Site-archief
Vrees niet
Liter
.
In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten. Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.
Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.
Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’
Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.
.
Vrees niet
.
Ik haat de dood, echt
ik haat de dood
maar ik kan het niet laten
ik kan het niet laten
gewoon even dood
.
kijken hoe het is
ik kan het toch gewoon proberen
in de vrieskou min vijftien graden
in de hitte plus veertig graden
er komt een moment dat je het kunt voelen
.
dat je het lichaam gaat verlaten
dat je valt en dat je echt wilt
leven.
.
Op de rug van een stier
Hanneke van Eijken
.
Dat je poëzie op vreemde plekken kan aantreffen blijkt wel uit de vele (meer dan 100) voorbeelden die je kan vinden in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ op dit blog. En meestal zijn de plekken dan overal behalve in boeken. Daar staan gedichten normaal gesproken al tenslotte. En toch kun je ook gedichten in boeken aantreffen waarvan je het van te voren nooit verwacht zou hebben. Toen ik was aan het rondsurfen was op het net op zoek naar iets volledig anders, kwam ik in ‘FIDE, The XXIX congress in The Hague 2021’ een gedicht van Hanneke van Eijken tegen getiteld ‘Op de rug van een stier’.
Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in literaire tijdschriften (o.a. Tirade, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, De Poëziekrant). In 2012 stond Hanneke op een podium van de poëziestichting Ongehoord! in Rotterdam dat ik mocht presenteren. Toen al was ik onder de indruk van haar dichtkunst. In 2014 debuteerde ze met de bundel ‘Papieren veulens’ gevolgd in 2018 door ‘Kozijnen van krijt’.
Maar terug naar het congresboek van FIDE (International Federation of European Law). Hanneke van Eijken is naast dichter namelijk ook universitair docent en onderzoeker bij de leerstoel Europees recht. In 2014 promoveerde ze op haar proefschrift “EU citizenship and the constitutionalisation of the European Union”, waarin ze de rol van het Europees burgerschap in het proces van constitutionalisering van de Europese Unie analyseert. In haar positie als postdoc onderzoeker blijft Hanneke onderzoek doen op het terrein van Europees burgerschap, in het multidisciplinaire onderzoeksproject bEUcitizen. Het is dus niet heel verwonderlijk dat dit gedicht een plekje kreeg bij de inleiding van dit congresboek.
Liliane Waanders schreef over dit gedicht op Hanta: Uit haar woorden maak ik op dat ik het gedicht vrij letterlijk moet nemen. Dat Hanneke van Eijken het erg vindt dat er zo slordig met Europa omgesprongen wordt dat zelfs de voordelen over het hoofd gezien worden. Oordeel zelf.
.
Op de rug van een stier
.
Iemand zei dat Europa niets meer is
dan een grillige vlek op een wereldkaart
zonder te beseffen
dat goden van alle tijden zijn
.
dat Europa vele vormen kent
ze is een eiland in de Indische oceaan
een maan bij Jupiter
zevenentwintig landen die als koorddansers
in evenwicht proberen te blijven
.
er leven godenkinderen die vergeten zijn
wie hun vader is
.
Europa is een vrouw
met een kast vol jurken
ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden
.
over de wraak van goden en vrouwen met jurken
kun je beter niet lichtzinnig doen
.
Heidi und Peter
Elma van Haren
Geboren worden
Anton Korteweg
.
Afgelopen week kreeg ik het bericht dat een collega van me was bevallen van een zoon. Ik moest toen meteen denken aan een gedicht dat ik in de bundel ‘Enfin’ van Anton Korteweg uit 2021 had gelezen daags daarvoor. In de Poëzieweek kreeg je de bundel van Ramsey Nasr gratis bij aankoop van poëzie. Nu stond de bundel van Anton Korteweg al even op mijn verlanglijstje, helemaal nadat ik hem had horen voordragen in september 2021 op de Leidse Poëzienacht dat werd georganiseerd door Fields of Wonder.
Anton Korteweg is dichter en neerlandicus die van 1979 tot 2009 hoofdconservator (directeur) was van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. Zijn enigszins afstandelijke stijl bedient zich van woordspelingen en archaïsmen en een alledaagse woordkeuze voor verheven onderwerpen. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.
Het gedicht waaraan ik moest denken is getiteld ‘Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken’ en is grappig maar helemaal waar.
.
Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken
.
Negen maanden later
moet je er toch echt uit,
hoe goed je het ook naar je zin hebt.
.
Je hebt er dan al bij al
veel langer gewoond dan je vader.
Die bleef altijd maar even.
.
Ze is wel jouw huis, maar het moet;
haar nood wordt gewoon te hoog.
.
Je wordt een uit de klei
je ondergang tegemoet
gedwongen regenworm.
.
Je vader maakt een beginnetje,
je moeder schenkt je de dood.
.
Dichter over dichter
Wiel Kusters en Hans Faverey
.
In de bundel ‘Velerhande gedichten’ van Wiel Kusters (1947) uit 1997 staan verschillende gedichten die hij schreef voor of over andere dichters. Zo is het gedicht ‘Souvenirs’ een gedenkgedicht voor dichter Hans Faverey (1933 – 1990) dat Kusters schreef op verzoek van het literaire tijdschrift Tirade. Hans Faverey was een Nederlands dichter van Surinaamse afkomst. Hij was verbonden aan de faculteit psychologie van de Rijksuniversiteit Leiden als wetenschappelijk medewerker.
Faverey vond zichzelf een dichter in de autonomistische poëzietraditie en hoewel zijn werk vaak als ‘moeilijk’ werd gezien bestreed hij dat, “zo moeilijk is het allemaal niet”. Voor zijn werk ontving hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1969), de Jan Campertprijs (1977) en de Constantijn Huygens-prijs (1990).
.
Souvenir
.
De schoot waarin zich wiegen laat
een man,
totdat de plecht de spiegel raakt:
gestrand.
,
Zee die zich tot golfslag kromt,
haar rug.
Land vanwaar de vloed opkomt,
geen brug.
.
Dichter voor dichter
Anton Korteweg
.
Een van de laatste keren dat ik live dichters hoorde voordragen was in Leiden. Dat was bij de Leidse Poëzienacht. Daar droeg onder andere Anton Korteweg voor en ik moet zeggen, zeer naar mijn genoegen. De poëzie verfijnd en grappig, de voordracht rustig en aangenaam. Nu is bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Enfin’ verschenen. Vijftig jaar na zijn debuut een nieuwe bundel met vijftig gedichten ter ere van dit jubileumjaar.
Korteweg (1944) debuteerde in 1968 in het literair tijdschrift Tirade en in 1971 met de bundel ‘Niks geen Romantic Agony’. Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Korteweg was jarenlang conservator van het Lettrkundig museum, hij verzorgde bloemlezingen en was poëzierecensent.
En nu is er dan zijn jubileumbundel ‘Enfin’ waarin ik een gedicht tegen kwam dat hij schreef voor een andere dichter Luuk Gruwez. En hoewel de categorie getiteld is ‘dichters over dichters’ kun je in het gedicht wel degelijk lezen dat het hier over een andere dichter gaat.
.
Leve de poëzie!
(voor Luuk Gruwez)
.
Of ’t nou bij meneer Tintel was op ’t gym
-mijn leraar Nederlands in Dordt met maar een arm-
of in de bloemlezing Dichters van dezen tijd,
als knaap was ik verrukt: beminde je een vrouw,
ontkwam je aan de dood en werd je even
weggerukt uit het aards bestaan. Net wat ik wou.
Ed. Hoornik kon na dit verrukkelijk perspectief
als favoriete dichter niet meer stuk;
dat kwam ook door zijn kleine dochter van Jaïrus,
van wie het dode haar een tijdje zonder zwier was.
.
Een jaar of vijftien later, pasgetrouwd, las ik
bij een gerespecteerd collega, ‘k zeg niet wie
over een voelspriet in een warme schacht
gretig de lust van de geslachten aftastend
tot aan het oerslijm. ‘k Kreeg het Spaans benauwd
en dankte God: ik had al nageslacht.
.
Kleinwild
Anne Broeksma
.
Ik ben al lang een gebruiker van Goodreads.com, een heerlijke site voor lezers. En ook lezers van Nederlandse boeken ondanks dat de site Engels is. Op deze site was ik wat aan het rond kijken en toen kwam ik de bundel ‘Vesper’ tegen van Anne Broeksma (1987) uit begin van 2021. Anne Broeksma treedt regelmatig op met haar poëzie op festivals als Mooie Woorden en Lowlands. Ze schreef gedichten voor Radio 1 en publiceerde in onder meer de tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans en Tirade. Daarnaast presenteert ze literaire programma’s in Utrecht.
Hoewel ik weet dat smaken verschillen viel me op dat degene die de bundel ‘Vesper’ sterren hadden gegeven (van 1 niet zo best tot 5 fantastisch) nogal verschillend over deze bundel oordeelden. Het ging van 2 tot 5 sterren. Degene die bij Bol.com een review achterliet stelt voor om Anne Broeksma de volgende Dichter des vaderlands te maken maar op Meander schrijft Peter Vermaat in een recensie van deze bundel dat ‘taal ertoe doet, en dat het vaker mag, veel vaker’ https://meandermagazine.nl/2021/02/anne-broeksma-vesper/ In de recensie merkt hij ook op “De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal.” en “Weliswaar zal die laatste categorie (lezen wat er staat) het beter doen bij een publiek dat vooral toehoort en niet (mee)leest, maar een poëziebundel is nu eenmaal geen tekstboekje bij een voordrachtsprogramma.”.
Dit staat dan weer op gespannen voet met wat Jan de Jong in zijn recensie schrijft op de website Tzum https://www.tzum.info/2021/02/recensie-anne-broeksma-vesper/ waarin hij juist het tegenovergestelde stelt: “De zoektocht in Vesper is een lyrische, geen fysieke.”.
Een bundel kortom die nogal tot wisselende reacties leidt. Om je een indruk te geven en zelf een mening te vormen hier het gedicht ‘Kleinwild’ uit deze bundel.
.
Kleinwild
.
het was tijdens de vrije vogeldagen
toen we op veldexcursie een duinpieper zagen
met Nico de Haan
iedereen die nooit van een duinpieper had gehoord
mocht niet met ons praten
.
gehurkt zaten we, op de grens van parklandschap en wilde natuur
we lieten onze verrekijkers zelden zakken
.
later die ochtend pluisden we uilenballen uit
plakten het skelet van een muis op een papiertje
.
er was een theaterstuk van een volwassen man in vogelpak
hij praatte met snerpend, Hollands accent
riep: ik ben de supervogel! ik ben de supervogel!
.
wij voelden ons als vogelaars niet serieus genomen
we gingen
.
Zo oud als toen
Jan Eijkelboom
.
Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse journalist, dichter, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. In Tirade sept/okt 1983, jaargang 27 werd een bijzonder mooi gedicht van zijn hand gepubliceerd met de meteen al intrigerende titel ‘Zo oud als toen’ en met een slotzin die wat mij betreft een klassieker is.
.
Zo oud als toen
.
,













