Site-archief
Eerst de hoeve, dan het hart
Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s
.
Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.
Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.
Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.
Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.
.
Verzuchting van de slome koe
.De
waarom ik droevig kijk
dat moet je mij niet vragen
dat is niet anders.
.
niet dat ik ermee zit
je zal mijn niet horen klagen
er zit niks anders op.
.
het gaat zoals het gaat
daar begin je toch niets tegen
daar zit ik heus niet mee.
.
wat kijk je me dan nog aan
ik kijk niet terug, kan mij wat schelen
ik kijk wel voor me uit.
.
als je het niet te erg vindt
ga ik door waar ik was gebleven
wat was dat ook alweer?
.
juist ja, gras.
.
Bovenbouw
Hans Magnus Enzensberger
.
De Duitse schrijver, dichter, vertaler en redacteur Hans Magnus Enzensberger (1929) is een wereldberoemde Duitse auteur die ook onder het pseudoniem Andreas Thalmayr publiceerde. In de bundel ‘A thing of beauty’ die Menno Wigman en Rob Schouten samenstelden, en die een verzameling van de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur bevat, is een gedicht opgenomen van Enzensberger met de titel ‘in het leesboek voor de bovenbouw’. Dit ironisch bedoelde gedicht verscheen in 1957. Voor de liefhebbers van poëzie in de oorspronkelijke taal hier het gedicht in het Duits en in de vertaling van Martin Mooij.
.
Ins Lesebuch für die Oberstufe
Lies keine Oden, mein Sohn, lies die Fahrpläne:
sie sind genauer. Roll die Seekarten auf,
eh es zu spät ist. Sei wachsam, sing nicht.
Der Tag kommt, wo sie wieder Listen ans Tor
schlagen und malen den Neinsagern auf die Brust
Zinken. Lern unerkannt gehn, lern mehr als ich:
das Viertel wechseln, den Paß, das Gesicht.
Versteh dich auf den kleinen Verrat,
die tägliche schmutzige Rettung. Nützlich
sind die Enzykliken zum Feueranzünden,
die Manifeste: Butter einzuwickeln und Salz
für die Wehrlosen. Wut und Geduld sind nötig,
in die Lungen der Macht zu blasen
den feinen tödlichen Staub, gemahlen
von denen, die viel gelernt haben,
die genau sind, von dir.
.
In het leesboek voor de bovenbouw
.
Lees geen odes mijn zoon, lees de dienstregelingen:
die zijn secuurder. Rol de zeekaarten op
voor het te laat is. Wees waakzaam, zing niet.
De dag zal komen dat ze weer lijsten op de deur
plakken en nee-zeggers tekens op de borst
verven. Leer onherkenbaar te gaan, leer meer dan ik:
van buurt te wisselen, van pas, van gezicht.
wees vertrouwd met het kleine verraad,
de dagelijkse, morsige redding. Bruikbaar
zijn de encyclieken om vuur aan te steken,
de manifesten: om boter in te pakken en zout
voor de weerlozen. Woede en geduld zijn nodig
om in de longen van de macht te blazen
het fijne dodelijke stof, gemalen
door degenen die veel hebben geleerd,
die zeker zijn, van jou.
.
‘Liever het been dan het…’
Cees Nooteboom
.
Begin jaren tachtig van de vorige eeuw las ik zijn roman Rituelen en was meteen een fan van zijn werk. Dat hij ook poëzie schreef, daar kwam ik pas veel later achter. De hagenaar Cees Nooteboom (1933) heeft tientallen boeken op zijn naam staan, ontving talloze nationale en internationale prijzen voor zijn werk, werd in vele talen vertaald en wordt sinds jaar en dag genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Uit de bundel ‘Vuurtijd, ijstijd; gedichten 1955 – 1983’ het gedicht ‘Liever het been dan het…’ over poëzie.
.
‘Liever het been dan het …’
.
Liever het been dan het vel, liever
het oog dan de tranen, liever ik
dan de anderen, liever geheimen,
het geslotene, liever de dichter.
.
Laten de anderen de heldere stelsels openen
en er in sterven.
Ik sluit de geheimen, en als enige,
sterf zelf.
.
Geen dag zonder liefde
Ed. Hoornik
.
De winter vind ik een uitgesproken jaargetijde voor liefdesgedichten met een randje. Dat kan een randje nostalgie zijn, een donker randje, spijt, verdriet, zolang het maar geen vrolijk en opgetogen liefdegedicht is. In de onvolprezen bundel ‘Geen dag zonder liefde’ Honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid, uit 1994, staat een mooi voorbeeld van zo’n gedicht van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) met als veelzeggende titel ‘Eenzaamheid’. Dit gedicht verscheen eerder in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.
.
Eenzaamheid
.
We ruilden plechtig de ringen;
ik hoorde mij trouw beloven.
Gij waart mij reeds vreemdelinge,
toen we langzaam de kerk uitschoven.
.
Al geloofde ik het soms even,
als ik in uw armen verstilde,
nooit werd mee uitgedreven
de eenzaamheid, die ik niet wilde.
.
Tweelingen schiepen mijn dromen,
eender als druppelen water.
Geen zal de avond doorkomen:
elk is alleen, vroeger, later…
.
Als ooit
Dichter van de maand
.
Deze week, voor de een na laatste keer als dichter van de maand januari, heb ik voor het gedicht ‘Als ooit’ van Hagar Peeters gekozen. Dit bijzondere liefdesgedicht verscheen in de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003. Op de website http://www.boekgrrls.nl/WoensdagGedichtdag/PeetersHagar.htm kun je een uitleg lezen van dit gedicht.
.
Als ooit
.
Als ooit jouw aanraking geen beroering
wekt dan ergernis of niets, als ooit
de dagen zich weer sluiten in de
aaneengeregen rij van opsomming
zonder apotheose* als de dood
zich in ons heeft gemengd en vreugdeloos
met ons aan tafel zit waar alleen nog
de verveelde conversatie van de vorken klinkt,
als ooit jouw bloed niet meer het mijne is
of ik het drink en er meer is in de kamer
dan jouw aanwezigheid als jij er bent,
als ooit behang en kapstok met jouw jas eraan
geen verschil maken voor mijn blik,
de straat gelaten onder onze voeten ligt,
dan vraag ik je om met mij in een kleine kist
onder een boom waar wij eerder
of te verbranden en te gooien in het water
waarop wij eens, dat wij teruggaan naar de plaatsen
die zijn achtergebleven in het fotoboek en ook het fotoboek
met alles er nog in en ook ons huis, de kinderen
als we die dan hebben, de hele aarde
zullen we samen moeten begraven, als ooit
Een wonder
Herman Brusselmans
.
Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.
De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.
Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp kan ik er wel om grinniken.
.
Een wonder
.
24 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond is dood
.
25 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond kwispelt nog één keer
.
Duinlandschap
Adriaan Morriën
.
Als je, zoals ik, vlak bij zee en de duinen woont zou je soms bijna vergeten wat een prachtig landschap de duinen eigenlijk bieden. In zijn bundel ‘Avond in een tuin’ schrijft dichter Adriaan Morriën (1912 – 2002) een prachtig gedicht waaruit blijkt dat ook hij (hij werd geboren in Velzen) veel van de duinen hield. De bundel ‘Avond in een tuin’ werd in 1980 door G.A. van Oorschot uitgegeven.
.
Duinlandschap
.
De opeenvolging van de duinen
gezien van de top van de hoogste duin.
Het landschap golft
zonder zich te verroeren.
.
Elke tak, iedere grashalm, elk blad
en ook elke zandkorrel
iets afzonderlijks
maar daarom nog niet eenzaam.
.
Het geheel is eenzamer
dan elk deeltje afzonderlijk
omdat de hemel het geheel
niet werkelijk omvat.
.
Het gepiep van een vogel,
eerst niet opgemerkt in stilte,
door het gehoor uit de stilte gescheiden
en er daarna weer aan teruggegeven.
.
Verstop een gedicht
Jeugd & Poëzie VZW
.
De VZW (Vereniging Zonder Winstoogmerk, te vergelijken met wat wij een stichting noemen) Jeugd & Poëzie, heeft op haar website http://www.jeugdenpoezie.be/ een bijzonder nieuw initiatief gelanceerd rond Gedichtendag 2017. Op 26 januari aanstaande is het Nationale Gedichtendag, het begin van de Poëzieweek (ook in België) en omdat het thema van dit jaar humor is, wilde Jeugd & Poëzie dit keer een lach op de gezichten van mensen toveren.
Hoe willen ze dat gaan doen?
Verstop dan minstens één gedicht in je omgeving voor 26 januari. Bezorg via carlien@jeugdenpoezie.be een foto van het verstopte gedicht en een cryptische omschrijving van de vindplaats (stad + tips). Zij delen jouw foto via hun kanalen zodat hij door anderen gevonden kan worden! Zorg ook voor een begeleidend tekstje bij elk gedicht dat je verstopt zodat de gelukkige vinders weten wat ze gevonden hebben.
Ook voor als je geen idee hebt welk gedicht je zou kunnen verstoppen heeft men een oplossing. Op de website staan onder het kopje SOET een aantal voorbeelden die je kunt downloaden. SOET is een poëziewedstrijd voor ‘jeugd’ tot 30 jaar. De eerste en derde prijs winnende gedichten kun je vandaar gebruiken of een voorbeeld waarop je je eigen gedicht kan plaatsen. Hieronder het voorbeeld van de eerste prijswinnaar Stan Cornil met als titel ‘Dichterlijke saaaiheid’.
.
The White Man’s Burden
Rudyard Kipling
.
Afgelopen week was ik bij de presentatie van mijn dochters profielwerkstuk op het Haganum in Den Haag. Alle leerlingen van 6 gymnasium gaven daar hun presentatie en omdat we er toch waren hebben we gelijk maar nog 4 presentaties meegenomen. Heel leuk en leerzaam. Zeker toen in een presentatie van twee leerlingen een verwijzing werd gedaan naar het gedicht ‘The white man’s burden’ van Ruduyard Kipling (hun presentatie ging over de verovering en kolonisatie van de Maya’s door de Spanjaarden).
Omdat ik het gedicht niet echt kende ben ik op zoek gegaan en ‘The white man’s burden’ van Kipling (1865 – 1936) blijkt een gevoelig liggend gedicht te zijn.
The White Man’s Burden (Nederlands vertaling ‘De last van de blanke’) werd in 1899 gepubliceerd in McClure’s Magazine en droeg de ondertitel ‘The United States and the Philippine Islands’. De Verenigde Staten waren destijds verwikkeld in de Filipijns-Amerikaanse Oorlog. Hoewel het gedicht een gemengde boodschap over het opkomende imperialisme van de VS bevat, lijkt het op het eerste gezicht een oproep tot het koloniseren van “minderbeschaafde” volkeren door de westerse mogendheden. Amerikaanse imperialisten gebruikten het gedicht “white man’s burden” als een rechtvaardiging voor het veroveren van nieuwe gebieden. Het controversiële gedicht was oorspronkelijk bedoeld voor het diamanten regeringsjubileum van koningin Victoria, maar voor dit doel diende later het gedicht ‘Recessional’. (Bron: Wikipedia).
.
The White Man’s Burden
.
Take up the White Man’s burden–
Send forth the best ye breed–
Go bind your sons to exile
To serve your captives’ need;
To wait in heavy harness,
On fluttered folk and wild–
Your new-caught, sullen peoples,
Half-devil and half-child.
Take up the White Man’s burden–
In patience to abide,
To veil the threat of terror
And check the show of pride;
By open speech and simple,
An hundred times made plain
To seek another’s profit,
And work another’s gain.
Take up the White Man’s burden–
The savage wars of peace–
Fill full the mouth of Famine
And bid the sickness cease;
And when your goal is nearest
The end for others sought,
Watch sloth and heathen Folly
Bring all your hopes to nought.
Take up the White Man’s burden–
No tawdry rule of kings,
But toil of serf and sweeper–
The tale of common things.
The ports ye shall not enter,
The roads ye shall not tread,
Go mark them with your living,
And mark them with your dead.
Take up the White Man’s burden–
And reap his old reward:
The blame of those ye better,
The hate of those ye guard–
The cry of hosts ye humour
(Ah, slowly!) toward the light:–
“Why brought he us from bondage,
Our loved Egyptian night?”
Take up the White Man’s burden–
Ye dare not stoop to less–
Nor call too loud on Freedom
To cloke your weariness;
By all ye cry or whisper,
By all ye leave or do,
The silent, sullen peoples
Shall weigh your gods and you.
Take up the White Man’s burden–
Have done with childish days–
The lightly proferred laurel,
The easy, ungrudged praise.
Comes now, to search your manhood
Through all the thankless years
Cold, edged with dear-bought wisdom,
The judgment of your peers!
.



















