Site-archief
Inauguration
Lorenzo Thomas (1944 – 2005)
.
Lorenzo Thomas werd geboren in Panama maar op 4 jarige leeftijd verhuisde hij naar New York met zijn ouders waar hij woonde in The Bronx en Queens. Lorenzo sprak vloeiend Spaans en Engels en in 1968 ging hij bij de Marine waar hij dienst deed tijdens de Vietnam oorlog. Zijn werk is zowel persoonlijk als politiek geladen. Hij werd in New York lid van The Umbra Workshop, welke bijdroeg aan de opkomst van de Black Art Movement in de jaren 60’en 70′.
Meer dan 20 jaar lang was hij als professor verbonden de faculteit Engels van de University of Houston-Dowtown waar hij belangrijke bijdragen leverde aan de African-American literatuur studies.
Lorenzo publiceerde vijf poëziebundels: ‘A Visible Island’ (1967), ‘Dracula’ (1973), ‘Chances Are Few’ (1979, opnieuw uitgegeven in 2003), ‘The Bathers’ (1981) en ‘Dancing on Main Street’ (2004).
Uit de bundel ‘Chances are few’ het gedicht ‘Inauguration’ waar zijn politieke betrokkenheid duidelijk blijkt. Waar hij het over us (ons) heeft kan ook US (United States) worden gelezen wat het gedicht een extra dimensie en inhoud geeft.
.
Inauguration
Dubbeldichters, een recensie
Mattie Goedegebuur en Derrel Niemeijer
.
Na twee eerdere bundels van Derrel Niemeijer te hebben gerecenseerd kreeg ik nu het verzoek om de nieuwe bundel die hij en Mattie Goedegebuur hebben gepubliceerd bij uitgeverij Heimdal te lezen en te recenseren. Mattie haar laatste bundel ligt nog op mijn stapel: te recenseren bundels maar na het lezen van deze bundel heb ik er zin in gekregen. Derrel volg ik al een tijdje en daaruit bleek me dat zijn gedichten in kwaliteit toenemen. De gekte is er zeg maar een beetje uit aan het verdwijnen. En met gekte bedoel ik de enigszins chaotisch manier schrijven, van opmaak en van alles op papier smijten. In die zin is ook deze bundel weer een verbetering ten opzichte van de voorgaande.
Gaat dat dan niet ten koste van de authenticiteit? Gelukkig blijft Derrel in zijn gedichten verrassen met opmerkelijk vondsten, creatieve manieren van zaken bespreken en is ook zijn manier van persoonlijk dichten gebleven. Zelfs ten aanzien van de bladspiegel (nog een pijnpuntje uit de laatste bundel) is in deze bundel de naar mijn mening juiste weg bewandeld. Jammer dat de wat langere gedichten op een bladzijde naast elkaar zijn gedrukt om het maar op die ene pagina te krijgen, dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede.
Dat hiervoor gekozen is begrijp ik trouwens wel en dat heeft alles te maken met de opzet van deze bundel. Zoals het in het voorwoord staat beschreven:
Na enkele ontmoetingen begint het poëtisch koppel met een gedichtenbattle: Niemeijer schrijft een uitdagend gedicht, waarop Goedegebuur weer reageert (of omgekeerd).
En dat is precies waar de bundel uit bestaat, steeds twee gedichten van beide waarbij de een op het gedicht van de andere reageert met een ‘tegen’gedicht. Vooraf vroeg ik me af of dit kon werken maar na lezing weet ik; dat kan, en hoe.
De ‘battles’ zijn uitdagend, verrassend, geven een kantelend beeld van een onderwerp en blijven daardoor fris en leesbaar. Waarbij beide duidelijk een eigen stijl hanteren zijn de gedichten van Derrel eerder provocatief en die van Mattie eerder om wat langer over na te denken. De chemie tussen beide dichters is echter bij elke battle aanwezig en dat is knap.
Ook in de titelkeuze wordt de samenwerking versterkt. Titelcombinaties als ‘Wapen-Heelmeesters’, ‘Een geboren dichter – Hij is gehoorzaam’, ‘Boeren, burgers en buitenlui – Koning, keizer, admiraal’ zijn een aanvulling op het concept van deze twee dichters.
Wat mij betreft, gezien de kwaliteit van de gedichten, de bijzondere combinatie van dichters en de verrassende thema’s op termijn reden tot herhaling.
Uit deze bundel de gedichten ‘battle’ ‘Heimwee naar de boekenkast – Slapend in boeken’
.
Heimwee naar de boekenkast
door Derrel Niemeijer
.
Mijn boekenkast
is mijn thuis.
Daar waar
mijn boeken staan
is mijn thuis.
.
Daar waar
mijn boeken stonden
is mijn thuis.
.
Dat huis
wat ik thuis noem…
moet noemen
is huis maar
mijn boekenkast
staat daar
.
Daarin kijken
is thuis komen
.
Slapend in boeken
Door Mattie Goedegebuur
.
Elk boek groet ik
hartelijk met
warme knik
.
Ze liggen mij
na aan het hart
.
Op alfabet
binnen de categorie
onderwerpssortering
.
Ze staan in het gelid
on- en gelezen
.
Mij begraven
in gedrukte inkt
is als in mijn bed
.
Romans
Stevie Smith
.
Florence Margaret Smith, schrijvend onder de naam Stevie Smith (1902 – 1971) was een Engels schrijfster en dichteres. Haar werk neemt een bijzondere positie in de Engels literatuur in omdat haar poëzie weinig gemeen heeft met die van haar tijdgenoten. Soms is de invloed van William Blake of Edward Lear te bespeuren.
Haar taal schommelt tussen eenvoudig en archaïsch Engels, ze gebruikt zowel traditionele als vrije vormen. De speelse en humoristische toon van veel gedichten herinnert aan kinderversjes, maar vaak is de tekst gecontrasteerd met subtiele melancholie en een thematische voorkeur voor de dood en zelfmoord.
Ze schreef acht dichtbundels en een aantal romans en ontving voor haar poëzie in 1969 de Queen’s Gold Medal for Poetry. Uit ‘Poems’ uit 1971 het volgende gedicht.
Tenuous and Precarious
Tenuous and Precarious
Were my guardians,
Precarious and Tenuous,
Two Romans.
My father was Hazardous,
Hazardous
Dear old man,
Three Romans.
There was my brother Spurious,
Spurious Posthumous,
Spurious was Spurious,
Was four Romans.
My husband was Perfidious,
He was Perfidious
Five Romans.
Surreptitious, our son,
Was Surreptitious,
He was six Romans.
Our cat Tedious
Still lives,
Count not Tedious
Yet.
My name is Finis,
Finis, Finis,
I am Finis,
Six, five, four, three, two,
One Roman,
Finis.
.
De buitenstaander
Daniël Dee
.
Vandaag een gedicht van voormalig stadsdichter van Rotterdam, collega, medelid raad van toezicht Poëziebus , Daniël Dee. Uit zijn bundel “Koffiedik zingen’ uit 2007 het gedicht ‘De buitenstaander’.
.
De buitenstaander
.
Hoe iedereen uiteindelijk alleen achterblijft met zijn/haar brein en hondenleven
.
dagelijks leur ik van deur tot deur ik bel aan en zwijg
show mijn doosje met het gedrochtje
ik praat niet over de pijn
na gedane arbeid
haalt de waardin me
met open armen binnen
ze glimlacht en schenkt me bier
meer kan zij ook niet voor mij betekenen
.
Najaar
Paul Van Loon
.
In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.
‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).
Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)
.
Najaar
.
Vandaag heb ik het teveel aan woorden
bij elkaar geharkt, het overtollige
gesnoeid en alle dorre takken
uit mijn taal in as gelegd
.
Mijn einder heb ik bijgekleurd
met het weemoedige oker van oktober,
de kruiden uit de tuin vergaard
voor de geur van een gedicht
.
En ’s avonds bij de wijn, hoe
wij ons leegstaand hart verwarmen
aan de open haard van ons verlangen
.
en hoe wij zwijgzamer dan ooit
ons koesteren aan de nagloei, onder
de uitgedoofde ogen van de nacht.
.
Hier
Herman de Coninck-zondag
.
Vandaag op ‘Herman de Coninck-zondag’ een gedicht in twee delen uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991, getiteld ‘Hier [1]’ en ‘Hier [2]’.
.
Hier [1]
.
Je hebt onder je ogen niets meer aan.
Het nu ligt op de grond.
Je bent eruit gestapt.
.
Een meter onder je ogen
kom ik in je, ver,
tot waar ik achter je ogen
meekijk naar mij.
.
Later word ik wakker.
Ik mis me.
Je slaapt allebei.
.
.
Hier [2]
.
Er is niet veel nodig om te wonen.
Iemand die ‘hier’ zegt tegen het onmetelijke
.
En een medaillon op de schouw,
een pasfotootje. Zo klein
is het onvergetelijke.
.
Die Sonne
Rammstein
.
Eerder schreef ik over de gedichten en de poëzie van de zanger van Rammstein, Till Lindemann. Hij had toen net de bundel ‘In stillen Nächten’ gepubliceerd. Zelf hou ik erg van het nummer ‘Sonne’. Ondanks de opsomming heeft de tekst zeker een poëtisch gehalte. Daarom hier de tekst en de video van dit fijne nummer.
.
Sonne
eins, zwei, drei, vier, fünf, sechs, sieben, acht, neun, aus
Alle warten auf das Licht
Früchtet euch, früchtet euch nicht
Die Sonne scheint mir aus den Augen
Sie wird heute Nacht nicht untergehen
Und die Welt zählt laut bis zehn
Eins, Hier kommt die Sonne
Zwei,Hier kommt die Sonne
Drei, Sie ist der hellste Stern von allen
Vier, Hier kommt die Sonne
Die Sonne scheint mir aus den Händen
Kann verbrennen, kann euch blenden
Wenn sie aus den Fäusten bricht
Legt sich Eis auf das Gesicht
Sie wird heut’ Nacht nicht untergehn
Und die Welt zählt laut bis zehn
Eins, Hier kommt die Sonne
Zwei,Hier kommt die Sonne
Drei,Sie ist der hellste Stern von allen
Vier,Hier kommt die Sonne
Fünf,Hier kommt die Sonne
Sechs,Hier kommt die Sonne
Sieben, Sie ist der hellste Stern von allen
Acht, Hier kommt die Sonne
Die Sonne scheint mir aus den Händen
Kann verbrennen, kann DICH blenden
Wenn sie aus den Fäusten bricht
Legt sich Heiß auf dein Gesicht
Legt sich schmerzend auf die Brust
Das Gleichgewicht wird zum Verlust
Lässt dich hart zu Boden gehn
Und die Welt zählt laut bis zehn
Eins, Hier kommt die Sonne
Zwei,Hier kommt die Sonne
Drei,Sie ist der hellste Stern von allen
Vier,Und wird nie vom Himmel fallen
Fünf,Hier kommt die Sonne
Sechs,Hier kommt die Sonne
Sieben,Sie ist der hellste Stern von allen
Acht, Neun, Hier kommt die Sonne
.
Plaats delict
Nieuw gedicht
.
Zittend op een krukje in een damesmodezaak, wachtend op mijn familie, schreef ik het volgende gedicht.
.
Crime scene
.
De plaats delict
Kraakhelder zaad, verraad door
keihard blacklight dat feitelijk
paars kleurt. Drie peuken (misschien
joints, moeilijk te zeggen) kleven vast
aan een schoteltje – Gebr. Brouwers Vleeschhouwers –
ernaast twee Johnny Walker Black ( 1 halfvol, 1 leeg)
.
Het vergrijp
Robijndonker bloed sijpelt traag van
de rand van een roestvrijstalen stoel
In de beige-bruine ribfluwelen bank
tekent zich een Rorschachvlek van ongekende
schoonheid (zonsondergang – blondines –
Ferrari Testarossa)
.
Het wapen
Van een wapen echter – een mes wellicht –
geen spoor, tenzij de Elvispop
zingt ‘I got stung”(zou ie dan toch..?)
Geen stomp voorwerp, niets om je
nagels aan te vijlen, no icepic
.
Het slachtoffer
Waar een slachtoffer ontbreekt verschijnen
geen tranen of weduwen in ’t zwart
Verwachtte witte lijnen worden slechts
een donkere vlek, een ziel die ging
markeert iets van een gebeurtenis
.
Geometrisch gedicht
Kunst en poëzie
.
Op de website https://artafterallart.wordpress.com kwam ik een mooi voorbeeld van een gedicht in een vreemde vorm tegen. Wie de website vult en wie erachter Art after all art zit kon ik niet vinden maar de website is de moeite van een bezoekje waard. De ‘Ruit’ is gemaakt door Pieter.
.

















