend talent)
  • Gideon Borman (actieheld en dichter)

Wil je deze dichters alvast een proeve van bekwaamheid zien doen kijk dan alle filmpjes hier: https://www.facebook.com/stichtingongehoord/

Natuurlijk is er een open podium. Meldt je hiervoor aan ter plekke bij de presentator Maiko. Toegang is als altijd gratis, koffie en thee staan klaar. Aanvang: 14.00 uur, je kan terecht vanaf 13.30 op de 4e etage van de centrale bibliotheek aan de Hoogstraat (naast de markthal en station Blaak).

Hier volgt alvast een voorproefje van een gedicht van Marijke Hooghwinkel uit ‘werkdagboek[aantekeningen]1996-2014’.

.

gedachten over

wind die de zee in kleine stukjes rond/
je heen uit elkaar barst tot een/
in de nacht helder uitgehouwen//

donzig veertje recht naar beneden valt op de/
grond langs een hek bij het water tegen/
het licht gestapeld ligt//

gerimpeld onkruid verschroeid/
als taartenaarde met slakkenslijm omringd/
door platgetrapt tussen //

wuivende rietstengels/
geur van mest/
brekend glas/
lijn van huizen//

gedachten over zand en//

…..etc.

.

Von Solo

De Jeff Koons van de vaderlandse poëzie

.

Ik heb al een tijdje niets meer vernomen van Von Solo, de self acclaimed Jeff Koons van de vaderlandse poëzie. Sinds het overlijden van zijn grote vriend Derrel Niemeijer is het, voor mij in ieder geval, wat stil geworden rond deze sympathieke dichter. Von Solo is een ware activist in de voordrachts- en slampoëzie. Sinds een vliegende start in het najaar van 2011 bestijgt hij podia door geheel Nederland en België. Hij wekt afschuw en afbraak en heeft hier een solide reputatie mee opgebouwd die hij maar al te graag tegelijk waarmaakt en ondergraaft. Dat staat op zijn website te lezen http://www.vonsolo.nl

Daar lees ik ook vooral columns van zijn hand, zeer leesbaar, actueel en gevat maar toch anders dan zijn poëzie. Zijn laatste optreden (en daar is Von Solo legendarisch om wat mij betreft), dateert alweer van 1 oktober jongstleden. Om de jonge lezers die Von Solo nog niet kennen te introduceren met zijn werk heb ik zijn gedicht ‘Pantserkruiser Potemkin’ gekozen om hier met jullie te delen. Wil je Von Solo ‘echt’ meemaken ga dan eens naar een voordracht van hem.

.

Pantserkruiser Potemkin

.

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

.

Kleine advertentie

Mirjam Eijk

.

In mijn boekenkast kwam ik de kleine bundel ‘Metamorfoses aan zee’ tegen van dichter/schrijfster Mirjam Eijk. Uitgegeven door uitgeverij Maldoro is dit een bundeltje met bijzondere gedichten. Het verhaal van ‘Metamorfoses aan zee’ gaat over een meisje dat vanuit haar Haagse woning naar het strand gaat waar haar gemoedstoestand volkomen omslaat.

Dit verhaal wordt verteld op 35 verschillende manieren, in de traditie van Raymond Queneau’s ‘Stijloefeningen’. Uit de mond van een zesjarige, een zwartkijker, een achterdochtige en in de vorm van een politiebericht, een wetenschappelijk onderzoek en een advertentie.

Aangestoken door de contactadvertenties die Rinske Kegel elke zaterdag op Facebook deelt was mijn keuze meteen gedaan voor een voorbeeld van zo’n advertentie in deze bundel. Daarbij is het een bijzondere vorm en zoals je weet hou ik daar ook van.

.

Kleine advertentie

.

T. pkt. fts.R. n. strnd. Luchie schpn. Mnsn. wkkn. agrss. T. uit krtk. T. zcht. & stnt. Ook zovl. gkk. mnsn. ! Eindlk., strnd. Shck ! g.v.d. andr. mnsn. ook dr. T snkt. nr. adm. Zcht. zcht. ze wrdt. ng. gk.Sjk. slp. vlk. Pltslng. klrn. uit. Nkt. ! Z. in Z. zwmt., ijskd. mr. ze zwmt. ! Al. andr. kijkn. hun ogn. uit. Valln. zlfs. pr. ogn. uit hun kassn. ! (Kunn. mnsn. z. nt. mr. vndn., trst.)Evn. ltr. gt. T druit. Glijk. mndr. zrgn. an. dr. kp. Gk. hr. wl. prrtg. vr. d. T.

.

(witte) hond

Charles Bukowski

.

Op de website https://bukowski.net/manuscripts/ staan een enorme hoeveelheid varhalen en gedichten van Charles Bukowski te lezen. Zoals hij ze destijds getypt op papier aan zijn uitgever toestuurde. Het gedicht ‘white dog’ is een bijgewerkte versie van het origineel getiteld ‘dog’ dat anders eindigt en iets anders is van opzet. Omdat ik van ‘white dog’ een Nederlandse vertaling vond deel ik die hier met jullie. In de afbeelding daaronder het origineel getiteld ‘dog’.

Het gedicht ‘white dog’ verscheen in ‘The pleasures of the damned’ uit 2007,  het origineel ‘dog’ dat Bukowski schreef in 1977, verscheen in de bundel ‘What matters most is how well you walk through the fire’ uit 1999.

.

white dog

.

I went for a walk on Hollywood Boulevard.

I looked down and there was a large white dog

walking beside me.

his pace was exactly the same as mine.

we stopped at traffic signals together.

we crossed the side streets together.

a woman smiled at us.

he must have walked 8 blocks with me.

then I went into a grocery store and

when I came out he was gone.

or she was gone.

the wonderful white dog

with a trace of yellow in its fur.

the large blue eyes were gone.

the grinning mouth was gone.

the lolling tongue was gone.

things are so easily lost.

things just can’t be kept forever.

I got the blues.

I got the blues.

that dog loved and

trusted me and

I let it walk away.

.

witte hond

,

Ik ging wandelen op Hollywood Boulevard.

Ik keek naar beneden en er liep

een grote witte hond naast me.

Zijn pas was precies dezelfde als de mijne.

We hielden samen halt aan de verkeerslichten.

We staken samen de zijstraten over.

Een vrouw glimlachte naar ons.

Hij moet zo 8 huizenblokken samen

met mij voortgegaan zijn.

Toen liep ik een kruidenier binnen en toen

ik buiten kwam was hij weg.

Of was zij weg.

Een prachtige witte hond

met een vlok geel in zijn vacht.

De grote blauwe ogen waren weg.

De grijnzende mond was weg.

De lusteloze tong was weg.

Dingen gaan zo makkelijk verloren.

Dingen kunnen gewoon niet altijd blijven.

Ik ben triest.

Ik ben triest.

Die hond hield van me

en vertrouwde me en ik

liet hem lopen.

.