Site-archief
Heimwee naar de toekomst
Marjoleine de Vos
.
Dichter Marjoleine de Vos (1957) is niet slechts dichter maar ook journalist, kinderboekenschrijver en essayist. Ze debuteerde als dichter in 2000 met de bundel ‘Zeehond graag’ waarna er nog enige bundels zouden volgen. Zoals haar laatste bundel ‘Uitzicht genoeg’ uit 2013 waar het gedicht ‘Heimwee naar de toekomst’ uit genomen is.
.
Heimwee naar de toekomst
.
Het is al lang geleden maar ze weet nog
hoe, niet op een dag maar sluipend,
haar dromen zijn ontvreemd. Of gaf ze zelf
verlangen mee aan morgenster en vuilnisman?
Hoe ook – het meubilair verdween van wat
toekomstig huis wou zijn in haar: geen
kamer meer met zon en zang, geen
schaapjes die op het behang een kindje
tellen zou, geen toegekend belang aan elk
gebaar tot aan de afwas toe die neuriënd
van simpel stil geluk en liefde voor elkaar,
ach laat ook maar, die aandacht voor elk ding.
.
Dit dwergkonijntje
Astrid Lampe
.
De, in Tilburg geboren, Astrid Lampe (1955) is dichter en schrijft eigenzinnige poëzie, associatief en controversieel. Ze publiceerde onder andere titels als ‘De memen van Lara’, ‘Spuit je ralkleur’, en ‘Lil (zucht)‘ Haar poëzie schakelt van catwalk naar cakewalk, is vitaal en springerig en is (zelfs na meerdere lezingen) verschillend te duiden. Uit haar bundel ‘De memen van Lara’ uit 2002, het titelloze gedicht met de intrigerende beginregel “dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken”.
.
dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
…waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen
zo’n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart
hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan
(zeker en vast nie)
.
Magneetbord vol memorabilia
Ellen Vedder
.
Uit de bundel ‘Op reis’ van de 2e nationale poëziewedstrijd Hillegom uit 2011 het gedicht ‘Magneetbord vol memorabilia’ van Ellen Vedder speciaal voor de thuisblijvers.
.
Magneetbord vol memorabilia
.
kleine stoffen Gandhi, ja hij past
tussen een puntje echt lijkende brie,
een minikrat wijnflesjes en een kameel
.
vol nep briljanten. ’t Koekoeksklokje
van plastic, een sprinkhaan gevangen
in glas en twee peperdure paardjes
.
handgesneden en beschilderd, import
folklore. Een gummi hart verstopt zich
tussen een dolfijn en bolle boeddha
.
zonder hoofd. Daarnaast de souvenirs
van trouwen in Rome en een aanzet
tot poëzie in magnetische letters.
.
Archeoloog
Riekus Waskowsky
.
Uit de bundel ‘Tant pis pour le clown’ uit 1966 van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) waarvoor hij in 1968 de Alice van Nahuys-prijs won, het gedicht ‘Archeoloog’.
.
Archeoloog
.
Hij is niet gelukkig, nu langzaam,
na jaren voorbereiding, zijn handen
de bedolven stad bevrijden.
.
Kranten en vakbladen
zullen over zijn vondsten juichen
maar hij is niet gelukkig.
.
Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven
dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.
.
1200 jaar voor christus sterft hij dan
bij de verwoesting van Mycene.
.
Staart
Remco Ekkers
.
Dit jaar verscheen van dichter, essayist en prozaschrijver Remco Ekkers (1941) de dichtbundel ‘De secretarisvogel schrijft’. In deze bundel observeert en fantaseert Ekkers over dieren, vaak in relatie tot mensen. Zoals in het gedicht ‘Staart’.
.
Staart
.
Mijn moeder is vroeger een poes
geweest, denkt ze wel eens, ze wil
haar staart terug, een zachte lange
staart die door een gaatje in haar rok
of broek naar buiten komt en die ze
om haar middel kan slaan of laten
hangen om ermee te spelen en anderen
te plagen. Het lijkt me heerlijk, zegt ze
om op die staart te zitten, hem tussen
mijn tenen zachtjes te knijpen, sierlijk
over de grond te slepen, dingen te laten
doen waar ik me nu nog voor schaam.
.
Er is een hemel
Hubert van Herreweghen
.
Uit de bundel ‘Gedichten IV’ van Hubert van Herrewegen uit 1967 het gedicht ‘Er is een hemel…’.
.
Er is een hemel…
.
Er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Ik die mijn leven heb gemeten,
zijn diepte hoogte lengte breedte,
zijn zorg, zijn dagelijks gekwel,
niets weet ik dan wat ik geweten
altijd en ‘k weet het al te wel:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Al kan ik het een uur vergeten
bij haar zachte lijf, bij wijn en spel,
in Brabant in een bos gezeten,
hij die ik voed onder mijn vel
met adem, gulzige drank en eten,
de dood, zijn etter in ’t gezwel,
krijzelt en maant: niets is van tel
dan wat gij altijd hebt geweten:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
.
Vakantiepoëzie
Anna Enquist
.
In de vakantie steeds een gedicht zonder veel extra informatie, gewoon om elke dag te lezen en van te genieten. Vandaag de eerste van Anna Enquist, uit de bundel ‘De tussentijd’ uit 2004 het gedicht ‘De essentie van het missen’.
.
Essentie van het missen
.
Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis
haar tot brakens toe, dagelijks. Het is
de kern van het gemis, het missen zelf,
zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen. Dat zal ik
schuimbekkend tegenspreken. de tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,
zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.
Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas, hief haar smalle hand
en verdween tussen de weiden. De kern
van gemis laat mij koud, geen wijsgerige
held gaat mij helpen. Ik mis
het vlees, haar linkshandige lichaam.
.
Poëzie Lagogo
Gratis poëzie festival
.
Op zondag 1 september tussen 13.00 uur en 18.00 uur, organiseert dichter, organisator, schrijver en collega bij De Poëziebus Edwin de Voigt aan de Bergse Voorplas in Hillegersberg het gratis toegankelijke poëziefestival Poëzie Lagogo. Op de Weissenbruchlaan 149 (op het gras naast Mendoza), treden bekende dichters en lokale helden uit Rotterdam en Hillegersberg-Schiebroek op. Er is muziek en er zijn poëzieworkshops voor kinderen (8-12 jaar), een stille kids-poetry-disco vanaf 4 jaar en een zweefmolentje voor de kleintjes. Een programma kortom voor het hele gezin. Geheel in jaren’20 stijl, poëzie, wijntjes en biertjes op een prachtige locatie.
Dichters die tijdens het festival komen voordragen zijn Ingmar Heytze, Jana Beranová (oud-stadsdichter van Rotterdam), Elfie Tromp, Demi Baltus en Dean Bowen (stadsdichter van Rotterdam) maar ook Von Solo, Lisa Heinsohn Huala, Ramona Maramis, Jeroen Sloof en Piet Janssen. Er is muziek van Mariachi orkest Los Mezcales en er zal jong talent op het podium te zien en horen zijn.
Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Elfie Tromp uit 2018.
.
Victorieverdriet
.
Ik ben altijd alleen als ik je schrijf
de woorden waarmee ik je overwon
werden op een eiland geschreven
waar ik nauwelijks nog mens was
veroverwoede slaat
eenmaal ingelost
om in victorieverdriet
was dit nou alle ophef waard?
een paar meter stenen, modder en gras
had me bijna mijn leven gekost
het is grootheidswaanzin om mezelf met Napoleon te vergelijken
het is grootheidswaanzin om Napoleon te zijn
voor jou doe ik mijn bloedjas uit
ik ben meer dan de achterkant van een heer
het snavelhondje ligt op mijn schoot
honderd titels draag ik over
je mag eruit kiezen om o.a.
Napoleon te zijn
.
We komen van ver
Carmien Michels
.
De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.
Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.
.
Liefdessonnet XI
.
Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach
.
Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos
.
Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen
.
En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*
.














