Site-archief
De maan
Miriam Van hee
.
Twee jaar geleden (2017) was de Vlaamse dichter Miriam Van hee dichter van de maand november en sindsdien heb ik geen aandacht meer aan haar besteed. Twee weken geleden werd haar werk mij weer onder de aandacht gebracht tijdens het poëziesymposium over poëzie in de klas.
Toen ook dacht ik dat ik weer eens iets van haar moest plaatsen. Miriam Van hee (1952) won verschillende prijzen met haar boeken, zat in jury’s en bracht, sinds haar debuut in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’ nog tien dichtbundels uit. Haar laatste bundel dateert alweer uit 2017 getiteld ‘Als werden wij ergens ontboden’.
Uit haar bundel ‘ Ook daar valt het licht’ uit 2013 koos ik het gedicht ‘ De maan’.
.
geen plaats meer was, zo verrees
voor ons de maan boven het bos
als op een russisch schilderij en
.
keek je goed, dan zag je onze
werelddelen, afrika, australië en zelfs
italië, weliswaar met een gekrompen
laars die leek te wapperen, zoals de jas
.
van wie zich haast, of als een vaandel,
alsof daar wind was, op de maan
herfst, een regenbui, iets wat begon
en dan ophield zoals alles hier bij ons
Dichter van de maand november
Cees Nooteboom
.
Romanschrijver, dichter, vertaler en reisverhaledschrijver Cees Nooteboom (1933) is op basis van zijn oeuvre, zijn bekendheid in het buitenland en zijn zeer imponerende prijzenkast waarschijnlijk Nederlands beroemdste auteur. Alleen de Nobelprijs voor de literatuur ontbreekt nog waardoor hij waarschijnlijk al jaren genoemd wordt als belangrijke kanshebber op deze prestigieuze prijs.
Hoewel Cees Nooteboom dus ongelofelijk veel geschreven heeft is het aandeel van poëzie in zijn oeuvre beperkt tot een handvol bundels. Desalniettemin is zijn poëzie wel degelijk interessant en zeer lezenswaardig. Daarom is Nooteboom in de maand november dichter van de maand, wat betekent dat ik elke zondag een gedicht van zijn hand zal plaatsen.
Vandaag begin ik met het gedicht ‘Skelet’ uit zijn bundel ‘Aas’ uit 1982.
.
Skelet
.
Wat taal aan mij was is ontcijferd,
veranderd in andere tekens.
Mijn gebeente vertelt de vertaling
van leven in dood.
.
Daarmee ben ik niet verdwenen.
Tussen de levende planten
en het gebit van de steen
verander ik langzaam in aarde.
Pas daarna heet ik niets meer.
.
Lees mij dus nog één keer
in deze vertragende paring.
Herhaal mijn gerangschikte zinnen
tot ik niets meer beteken
en zonder een zin op je wacht.
.
November
Innokenti Annenski
.
De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.
Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.
.
November
.
Het avondrood is dof, verschoten,
En doods de gele dageraad.
Een tak door het kozijn omsloten
Hing gister net zo desolaat…
.
Slechts dit wordt mij tot troost geboden:
Al wat ik schrijf wordt delicaat
Met milde tinten overgoten,
In zilverwitte glans gebaad.
.
De nevel houdt de zon gevangen…
Nu in de sneeuw een slee bespannen,
De wolken volgen in hun jacht,
.
Je over schel gefluit verblijden
En deinend door de witte pracht
Naar onbegrensde verten glijden…
.
Le mistral
Dichter van de maand november
.
Vandaag van de dichter van de maand, Miriam Van hee, een gedicht uit haar bundel ‘De bramenpluk’ uitgegeven door De Bezige Bij in 2002, getiteld ‘Le mistral’.
.
Le mistral
.
welke naam de wind ook heeft
of liever jongensachtig
overal blaast hij jurken bol
rukt hij aan wasgoed
en slaat verwoed en wispelturig
de bladen om van boeken
en van krantenwaar het niet waait
vallen geen bladeren
en maakt niemand bewegingen
zoals jij nu met je hand
door je haar zo sierlijk
en vergeefs.
Miriam Van hee
Dichter van de maand
.
Voor de tweede keer deze maand is Miriam Van hee dichter van de maand. Dit keer heb ik voor een heel beeldend gedicht gekozen. Zo’n gedicht waar je tijdens het lezen meteen een afbeelding hebt in je hoofd en dat daardoor juist zo krachtig is. Uit de bundel ‘Reisgeld’ uit 1992 het gedicht ‘De ribben zijn van het geraamte’.
.
de ribben zijn van het geraamte
.
de ribben zijn van het geraamte
het mooiste onderdeel, ze doen
aan vleugels denken of een soort
accordeon waar leven in- en uitgaat
je ziet ze beter
na de hongersnood of in het massagraf
het zijn de rimpels in het zand
als de zee zich heeft teruggetrokken
het zijn de breekbaarste takken
van de bomen die in open vrachtwagens
worden weggevoerd
.
November
Freddy de Vree
.
De Vlaamse dichter, essayist en radiomaker Freddy de Vree (1939 – 2004) is in Nederland geen bekende naam. Hij schreef behalve onder zijn eigen naam ook onder het pseudoniem Marie-Claire de Jonghe, en mogelijk ook Conny Couperus. Freddy de Vree was een eigenzinnige, anarchistische en dandyeske persoonlijkheid. Hij schreef aanvankelijk in het Frans, maar schakelde daarna over op het Nederlands. Hij was redactielid van een paar literaire tijdschriften en publiceerde bij De Bezige Bij verscheidene dichtbundels. Hij was jarenlang werkzaam als programmamaker en producer bij de Vlaamse culturele radiozender Radio-3. Een tijdlang runde hij ook de kleine uitgeverij Ziggurat in Antwerpen, die luxueuze bibliofiele edities van onder andere Hugo Claus heeft uitgegeven.
Uit zijn bundel ‘ Drie ogen zo blauw’ uit 1987 het, voor deze maand, toepasselijke gedicht ‘ November’.
.
November
.
Als een vuur ging twijfel nogmaals door de seizoenen.
Zuur sloeg neer, tyfus vergalde de boomgaard.
Nevels, ammoniak, kleffe rijm, dan zon. Slak weer.
.
Schuilen? In het ontwaarde huis dat jammerde als een hees kind
werd men niet verwacht. Op de sloten slakken van roest.
.
Het eigen spoor kwijt. Keldergedierte
ritselt langs splinters en planken.
In de hoge te droge zolder vermoedt men klauwvogels.
Geen stoel, geen kast, een ineengezakte tafel met een lege lade.
In de spoelbak mos en brijige schimmel. Men ziet de wilde tuin,
gegeseld door het zware weer, niet door de bedorven ramen.
Men weet de verdieping leeg, de slaapkamer verlaten
(geen bed, wat kraken van de vloer), het bad groenzwart.
Stapelplaats voor verloren leven. Afgedane zaken.
Thuis.
.
Derrel Niemeijer
Dichter van de maand november
.
Nu op zondag 4 december, om 15.00, in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.
Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.
.
mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.
onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.
maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.
maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.
kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.
zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.
leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.
zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.
geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.
ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.
maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.
ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu
eerst maar eens rusten.
mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.
het is ’s ochtends.
zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.
ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.
ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.
.
Zombie vampirella Robot koeien
Dichter van de maand
.
Na als eerste een serieus gedicht van Derrel Niemeijer als dichter van de maand november te hebben geplaatst, en daarna een wat curieuzer gedicht vorige week, deze week een gedicht van Derrel zoals we hem ook kennen; Licht hysterisch, grappig maar vooral nogal absurdistisch. Persoonlijk vind ik dit soort gedichten van Derrel altijd erg leuk om te lezen, vandaar mijn keuze voor ‘ZombieVampirellaRobotkoeien’ dat hij schreef op 3 mei van dit jaar.
.
“ZombieVampirellaRobotkoeien van
de planeet Karnemelkweg
spuiten halfvolle melk
uit de uiers
Hoe durft men het lef te hebben
Derrel Niemeijer
.
De tweede zondag van november is weer voor Derrel Niemeijer als dichter van de maand. In juni schreef hij over dit gedicht in typisch Derreliaanse bewoordingen:
“inmiddels een oudje, waar ik nog immer met een bepaalde mate van achting naar kan kijken, den deze uiting is een positief bevestigende.” Wie het weet mag het zeggen.
.
Hoe durft men het lef te hebben,
het lef te hebben om
plezier te ervaren of
iets wat ze vreugde noemen?
De gehele wereld is in vlammen gevat.
Crematoriums.
Heilige grond ter begrafenis
is bezoedeld met leugens
dat het hier goed rusten is.
Ik zie graafmachines
graven om graven te legen.
Overal afgedankte botten,
afgedankte botten
op een hoop.
Onderwijl wordt leven gegeven,
leven gegeven uit moederschoot.
Met een zucht, puf en vloek
werpt ze het kind
nu inmiddels al vervloekt.
De weg naar verlossing
gelegen in het sterven
mag gaan beginnen.
Eenmaal de eerste stap genomen
is er geen weg meer terug.
Wees slim,
kies om te sterven
voor je leeft!
De eerste adem is
het startsein voor
uiteindelijk de laatste.
Bij het ochtendgloren
worden de meeste mensen gezien.
Tegen de avond
verdwijnen ze uit het zicht.
Des nacht worden er
niet veel meer gezien.
Daags erna bij het ochtendgloren
zijn vele volledig
verdwenen uit het zicht.
Nachten zijn lang
wanneer men niet kan slapen,
de weg lijkt lang
voor hen die zijn uitgeput
maar niet verdwijnen kunnen.
Insomnia, ziekte,
de dood wordt uitgerekt
over vele nachten.
Sommige sterven
nog voor de geboorte.
Sommige sterven
wanneer ze leren kruipen.
Sommige net als
ze pas leren lopen.
En sommige
wanneer ze een
derde been nodig hebben,
wandelstok of rollator.
Sommige sterven oud
en sommige sterven te jong.
Sommigen zelfs
in de bloei en
een enkeling nooit.
Het leven is vergankelijk
en sommige rijpen snel
om vroeg te vallen.
We zijn als vruchten
indien rijp dan vallen ze
vallen ze van de boom
om op de grond weg te rotten,
wij erin.
Niet dus,
zelfs wanneer we dood zijn
willen we nog vervuilen.
De gehele wereld is
in vlammen gevat.
Crematoriums.
.

















