Site-archief
Ballade van de zee
Charles Ducal
.
Vandaag van de dichter van de maand oktober Charles Ducal het gedicht ‘Ballade van de zee’ uit zijn bundel ‘Bewoond door iets groters’ uit 2015.
.
Ballade van de zee
.
Niet de wind, maar een boze mond
doofde de kaars. De koningszoon
verdronk.
.
Wie op hem wachtte werd gek van
verdriet
en sprong in zee. Beiden werden een
lied.
.
Is het water te diep, koopt men een
plaats
op een boot. De afstand is niet zeer
groot.
.
De levens aan boord, zij wegen zo zwaar
en de boot is licht. Ook brandt er geen
kaars.
.
Aan de overkant is nog een feest aan de
gang.
Men eet er de wereld, al eeuwen lang.
.
Spoelen de lijken aan, vangt men ze op
en wordt stil. Een minuut lang spreekt
God.
.
Daarna blazen monden het fort weer
dicht,
voor de poort ligt een oorlogsschip.
.
De doden in zee, ook zij worden een
lied.
Het zingt niet, het huilt.
.
En toch hoort men het niet.
.
Zo oud als toen
Jan Eijkelboom
.
Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse journalist, dichter, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. In Tirade sept/okt 1983, jaargang 27 werd een bijzonder mooi gedicht van zijn hand gepubliceerd met de meteen al intrigerende titel ‘Zo oud als toen’ en met een slotzin die wat mij betreft een klassieker is.
.
Zo oud als toen
.
,
Lachez tout
Simon Vinkenoog
.
Ter gelegenheid van het bondscongres van de Dienstenbond FNV in 1989 werd een eenmalige uitgave gepubliceerd getiteld ‘Congressen’ gedichten. Deze bundel werd samengesteld door Coot van Doesburgh (1943), gedrukt in een oplage van 2.000 stuks en niet commercieel verhandeld. In het voorwoord stelt Coot van Doesburgh zichzelf drie vragen: waarom heeft men haar gevraagd? Op de achterkant van de bundel staat dat ze (behalve voor privégebruik nog nooit in haar leven een gedicht heeft geschreven. Waarom een dichtbundel en wat heeft dat met de Dienstenbond te maken? En waarom de keuze van deze gedichten en geen andere?
Het antwoord op de eerste vraag wil ze niet geven. Maar op de achterkant staat te lezen dat ze gevraagd is gezien haar vermogen een kritisch oog te paren aan een poëtisch oor. Op de tweede vraag geeft ze als antwoord: Geen idee. Wanneer men aan een congres van de Dienstenbond FNV denkt, is een bloemlezing van gedichten niet direct het eerste dat men daarmee associëert, en schrijft ze, daarom is het een initiatief dat alleen maar toe te juichen is. En daar ben ik het helemaal mee eens.
Op de derde vraag zegt ze dat ze heeft gezocht naar gedichten die een zeker werkgever-werknemer element uitademt. Maar schrijft ze meteen erna, zo hier en daar slipte er iets tussendoor dat leuk, mooi of aardig van gedachte was. En dat maakt deze bundel juist zo leesbaar.
Verrassende keuzes zijn het zeker. Zo is een tekst van Elvis Costello opgenomen ‘Tramp the dirt down’, een gedicht van Frank Martinus Arion, een vers van Annie M.G. Schmidt maar ook Riekus Waskowsky en Jacques Plafond (Wim T. Schippers), er valt kortom veel te genieten in deze bundel.
Ik koos voor een gedicht van Simon Vinkenoog (1928 – 2009) uit ‘Eerste gedichten 1949 – 1964’ uit 1966 getiteld ‘Lachez tout’.
.
Lachez tout
.
Soms kan ik niet meer op mijn benen staan,
en waarom zou ik ook?
BAM – daar lig ik –
.
nu vlug weer opgestaan,
daar ben ik.
Ik kan u één ding leren:
als u niet meer op uw benen kunt staan,
u kunt zich gerust laten vallen.
.
Twee-pigrammen
Florence Tonk
.
Vorig jaar brachten uitgeverij Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam een bundel uit met poëzie over het thema van de Boekenweek in een specifieke dichtvorm. Het thema dat jaar was rebellie en de dichtvorm het sonnet. Ook dit jaar koos men een thema; tweestrijd en als vorm koos men het epigram. Bovendien bevat de bundel dit jaar ook gedichten van andere dichters dan die van Nieuw Amsterdam en Wereldbibliotheek.
Het epigram heeft de volgende vaste regels: acht regels; vrije versvorm; hetzelfde slotwoord in de regels 1,3,5 en 7; metrum naar believen; de slotregel bevat de pointe. Een ander woord voor epigram is puntdicht. Het is een kort gedicht, vaak geestig. Slechts enkele gedichten uit de bundel voldoen aan deze regel. Ook de humoristische laatste zin met een rake pointe komt niet vaak voor. Wel zien we dat de gedichten acht regels tellen en dat de herhaling van het slotwoord veel is toegepast.
Omdat het thema Tweestrijd is heeft men voor de titel Twee-pigrammen gekozen, epigrammen over tweestrijd. Dichter Florence Tonk (1970) heeft zich voorbeeldig aan de regels van het epigram gehouden met haar gedicht ‘Puntdicht’ dat subtiel knipoogt naar het gedicht ‘Sotto voce’ van Vasalis.
.
Puntdicht
.
Een punt breekt af, de punt doet pijn
in zinnen aan mijn zusjes
een punt die stopt, veroorzaakt pijn
staat voor venijn en stelligheid, gelijk
is niet vrijblijvend, dat doet pijn
het stokken, afgesloten zijn
mijn tere zusjes lijden pijn
geen punt, het mag niet van mijn brein.
.
Avondmaal
Ivar van der Velde
.
In Liter, het literair tijdschrift dat driemaal per jaar verschijnt, nummer 102 is het thema van de artikelen en gedichten ‘Lezen is geloven’. In dit nummer staat een gedicht van Ivar van de Velde (2004) getiteld ‘Avondmaal’. Deze jonge dichter en schrijver schrijft naast gedichten ook reisverhalen die gepubliceerd zijn in onder andere Tirade en De Gids. Dit jaar was hij genomineerd voor de Debutantenschrijfwedstrijd.
Ivar van der Velde is Community-lid van de School der Poëzie en wordt gecoacht door voormalig stadsdichter van Antwerpen en actrice Maud Vanhauwaert. Ivar ontwikkelt zijn eigen werk, gedichten en verhalen, met hulp van Maud.
Waarom ik bij het gedicht ‘Avondmaal’ van hem bleef hangen was in eerste instantie de vorm. In dit gedicht is vrijwel elke vorm van interpunctie weggelaten waardoor je het gedicht het beste in een lange zin kan lezen. Toch blijft de dichter niet helemaal trouw aan zijn gekozen vorm want in de derde strofe verschijnt in een keer in de tweede regel een komma. Een vergissing vermoed ik. Ondanks het weglaten van interpunctie is dit gedicht uitstekend te lezen.
Wat me verder opviel was het noemen van de term Fata morgana in elke strofe. Wat mij dan weer doet vermoeden dat de dichter, hoewel goed op de hoogte van verschillende thema’s en onderwerpen uit het Christelijk geloof, deze vorm van religie vooral ziet als een luchtspiegeling, iets zien wat er niet is.
.
Avondmaal
.
Breek het brood vermoord een heilige op middeleeuwse wijze pluk in de
doodgebloede tuin doornstruiken zonder handschoenen lijdt pijn vlecht een
kroon verbeeld je de koning slenterend in smalle steegjes als een Fata morgana
tussen de kruimels.
.
Bekeer een dronkaard in het hofje bidt om vergeving verlos hem uit zijn lijden
dep zijn wonden met wijn lieg als de haan kraait over zijn goddelijke hel verbeeld
je de opstanding uit de dood als een Fata morgana tussen geperste druiven.
.
Bezoek de stad Jeruzalem projecteer het verleden op de heuvel sla een kruisje
een priester kerft smeekbedes in de Klaagmuur, graaft een graf voor een paar
sjekel kunt u begraven worden in de heilige stad een Fata morgana op de jongste
dag.
.
aangespoeld
Dubbel-gedicht
.
Eilanden hebben een kust, of eigenlijk bestaan ze volledig uit een kust, en op een kust kun je aanspoelen. Het Dubbel-gedicht van vandaag heeft dus als verbindend thema de kust of kustlijn. Twee gedichten van twee vrouwelijke dichters die ik zeer waardeer; Elfie Tromp en Esther Jansma.
Het eerste gedicht is van Elfie Tromp (1985), komt uit haar bundel ‘Victorieverdriet’ uit 2018 en is getiteld ‘Eiland’. Het tweede gedicht is van Esther Jansma (1958), komt uit haar bundel ‘Rennen naar het einde van honger’ uit 2020 en is getiteld ‘Aangespoeld’.
.
Eiland
.
Je kocht een roeimachine
en verdween
.
er zwol een zee langs je slapen
het tapijt verdween onder hersenkoraal
golfslag tegen de ramen
zeegras in het kozijn
.
ik hees de vlag
zodra het eten arriveerde
maakte van mijn handen
een scheepshoorn
je kwam steeds later thuis
ik vond schelpen in je oksels
drukte ze tegen je oren
eigen ruis vond je prachtig
ook al had je geen kist, kaart of kruis
je ging steeds verder
ik dacht dat je avontuur zocht
.
nu weet ik dat
eilanden niet navigeren
die drijven af
.
Aangespoeld
.
Weer eens aangespoeld op de kust van het volgende nu
rammelend opgestaan en langs zilte plekken die land
noch zee spiegelen op zoek gaan naar een huisje
.
waarin een stoel staat, een bed, zodat je eerst
een beetje naar buiten kunt staren en dan, de knieën
tegen je kin geperst, kunt verdwijnen in het immense
gedoe van wat slaap heet. Je beklimt weer een duin.
.
Geen voordeur in zicht. Achter je schroeven en
vloeken motorboten de stilte aan gort met het bericht
dat ze belangrijk naar iets op weg-weg-weg zijn.
.
De duinen door
Anneke Brassinga
.
Soms kun je door het lezen van een gedicht op ideeën gebracht worden. Als lezer of als dichter. Het kan de toon zijn van een gedicht, het woordgebruik, het thema of de manier van verwoorden die je als dichter kan inspireren. Maar het lezen van een gedicht kan je ook de inspiratie geven als lezer, of als persoon om iets met de leeservaring te doen.
Dat laatste had ik na het lezen van het gedicht ‘De duinen door’ van Anneke Brassinga, in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014. In dit gedicht staan verschillende zaken genoemd die ik herken wanneer ik door de duinen loop of (meestal) fiets. De duinen bevinden zich op een paar minuten fietsen van mijn huis en de manier waarop Anneke Brassinga heeft geschreven, en waarop ik het las, maakte dat ik meteen erop uit wilde gaan met de fiets. En hoewel er geen sprake was van hoogstaand lentezonlicht maar wel van laagstaand herfstzonlicht, heb ik meteen de daad maar bij het woord gevoegd.
.
De duinen door
.
Waar hoogstaand lentezonlicht wordt gekelderd
naar het van droogte knisperende wortelbroed
langs kronk’lend asfaltlint, raast beschonken
rijwiel over messcherp priemende spooktakken
die satanisch springen vanuit huivend kruinendak-
in het voorbijgaan giechelvonkt hun hoon: lek
is de liefdesband en nimmermeer plakken.
.














