Site-archief

Warsan Shire

Lemonade

In haar laatste album ´Lemonade´citeert Beyoncé de Brits/Somalische dichter Warsan Shire. Warsan Shire was met 25 jaar de jongste Poet Laureate (stadsdichter) van Londen die in haar gedichten opkomt voor de achtergestelden in de samenleving, over plaatsen waar de meeste Beyoncé fans waarschijnlijk nooit komen, wijken waar de inwoners een kleurtje hebben, waar mannen zich ophouden voor de moskee en vrouwen gesluierd gaan met achter zich een trits kinderen.

Beyoncé leest delen van haar gedichten tussen haar nummers zoals ‘For Women Who Are Difficult To Love’, ‘The Unbearable Weight of Staying (the End of the Relationship)’ en ‘Nail Technician’ uit haar bundel ‘Teaching my mother how to give birth’. Haar gedichten gaan over mensen die naar andere landen en oorden verlangen en over de moeilijkheden die het wonen in een nieuw land met zich meebrengt.

Warsan Shire heeft een sterk maatschappij-kritische stem. Ze werd in 1988 geboren uit Somalische ouders in Kenya. Toen ze 1 jaar oud was emigreerde haar ouders naar Groot Brittanië. Ze heeft een Bachelaor in Arts en Creative writing en werkt momenteel onder andere als lerares. Ze ontving verschillende literaire prijzen waaronder de African Poetry Prize van de Brunel University.

In ‘Conversations about home’ schrijft ze over vluchtelingen en de abusrditeit van de legitimatie die wij in het Westen toekennen aan het hebben van een paspoort.

 

 

Coversations about home

no one leaves home unless
home is the mouth of a shark
you only run for the border
when you see the whole city running as well

your neighbors running faster than you
breath bloody in their throats
the boy you went to school with
who kissed you dizzy behind the old tin factory
is holding a gun bigger than his body
you only leave home
when home won’t let you stay.

no one leaves home unless home chases you
fire under feet
hot blood in your belly
it’s not something you ever thought of doing
until the blade burnt threats into
your neck
and even then you carried the anthem under
your breath
only tearing up your passport in an airport toilets
sobbing as each mouthful of paper
made it clear that you wouldn’t be going back.

you have to understand,
that no one puts their children in a boat
unless the water is safer than the land
no one burns their palms
under trains
beneath carriages
no one spends days and nights in the stomach of a truck
feeding on newspaper unless the miles travelled
means something more than journey.
no one crawls under fences
no one wants to be beaten
pitied

no one chooses refugee camps
or strip searches where your
body is left aching
or prison,
because prison is safer
than a city of fire
and one prison guard
in the night
is better than a truckload
of men who look like your father
no one could take it
no one could stomach it
no one skin would be tough enough

the
go home blacks
refugees
dirty immigrants
asylum seekers
sucking our country dry
niggers with their hands out
they smell strange
savage
messed up their country and now they want
to mess ours up
how do the words
the dirty looks
roll off your backs
maybe because the blow is softer
than a limb torn off

or the words are more tender
than fourteen men between
your legs
or the insults are easier
to swallow
than rubble
than bone
than your child body
in pieces.
i want to go home,
but home is the mouth of a shark
home is the barrel of the gun
and no one would leave home
unless home chased you to the shore
unless home told you
to quicken your legs
leave your clothes behind
crawl through the desert
wade through the oceans
drown
save
be hunger
beg
forget pride
your survival is more important

no one leaves home until home is a sweaty voice in your ear
saying-
leave,
run away from me now
i dont know what i’ve become
but i know that anywhere
is safer than here

.

Warsan

Warsan

Wat blijft komt nooit terug

J. Eijkelboom

.

De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.

Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.

Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.

.

Moeilijk moment

.

Net als ik op ’t café-toilet

in de verschoten spiegel kijk

barst er een bloedrivier

mijn oogbal binnen.

Ook wordt het ademen beperkt:

de refusal is nog aan ’t werk.

.

Toch weet ik in mijn ademnood

dat het maar even duurt,

dan kan het weer beginnen,

de zoete levensdood.

.

De stortbak heet Silentium.

Grijs bovenlicht zakt om mij heen.

Een vrede buiten kijf

vult mij, die net niet stierf,

van top tot teen.

.

J. Eijkelboom2

Foto: Victor van Breukelen

J. Eijkelboom

Vreemden

Ester Naomi Perquin

.

In 2007 debuteerde Ester Naomi Perquin bij Uitgeverij van Oorschot met de dichtbundel ‘Servetten halfstok’. In 2009 volgde ‘Namens de ander’ en begin 2012 verscheen haar laatste bundel ‘Celinspecties’. Deze bundel werd bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. Voor haar werk ontving ze verder de Liegend Konijn Debuutprijs, de Anna Blamanprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.C. Bloemprijs.

Om haar studie aan de Schrijversvakschool te kunnen financieren is ze enige tijd cipier geweest. In ‘Celinspecties’ geeft Perquin een stem aan gevangenen, aan misdadigers – maar ook aan slachtoffers, getuigen en rechters.

Van 2007 tot 2009 was ze de 3e stadsdichter van Rotterdam, ze volgde hiermee Jana Beranová op. Uit de bundel ‘Namens de ander’ het gedicht ‘Vreemden’.

.

Vreemden

.

Zoals je jezelf op een foto waarop je ruggelings staat afgebeeld

herkent maar omdat het onnatuurlijk blijft

liever niet meer bent – zo is de ander

.

precies zoals je zelf al denkt: het is niet goed teveel te weten,

geheimen tekenen verstand, geven iets om handen

.

leg tussen jezelf / de ander een diepe zee en verf je haren,

hou je onhoorbaar voor elke poging tot elkaar, verzet je

tegen nadering met rotsvast uitgesproken namen.

.

geef volle ruchtbaarheid en ga een oorlog aan, wees

te allen tijde onveranderbaar. Val met niemand samen.

.

ester

Namens-de-ander_180

Couveuse

Paul Gellings

.

Voormalig stadsdichter van Zwolle, gemeenteraadslid, docent  Franse Taal- en Letterkunde, vertaler, schrijver en dichter. Paul Gellings (1953) is een veelzijdig man. In 1976 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Tragiek van een jonge haan’ waarna nog 5 poëziebundels volgde alsmede een aantal romans.

Gellings publiceert met enige regelmaat gedichten, novellen en artikelen in literaire tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Bzzletin’, ‘Hollands Maandblad en ‘Tirade’. Ook is hij werkzaam als recensent bij ‘De Stentor’ en het ‘Nieuw Israëlietisch Weekblad’.

Zijn bundel ‘Het oog van de egel’ werd in 1991 genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs en in 2012 werd hij, door het Franse ministerie van Cultuur benoemd tot Chevalier dans l’Ordre des Palmes Académiques (Ridder in de Orde der Academische Palmen) voor zijn inzet voor de Franse Taal- en Letterkunde.

Uit de bundel ‘Antiek fluweel’ uit 1997 het gedicht ‘Couveuse’.

.

Couveuse

.

Kijk hoe stil ze worden bij de luier

die het klein karkas omvat, zoals de

scherf van een eierschaal het beetje

leven dat de avond niet zal halen.

.

De telefoon eruit, gordijnen dicht,

zo groot en zo onwerkelijk hun huis

vandaag. Kijk hoe stil ze zijn nu,

niet ontwaken uit hun boze droom.

.

Erheen, steeds maar weer erheen;

in kijken schuilt nog altijd wat

beweging en in traanvocht hoop.

.

Kijken – en vooral niets zeggen,

want in het woord loert gevaar:

is het gezegd, dan is het waar.

.

Gellings

SONY DSC

Foto: Pieter Gellings

Voordat

Ingmar Heytze

.

De in 1970 geboren Ingmar Heytze  studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’  (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.

In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.

Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.

Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.

.

Voordat

.

Voordat ik me terugtrek

bij een vrouw

van rubber of papier

voordat ik niets meer klaarmaak

dan mezelf

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat de laatste ronde ingaat

en mijn ziel is weggezwommen

in het glas, mijn zinnen

opgelost in drank,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat mijn gedichten

zijn verjaard tot voorbeeld

van het een of ander,

mijn talenten zijn vervallen

tot verzameld werk,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat het licht

uit mijn ogen sijpelt,

mijn huid verdort tot vel,

voordat ik al mijn goud

veranderd heb in lood,

wil ik bij jou zijn

tot de dood.

.

alle goeds

Koppig

Mustafa Stitou

.

Stitou (1974) werd geboren in Marokko en groeide op in Lelystad. Hij studeerde geschiedenis en filosofie. Dankzij Remco Campert stond hij in 1994 op Poetry International. In datzelfde jaar werd zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei schreef hij in 1999 een gedicht dat op 4 mei werd voorgedragen.

Hij won in 2004 de prestigieuze VSB Poëzieprijs voor zijn derde bundel ‘Varkensroze ansichten’ evenals de Jan Campert-prijs. Op het Gedichtenbal 2009 werd bekendgemaakt dat Stitou de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam werd als opvolger van Robert Anker. Dit was hij tot 18 mei 2010, F. Starik nam daarna het stokje over.

Uit ‘Mijn gedichten’ het gedicht ‘Koppig’ dat doet denken aan de neo-dadaïstische procedés die J. Bernlef en K. Schippers in ‘Barbarber’ in de jaren zestig al toepasten maar ook aan het werk van Vaandrager en Armando uit diezelfde periode.

.

Koppig

.

– En, wat zien we?

– Een konijn natuurlijk!

– Een konijn. En?

– En? Ik zie een konijn.

– En tegelijkertijd een…?

– Konijn zeg ik toch!

– Eend.

– Eend?

– Oren snavel zie je wel?

– Ik zie alleen een konijn.

– En een eend.

– Een konijn!

– Eend!

– Konijn

Konijn, konijn, konijn!

.

eendkonijn

Met dank aan Wikipedia

Quilt

Gedichten op vreemde plekken

.

In mijn nimmer aflatende zoektocht naar poëzie op vreemde plekken kwam ik op de website van Hannie de Beer, textielkunstenares, een quilt tegen ( die Hannie had gekregen van Liesbeth Wessels, ook al zo handig met textiel) met daarin verwerkt een gedicht vrij naar een vers van de toenmalige stadsdichter (het bericht is uit 2012) Piet van den Boom, getiteld ‘Voor Hannie’.

.

Voor Hannie

.

Zij is een dame, mooi en dynamisch

aan weinig ziet men haar leeftijd af

wie haar niet kent, ziet haar wellicht

als liefhebber van moderne materialen

.

Ja, zij houdt van klare lijn en kloeke vorm

maar gruwt van namaak,

zij omringd zich daarom graag

met verf, stoffen en stempels.

.

Zij is gastvrij en waakzaam

en zet niet zomaar alles in de etalage

want een echte dame

pronkt niet met haar parels

.

Quilt1

Quilt2

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015

Marco van der Bij

.

De tweede plaats in de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd is gewonnen door Marco van der Bij, stadsdichter van Woerden met het gedicht ‘Friesland’. Uit het juryrapport:

In het gedicht Friesland worden grote emoties zichtbaar gemaakt in simpele woorden. In beeldende taal werkt de dichter toe naar een prachtige laatste regel.

.

Friesland

 

In absolute windstilte kwamen we aan

het dunne haar boven de grote oren

en  woest witte bakkebaarden

stond alle kanten op

 

met grote kolenschoppen

duwde hij zichzelf van de bedrand

strompelde naar de wankelstoel

stommelde wat over kaas keren

en de dakpannenfabriek

 

onderweg rustten de vergeelde vingers
kort op mijn schouders

schuurde de stoppelbaard vluchtig

over mijn kruin

hij keek, knikte

slurpte wat lauwe koffie

het meeste vanaf een schoteltje

 

de raspende tabakstem

maakte flauwe grapjes

mijn broers lachten hees

ik besloot om als oudste niet te huilen

 

vlak voor de storm vertrokken we

huiswaarts

en konden nooit meer terug

,

IMG_1635

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2