Site-archief

Basiswoordenschat

Linda Maria Baros

.

Nu ik een categorie ben begonnen over Franse dichters valt het me op dat de dichters uit Frankrijk die her en der beschreven worden vrijwel allemaal mannen zijn. Het aantal vrouwelijke dichters is op de vingers van 1 hand te tellen. Nu geloof ik niet dat er in Frankrijk geen of weinig vrouwelijke dichters zijn maar waarschijnlijk is Frankrijk wat dat betreft nog altijd een mannetjes maatschappij.

Linda Maria Baros (1981) is één van de weinig vrouwelijke dichters die ik heb kunnen vinden en zij is dan ook nog eens van Roemeense afkomst. Linda Maria Baros is dichter, essayist en vertaalster in het Frans en het Roemeens. Ze publiceerde haar eerste gedicht in 1988 in een literair tijdschrift te Boekarest. Ze heeft in een serie tijdschriften gedichten, recensies en vertalingen gepubliceerd. Zij leeft tegenwoordig in Parijs. Naast haar schrijfwerk is ze hoofdredacteur van het Roemeense literaire tijdschrift VERSUs/m. In 2008 creëerde ze de virtuele bibliotheek ZOOM (125 auteurs), die een deel van haar vertalingen samenbrengt. Tevens is ze als onderzoeker verbonden aan de Sorbonne, waar ze een proefschrift voorbereid over mythokritiek.

Linda Maria Baros en Jan H. Mysjkin (die ook onderstaand gedicht heeft vertaald) hebben in 2010 de bloemlezing COBRAMSTERDAM, Cobra, uit het Nederlands in het Roemeens vertaald. Daarin gedichten van onder andere Hans Lodeizen, Remco Campert, Jan Hanlo, Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus.

Ze stond op vele poëziefestivals en ze mocht verschillende beurzen en literaire prijzen ontvangen zoals de Vertaalprijs voor Les Plumes de l’Axe (2001), de Prijs Guillaume Apollinaire (2007) en de Prix de la Vocation (2004).

Kijk voor meer informatie ook eens op haar website: http://www.lindamariabaros.fr/nl_literatuur_linda_maria_baros.html

Uit de bundel Revolver uit 2008 het gedicht ‘De basiswoordenschat’.

.

De basiswoordenschat

Als je niet elke dag mijn naam schrijft,
o, moge je hand geplet worden in de schroef van de zinnen !
Verstijfd, de mond
waarmee je de woorden krabbelt !
Gegeseld het woord
die de klemmen opent voor de wolven
tussen jou en ons !

En mogen ze voor altijd ongeneeslijk zijn, je wonden,
die je wast met mijn tranen,
in een vat vervoerd naar de stad !
En moge je gezicht
voor eeuwig bezoedeld zijn in de ramen,
als je niet alle dagen mijn naam kerft
in de kan van de liefde !

O, maar als je in je slaap niet mijn naam schrijft
met zachte en verfijnde letters,
zoals in het begin,
dan zal ik ze op je lippen naaien,
diep, met catgut.

.

Linda_Maria_Baros

 

revolver

 

Rijk

Lucebert

.

Vandaag uit mijn boekenkast getrokken de bundel ‘Erts; een bloemlezing uit de poëzie van heden’ waarbij moet worden aangetekend dat ‘heden’ in dit geval 1955 is. Ingeleid en samengesteld door Bert Voeten.

Uit deze bundel van Lucebert het gedicht ‘Rijk’.

.

Rijk

.

Zie je spiegel wordt blind

je gezicht zo klein als een kind

je gezicht een nietige ster

tussen de storm en de wind

.

De weg die je ging was zo oud

als de hand die hangt uit de wolk

en de vlam die je vroeg zo koud

als de driftige sikkel de sluipende dolk

.

Maar nog nimmer zo rijk

als bij stenen voor brood

bouw je je troon in het slijk

met de bronstige troffel de dood

.

lucebert

 

Rijk : uit de bundel Alfabel, 1955

 

Palet

Eenvoudige poëzie uit deze eeuw

.

Vandaag uit mijn boekenkast een curieus boekje onder de titel Eenvoudige poëzie uit deze eeuw (en even voor de goede orde, dat was dus de vorige eeuw want uit 1967). Verzameld door A.C. Bosch en uitgegeven door J.B. Wolters te Groningen.

Een bloemlezing voor “ongeschoolde” lezers en daarmee worden leerlingen in de laagste drie klassen van de middelbare scholen bedoeld door meneer Bosch. De criteria bij het bijeenbrengen van de gedichten waren dan ook eenvoud en begrijpelijkheid. De gedichten komen uit het tijdvak 1900-1950.

Wie staan er dan zoal in zul je je afvragen? Nou dat zijn niet de minste: J. C. Bloem, Achterberg, Hanlo, Lucebert, A. Roland Holst, Slauerhoff, Jos Vandeloo, Leo Vroman en ga zo maar door. Me dunkt, niet de minste. En als je dan naar de inhoud kijkt, daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen bij middelbare scholieren, snappen ze niks van. Misschien daarom is dit juist zo’n heerlijke bundel.

Als hommage aan de overleden Leo Vroman, zijn gedicht ‘Bloemen’ uit deze bundel.

.

Bloemen

.

Als alle mensen eensklaps bloemen waren

zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.

Vermagerende vliegen, dode torren

zouden blijven haken in hun haren.

Tandestokers, steelsgewijs – ontsproten,

zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,

katoenen knoppen zouden openscheuren

tot pluche harten die naar franje geuren.

.

en op de bergen zouden gipsen zuilen staan

die gipsen druiven huilen.

.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,

de vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken

en van geur verdorden alle perken

als alle mensen eensklaps bloemen waren

.

Origineel uit: gedichten, Querido, Amsterdam

.

Palet

Afbeelding : Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Veel voor weinig

De boekenkast van Lucebert

.

Stichting Perdu staat voor het uitdragen en ontwikkelen van de poëzie in het Nederlandse taalgebied in samenhang met andere kunsten. Daartoe brengt zij op haar podium experimentele en geëngageerde vormen van literatuur met de dichtkunst als focus en reflectie als uitgangspunt.

Bij Poëziecentrum Perdu wordt op 1 december een feestelijke bijeenkomst georganiseerd  rond het thema ‘De boekenkast van Lucebert’. Naast een film en een voordracht van Lisa Kuitert (als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en schrijfster van ‘De lezende Lucebert’) wordt er een verkoop georganiseerd van een deel van het nagelaten boekenbezit van Lucebert. Een deel van zijn uitgebreide bibliotheek is op verzoek van de erven Lucebert geschonken aan Perdu.

De boeken worden in pakketjes van steeds 4 exemplaren verkocht voor € 12,- per stapeltje. Een aantal van de boeken bevat een handtekening of een stempel en ben je niet tevreden met een titel in je pakket dan kun je deze achteraf met andere kopers ruilen.

.

perdu

perdu_100

Arie en de Poëzie

Waarom ben je niet bij mij

.

Bij de Wereld draait door van donderdag 26 september werd aandacht besteed aan de nieuwe verzamelbundel met liefdespoëzie van Arie Boomsma. In de uitzending een soort van ‘battle’ tussen Arie en Adriaan van Dis die ik eerder zou willen kwalificeren als het belijden van de liefde voor de poëzie dan als battle.

In de bundel een verzameling van 200 liefdesgedichten of zoals de uitgever schrijft: Arie maakte in dit boek een persoonlijke keuze van de mooiste liefdesgedichten in de Nederlandse taal. Willem Kloos, M. Vasalis, Lucebert, Hugo Claus… meer dan 200 gedichten van ruim 200 dichters, modern, oud, gestorven en springlevend. Gedichten over verliefdheid, maar ook over pijn. Euforie en kilte, alles bij elkaar een heerlijk compleet beeld van wat de liefde is en wat zij met ons doet.

De uitzending heeft mij aan het denken gezet; wat vind ik het mooiste liefdesgedicht?

Als het gaat om het aspect van de pijn over de liefde hoe ik daar eigenlijk nooit lang over na te denken. Dat is het gedicht van Judith Herzberg Hoe is dat zo gekomen?

 ‘Hoe is dat gekomen
van altijd komen slapen tot
nooit meer willen zien?’

Een gedicht dat staat als een huis, waar in drie kleine zinnetjes het verhaal van een relatie wordt gedaan met een kop en een kont. Prachtig.

Maar een liefdesgedicht in de klassieke zin, waarin de liefde voor een ander wordt beschreven? Ik weet het niet, er zijn er zoveel (zoals ook Matthijs van Nieuwkerk al zei op de vraag van Arie).

.

Als ik dan toch een gedicht moet kiezen dan kies ik er een van E.E. Cummings, in eerste instantie dacht ik aan  ‘I carry your heart’ (een heel mooi gedicht) maar ik heb uiteindelijk gekozen voor een prachtig gedicht over de liefde in meer dan een betekenis. Zinderend en opwindend.

.

“i like my body when it is with your
body. It is so quite new a thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,
i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh … And eyes big love-crumbs,
.
and possibly i like the thrill
.
of under me you so quite new.”

.

Arie

Cummings-

De columns van Campert

Volkskrant

.

Vandaag wil ik, als rechtgeaarde poëzieliefhebber, een lans breken voor de columns van Remco Campert. Niet alleen is Remco Campert al lang een van mijn favoriete dichters maar ik merk dat ik zijn columns ook steeds meer ga waarderen. Waar blijkt dat uit, zul je dan vragen?

Na mijn vakantie lag er zo’n kilo of 6 aan kranten van de afgelopen weken te wachten op tafel. Doelgericht haalde ik de boekenbijlagen van de Volkskrant eruit en de columns van Campert las ik met veel plezier als eerste. Volgens mij is de rest van de stapel vrijwel ongelezen uiteindelijk in de oud papierbak beland.

Maar waarom lees ik Campert dan zo graag? Omdat hij als geen ander schijnbaar achteloos met citaten strooit, strofen en regels van gedichten die nieuwsgierig maken. Neem nu zijn column van afgelopen zaterdag. Allereerst een gedicht van zijn vader Jan Campert over het eiland Walcheren, gevolgd door regels van Willem Kloos over de zee (toch al een onderwerp dat mijn interesse heeft, zal wel door mijn woonplaats komen), regels van Lucebert en eindigend met een kort gedicht van Paul van Ostaijen.

Ik krijg dan meteen zin om alle vier de gedichten op te gaan zoeken, om de hele tekst te lezen. En of Remco dit terloops, uit zijn hoofd of herinneringen doet of niet, mij weet hij altijd te boeien,

.

Uit zijn column van zaterdag 31 augustus het (volledige) gedicht over Walcheren van zijn vader Jan Campert.

.

Lof van Walcheren
.
Daar is geen land, dat zoo verliefd
Door het water wordt omarmd
Als tusschen Walcheren en Sloe
Van Walcheren het strand.
Dat moet toen God de wereld schiep,
Dien dag zóó zijn geweest,
Dat Hij het opriep uit het niets
Als weldaad voor den geest;
Een handvol grond, waaraan het oog
Had zijnen lieven lust,
Een groen juweel, een flonker-steen,
Domein van stilte en rust.
.
Men reize waarheen men ook wil,
Den verste kaap voorbij,
Maan nimmer treft men zulk een land
Als Walcheren in de Mei.
Wie ooren om te horen heeft
Hij luistere naar het lied,
Dat in de Meidoornhagen leeft
En hij vergeet het niet.
Wie oogen heeft om nog te zien
Zal, als hij Walcheren ziet,
Die sluiten voor een wijl misschien
Maar hij vergeet het niet.
.
En zelfs de voorjaarswind, die vaart
Langs zee en dijk en duin
Houdt den bewogen adem in
Boven Gods liefsten tuin
Met zijn meidoornhagen in bloei
En ’t wieg’lend wegelkruid –
En keert weerom en vaart nog eens,
Verliefder dan een bruid.
Daar is geen land als dit mijn land
Besloten tusschen zee en strand.
O palm van Gods hand…… .

.

CAMPERT

Poetry International

Uit mijn boekenkast: 25 jaar Poetry International

.

Pas geleden gekocht in een tweedehands boekenwinkel de bundel 25ste Poetry International Rotterdam, The future of the past. Een mooie verzamelbundel waarin terug wordt gekeken naar de eerste 25 jaar van Poetry international. Het boek komt uit 1994. We zijn inmiddels bij de 44ste editie aangekomen.

In dit boekwerk een overzicht van 80 dichters die in die eerste 25 jaar deelnamen aan Poetry International.

Alle grote dichters zijn vertegenwoordigd met een korte biografie en een gedicht in de eigen taal en in de vertaling in het Nederlands en Engels waar van toepassing. In de bundel ook nog een losse uitgave van De Rode Hoed i.s.m. SLAA, van september 1994 (waarschijnlijk was de eigenaar van het boek ook daar aanwezig geweest) met de titel: Hommage aan lucebert.

.

Uit de bundel een bijzonder gedicht van Brigitte Olesschinski in de Nederlandse vertaling van Joke Gerritsen,

.

Iets leegs, iets stils blijft achter

.

op het strand, dat zich grijs en open tegen de wind wrijft

een schoongespoeld lichaam, ontspannen, verwrongen

waarboven het lichter wordt

en donker en weer licht, terwijl in de oogkassen

langzaam het zout droogt, haast als een nieuw netvlies

zonder verzet

naar de hemel gericht, ogen bijna voor-

goed opgeslagen

.

Van Lucebert een kort gedichtje: Memories are made of this

.

Memories are made of this

.

Voor Siep

.

Maak jij voor straf

alle lange lussen af

en voor goed gedrag

zet ook nog als bewijs

alle puntjes op de i’s en op de ij’s

zo is het goed maar nu opgelet

schrijf alles nog eens over in het net

.

Uit: Troost de hysterische robot, 1989

,

poetry

Dichters en maïs

Praktische poëzie

.

Het HiPP; Proeve van Praktische Poëzie heeft een bijzonder aardige website http://www.hipp.bz/proeve-van-praktische-poezie.php

Uit de missie van het HiPP: Het instituut wil een klankbord, voedingsbodem en hulppost zijn voor de poëtische behoeften van een rationele samenleving. Daar waar men stil wil staan bij de gebeurtenissen die veroorzaakt worden door onze dynamische cultuur en zich afvragen wat er verloren zou kunnen gaan. De dichter Lucebert zei het zo mooi en schrijnend: “Alles van waarde is weerloos”. HiPP wil het waardevolle weerbaar maken in de praktijk, maar heeft ook oog voor het onaanzienlijke.

Dit, in de Achterhoek gezetelde, instituut bestaat uit Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter. Samen maken zij de website waarmee ze een forum en denktank willen zijn voor dromers en doeners in het poëtische landschap van de Achterhoek. Alle lof voor dit creatieve initiatief.

Van de website een voorbeeld van hoe men om gaat met poëzie.

Ergens in de Gelderse Achterhoek staat dit ‘demoveld’ van het alomtegenwoordige gewas maïs.
De zaadleverancier heeft hier in plaats van de gebruikelijke suggestieve fantasienamen gekozen voor namen van dichters die wortelen, groeien en bloeien in het platteland.

Of zoals het instituut het zegt: We zijn blij met deze ontwikkeling en hopen op meer agrarische initiatieven in deze richting.

.

Demoveld

Zoon van alle moeders

Herman Brood (1946-2001)

.

Tussen 1996 (Broodje gezond) en 2003 (Broodje springlevend) schreef Bart Chabot in 4 boeken over het leven van Herman Brood. Ik heb alle delen met veel plezier gelezen (evenals ander werk waaronder de poëzie van Bart). Wat me opviel in de Broodje reeks waren de taalvondsten van Herman Brood, de manier waarop hij met taal kon spelen, zijn frisse en originele kijk op dingen.

In 1988 kwam een dichtbundel uit van Herman Brood ‘Zoon van alle moeders’ met een omslag van Lucebert. In deze bundel schrijft Herman fragmentarische gedichten (de meeste zonder titel) die voornamelijk over zijn leven als Rock & Roll junkie gaan. In 2002 verschijnt het boek ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ waarin behalve gedichten ook tekeningen van hem zijn opgenomen.

Wat verder opvalt in deze bundel is het (gesproken) taalgebruik van Herman. In een soort plat Nederlands (als ik wordt ak, doe ik niet wordt doe’k nie) schrijft hij zijn gedichten op zoals hij ze zou uitspreken.

Misschien niet voor iedereen deze teksten maar bijzonder genoeg om nog eens aandacht aan te besteden. Hieronder het gedicht (zonder titel) Verdachte.

.

Verdachte… u bent reeds talloze malen

verloren gewaand

ontelbare observaties

uw schedel vrijwel leeggestolen

door hen die u als gabbers omschrijft.

.

‘k Heb geen vriende, Edelachtbare

.

Dáccord Brood, de vraag echter

waarom u een geladen revolver

meeneemt naar een bezoek

aan de ‘dag en nacht open’ farmasie

blijft onbeantwoord.

.

Ik ben de maagd edelachtbare

en tevens van lichte zeden…

.

Hij gaf een hengs op die tafel,

schrok er zelf van.

.

U kunt niet eeuwig uw adolessensie

uitstellen verdachte!

.

Brood

Gedichten op vreemde plekken

Deel 85: Op een stalmuur

.

Vanaf 2009 wordt in het kleine plaats Watou in West Vlaanderen een kunstenfestival georganiseerd.

Kunstenfestival Watou is een internationale kunsttentoonstelling met beeldende kunst, poëzie en literatuur op de snijlijn tussen taal en beeld. Zo valt te lezen op de website van het kunstenfestival http://www.kunstenfestivalwatou.be/ De 2013 editie vindt plaats tussen 6 juli en 1 september.

Vrijwel alle grote namen uit de poëzie zijn in de afgelopen 4 jaar aanwezig geweest bij dit bijzondere festival; van Remco Campert tot Vrouwkje Tuinman van Lucebert tot Rutger Kopland.

In deze traditie werd op een stal van een boerderij in Watou het gedicht ‘Ezel Ambroos’ van Hugo Claus aangebracht.

.De Ezel Ambroos van Hugo Claus aan stalmuur in Watou

 

.

Ezel Ambroos

.

Deze ezel heet Ambroos.
Hij drentelt langs hond en lam.
Tussen zijn saffraangele tanden
zit een halve boterham, ambrosia.
.
Vele meesters reden op zijn rug,
Heer Jezus, Heer Honger, Heer Dood.
Om zijn dagelijks brood
balkt hij: Glorie, gloria.
.
Op de vlucht naar een of ander Egypte
verloor hij onderweg de os, zijn vriend,
met wie hij redeneerde
over de stro, de kribbe, het kind.
.
Soms buigt een vreemde rouw
zijn pluizige kop nog verder naar voren.
De schuwte van de paria
in de wereld waarin ook wij dolen.
.
Waarom duldt hij onze grillen
als de vliegen in zijn wimpers,
de horzels op zijn billen?
Wat is het waarom van zoveel
nederige vrede? Herinnering aan Arcadia?
.
Al is Ambroos al eens duister en duivels
op zijn tijd en stond,
zijn ogen zijn de gewonde ogen
van de eeuwigheid.

.

Uit: De Sporen

(De ezel Ambroos was een gift van dichter Roger de Neef aan Hugo Claus)