Site-archief

De stand van ’t land

Stijn De Paepe

.

Ik schreef al eerder op dit blog over Stijn De Paepe, onder andere naar aanleiding van een breinscheet van ’s lands grootste populist. Stijn De Paepe was de bekende huisdichter van de Vlaamse krant De Morgen, waarvoor hij 5 jaar lang het dagvers schreef. Hij wordt ook wel eens de Vlaamse Drs. P genoemd. Tijdens corona schreef hij op vraag van Radio 1 het massaal gedeelde gedicht ‘Wat helpt’. Hij overleed op de palindroomdag 22 02 2022.

Stijn De Paepe (1979-2022) was een spitsvondige gelegenheidsdichter. Ben je op zoek naar een gedicht voor vreugdevolle of moeilijke momenten, zoals een verjaardag of een overlijden dan biedt de bundel ‘Vers gezocht’ uit 2022 de geschikte inspiratie. Bart Eeckhout schreef over zijn gedichten in de morgen: “Stijn De Paepe herstelde de traditie van het gelegenheidsgedicht, om mensen handvaten te geven bij de gang des levens. Zijn voorkeur ging naar de ‘zeggingskracht van eenvoud”. Hieronder een aardig voorbeeld getiteld ‘De stand van ’t land’.

.

De stand van ’t land

.
Het land is in bestofte staat

en wordt schrikbarend adequaat

van noord tot zuid, dag in dag uit,

geleid door koning Middelmaat.


Het onderwijs. Het wegverkeer.

Klimaat, migratie en dies meer.

De wil is weg. Men doet zijn zeg

en legt zijn ei en ziet wel weer.


Er wordt gekletst, geklooid, geklad.

Men moddert aan. Men doet maar wat.

Doordacht noch heus, noch rigoureus.

Dus wat verandert er? Geen spat.

.

 

Caroline

Taalverruwing versus taalvervlakking

.

Tussen 1997 en 2004 verzorgde Driek van Wissen (1943-2010) in het radio- en televisieprogramma Binnenlandse Zaken van de TROS een rubriek met de titel ‘Kritiek van Driek’. In deze rubriek, herinner ik me, mocht hij graag commentaar geven, al dan niet met een vette knipoog op de taalverruwing. Overigens ging deze taalverruwing vaker over het ontbreken van enige logica in de Nederlandse taal en grammatica dan over echte taalverruwing.

Ik moest hieraan terugdenken toen ik in de bundel (met CD) ‘Dat lijkt warempel sandelhout’ van Frank van Pamelen uit 2003 het gedicht ‘Caroline’ las. In eerste instantie denk je tegenwoordig bij zo’n naam een een ‘politica’ met diezelfde naam, maar in dit geval betreft het niemand minder dan Caroline Tensen, of zoals van Pamelen haar in het gedicht noemt Tenzen.

Van Pamelen (1965) stond in MUGzine #8 (samen met een aantal andere light verse dichters) en is in de light verse kringen een zeer bekende en gewaardeerde naam. In de bundel ‘Dat lijkt warempel sandelhout’ neemt hij Caroline Tensen op de hak en dan vooral de manier waarop zij het Nederlands uitspreekt (op de manier waarop men in het Gooi woorden verbastert). Misschien kan René Appel een keer het DNA van Caroline Tensen in de Taalstaat bespreken (als hij dit niet al een keer gedaan heeft).

.

Caroline

.

Taalvernieuwing kent geen grenzen

Dankzij Caroline Tenzen

.

Want zij is op dat gebied

Zerieus mijn vavoriet

.

Steeds wanneer zij talenknobbelt

(in een kenniskwis bevobbeld)

.

Roept zij met een luide sreeuw:

Goh, u weet wel heeuw ejg veeuw!

.

Ach, de taauw waar ik van hieuwd

Wordt door haar voorgoed vernieuwd…

.

Peer

Drs. P

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast, sluit mijn ogen en laat mijn handen gaan over de ruggen van zovele poëziebundels. Dan stop ik bij een wat steviger rug, open mijn ogen en ben ik gestopt bij de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ Liedteksten van Drs. P uit 1999. Vervolgens neem ik de bundel in handen en open deze op een willekeurige pagina. Ik noem dat blind pakken en ik open de bundel op pagina 244 en daar staat het gedicht ‘Peer’.

Wanneer je jezelf wil verrassen is dit een hele fijne manier van poëzie lezen. Vooropgesteld natuurlijk dat je wat bundels hebt om uit te kiezen. Elke dag op deze manier een bundel pakken en het lot laten bepalen welk gedicht je gaat lezen. Gewoon proberen.

Uit de bundel van Drs. P (1919-2015) het gedicht ‘Peer’.

.

Peer

.

De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer

Ik ben alleen en heb een peer

.

De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer

Ik schil de peer en snijd de peer

.

In een weemoedige, herfstige sfeer

Peuzel ik mijn stukjes peer

.

De koude sluipt nader en de regen druizelt neer

Ik ben alleen en zonder peer

.

Reflectief

Inge Boulonois

.

Afgelopen dinsdag overleed heel onverwacht dichter en schilder Inge Boulonois (1945-2024). Ik ontmoette Inge voor het eerst tijdens een avond bij Alja Spaan in Alkmaar tijdens Alkmaar Anders. Zij droeg die avond niet voor maar kwam voor de voordrachten en voor Alja. Later leerde ik haar beter kennen vooral door haar poëzie en het contact dat we hadden via Facebook, via dit blog, Meander en de bundels die ze publiceerde zoals ‘Voor waar genomen‘ en ‘Vers gekruid‘.

Toen wij van Mugzines een nummer wilde maken met light verse benaderde ik Inge om haar te vragen of ze daaraan mee wilde werken en vroeg ik haar om de namen van nog drie dichters. Dat resulteerde in een zeer succesvolle uitgave van Mugzine nummer 8 met light verse gedichten van haar, Wim Meyles, Frank van Pamelen en Remko Koplamp.

In 2000 begon Inge met het schrijven van gedichten. Ze debuteerde in 2004 met de bibliofiele bundel ‘Ooglijke tijd’. Van 2011 tot 2015 was ze stadsdichter van Heerhugowaard. Haar poëzie werd opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen en haar werk werd meerdere malen bekroond: Plantage Poëzieprijs (2005), Concept Poëzieprijs (2006), Guido Wulmsprijs (2006), Culturele Centrale Boontje Poëzieprijs (2008), Poëzieprijs Merendree (2009) en de Nieuwegeinse Poëzieprijs (2009).

Sinds 2005 analyseerde ze poëzie voor Meander op klassiekegedichten.net. Voor literatuursite Meander schreef ze recensies van light verse. Een heel veelzijdige vrouw en dichter kortom. Bij Meander gaan we haar missen maar ook als mens. Inge was een enthousiaste, warme en altijd geïnteresseerde vrouw. Op haar rouwkaart staat ‘Leven blijft omdat het overgaat’ en dat zijn ware woorden. Op haar facebook pagina staat een laatste gedicht dat ik hieronder plaats. Maar ik heb ook een ander gedicht van haar gevonden dat ik erbij wil zetten. Het is getiteld ‘Reflectief’ en het geeft de optimistische en vrolijke aard van Inge weer. Zoals we ons haar zullen herinneren.

.

Reflectief

.

Steeds vaker kijk ik op mijn leven terug
En ben dan helemaal niet ontevreden
Met wat de jaren brachten tot op heden
En wat ik nu doe, ouder, minder vlug

Ik dicht, dit maakt mijn dagen stukken lichter:
Hier heb ik het gebracht tot zondagsdichter!

.

 

Stadsontwikkeling

Daan de Ligt

.

De Haagse dichter Daan de Ligt (1953-2016) begon op relatief late leeftijd te schrijven, hij maakte in zijn gedichten gebruik van vaste versvormen als de sonnet. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag gaf hij in eigen beheer de bundel ‘Vijftig’ uit, waarin ook een aantal Haagse stadsgezichten was opgenomen. Deze stadsgezichten maakten zo’n indruk op de redactie van de Haagsche Courant (later AD Haagsche Courant), dat De Ligt gevraagd werd om als stadsdichter voor de krant nog vijfentwintig stadsgezichten te schrijven. Dit werden er tussen 2003 en 2010 uiteindelijk 250.

Veel van deze gedichten spelen zich dan ook af in Den Haag. In 2009 verscheen zijn bundel ‘Oude nozem’ zijn vijfde dichtbundel (er zouden er nog drie volgen). De poëzie is het best te definiëren als light verse maar in ‘Oude nozems’ wilde De Ligt zijn andere wat meer serieuze kant belichten. Bladerend in de bundel stuitte ik op het gedicht ‘Stadsontwikkeling’ dat eigenlijk nog steeds, of alweer, heel actueel is. Met de grote vraag naar huizen worden allerlei stukjes grond in de stad die braak liggen of die nog wat natuur bevatten, opgeofferd aan deze vraag.

.

Stadsontwikkeling

.

dit is een prachtig bos, haast ongerept
met vogels, vlinders en volwassen bomen
de schoonheid naar een eeuwenoud recept
hier kunnen minstens vijftig villa’s komen

dat duingebied, de onschuld niet verloren
nog rusteloos, zoals het altijd was
met stuivend zand en vrolijk wuivend gras
de ideale bouwplaats voor kantoren

dat landgoed, nog zo groen, verstild en puur
met rozentuin en perken vol margrieten
een lustoord waar de stadsmens kan genieten
ik denk aan hoge flats (te koop, te huur)

natuur is wreed, de sterksten zullen groeien
ik vegeteer op staal, beton en steen
en woeker mij door al het leven heen
als alles is gestorven, zal ik bloeien

.

Nieuwe versvorm

Wim Meyles

.

Tweevoudige Nederlands kampioen plezierdichten Wim Meyles (1949) is geen onbekende op dit blog. Zo schreef ik twee jaar geleden al over zijn bundel ‘Ietsnut’ en was hij een van de light verse dichters in editie 8 van MUGzine samen met Remko Koplamp, Inge Boulonois en Frank van Pamelen. En nu is er weer een nieuwe bundel van Wim Meyles uit getiteld ‘Kortjakje’ waarin Kortjakjes, (snel)sonnetten, Trijntje Fops, limericks, lobbertangen en nog vele andere vormen van light verse zijn opgenomen.

Dat Meyles al lang meeloopt in het vak van het plezierdichten blijkt uit zijn inmiddels grote oeuvre. Zo heeft hij al 29 boeken op zijn naam staan en schrijft hij ook korte verhalen, sprookjes en fabels. Het Kortjakje is een versvorm die door Meyles is bedacht (zoals heel veel versvormen zijn bedacht door dichters als Drs. P, Joz Knoop, Bas Boekelo, Katja Bruning en Frits Criens). Het Kortjakje is als volgt gevormd: kort-jak-je: 4-3-2dus vier regels, drie regels en twee regels, met verder als kenmerken: jambische viervoeters en het rijmschema AAAA BBB CC.

Hier een voorbeeld kortjakje uit Meyles zijn nieuwe bundel met de gelijknamige titel.

.

Kortjakje

.

Op zondag is ze opgeknapt.
Kijk hoe ze fris naar buiten stapt,
mascara, lipstick, chic gekapt.
Wel jammer dat zo’n meid niet snapt
dat iemand lopend naar de kerk
getooid in sexy kledingmerk
gedecoreerd met zilverwerk
echt om een volgend koutje vraagt
als zij zo’n bloot kort jakje draagt.

.

 

Edward Lear

De uil en de snoezepoes

.

In 1978 verscheen bij Prisma de pocket ‘Babbels en krabbels van Edward Lear’, een keuze uit de nonsens-poëzie van de ‘Hofdichter van de Onzin’. Edward Lear (1812-1888) was een Engels illustrator, dichter en schrijver. Samen met Lewis Carroll, wordt hij beschouwd als een van de grote meesters van Victoriaanse nonsens literatuur. Zijn talrijke limericks en de gedichten zoals ‘The Owl and the Pussycat’ zijn klassiekers in dit genre.

In 1846 publiceerde hij onder het pseudoniem ‘Derry Down Derry’ zijn bekendste werk ‘A Book of Nonsense’. In 1865 publiceerde hij zijn eerste onzinverhaal ‘The History of the Seven Families of the Lake Pipple-Popple. Twee jaar later volgde zijn onzingedicht, het lied ” The Owl and the Pussycat’. In december 1871 werden onder de titel ‘More Nonsense’ nog meer onzingedichten gepubliceerd.

In ‘Babbels en krabbels van Edward Lear’ is een keuze uit zijn gehele oeuvre gemaakt door Wim Tigges die ook de gedichten vertaalde (op het gedicht ‘Het verhaal van 4 kinderen op reis rond de wereld’ na dat door C. Buddingh’ werd vertaald). De pocket is voorzien van vele tekeningen die Lear maakte. Ik koos uit de bundel het gedicht dat Lear zo beroemd maakte ‘The Owl and the Pussycat’ maar niet in de vertaling van Tigges maar in een vertaling van Ans Bouter die ik op Internet vond.

.

De uil en de snoezepoes

.
De Uil nam de Snoezepoes mee naar zee
In een erwtengroenkleurige boot
Een doosje met krenten, een tas vol met centen
Bij Snoezepoes op haar schoot
De Uil zong zacht in de sterrennacht
En bespeelde zijn gitaar
O Snoezepoesje, o Poesje, mijn schat
Je bent mooi met je prachtige haar
Je haar, je haar
Je bent mooi met je prachtige haar
.
En de Poes zei parmant: je bent elegant
Wat klink je toch lief als je zingt
Ik trouw graag zo’n zanger, toe aarzel niet langer
Maar wat dóet ‘r dan dienst als ring
Een maand ging teloor, ze zeilden maar door
Naar het land waar laurieren staan
Daar lag bij een struik, een big op zijn buik
Met een snuit met een ringetje d’r aan
D’r aan, d’r aan
Met een snuit met een ringetje d’r aan
.
Zeg, Big, ik mag hopen, wil jij ‘m verkopen
Je ring? En de Big zei geen nee
Nou gelijk dan maar doen en dan bij de Kalkoen
Gaan we trouwen, hij heeft toch corvee
Diner met pastei en peertjes erbij
In hun poot elk een vorkachtig mes
En hand in hand werd gedanst in het zand
Bij ’t licht van de maan, een succes
Succes, succes
Bij t licht van de maan, een succes

.

Reïncarnatie

Daan Zonderland

.

Ik ben in het bezit gekomen van de bundel ‘Weerbarstig alfabet’ van Daan Zonderland (1909-1977) uit 1955. Een bijzonder bundeltje omdat het in rode inkt en overdwars gedrukt is en omdat ik dacht dat ik het al in mijn bezit had. Ik vergiste me, ik had zijn bundel ‘Redeloze rijmen’ uit 1952 voor ogen dat, bijzonder genoeg, ook al een alfabet als uitgangspunt had. In die bundel staan vooral light verse en nonsens rijmen en in ‘Weerbarstig alfabet is dat eigenlijk niet anders.

Dat Zonderland het alfabet niet strak volgt is het meer dan vergeven, in de bundel spat het plezier eraf en daar gaat het om. Dit keer koos ik voor de letter M waar een gedicht staat dat over Mientje gaat (wat de letter M rechtvaardigt) met als titel ‘Reïncarnatie’.

.

Reïncarnatie

.

Jij met je schone gelaat,

Jij met je gratie,

Als jij ooit overgaat

Tot reïncarnatie,

Waarschuw mij, lieveling,

Mientje, mijn fee,

Want als jij herbevleest,

Dan doe ik mee.

.

Gesprek in de trein

Frank Koenegracht en Gust Gils

.

Als je op dit blog zoekt op de term trein, en je zou alle berichten lezen waarin de trein een rol speelt of genoemd wordt, dan heb je vele uren nodig en misschien wel een dag. De trein, perrons, aankomsthallen, de NS, de treinreis, alles komt voorbij. Toch heb ik nog geen dubbelgedicht gewijd aan personen in de trein. In dit geval twee gedichten over situaties in de trein.

Het eerste gedicht is van Frank Koenegracht (1945) en is getiteld ‘Lekker dood in eigen land’. Dit gedicht komt uit de bundel ‘Poëzie is een daad’ gedichten voor Remco Campert uit 2009. Het tweede gedicht is getiteld ‘Gesprek in de trein’ van Gust Gils (1924-2002) en komt uit de bundel ‘Een vingerknip’ uit 1983.

.

Lekker dood in eigen land

.

In de trein zitten twee heren die elkaar

vasthouden.

.

Als de trein de tunnel inrijdt

snijden zij elkaar de polsen door

.

en zeggen daarbij ‘pardon’.

.

Maar jullie, bloeddruppeltjes, die uit

het raam waaien, jullie zijn vrij.

.

Gesprek in de trein

.

nu direct niet kijken mevrouw

maar die wanstaltige krompraterij

van een landschap waardoorheen wij treinen

is toch merkaardig om gade te slaan.

.

zo’n landschap uit het buitenland

wat dat zich vaak inbeelden kan

moet je hebben meegemaakt

om het te geloven.

.

ik bedoel maar: onschatbaar voordeel

hier slechts toerist te zijn!

ach ja mevrouw de eenvoud

is nooit zo eenvoudig als ie lijkt.

.

Mijn promiscuïteit

Herman Finkers

.

Dat Herman Finkers (1954) naast cabaretier en zanger ook poëzie schrijft dat wist ik al, ik schreef er al over in mijn bericht op de vrolijke vrijdag en plaatste daar zijn gedicht ‘Vinger in de bibs’. Finkers is vooral een plezierdichter of dichter van light verse. In 2012 verscheen bij uitgeverij Thomas Rap van zijn hand de bundel ‘Poëzie, zo moeilijk nie’ verzamelde verzen, waarvan de titel al veel weggeeft over de inhoud.

Naast een aantal verzen die hij ook op muziek heeft gezet, zoals ‘Duet (we staan samen sterk)’ met Brigitte Kaandorp, en een flauwiteit hier en daar zoals het vers ‘Ik moet poepen’ waarvan de volledige tekst luidt: “(Hier zijn helaas een paar bladzijden uitgescheurd.)” zijn er ook vele verzen waaruit de taalvirtuositeit van Herman Finkers blijkt. Twee wat kortere gedichten wil ik hier dan ook graag delen want er is altijd tijd voor een lach, ook in de poëzie.

.

Vele handen maken licht werk

.

Ik stoei met jou de hele dag door, we kussen urenlang.

Uitgeput geef jij mij een laatste zoen en zegt:

‘Ik moet er niet aan denken dat ik dat

allemaal alleen had moeten doen.’

.

Mijn promiscuïteit

.

De een ligt liever links,

een ander liever rechts.

De een heeft tien orgasmes

een ander  eentje slechts.

.

De een maakt veel kabaal,

een ander doet het stil.

Het is mijn éigen leven:

ik droom zoals ik wil.

.