Site-archief
Eenzaam
J.C. Bloem
.
Ook vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik, dit keer met enig strekken, je wilt niet steeds dezelfde plank nemen, zonder te kijken een bundel gepakt. Dat is dit keer de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van J. C. Bloem (1887-1966), een vijfde druk uit 1976. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde, 169 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eenzaam’.
.
Eenzaam
.
Besloten in ’t gewonde zelf
Blijft elk, die niet meer hopen mag,
Toch rijst voor hem aan ’t laag gewelf
Steeds dag na grijze dag.
.
Maar is het zwak, een enkle maal,
Te wensen, dat er iemand was,
Die spreken zou in de éne taal,
Waardoor het hart genas?
.
Een mens, die oordeelt noch verwijt,
Maar die begrijpt door de eigen nood
Hoezeer de helse daaglijksheid
Des levens alles doodt.
.
Vergeefs. Onscheidbaar is de smart
Van ’t leven en moet doorgeleefd:
Er is voor de eenzaamheid van ’t hart
Geen mens, die uitkomst geeft.
.
Astrologie voor beginners
Charlotte Van den Broeck
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.
.
Astrologie voor beginners
.
Kilometers onder de korst
bewijst de aarde roodverbrand zijn rondheid.
.
Zo zullen ook wij op een dag
samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw
bijna man met een uniseks regenjas.
.
Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.
Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.
.
Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden
de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.
We vreesden dat het nooit zou drogen.
.
Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.
Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.
.
Nachtenlang hebben we gekeken.
We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.
.
.
Geluk
Ted van Lieshout
.
Vandaag is het vrijdag en zoals vaker ben ik voor mijn boekenkasten gaan staan met poëziebundels. Mijn ongeziene keuze blijkt de bundel ‘Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr’ 265 klassiekers uit de poëzie van 1944 tot bijna vandaag, uit 2013, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem te zijn. Vervolgens een willekeurige bladzijde opengeslagen (dit keer pagina 281) en daar staat het gedicht ‘Geluk’ van Ted van Lieshout (1955). Het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Hou van mij’ bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009 uit 2009.
.
Geluk
.
Mama, waar heb jij het geluk
gelaten? Ik had het hier
neergelegd en nou is het weg!
.
Je zult het wel ergens hebben laten
slingeren of het is gestolen of
misschien per ongeluk weggegooid.
.
Wie zou mijn geluk willen stelen?
Wie niet?
.
Zachtheid
Sylvia Plath
.
Met enige regelmaat pak ik dichtbundels uit mijn kast. Om een gedicht te zoeken, om te genieten van wat een dichter heeft geschreven, om inspiratie op te doen of om in de categorie Uit mijn boekenkast verrassende gedichten te delen. Een van de bundels die ik met enige regelmaat ter hand neem is ‘Ariel‘ uitgegeven in 1965 van Sylvia Plath (1932-1963). Plath neemt een bijzondere plaats in in het poëtisch landschap wat mij betreft; een leven met een biploaire stoornis, een romance met Ted Hughes (prachtig beschreven in de roman ‘Jij zegt het‘ van Connie Palmen) en natuurlijk haar zelfmoord.
Lezend in de bundel bleef ik ‘hangen’ bij het gedicht ‘Zachtheid’. Allereerst omdat het (in de vertaling van Anneke Brassinga) zo’n prachtig gedicht is maar ook omdat het gedicht me doet denken aan alle ellende in de wereld, de oorlogen, de onverdraagzaamheid, de polarisatie. Dan is een gedicht als ‘Zachtheid’ een fluwelen pleister voor de ziel.
.
Zachtheid
.
Zachtheid schuifelt door mijn huis.
Vrouwe Zachtheid, zij is zo lief!
De blauwe en rode stenen van haar ringen
Doen de ramen beslaan, de spiegels
Zijn vol van haar glimlach.
.
Wat is echter dan de kreet van een kind?
Het krijsen van konijnen mag dan wilder zijn,
Maar een ziel heeft het niet.
Suiker geneest alles, zegt Zachtheid.
Suiker, broodnodige vloeistof,
.
De kristallen een klein compres.
O zachtheid, zachtheid,
zo zoetjes raapt zij de scherven!
Mijn Japans zijden gewaden, wanhopige vlinders,
Kunnen ieder moment worden opgeprikt, bedwelmd.
.
En daar kom jij, met een kop thee
In sluiers van stoom.
De bloedfontein is poëzie,
Niet te stelpen.
Twee kinderen reik je mij, twee rozen.
.
Nacht van de poëzie
Peggy Verzett
.
Vandaag pakte ik, zonder te kijken, uit een reeks dunne dichtbundeltjes de bundel ‘Nacht van de Poëzie, 2006’ uit mijn kast. Deze bundeltjes met gedichten van deelnemende dichters aan de Nacht zijn klein van omvang (22 dichters met bijna allemaal 1 gedicht) dus het was eenvoudig om de bundel ergens halverwege opnieuw ongezien te openen en daar de dichter Peggy Verzett (1958) te ontdekken met een gedicht zonder titel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar bundel ‘Prijken die buik’ (2005) uit de cyclus ‘Cultnat’. Verzett is dichter, beeldend kunstenaar (olieverfschilderijen) docent Nederlands en Beeldende Vormgeving.
In 2010 verscheen van haar de bundel ‘Vissing’, in 2016 de bundel ‘Haar vliegstro‘, in 2021 de bundel ‘Sneeuweieren / Snow Eggs’ en in 2023 de bundel ‘een ronde bol een ronde bol’. Uit de festival bundel van de Nacht van de Poëzie het volgende gedicht.
.
wij zagen een geborduurde
en een gevorderde winnaar
.
wij kozen de gevorderde
met de verre stad
.
achter droeg een verre stad met een brede rivier
toe-toe-toebedeelde morgens op willekeurige doorsneden
.
onze bladschuiven valhoogten en composieten
de wind weegt het vlees van de hypocrises
.
Anna!
hier is wat fraais begonnen
zet ’t likhout op een kier
.
door de gaten van onze kapsels
helt een lucht van gewelfde zucht
,
tussen de lamplicht en lamplicht
die langs zouden komen
.
Fin de saison
Cees Nooteboom
.
Normaal gesproken ga ik op vrijdag vaak voor een van mijn boekenkasten staan en dan pak ik, zonder te kijken, een poëziebundel uit de kast. Daar open ik dan op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat deel ik hier op mijn blog. Vandaag deed ik dat ook maar toen ik voor mijn boekenkast ging staan viel eigenlijk meteen de bundel ‘Aas’ van Cees Nooteboom uit 1982 mij op.
Nu mag inmiddels wel bekend zijn bij iedereen dat Cees Nooteboom (1933-2026) op 11 februari jongstleden is overleden. Daarom heb ik ervoor gekozen in dit geval niet het toeval te laten bepalen welke bundel ik pak maar deze bundel te pakken. Ik heb wel op een willekeurige bladzijde de bundel geopend en daar op pagina 31, staat het gedicht ‘Fin de saison’ waar je met een beetje fantasie het einde van een leven in zou kunnen zien.
.
Fin de saison
.
Het werd een maand als oktober.
De kleur van de wijn was onzichtbaar,
de obers verdronken in het bevroren
terras.
.
Dit is hoe de demon het deed:
hij waadde door het marmeren water
en tilde haar schim van de rots.
.
Zo zag het eruit:
de wind kwam aan over zee
met de nacht in zijn vleugels.
De demon vervoerde haar schaduw
naar waar ik die nooit meer kon zien.
.
Zo sloot hij het raadsel dat zij eenmaal
geweest was. Hij verbrandde mijn ogen en oren
en brak het verleden.
.
Toen liet hij haar gaan als een prooi
met haar scherven.
En mij, mij liet hij besterven
met de laatste fooi van het jaar.
.
Rottumerplaat
Edwin Fagel
.
Vandaag sta ik voor een van mijn boekenkasten en pak daar, volledig willekeurig, een bundel uit. Het is dit keer de bundel ‘Uw afwezigheid‘ uit 2007 van dichter Edwin Fagel (1973). Ik neem de bundel in mijn handen en laat de bladzijden langs mijn vingers glijden en op pagina 35 hou ik stil. Daar staat het gedicht ‘Op Rottumerplaat’.
.
Op Rottumerplaat
.
Ze waren er al lang, de scheuren in het ijs.
.
Vreemd, ik heb nog nooit zo veel aan mijn vader gedacht
als hier, op dit uitgestrekte strand,
in het gezelschap van een troep meeuwen.
.
God moet de wereld zo hebben bedoeld, alles zoals het is,
zonder reden daar om te lachen. Mijn vader
was een autoritaire man.
,
Ik hurk naakt in het zand.
.
‘Willem, ik ben ziek, ik bedoel:
ik ben bang. De meeuwen overleggen
hoe me te vermoorden.
Over.’
.
Liever sta ik in mijn tuin een pijpje te roken.
Maar voor dat soort gedachten is het nu te laat.
.
Verveling
Johanna Kruit
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken pakte ik een bundel uit de kast. Het bleek de bundel ‘Tikken tegen de maan’ 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen verzameld door Joke van Leeuwen met 48 gloednieuwe illustraties. De bundel uit 2010 is prachtig vorm gegeven en bevat inderdaad heel veel mooie illustraties bij de gedichten.
Zonder te kijken opende ik de bundel en daar op pagina 42 tegenover een tekening van Philip Hofman staat het gedicht ‘Verveling’ van Johanna Kruit (1940). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘Holland rijmt’ uit 1998.
.
Verveling
.
We deden niets
we keken maar naar wat gebeurde
hoe auto’s wachtten langs de stoeprand
hoe regen langs de ramen zeurde
we zwaaiden zelfs niet naar de buren
van de overkant.
.
We deden niets van wat we konden
en wilden niets van wat we moesten
we aten zelfs geen ijs of friet
we hoefden niets
we vonden iedereen een etter
en we verveelden ons te pletter.
.














