Site-archief

O to be in Finland

E.E. Cummings

.

Omdat ik zo blij ben met mijn nieuw aangeschafte bundel ‘100 selected poems’ van E.E. Cummings nog maar zo’n klein bijzonder gedichtje van hem. Dit gedicht viel me op omdat ik vorige week zondag bij een uitvoering van het Viotta symphonie orkest het stuk Finlandia beluisterd heb en daar van onder de indruk was.

Finlandia is een (nationalistisch) symphonisch gedicht  van de componist Jean Sibelius (1865 – 1957) dat hij schreef in 1900. Toen ik het gedicht van e.e. las dat begon met O to be in Finland wist ik, dit ga ik met jullie delen.

.

o to be in finland

now that russia’s here)

.

swing low

sweet ca

.

rr

y on

.

(pass the freedoms pappy or

uncle shylock not interested

.

cummings

 

 

.

Tegen opname

Remco Campert

.

Het is  juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.

Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.

.

Tegen opname in de zoveelste bloemlezing

.

Poëzie is een daad

van ontkenning. Ik ontken

dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

.

Poëzie is een verleden, denken

aan vorige week, aan hetzelfde land,

aan jou als we gescheiden zijn.

.

Poëzie breekt mijn adem, verlamt

mijn voeten, zeer afdoende,

op de aarde die dat koud laat.

.

Voltaire had pokken, maar

genas zichzelf door o.a. te drinken

120 liter limonade: dat is een feit.

.

Of neem de branding. Stukgeslagen

op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,

maar herneemt zich en is daarin branding.

.

Elk woord dat wordt geschreven

is een bijdraag tot de ouderdom.

Ten slotte wint de dood, en hoe:

.

de dood dat is het lachen in de zaal

nadat het laatste woord geklonken heeft.

De dood is hilariteit.

.

Dichter

Poetry International

Sinéad Morrissey

.

Afgelopen dinsdag was ik bij de opening van Poetry International in de Rotterdamse Schouwburg. Achttien dichters uit verschillende landen gaven daar een proeve van bekwaamheid af. Er waren een aantal dichters bij waar ik van onder de indruk was zoals Raúl Zurita uit Chili (de grootste levende dichter van Latijns Amerika volgens de festivalkrant), Ruth Lasters uit België, Sergio Raimondi uit Argentinië en Sinéad Morrissey.

Vooral van de laatste dichter was ik erg gecharmeerd. Niet in de laatste plaats door het gedicht dat ze voordroeg getiteld ‘Genetics’. Ik heb het opgezocht en deel het graag met jullie.

Sinéad Morrissey (1972) is een Noord Ierse dichter. Haar gedichten vallen met de deur in huis. De setting is helder maar niet zelden ongewoon. Naarmate de gedichten zich ontvouwen verschuift het perspectief en raken binnen- en buitenwereld, geschiedenis en actualiteit vervlochten. De hierdoor ontstane beelden en soepele associaties geven de gedichten een sterke dramatische kracht. (bron festivalkrant). Sinéad Morrissey was de eerste ‘poet laureate’ van Belfast (soort stadsdichter) en in 2014 won zij de T.S. Elliot poetry prize.

Ik vind het ook vooral een prachtig gedicht, in vorm, soepelheid van haar taal en in boodschap. Uit haar bundel ‘The state of the prisons’ uit 2005.

.

Genetics
.
My father’s in my fingers, but my mother’s in my palms.
I lift them up and look at them with pleasure –
I know my parents made me by my hands.They may have been repelled to separate lands,
to separate hemispheres, may sleep with other lovers,
but in me they touch where fingers link to palms.With nothing left of their togetherness but friends
who quarry for their image by a river,
at least I know their marriage by my hands.

I shape a chapel where a steeple stands.
And when I turn it over,
my father’s by my fingers, my mother’s by my palms

demure before a priest reciting psalms.
My body is their marriage register.
I re-enact their wedding with my hands.

So take me with you, take up the skin’s demands
for mirroring in bodies of the future.
I’ll bequeath my fingers, if you bequeath your palms.
We know our parents make us by our hands.

.
.
SM

ijstijd

Bart Chabot

.

Soms heb ik gewoon zin om een gedicht van een bepaalde dichter te plaatsen. Vandaag is dat de dichter Bart Chabot. Ik schreef al een aantal maal over hem maar hij blijft me boeien. En als Hagenaar heeft hij natuurlijk een streepje voor. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘ijstijd’ wat een duidelijke verwijzing is naar de koude oorlog, de Berlijnse muur en tijden waar ik tegenwoordig weer vaker aan moet denken, wanneer je de tegenstellingen tussen het oosten (Rusland) en het westen scherper ziet worden.

Het gedicht verscheen in de bundel ‘Greatest hits’ uit 2004.

.

Ijstijd

Die avond vertrok een auto
richting snelweg
en de honden blaften niet

het dashbordvak was leeg
op een kaart van west-europa na
een pak tissues
een aangebroken rol pepermunt
er woedde koude
oorlog in mijn hoofd

we reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte

wij naderden
de interzone
niemandsland

het grensgebied

.

GH

Kanonnenvlees

Lotte Dodion

.

Aanstaande zondag is het zover, het leukste podium van Ongehoord! in één van de mooiste en gezelligste binnentuinen van Rotterdam. In de Jacobustuin (Jacobusstraat 105) in hartje Rotterdam, op een paar minuten lopen van het Centraal Station viert Ongehoord! haar jubileum. Vijf jaar stichting Ongehoord!, vijf edities van de Gedichtenwedstrijd.

Zondagmiddag vanaf 14.00 uur (toegang gratis) zullen optreden:

 

Lotte Dodion (van wier debuutbundel Kanonnenvlees inmiddels een derde druk is verschenen)

Else Kemps (winnares van de Turing poëziewedstrijd en 3FM dichter bij Giel in de ochtend)

Alja Spaan (winnares van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015 en 2e bij de Turing Poëziewedstrijd)

Edwin de Voigt (Rotterdammer en dichter)

Marco Martens (als dichter en met zijn band)

Irene Siekman (dichter, hoofdvrouw van de Poëziebus en duizendpoot)

.

Om alvast in de stemming te komen een opwarmertje in de vorm van een gedicht van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die Vlaamse en Nederlandse poëzie scene bestormt als geen ander. Uit haar debuutbundel ‘Kannonenvlees’ het gedicht ‘Het gesprek’.

.

Stripfiguur

Jan Elburg

.

Van 3 tot en met 12 juni zijn de nationale stripdagen en daarom dacht ik dat het wel leuk zou zijn een gedicht over strips te delen met jullie. Dat is nog niet zo eenvoudig, zoveel gedichten over strips of stripfiguren zijn er niet te vinden.

Toch heb ik een mooi voorbeeld gevonden van de dichter Jan Elburg (1919 – 1992), de Vijftiger die onder andere de Jan Campert-prijs en de Constantijn Huygens-prijs won.

.

Stripfiguur

Rillend, maar aanwijsbaar niet van kou,
in je kamer, waar de kachel uit bleek.

Een blauw wolkje uit mijn mond met
– tekenend – : hou je van mij?

Zo ronduit als een cupmaat.
Nauwelijks een proefballon te noemen.

Meer nog dan het daarin vervatte,
dit de vraag: wat ging er scheef

met mijn recht op informatie,
toen je met boe noch ba op bed ging liggen?

.

stripdagen-haarlem-2016

Alleen in mijn mobieltje kan ik wonen

Stichting z25.org

.

Van Inge kreeg ik het boekje ‘Alleen in mijn mobieltje kan ik wonen’ over poëzie apps.  Het boekje is uit 2011 is voorzien van een begeleidende flyer. Op deze flyer staat een tekst waaruit je kan afleiden dat de ontwikkelingen heel snel gaan. De tekst is eigenlijk al ouderwets.

“Met de nieuwe generatie mobiele telefoons kan je meer dan mensen bellen. Op deze smartphones kan je allemaal verschillende programma’s of apps draaien. Apps die het weer voorspellen, Apps van de NS om te kijken hoe laat de trein gaat. Apps voor boodschappenlijstjes maar natuurlijk ook voor spelletjes.”

De poëzie-apps in dit bundeltje zijn spelletjes voor de smartphone gebaseerd op poëzie. Achter iedere app zit een bestaand gedicht en het spelen van de app roept dezelfde emotie op als het lezen van het gedicht.

Er is echter 1 groot probleem. De apps in het boekje zijn niet meer te openen of zijn gewoon verdwenen. En dat is jammer want een aantal kunstenaars is bezig geweest met gedichten op een bijzondere manier. Zo is bijvoorbeeld bij het gedicht ‘De Noorderzon’ van Toon Tellegen een app getiteld The northern zone ontwikkeld die je alleen maar tussen 12 uur ’s nachts en 5 uur ’s morgens kunt spelen. Ontwikkelt door Iris Deppe en Sylvain Vriens. De scenes zijn kleine puzzels die je met simpele handelingen kan oplossen. De scenes zijn gebaseerd op nachtelijke taferelen: vechtende katers, langzaam klikken van de klok, uilen en vleermuizen. Personages en elementen komen steeds op een andere manier terug. De maan verandert langzaam in de klok en de uil in een spin, zoals dat ook in je dromen kan gebeuren.

Zoals gezegd zijn de apps niet meer te vinden, de organisatie die de apps destijds heeft laten ontwikkelen, Z25.org, heeft nog wel een Facebook pagina maar daar is al sinds 2014 geen activiteit meer op. Gelukkig staan de gedichten, op basis waarvan de apps gemaakt zijn, in het boekje. Daarom dus geen verwijzing naar een app maar het gedicht van Toon Tellegen.

.

De Noorderzon

.

In de nacht,

duizenden slapen,

maar duizenden liggen ook wakker,

staren naar het plafond,

draaien zich om,

maken aanstalten,

draaien zich nog eens om,

maken nieuwe aanstalten,

staan op,

gluren tussen gordijnen door –

het is donker,

geen ster die valt of zelfs maar flonkert –

gaan weer naar bed,

gaan woelen,

vallen tegen de ochtend

in het uur van de noorderzon

in slaap.

.

owl-spider

Dichter van de maand juni

Remco Campert

.

Na Gerrit Komrij is Remco Campert de tweede dichter van de maand. Remco Campert was één van de eerste dichters die mijn liefde voor poëzie heeft aangewakkerd en waar ik een bundel van kocht. Het was meteen ook een lijvig werk met meer dan 450 van zijn gedichten. De bundel ‘Alle bundels gedichten, 1951 – 1970’ werd in 1976 uitgegeven door de Bezige Bij. Mijn exemplaar is een derde druk uit 1983.

Dit verzameld werk bevat de eerste 10 poëziebundels van Remco Campert. Ik heb voor deze eerste zondag in juni gekozen voor het gedicht ‘Nacht’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Bij hoog en bij laag’ dat oorspronkelijk uit kwam in 1959.

.

Nacht

.

Wereld van aarde,

alle lichten uit.

.

Slapend lichaam van grond,

geurend lieve mandarijn,

.

hangend aan je gedroomde takje

in de nachtgaard.

.

Regen in juli,

liefde in woorden.

.

Je lichaam slaapt

als de schim van jonge bomen.

.

IMG_3687

Als stilte taal geworden is

Toon Hermans

.

Een van de grote voordelen van het schrijven over poëzie op een blog is dat je volledige vrijheid hebt over de inhoud. Niemand die je vertelt waarover je wel of niet kan schrijven. Zo vind je hier op dit blog berichten over de Russische symbolisten naast gedichten op cupcakes en sonnetten van Shakespeare naast versjes van Toon Hermans.

Poëzie biedt zo’n rijk landschap aan mogelijkheden en ik voel op generlei wijze een beperking om daarover te schrijven. Voor elk wat wils zeg maar. Daarom vandaag Toon Hermans. Misschien in de ogen van sommigen niet meer dan iemand die wel aardig versjes kon maken en inde ogen van anderen weer een geniaal cabaretier, conferencier en taalkunstenaar.

In het boekje ‘Van de liefde wil ik zingen’ zijn de mooiste liefdesteksten van Toon Hermans bijeengebracht. Liedjes, versjes en korte teksten over de liefde. Uit dit bundeltje heb ik twee teksten gehaald die ik met jullie wil delen.

.

Ik dicht bij jou

een vers

nee, nee,

gewoon:

ik dicht bij jou

.

Liefde

.

Ik kon niet zeggen wat ik voelde

ik heb het ook niet uitgelegd

maar tóch wist jij wat ik bedoelde

de stilte had het al gezegd

als ik je kuste of je griefde

in blijheid of in droefenis

de liefde is pas échte liefde

als stilte taal geworden is

.

TH

Jan Arends

Korte venijnige poëzie

.

Afgelopen zondag presenteerde ik een poëziemiddag waar ook Alexander Franken optrad. Als singer-songwriter en als dichter. Alexander heeft een paar korte maar krachtige gedichtjes geschreven die altijd aanslaan. Ook bij mij, ook al heb ik ze al meerdere malen gehoord uit zijn mond. Dit deed me denken aan de schrijver, dichter en literair vertaler Jan Arends.

Jan Arends (1925 – 1974) was Hagenaar van geboorte (net als Franken overigens). Hij had een moeilijke jeugd en omdat het werk van Jan Arends  veel autobiografische elementen bevat, is zijn leven en zijn literaire werk sterk met elkaar vervlochten. In zijn werk geeft Arends een kritische visie op de maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief.

Jan Arends heeft nog geen twee jaar als schrijver en dichter de aandacht van een breed lezerspubliek getrokken en in de publiciteit gestaan. Op 21 januari 1974, de dag waarop zijn gedichtenbundel ‘Lunchpauzegedichten’ verschijnt, pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning op de vijfde etage van een flat in Amsterdam te springen. Uit zijn nalatenschap werd door Remco Campert de dichtbundel ‘Nagelaten gedichten’ samengesteld die in 1975 verscheen. In 1983 verschijnt het ‘Verzameld werk’ met daarin een aantal niet eerder gepubliceerde gedichten. (Bron Wikipedia).

Hieronder twee gedichten van Arends, kort, krachtig en venijnig. De eerste uit ‘Lunchpauzegedichten’ en de tweede uit ‘Nagelaten gedichten’.

.

Wat

geeft dat toch

een angstig gevoel

van vrede

als vader

zijn bijl slijpt.

.

.

Kanker…

is
een goede dood.

Teplettervallen
is
een goede dood.

Verdrinken
is
een goede dood.

Zelfmoord
is
een goede dood.

Elke dood
is
een goede dood.

Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.

Altijd.

.

Arends reeks-Lunchpauze@1.indd

arends_nagelaten_gedichten