Site-archief

Penelopeia

Roan Kasanmonadi

.

Een vriend van me wees me op het feit dat hij samenwerkt met twee dichters. Beide namen zeiden me vooralsnog niets maar ik ga dan uiteraard wel op zoek. Een van de namen was die van Roan Kasanmonadi (1995) een Rotterdamse dichter, modern danser en spoken word artiest die arts en psychiater in opleiding is (tegenwoordig heb je niet één richting meer in je leven valt me weleens op maar vele). In zijn werk combineert Roan abstracte associaties met alledaagse taal en verwijzingen naar popcultuur, zo lees ik op de website van deBuren.

Roan trad op bij Poetry International, Mensen Zeggen Dingen en op de Nacht van de Poëzie. Zij debuutbundel ‘Vuurbloem’ werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs in 2025. En naast al deze bezigheden is hij ook nog eens redactielid van De Revisor. Op de website van deburen.eu las ik een gedicht van zijn hand getiteld ‘Penelopeia’ dat hij schreef als deelnemer aan de schrijfresidentie van deBuren in 2024 waarbij hem gevraagd werd zich te laten inspireren door het Olympisch motto ‘harder, sterker, sneller-samen? In dit gedicht brengt hij de Griekse mythologie en scholieren samen over de druk aan verwachtingen te voldoen. Het gedicht staat ook in zijn debuutbundel.

.

Jonge dichter

Tesse Reversma

.

Afgelopen donderdagavond was de jury van de Jana Beranováprijs bijeen om te bepalen wie deze prijs begin 2026 ontvangt. Ik mocht opnieuw deel uitmaken van deze jury (eerder was ik jurylid in 2023). De Jana Beranováprijs is een landelijke prijs voor literaire verdiensten, toegekend aan een auteur uit het Nederlandse taalgebied, vernoemd naar de dichter Jana Beranová. Een onafhankelijke jury kiest een schrijver die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Een van de andere juryleden Gina van den Berg, vertelde me over een jonge dichter en organisator van poëziepodia in Utrecht Tesse Reversma. Op zoek naar werk van haar kwam ik op de website van 3voor12 Utrecht.

Per 1 mei 2024 heeft muziekcomplex dB’s het CAB-gebouw verlaten. Het CAB gebouw is een gemeentelijk monument. Toen het laatste concert was gespeeld en de laatste biertjes waren gedronken legde fotograaf Lisanne Lentink het gebouw vast in beeld en Tesse Reversma schreef een tekst bij. Een gedicht zou je kunne stellen. Hier is dat gedicht.

.

vraag: is er een dB’s wc in de hemel?
het is niet hetzelfde: geen leven, de stickers zijn verdwenen
het mist de mensen, een verleden

blijf spelen
death metal, okergeel en ook de tegels
bezaaid met plaatjes, prikken gaten
op de stoelen waar we zaten, bier dronken
het is niet verlaten als je niemand achterlaat

door klapperende klapperdeuren
naar krappe backstage en niet zo zeuren
lang haar stug graaien in een lege kom
de zaal terug draaien rond en rond en andersom
mok achter mok vaasje de chaos en dan toch

het is er
lege fusten, nieuw geluk en
bouwen, verhuizingen
een volgorde van de dingen

nieuwe tegels, rauwe randjes (ze glanzen)
de kansen om te plakken, alles even op te pakken
aan te raken voor een eerste keer en heel veel daarna

in precies genoeg zooi
graai je naar koekjes in opnieuw gevulde bakken
blijft af van volle bierkratten
plakt belangrijke boodschappen
wijst in alle richtingen
glimmende bestickeringen

het is er
een volgorde van de dingen
doei is niet het einde

het is er 2x
het hart is niet te klein je
hebt de rest als geschiedenis
belooft elkaar, precies

genoeg te missen
totdat het er weer is

.

Tesse Reversma

Lisanne Lentink

dB’s in het CAB-gebouw

Niet alles komt zomaar

Thijs Kersten

.

In 2023 werd Thijs Kersten (2002) campusdichter van de Radboud universiteit in Nijmegen. Dat Thijs naast zijn studie niet stil zit blijkt ook uit het feit dat hij, samen met medestudenten Sophie Theunissen en Bo Polman het Radboud Creative Collective oprichtte. Creatief getalenteerde studenten konden zich aanmelden voor het collectief. Wie solliciteerde kreeg een opdracht. Daarna werd na een gesprek besloten wie zich bij het collectief kon aansluiten.

Voordat Thijs Kersten campusdichter werd, was hij al dorpsdichter van Heumen. In 2021, en toen ik dat las wist ik dat ik iets over hem wilde schrijven, probeerde hij de bezuinigingen op de bibliotheek te stoppen. In de jaren daarvoor was het budget al met 40% gekrompen en een verdere bezuiniging zou de sluiting van twee vestigingen betekenen. Om de bezuinigingen van tafel te krijgen wilde hij de potentie van de bibliotheek laten zien. Daarom organiseerde hij activiteiten in de bibliotheek van Malden (onderdeel van Heumen), zoals literaire avonden, samen met Sofie Deen, programmamaker. Mede dankzij de inzet van Thijs en de mensen van de bibliotheek besloot de gemeenteraad de bezuinigingen op de bibliotheek te schrappen.

Terug naar zijn dichterschap. Over zijn poëzie zegt Thijs: ‘Laat ik vooropstellen dat ik een absolute hekel heb aan rijmschema’s en versmaten. Ik weet er veel van, maar het is echt niet mijn ding. Ik speel meer met woordklank en ritme. Mijn doel is om mensen mee te krijgen met mijn poëzie. Dat lukt omdat ik weet hoe ik moet spelen met taal en met woorden de aandacht van de luisteraar vasthoud.’ In een gedicht dat hij als dorpsdichter schreef komt dat mooi naar voren.

.

Niet alles komt zomaar,
niet alles lukt zomaar,

maar er is al zoveel gelukt.

Ik weet niet altijd waar ik heen moet
of wat er morgen gaat gebeuren,

maar we doen het samen.

En als we soms de mist in gaan,
dan komen we er samen weer uit
aan de andere kant.

Want we hebben de ruimte om fouten te maken
om een keer iets opnieuw te doen

om ons twee keer te stoten aan dezelfde steen
of drie, of vier,

omdat we hier niet zomaar fout zijn
niet zomaar slecht of lastig of vervelend.

Hier zijn we thuis en hier is niet alles perfect
maar is het wel zo goed mogelijk
en is het elke dag beter en fijner.

Want als we hier fouten maken
rapen we elkaar gewoon op
en lopen we samen verder.

.

 

De stad is een beest

Femke de Heer

.

De Rijksuniversiteit Groningen benoemt elk jaar een huisdichter. Dit jaar werd het vijfentwintigjarig bestaan van het huisdichterschap gevierd in de Usva (Universitaire Stichting Vormingsactiviteiten, het studenten cultuurcentrum van de Universiteit). Deze zogenaamde studentdichter schrijft gedurende het collegejaar gedichten. Eerdere huisdichters waren onder andere Daniël Dee, Joost Oomen, Lilian Zielsta, Jephta de Visser en, de huidige stadsdichter van Groningen, Esmé van den Boom. Het eerste optreden van de huisdichter is tijdens de opening van het academisch jaar.

De nieuwe huisdichter (2024-2025) van de RUG is Femke de Heer (2002). Zij voltooide in Groningen de bachelor Astronomy en volgde enkele vakken aan de kunstacademie. Als dichter was ze al een regelmatige gast op de Groningse podia. In 2024, het eerste jaar van haar huisdichterschap, is ze begonnen aan haar master Quantum Universe.

Bij de opening van het academisch jaar droeg Femke haar gedicht ‘weekdier/ stadsmens’ voor. Ze zegt hierover:  “Het uitgangspunt is de verhouding tussen stad en platteland, ik kom namelijk uit Drenthe, en de afstand tussen student zijn en je ouders thuis. Hoe een gedicht uitpakt is bij mij niet te voorspellen, ik schrijf iets en stuur het langzaam naar het thema. Een gedicht heeft ook een eigen wil.” Een ander voorbeeld van de verhouding tussen het platteland en de stad komt naar voren in haar gedicht ‘de stad is een beest’.

.

de stad is een beest

.

we slijten een weg in elkaar
hoeveel makkelijker is het
om iets af te breken dan om iets op te bouwen

de paden die ik in gedachten loop
eindigen in knopen
ik wil dat je me aanraakt ik bedoel ik wil dat je me bent ik bedoel
ik wil dat je meer in me ziet dan er is, we zien een stad in elkaar

de stad is een beest
dat ergens in de weilanden is gaan liggen
we zijn bang om het wakker te maken

.

Het was zonnig

Martin Rombouts

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden lees ik dat Martin Rombouts (1992), winnaar van ‘De slimste mens’, en dichter debuteert met een roman ‘Boek 1’. Nu is er niets nieuws onder de zon, dichters die romans gaan schrijven zijn van alle tijden. Blijkbaar is het schrijven van poëzie voor veel dichters niet voldoende of worden dichters tegenwoordig door hun uitgevers met zachte hand richting de proza geduwd? Geen idee maar ik blijf het een bijzonder fenomeen vinden.

Maar terug naar Martin Rombouts. Tijdens zijn verschijningen in  ‘De slimste mens’ werd hij steeds opnieuw geïntroduceerd als dichter en toen herinner ik me, vroeg ik me al af waarom ik hem niet kende als zodanig. Wanneer je dagelijks met poëzie en dichters bezig bent is elke nieuwe naam er een om te ontdekken. Bij Rombouts was dat niet het geval tijdens zijn ‘fifteen minutes of fame’ op de nationale televisie maar nu, naar aanleiding van het verschijnen van zijn debuutroman dus wel.

Martin Rombouts komt uit Rotterdam, woont in Utrecht en studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Hij publiceerde op ABCyourself, in Tirade en in de Oerol Dagkrant, en trad op op onder andere Lowlands, het Wintertuinfestival en in Perdu. Rombouts is lid van De Literaire Boyband. Op de website van De Optimist, digitaal cultureel magazine zijn wat gedichten van zijn hand te lezen. Vormtechnisch word ik er niet heel warm van maar Rombouts is niet vies van het experiment en daar hou ik dan wel weer van. Het meest bekend is hij, naast zijn deelname aan ‘De slimste mens’ denk ik van het gedicht dat hij schreef voor de Zomerlezen campagne 2024 van de CPNB. Dat gedicht werd op een ansichtkaart gedrukt en er werden 100.000 exemplaren van verspreid door vooral Boomerang dat overal in Nederland kaartenrekjes heeft hangen met gratis kaarten.

.

het was zonnig dus ik moest aan je denken

.

was laatst ook daar en daar weer
sprak die nog
straks ook weer dat

en dat

was het daar toen fijn warm?
of toch te en
zie je x nog? denk soms

zie voor mijn part
iedereen maar
zoen ook mij

en of hem dat niet was
en/of had moeten zijn die
zomer

die zomer die zomer die

.

Foto: Aisha Zeijpveld

 

Poëzie tussen beelden van Miró

Lin An Phoa

.

Gisteravond was in in het museum Beelden aan Zee op Scheveningen waar BAZ After Hours was. Bezoekers konden genieten van een avond vol poëzie omringd door de bijzondere beeldhouwwerken van Miró, er waren workshops gedichten schrijven, beeldgedichten, zelf drukken en er was muziek. Gevestigde namen en opkomende woordkunstenaars van Huis van Gedichten deden hun voordrachten en er was een open mic.

De avond werd gepresenteerd door Sophia Blyden en georganiseerd door Daniëlle Zawadi van het Huis van Gedichten. Daniëlle ken ik nog van haar deelname aan de Kunstbende in 2017 (waar ik samen met Alexander Franken en M in de jury zat en waar zij de voorronde van het onderdeel Taal won) en haar deelname aan het zomerpodium van poëziestichting Ongehoord! later dat jaar.

In de line up een groot aantal, voor mij, onbekende namen. Dat is ook de reden dat ik graag naar podia ga, om me te laten verrassen en om te kijken of er dichters zijn die ik niet ken. Ook dit keer werd ik niet teleurgesteld. Al bij de eerste dichter was ik diep onder de indruk. Door de performance en door de inhoud. Ik heb het hier over dichter performer Lin An Phoa (1995).

Lin An Phoa is taalwetenschapper, schrijft poëzie en treedt op als spoken word-artiest. In haar fysieke en kritische teksten onderzoekt ze de verwachtingen en patronen van de systemen waarin we leven, in een poging tot verbinding, verzachting en verandering. Waar de taal soms stug en hoofdelijk kan zijn, zo schrijft ze op haar website, zoekt Lin An naar manieren om van lichaam tot lichaam te spreken.

Maar deze nog jonge dichter is nog veel veelzijdiger. Zo treedt ze op als presentator, moderator, docent en programmamaker. Maakt ze deel uit van het talentontwikkeltraject van literatuurorganisatie Wintertuin en was ze werkzaam bij podia als Poetry International, Crossing Border, Nederlands Film Festival, Dansateliers en Kunstbende.

Naast de inhoudelijke kant van haar poëzie was ik onder de indruk van haar timing en haar performance. Dus ging ik op zoek naar werk van haar op het web en vond daar het gedicht ‘Balletmeisjes breken niet’.

.

Balletmeisjes breken niet

.

zelfs na al die jaren zit het ballet nog in je botten
niet het hele zwanenmeer, maar net genoeg om uitgedraaid uien te snijden
net genoeg om met je voeten het licht aan te doen als je handen vol net genoeg
om jezelf bij elkaar te houden aan je buikspieren
te geloven dat je zou afbrokkelen als je zou ontspannen
dat je gewichtloos kan worden als je nog iets harder werkt

net genoeg om je grenzen op te rekken alsof het je hamstrings zijn:
als je uitademt kan je nog net iets verder

iets verder
iets verder
iets verder

tot je onhoorbaar knapt maar blijft lachen naar de spiegel omdat alle meisjes lachen omdat
dat zo hoort omdat we mooier zijn als we lachen want wie lacht is ontspannen en gelukkig
en makkelijk omdat ze niet mogen zien dat we moeite doen want wie lacht kan het allemaal
zelf dragen en als je nog kan lachen valt het vast allemaal wel mee want

balletmeisjes breken niet, ze buigen
en ooit komt er applaus

.

Lin An Phoa

 

Hasan Gök

Bahghi

Tussentaal

Esohe Weyden

.

Dichter, presentator en jurist Esohe Weyden (1999) is afgestudeerd als master in de rechten aan de Universiteit Antwerpen, waar ze van 2021 tot 2023 campusdichter was. Momenteel volgt ze de master in het notariaat aan de Vrije Universiteit Brussel. Als dichter houdt ze zich voornamelijk bezig met spoken word en voordracht, maar ook op papier publiceert ze haar poëzie.

Ze debuteerde in 2022 bij Uitgeverij Vrijdag met haar dichtbundel ‘Tussentaal’ die genomineerd werd voor de C. Buddingh-prijs. Daarmee won ze ook de publieksprijs van de PrixFintroPrijs 2022 voor Nederlandstalige literatuur. Ze is lid van de kernredactie van het literaire tijdschrift DW B. Ze bracht haar poëzie al op de meest uiteenlopende planken, van klassieke podia als Arenberg en Vooruit en festivals als Crossing Border en Pukkelpop tot op het burgerlijke defilé van de Nationale Feestdag van België.

Uit haar debuutbundel ‘Tussentaal’ komt het gelijknamige gedicht.

.

tussentaal

.

ik draag mijn hart hoog
en laat het smelten op mijn lippen
smaak bijtende klanken
wanneer ik kauw op mijn compagnon
de tussentaal

in mij wordt steen na woord en woord na steen
gesjouwd en geploeterd
gevloekt en geroepen
gebouwd aan de lopende band
die levenslang de mensheid ingaat

hoewel mijn laatste ademhaling niet ver meer reikt
slechts tientallen decennia van mijn duimen gespreid
weet ik dat zij in elk van ons genesteld
met dunne draden onze dromen aan elkaar rijgt

zij maakt van niets iets
want zij geeft door zinnen aan zinloosheid betekenis
blaast beweging waar het statisch is
en warmte rond de ijzigheid

ik ben de dichter die dichter naar haar toe kruipt
bij elke rijmverdoezeling
in de schaduw van mijn schedel
schuilen mijn herinneringen nabij
turen met gespleten ogen
naar het gekomen, komt en komende
want alles is een muze van de schrijfsels
en wordt ononderbroken zacht
met mijn compagnon, de tussentaal, aan mijn zijde

elke ode die nu vanonder mijn nagelplaten valt te schrapen
scherp geschreven
is in wezen de verwoorde gedaante van haar

.

 

Nu we er toch zijn

Erwin Hurenkamp

.

De Poëzieclubkeuze van poëzietijdschrift Awater is dit keer de debuutbundel van Erwin Hurenkamp getiteld ‘Nu we er toch zijn’. Deze bundel heeft als rode draad een dystopische wereld waar we met zijn allen op afstevenen, een wereld die het ene moment wordt geteisterd door hevige neerslag waardoor de woestijn die deze wereld is verandert in een grote modderstroom waarin feitelijk niet meer te leven is. ‘Nu we er toch zijn’ is geen weerspiegeling van onze huidige wereld maar een verkenning van de wereld zoals die zou kunnen zijn en die steeds waarschijnlijker wordt.

Erwin Hurenkamp (1993) studeerde literatuurwetenschappen en Cultural Analysis in Amsterdam. Gedichten van hem werden eerder gepubliceerd in Hard // hoofd en De Optimist.  Uit deze bundel met vooral prozaïsche gedichten koos ik voor een gedicht dat meer op een klassiek gedicht in de vrije vorm lijkt dan op de meeste prozagedichten in deze bundel getiteld ‘Kyrie 1.1’.

.

Kyrie 1.1

.

Valt de avond, tillen wij je op. Je zwalkt stomdronken

met je door stuifmeel benevelde kop

langs de bedden, raakt hier en daar iets aan:

.

salvia’s, floxen, kattensnorren. Gebruiksbloemen zijn we

allemansliefjes, bevriende havens, sloeries-

.

een hotel waarin de kamers doorgaans overdag

en tegen uurtarief worden verhuurd.

.

Je blijft maar rennen.

.

 

Vis zonder schoenen

Natasja Bodde

.

Op 3 september van dit jaar was ik uitgenodigd om op het Augusta Peauxfestival voor te dragen in Simonshaven. Daar waren behalve een aantal mij bekende dichters ook een paar nieuwe namen. Een van de mensen die ik daar ontmoette was de stadsdichter van Nissewaard (Spijkenisse en omgeving) 2023-2024 Natasja Bodde (1997).

Hoewel ze aangaf vooral een Spoken Word dichter te zijn merkte ik dat in haar teksten meer zat dan wat een Spoken Word dichter te brengen heeft. Haar gedichten geven reden tot (na)lezen. Een gedicht waar ik van onder de indruk was, vooral ook door een klein stukje achtergrond wat ze erbij vertelde, is ‘Vis zonder schoenen’. Haar voordracht was veel meer dan alleen een Spoken Wordvoordracht, de tekst laat je achter met vragen. Dat is wat poëzie vermag.

Daarom, en ik heb natasja gevraagd of ik haar gedicht, dat uit een stuk tekst bestaat, mocht voorzien van wat witregels om het volgens mij nog wat meer te laten spreken, hier dat gedicht ‘Vis zonder schoenen’.

.

Vis zonder schoenen

.

Regenpakken op het brandhout verknetterd.
Rubberen laarzen doorgeknipt.

Zelfs de muziek blijft thuis vanavond.

.

Ik trek mijn schoenen uit.
Zwarte sandalen in mijn rechterhand,
alleen de wind door m’n haren was niet voldoende.

Is überhaupt nooit voldoende.

.

Tenen wijd gesperd.
Grassprieten kietelend vol rust.

de modder als glijmiddel voor mijn grootste liefde.

.

Hij kijkt me vreemd aan als ik verzopen binnenloop.
‘’Stap je wel gelijk onder de douche?’’

‘’Wat was er in hemelsnaam mis met je schoenen..?’’

.

Snapt ie niet dat ik het zout nooit uit m’n haren gewassen krijg,
veters allang heb doorgeknipt.

Klittenband trekt enkel de schubben van mijn lijf.

.

Ik zeg ‘’zie je niet..
ik ben een vis in het water.. zonder water..
Zonder bomen.

Zonder zuurstof

.

Hoor jij dan niet die vogels roepen..?’’.
Wachtend tot mijn trillingen zijn oren raken, twijfel ik
of ik wel in echte woorden sprak.

Tot ik ‘m daadwerkelijk zie bewegen.

.

De PlayStation gaat uit, de koptelefoon komt op tafel.
‘’oké, oké wacht.. dan trek ik wel eerst even.. m’n schoenen aan’’.
Ik fluister ‘’ja..

dat is nou juist het hele probleem’’.

.

Het is warm in de hivemind

Maxim Garcia Diaz

.

Op dit blog reageerde Ariel Alvarez op mijn vraag om dichters op verzoek, met ‘Maxime Garcia Diaz’. Aan dat verzoek ga ik nu voldoen.

In 2021 debuteerde de Nederlands-Uruguayaanse Maxime Garcia Diaz (1993) met de bundel ‘Het is warm in de hivemind’. Deze bundel maakte heel wat los bij poëzie-lezend Nederland. De Poëzie van Garcia Diaz is zo anders dan wat onder poëzie werd verstaan. De uitgeverij schrijft hierover:

‘Het is warm in de hivemind’ is een weerspannige en opstandige bundel, een revolutie van vele gezichten. Een internet dat alleen op papier had kunnen bestaan, omdat het gulzig die papieren grenzen wil verleggen, gretig wil botsen met wat ogenschijnlijk onwrikbaar vaststaat. Het is een bundel die zich naar een onzuiver, ambigu, radicaal meerstemmig, meertalig en meervoudig lichaam beweegt. Naar een “wij de generatie, wij het politieke collectief, wij de meisjes.” En dat doet vanuit woede, pijn en verdriet, maar ook vanuit “de hang om iets open te rijten.”

Zelf zei Garcia Diaz over haar debuut: “Ik was aan het spelen, having fun,” vertelt Maxime Garcia Diaz. “Maar ik kon die reactie van mijn meelezer begrijpen. Voor mij voelde het ook niet als een herkenbaar gedicht. Maar was dat erg? Kan een Wikipedia-citaat over een scheikundig element bestaan in een Nederlandstalig gedicht? Leeft een URL nog op papier? Mogen al die roze kleurtjes en taartemoji’s wel of is dat too much, hysterisch of aanstellerig? Al die vragen speelden, en tegelijk besefte ik dat dat precies was wat ik wilde.”

De bundel werd lovend ontvangen en bekroond met de C. Buddingh’ prijs voor het beste poëziedebuut. Garcia Diaz had al werk gepubliceerd in De Revisor, Deus Ex Machina, Samplekanon, De Internet Gids, Yes The Void en De Optimist. Ze studeerde Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam. In 2019 won ze het NK Poetry Slam.

Persoonlijk hou ik wel van poëzie die de grenzen opzoekt, vernieuwd en tegelijkertijd begrijp ik de poëzieliefhebbers die van deze soort modernistische poëzie weinig tot niets begrijpen. Het is de ontwikkeling van de taal, van de poëzie, en soms schuurt die (daarin herken ik me in de woorden van Daniel Dee dat poëzie moet schuren) maar er schuilt ook schoonheid in wat nieuw en anders is. Niet voor niets probeer ik ook in dit blog de rafelranden van de poëzie te behandelen en te beschrijven. Uit de bundel koos ik voor het lange gedicht ‘Original Innocence’ waarin alle hierboven genoemde elementen uit haar poëzie naar voren komen.

.

Original innocence

.

diep in het systeemgeheugen

klopt een zacht en half vergeten orgaan

er staan onzuivere taken aan de horizon

.

de geschiedenis verslond een tweelingzusje in de baarmoeder

een geboren winnaar, al drieduizend jaar ☾ maar fantoomlichamen

zijn altijd al bestand geweest tegen burgeroorlogen, familiedrama’s

.

a lawyer for the prosecution heard of a human chimera in new england

.

de geschiedenis droomt dat zijn tanden uitvallen

zijn psychiater zegt dat hij bang is om iets kwijt te raken

(vaste grond onder de voeten, vanzelfsprekendheid)

de geschiedenis heeft anxieties en dat is onbekend terrein

soms ruikt hij verdampend kwik, een vleugje

.

in 1953 a human chimera was reported in the british medical journal

found to have blood containing two different blood types

her twin brother’s cells living in her body

.

kwikzilver is reukloos de geschiedenis begrijpt het ook niet

steeds vaker ziet hij onmogelijkheden ☾ normaal

weet de geschiedenis alles zijn lichaam

een doorgrondelijke machine zijn hersenen

grijs en glanzend

.

the dead twin is compressed

into a flattened, parchment-like state

known as fetus papyraceus

.

☿☿☿

.

weilanden onder de zeespiegel

de witte wieven ☾ korengeesten

daal af naar een vergeten wortelstelsel

het is tijd om weer te leren

kronkelen, weilanden onder

een fonkelende spiegel

.

ik ben een geest geworden en zo

heb ik de geschiedenis overleefd

perkamentachtig

..

hoe de beeldwit verandert in de dertiende eeuw

’s nachts dode zielen begraaft

niet kan slapen, dwaallichtje

.

maar fantoomledematen kunnen niet breken

de onsterfelijkheid van ectoplasma

.

er bestaat ook een duistere vorm

die de korenhalmen afsnijdt en zo zorgt

voor vreemde figuren in het korenveld

het wezen is polymorf

.

al drieduizend jaar voel ik het dansen op mijn graf

.

☿☿☿

.

de lijkengeur van de eenentwintigste eeuw

de vleesvliegen arriveren, abject grijs

.

dit is mijn kleine en kinderlijke verzet

tegen een regime van verstaanbaarheid

methodologie van de aasgier

.

these are my materials, exposed

in all their impurity ♡

.

☿☿☿

.

a chimeric mouse with its offspring; note pink eye

.

dit mes is niet subtiel genoeg

deze tanden niet prehistorisch

genoeg

.

de xenofeministen schrijven

we want neither clean hands

nor beautiful souls,

neither virtue nor terror.

we want superior forms

of corruption

.

dit is een duistere meisjesgeschiedenis

dit is een arsenaal aan fantoomwapens

.

de geschiedenis pulkt aan zijn wondkorstjes

met elke seconde die wegtikt wordt hij verdrietiger ☾ het lichtroze

van zijn nagelriemen en de huidschilfers onder zijn nagelrandjes

een afbrokkelend heden ☾ als zijn psychiater de thee inschenkt

begint de geschiedenis kinderlijk

en schokkerig te huilen

.

een haperende machine

een verwrongen tweelingzusje

aaseter, dwaallichtje, herrijst uit de ruïne

van een doodgeboren eeuw

het kwik verdampt

.

op een dag wordt de geschiedenis wakker

zacht en angstig

en is niet langer alleen in zijn lichaam

.