Site-archief

Poëdieren

Poëzie, kunst en dieren

.

Op zoek naar poëzie in de openbare ruimte kwam ik een paar voorbeelden van kunst in combinatie met poëzie en dieren tegen.

Twee voorbeelden van muurpoëzie (Turijn en de Spanje) en een voorbeeld van bijzondere Caligrafie van een gedicht van de Perzische dichter en mysticus Hafez (1320-1390) in de vorm van vogels en een hert.

.

gedicht in de vorm van een hert van Hafez

 

gedicht op een bunker in Turijn

 

 

 

gedicht_op_een_muur_

Schreef

Taalpodium

.

Sinds enige tijd ben ik lid van de vereniging Taalpodium Utrecht/Zeist, een vereniging van dichters en schrijvers in de regio Utrecht. De vereniging geeft 6 keer per jaar een tijdschrift uit met de naam ‘Schreef’.Daarnaast organiseert de vereniging poëzieavonden in Utrecht (Schiller), Zeist (de 12 Ambachten) en Amersfoort (bibliotheek) en elk oneven jaar verschijnt er een verzamelbundel.

Schreef verschijnt dus om de maand en wordt volgeschreven door de leden van de vereniging en staat onder redactie van Hanneke Verbeek en Geerten van Gelder. Het is een fraai maar sober uitgegeven tijdschrift met op de voorkant een afbeelding in kleur. De website van het Taalpodium is http://www.taalpodium.nl 

Uit nummer 160 van november 2014 (29ste jaargang!) een gedicht van Bart Bos met de titel ‘Residu’.

.

Residu

.

Je kunt niet zoals wij,

zo lang al bij elkaar

en steeds tezamen zijn

zonder dat, heel stil en ongeweten,

een neerslag zich gaat vormen,

een residu van herinneringen

aan samen doorleefde dingen.

.

Het is een residu, een matte glans,

die zich onmerkbaar en heel stil

gevormd heeft, een samengaan

van teleurstelling en oud verdriet,

teloorgang en gemis.

.

En soms zeg ik dan onverwacht

heel zacht: lief beertje,

mijn lijsjelorresnor, mijn meisje.

.

schreef

 

Straatpoëzie

Streetpoetry

.

Ik schrijf al langer over gedichten op vreemde plekken en over gedichten in de openbare ruimte. Daarmee dacht ik openbare poëzie wel te dekken. Tot nu. Hoewel ik al schreef over poëzie op straat blijkt straatpoëzie of streetpoetry een trefwoord te zijn waaronder je op het net veel (vooral) straatdichters kunt vinden. Straatdichters zijn er in vele vormen. Sommigen zijn naast dichter ook kunstenaar, anderen zijn dichter en weten daarnaast hun poëzie ook in de openbare ruimte te plaatsen en weer anderen zijn (soms) illegaal bezig en brengen hun poëzie (soms) onder een pseudoniem aan op gebouwen, huizen en schuttingen.

Waar ze ook vandaan komen en hoe ze hun poëzie ook aan de man brengen, het feit dat hun poëzie op straat te lezen is verenigd ze als straatdichters. Hieronder zie je een aantal voorbeelden van straatdichters of van straatpoëzie uit Luxemburg, Tel Aviv, Brooklyn, Parijs, Rome en Lissabon.

.

straatpoezie

 

straatpoezie2

 

straatpoezie3

 

straatpoezie4

 

straatpoezie5

 

straatpoezie6

 

straatpoezie7

Afvaart

Gerrit Achterberg

.

Vanaf 1925 publiceerde Gerrit Achterberg gedichten in onder andere De Gids, Opwaartsche wegen  en De vrije bladen. Zijn debuutbundel ‘De afvaart’ verschijnt echter pas in 1931. In ‘De Afvaart’ zijn alle elementen die het oeuvre van de dichter kenmerken al aanwezig. Bijvoorbeeld de twee centrale figuren, de ‘ik’ en de overleden ‘u’. De critici vonden het werk destijds vaag, eigenaardig maar ook zeer dichterlijk. Het werd vergeleken met het werk van Leopold en A. Roland Holst.

Uit deze bundel het titelgedicht.

.

Afvaart

Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorven heden,
stond God op uit het slijk,
en weende;
en ik stond naast hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.

En hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die andere eeuwigheid,
is maar één schrede.

Surplus van liefde, waar moet gij nu heen?
hul u in eigen hoede
en slaap ten overvloede,
en in de morgenstonden… ineen.

Maar neen, laat nog de ziel vermoeden,
achter den horizon van steen,
het landschap dat niet kan verbloeden
omdat het ligt te spiegelen.

Van poëzie bezeten,
door demonen besprongen,
rotten de woorden
bij hun geboorte,
en liederen worden aas voor honden.

.

afvaart hand

 

Achterberg

 

Met dank aan http://www.kb.nl/ en http://www.waterwereld.nu
Foto: http://www.geheugenvannederland.nl/

 

 

 

Voetveer

Gedicht bij een Voetveer

.

Bij het voetveer aan de Waal, op de oevers van Beuningen en Slijk-Ewijk, zijn twee zogenaamde veerstoepen gerealiseerd naar ontwerp van Atelier Quadrat en Blom&Moors.

Twee banken van beton en staal bieden een rustplek voor wie even op de boot wacht. De vijf meter lange zit-objecten zijn zowel op het land als vanaf het water duidelijk zichtbaar en herkenbaar. In twee betonnen vloerplaten bij de bankjes staat een speciaal voor deze plek geschreven, gedicht van Tim Pardijs.
Het gedicht luidt:

(bij Veerstoep Slijk-Ewijk)

.

Ik leg op zoek naar jou aan

bij iedere naam

die aan me voorbij trekt

de ruimte

 

wordt zo groot dat ik

los

 

van ieder teken

naar de overkant drijf

.

(bij Veerstoep Beuningen)

.

steek zo stil over

dat het water spiegelt

 

kijk dan voorzichtig

om: je schrijft over

 

kant

op het draagvlak

 

ik lees tussen de wolken hoe

ik bij je kan komen

 

veerstoep

 

veerstoep2

 

veerstoep3

 

.

 

59_stelcon

 

Met dank aan Wim van Til

Winnaar Ongehoord! Poëziewedstrijd

Zondag 16 november 2014

.

Ook dit jaar werd door de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd georganiseerd. Voor de 3e keer (na de wedstrijd te hebben geadopteerd van mijn blog waar ie al 3 jaar liep) wordt dit jaar het felbegeerde beeldje van kunstenares Lillian Mensing vergeven aan de winnaar van deze poëziewedstrijd.

Opnieuw waren er zeer veel inzendingen (ruim 200). Het bestuur heeft op democratische wijze en volledig blind (dat wil zeggen dat men alleen de gedichten te lezen kreeg met daarboven een nummer in volgorde van binnenkomst, zonder naam) uit alle inzendingen een ‘shortlist’ gekozen van iets meer dan 50 gedichten. Uit deze shortlist heeft de jury bestaande uit Joz Knoop, Edwin de Voigt en Robbert Meijntjes de drie winnaars gekozen.

Alle drie worden uitgenodigd om op een podium van Ongehoord! te komen voordragen, de winnende gedichten worden gepubliceerd op de website van Ongehoord! (http://www,stichtingongehoord.com) en op dit blog en de nummer 1 krijgt het beeldje.

De prijsuitreiking vindt als gezegd plaats op 16 november in het Bibliotheektheater in Rotterdam. De toegang is gratis. De zaal gaat open om 13.00 uur en de prijsuitreiking begint om 14.00 uur. Als speciale muzikale gast hebben we dit jaar Patty van Trossel (of La Pat) weten te strikken.

Het beloofd weer een mooie en interessante middag te worden. Maak dus een paar uurtjes vrij in je agenda en kom op 16 november naar Rotterdam.

.

oNGEHOORD

 

prijs

 

prijs 2013

 

Prijswinnares van 2013 Anneke Wasscher 

Als je groot bent

Het moest maar eens gaan sneeuwen

.

Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!

Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.

.

Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?

 

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

.

Tjitske-Jansen-2012

 

sneeuwen

Doe maar

Dicht maar

.

Op dit blog schrijf ik vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en maar zelden over poëzie voor jeugdigen of jongeren. Daar ga ik nu verandering in brengen met aandacht voor de gedichtenwedstrijd ‘Doe maar, dicht maar’. De allereerste keer dat ‘Doe maar, dicht maar’ werd georganiseerd is volgens mij in 1985 geweest. Een gedichtenwedstrijd met een geschiedenis dus. Dit jaar dus alweer de 29ste editie.

Doe Maar Dicht Maar is een landelijke dichtwedstrijd voor schoolgaande jongeren tussen de 12 en 19 jaar. Alle jongeren mogen meedoen. Je hoeft dus niet een briljante schrijver te zijn of ervaring met dichten te hebben. Ook hoef je niet per se een ‘klassiek’ gedicht te schrijven, maar mag je bijvoorbeeld ook een rap of een songtekst maken.

De honderd beste gedichten winnen een plek in de ‘Doe Maar Dicht Maar’ dichtbundel. Daarnaast krijgen de tien beste dichters een uniek cadeau met hun gedicht erop.

Dit jaar zitten in de jury Edward van de Vendel, Ester Naomi Perquin en Pim te Bokkel.

Alle informatie over de wedstrijd staat op de website van het Poëziepaleis http://www.poeziepaleis.nl/projecten/doe-12 en 19 jaar, gedichtenbundel

maar-dicht-maar/dmdm/de-wedstrijd

.

Een voorbeeld uit de editie van 2012, een gedicht van Josje Veenhoven met de titel ‘Gesecondenlijmd”.

.

Gesecondenlijmd

Een traan rolt over mijn wang
in de gloeiende hitte
maar genoeg is het niet
om mijn hart schoon te maken

Om de breuk te herstellen
het stof weg te vegen
blij worden
jou vergeten

Ik blijf ergens hangen
loskomen lukt niet
en hoe graag ik ook wil
ik kom niet weg

Gesecondenlijmd aan jou
of meer aan hoe je was
beseffen kan ik niet
dus blijf ik zitten.

Vast.

.

DMDM

 

DMDM2

 

Tripel

 Democratische versvorm

.

Volgens deelnemers aan ‘Het vrije vers’ is de Tripel de eerste , in 2011 volgens democratische weg, ontstane versvorm.

De Tripel beslaat drie kwatrijnen (3 x 4 regels) met als rijmschema abab, waarbij a mannelijk en b vrouwelijk. Elk kwatrijn eindigt met hetzelfde woord, maar in een andere betekenis. Dit woord noemen we het tripelwoord (vrouwelijk of onzijdig). De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen. Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie. In eerste instantie was de volgorde verplicht: ABC CAB BCA. maar dit is later losgelaten. Het metrum is amfibrachys.

.

Van Remko Koplamp de tripel ‘Lang leve de jarige’.

 

Lang leve de jarige

 

Mijn pa in de kroeg om de hoek

innemend op vele manieren

verzint wel bij ieder bezoek

een list om de teugels te vieren

.

De hoek van mijn pa in de kroeg

je hoort er gekraak van plankieren

drie dames zijn amper genoeg

om hier zijn verjaardag te vieren

.

De kroeg om de hoek van mijn pa

de plek om eens goed te versieren

met steevast het hiep hiep hoera

men sluit er de tent pas na vieren

.

tripels

Afgunst

Zichtbaar alleen

.

Uit mijn bundel ‘Zichtbaar alleen’ het gedicht ‘Afgunst’ met de foto van Ruben Philipsen.

.

Afgunst

 

Eerst is er

een klein gloeiend kooltje,

het brandt de jaloezie in

en laat haar

littekens, blijvend

in het vlees

 

En dan is daar

de wind

 

Gloeien wordt branden,

hitte verstikt de gedachte

aan afstand, of

het wegsnijden

van de bron

 

En de wind

doet zijn werk

 

De behoefte tot blussen en rust

wordt altijd overschaduwd

door wat niet is, niet heeft,

niet mag, niet kan

 

Dus waait de wind

en gloeit en schroeit

het door

.

02_AFGUNST