Site-archief

Medina Schuurman

Serge R.van Duijnhoven

.

In de bijzonder leuke verzamelbundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ samengesteld door Isa Hoes staat ook een gedicht van Serge R. van Duijnhoven (1970). Omdat ik Serge als dichter en als mens hoog heb zitten wilde ik zijn gedicht ‘Voor Medina’ hier met jullie delen.

Medina Schuurman (1969) is actrice en ze speelde onder andere in de televisieserie ‘Rozengeur & Wodka Lime, Penoza en Celblok H. (in twee daarvan speelt Isa Hoes ook; toeval?). Daarnaast is ze scenarist en werkt ze aan haar eerste boek. Maar wat belangrijker is in dit geval is dat ze de geliefde is van Serge. Dat levert dus een prachtig liefdesgedicht op dat Serge schreef voor haar.

.

Voor Medina

.

Zul je weten liefste dat

als ik niet zoals jij

negen maal tien jaren

worden zal maar eerder ga

dan jij, dat jij de laatste ster

.

zult zijn die mijn geest

nog ten tonele voeren zal

op de finale drempel

tussen aarde en heelal

wees verzekerd, lief

.

indien mijn  adem schokt

en ziel vervliedt

dat jij tot aan mijn laatste

snik mijn grote liefde was

en, zo hoop ik toch

.

jouw prins die met zijn tong

voor jou zijn minnezangen zong

en die, indien hij eerder gaat

dan jij, dat niet zal doen als fielt

of schoft omdat hij jou verlaat

.

maar slechts uit hoffelijkheid

in de hoedanigheid van vazal

die de route vast voor je verkent

en er zeker van wil zijn dat hij-

eens de stonde aan zal breken

,

dat ook jij ter sterre varen zal-

met een zwier daarboven

als eerste de deur voor

jou persoonlijk openen zal

op die finale drempel

.

tussen aarde en heelal

.

gedichten-die-vrouwen-aan-het-huilen-maken-isa-hoes-boek-cover-9789044629538

Umbrisch getijdenboek

Hans Franse

.

Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.

Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.

De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.

Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.

.

Processie

.

De cirkel van gesloten muren

weerstond de tand des tijds,

maar het gebit van de huizenrij

vertoond verval en gaten,

hier en daar opgevuld

met amalgaam van andere tijden.

Er waren toen nog heilige heiligen

die zegenend relikwieën

onder andere tegen kiespijn aandroegen

om het eindeloze verval te weerstaan.

Eenmaal per jaar worden

de heiligen gevierd

en loopt de bevolking

gezellig keuvelend en biddend

achter de muziek aan

voor de grote feestelijke middagmaaltijd

terwijl de oude pastoor met veel moeite

het Allerheiligste vasthoudt

en net doet alsof hij het

echt belangrijk vindt.

.

hf

img_6675

Jean-Bédel Bokassa

Bloemen van het kwaad

.

In de vuistdikke uitgave ‘Bloemen van het kwaad’ samengesteld en geschreven door Paul Damen, staat niet alleen heel veel zeer boeiende informatie te lezen over tal van dictators, maar ook veel van hun “poëzie”.  Jean-Bédel Bokassa (1921-1996) was één van de dictators waar ik ten tijde van zijn bewind al een fascinatie voor had. Hoe kwamen Afrikaanse leiders aan de macht, wisten ze zich tot dictator en alleenheerser te ontwikkelen en raakten ze vervolgens volledig van god los? Bokassa kwam, zoals zovele machthebbers in Afrika aan de macht door een staatsgreep te plegen. Hij benoemde zichzelf vervolgens tot president voor het leven en Keizer van Centraal Afrika (waar hadden we dat eerder gehoord?). Hij was niet alleen megalomaan maar hield er ook een schrikbewind op na (zoals veel dictators) waar dieven na twee veroordelingen een oor werd afgesneden en bij de derde veroordeling een hand.

In 1979 werd hij afgezet door paramilitairen en ging hij in Frankrijk in ballingschap waar hij leefde van al het geld dat hij tijdens zijn schrikbewind had geroofd. Uiteindelijk keerde hij terug naar, wat toen inmiddels de Centraal Afrikaanse Republiek heette en werd daar ter dood veroordeeld. Dat werd later omgezet in levenslang maar na 6 jaar kwam hij al vrij en leefde tot 1996 in de voormalige hoofdstad Bangui als vrij man.

In de gedichten die Boakssa schreef gaat het over zijn leven als staatsman en daar is duidelijk zijn visie terug te lezen op zijn invulling van die rol. Niet heel poëtisch, zijn eigen rol verkleinend en ‘het volk’ als belangrijkste naar voren schuivend maar ondertussen zijn eigen zin doen (vaak) tegen de wil van dat zelfde volk in (waar zien we dat tegenwoordig vaker!).

Over de authenticiteit van deze gedichten is inmiddels veel discussie, in een goed artikel van Bart FM Droog blijkt dat het gedicht hieronder wel erg veel lijkt op ‘Je ne suis pas un héros’ van Daniel Balavoine. Doorlezend op Internet blijken meer van de gedichten in dit boek discutabel te zijn zoals de ‘vermeende’ gedichten van Adolf Hitler. Lees het artikel hier http://www.bartfmdroog.com/droog/dd/bokassa.html Dit is het gedicht waarop Bart FM Droog doelt.

.

Ik ben helemaal geen held.

Fouten blijven me beklijven.

Geloof niet wat de kranten schrijven.

Ik ben absoluut geen held.

.

Ik ben overal en nergens niet.

Ik zie niets, terwijl ik alles merk.

Beluister niets, maar het ontgaat me niet,

dat is een staatshoofd zijn werk.

.

Je schrijft ook geen geschiedenis

zonder échte offers erin,

maar offers blijven zonder zin

als er bij het volk geen steun voor is.

.

Jean-Bedel Bokassa

Feit of fictie

Florimond Wassenaar

.

Bij het opruimen van mijn kast kwam ik de ‘Dichtkunstkrant 2016’ tegen. Deze krant verschijnt 1 keer per jaar, rond de poëzieweek. In deze krant staat een gedicht van Florimond Wassenaar (1970) redactielid en mede initiator van de Dichtkunstkrant. Wassenaar draagt maandelijks een gedicht voor op Bluesradio te Amsterdam (stads FM) en publiceert die op zijn blog ‘de vierde zaterdag’. Hij publiceerde onder andere in Awater/Tortuca, De Gids en Parmentier.

Het gedicht van zijn hand dat in de Dichtkunstkrant verscheen viel me op door het actuele thema. Op 22 oktober 2015 vermoordde een Zweedse man, verkleed als Darth Vader, een kind en een leraar op een Zweedse school. Aanvankelijk dachten de kinderen dat het hier een verkleedpartij betrof, tot de dader daadwerkelijk zijn zwaard gebruikte. Feit en fictie. In een tijd waarin feiten en fictie nogal eens verward worden (nep nieuws) wilde ik dit gedicht hier doorplaatsen.

.

Feit of fictie

.

Darth Vader ging eerst op de foto

het was een tijdje gezellig met hem op school

uiteindelijk bleek dat niets dat hij deed, leek

op gewoon een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

Darth vader staat bekend

als het goede

dat zich tot het kwade heeft gewend

vanwege woede om een zeker verraad

heeft wantrouwen hem een masker opgezet

de kinderen in de klas

zagen een man in een zwarte jurk

met een zwaard, gekleed voor een feest

tot hij één van hen aan zijn degen reeg

ook een tweede, al beter wetend

ontkwam niet levend

.

vanochtend voordat ik ging bidden

zag ik een vrouw met een kinderwagen

er hing een tros bananen aan het stuur

ze was blond, had blauwe ogen

ze keek me bezorgd aan

haar kind sprak brabbeltaal naar de lucht

die niet eens zo donker was

de zon zelfs wilde komen

toch zijn we met een grote boog

om elkaar heen gelopen

.

05_hamid_al_kanboui

                                           Kunst: Hamid El Kanbouhi

Waterman

Hans Dorrestijn

.

Toen ik de bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ van Hans Dorrestijn aan het doorlezen was, op zoek naar passende gedichten voor de zondagen in februari, kwam ik een gedicht tegen waarvan ik meteen wist; dit wordt hem. Als Waterman hoef je dan eigenlijk niet eens verder te lezen. Dat heb ik natuurlijk wel gedaan Maar mijn keuze stond vast. Daarom hier het gedicht ‘Waterman’.

.

Waterman

.

Kijk, daar zwemt waarachtig Tristan van de Woude,

de beroemde waterman. Die maakt zijn sterrenbeeld waar.

Hij doorliep het aquarium in slechts twee jaar

en deed toen examen en slaagde cum laude,

summa cum laude welteverstaan.

En toen is hij onder water gegaan.

.

Een briljante student, maar te geniaal.

Een viskundig genie dat in zijn vak is verdwenen.

Mij heeft zich verloofd naar verluidt met een moeraal.

– De naam in ’t Latijn klinkt veel beter: murene –

.

Dat was vreemd, heel erg vreemd al met al.

Tristan met zijn hangsnor lijkt op een heel ander soort vis.

Uiterlijk vertoont hij meer overeenkomst met een meerval

(Siluris glanis).

Maar wie ben ik om hierover scherp te slijpen:

genieën zijn er om niet te begrijpen.

.

visman

                                                 Beeld: Visman in Deventer van The Space Cowboys (Paul Keizer en Albert Dedden)

Nieuwbouw

Koos Smit

.

In de jaren zestig van de vorige eeuw was Koos Smit wethouder in Maassluis. Na beëindiging zijn wethouderschap werd een sporthal naar hem vernoemd. Na zijn overlijden een paar jaar geleden kreeg ik van een oude vriend van Koos Smit (Co Visser) een aantal gedichten van zijn hand. Ik wist dat Koos ook actief was als dichter, eind negentiger jaren trad hij al eens op in het plaatselijke theater in Maassluis met zijn poëzie.

Ik weet niet precies wanneer het gedicht ‘Nieuwbouw’ is geschreven maar ik denk ergens in de jaren ’70 – ’80 toen er veel nieuwe huizen werden gebouwd in Maassluis.

.

Nieuwbouw

.

Huizen staan overdwars

in gevelrij

uit waterpas. de hoeken

kijken uit ramen in

achterkamers uit

achterkante spiegels.

Kelders staan gestapeld

op daken die onder A.P. liggen.

Straten lopen uit in

rioolputten die

borrelend uit schoorstenen

zwakstroom puimen.

Sleutels ontbreken –

sloten staan scheef in kozijnen

van ramen. Achterom

hangen gesloten deuren

tegen geeuwende verlatenheid

van binnenplaatsen.

Bomen staan met wortels

tegen hemel. Kortsluiting

giert door gekrulde gootpijpen

echo’s van rampzaligheid.

.

nieuwbouw

Herman de Coninck

Zoals dit eiland van de meeuwen

.

Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom,  en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.

.

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

.

seagull-788361_960_720

De uitvreters

Wintertuin literaire productie 2012

Vandaag niet direct uit mijn boekenkast maar toch zeker uit een kast, de krant van Wintertuin Literair Productiehuis uit 2012 ‘De uitvreters’.  Naar een idee van Frank Tazelaar werd in dat jaar een krant uitgegeven met daarin een groot aantal deelnemers aan de Schrijfwerkplaats die onder de noemer ‘Literaturjugend’ actief was. Maandelijks kwamen jonge, talentvolle schrijvers en dichters bijeen in Nijmegen in de werkplaats om om voor te dragen uit werk dat nog niet af was. Ze kregen daarbij feedback van elkaar en van redactieleden van Wintertuin.

In deze krant een aantal voor mij bekende namen als Rinske Kegel, Elfie Tromp, Dennis Gaens, Tim Pardijs en Eva Mouton, die ik los van elkaar zelf programmeerde op podia van Ongehoord! of tegenkwam via mijn werk in de bibliotheek, deze website of via een andere poëzielink.

Uit ‘De uitvreters’ heb ik voor het gedicht ‘De verlosser’ van Rinske Kegel.

.

De verlosser

.

De tafel is tegen het plafond geplakt

eten doen we van de vloer

de stoelen bungeklen in het raamkozijn

het glas is eruit, de sneeuw is warm

alles voorspelt iets anders

.

Dit jaar is de verlosser vroeg

hij opent jampotjes, dichte deuren, monden

uit de kraan komt pompoensoep

en morgen tomaten

.

voorzijde-krant-de-uitvreters

 

Stadsdichter Rotterdam

Hester Knibbe

.

In 2015 en 2016 was Hester Knibbe stadsdichter van Rotterdam, een titel die ze zeer onlangs overdeed aan Derek Otte. Bij de overdracht van de stadsdichterstitel kregen de aanwezigen, waaronder ik, de bundel ‘Stadsdichter’ cadeau. De bundel bevat alle stadsgedichten uit haar stadsdichterschap. Met poëzie voor o.a. verlaten kunstwerken, stadstuinen op wolkenkrabbers, Rotterdam viert de stad en asielzoekers in de Beverwaard lees je Rotterdam in de afgelopen twee jaar door de ogen van de dichter.

Bij de 550ste geboortedag van Desiderius Erasmus Roterodamus en de uitreiking van de Erasmuspenning aan Henk Oosterling schreef zij het gedicht ‘Erasmus aan zee’.

.

Erasmus aan zee

.

Bijeengeraapt

zooitje aangespoeld

schepsel. sponskop met dito baret om

al te gezouten gedachten tussen de oren

te houden, zie mij hier zitten, narrig

,

starend over mijn baker. Uit de diepte

ben ik getogen, heb ik eeuwige

deining gekend, de preken van vissen, ben

doordrenkt op het land uitgespogen. Nu

.

blootgesteld aan de schraalte hierboven

verdrogen mijn sappige spinsels tot kleine

kristallen die verregenen zullen; ik ben

.

het zout der aarde terwijl mijn poreusheid wind

verzamelt die plukt aan mijn vormsel, mij opnieuw

wil verstrooien, denker en dwaas in mij doven.

.

hk

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb