Site-archief
Zware pijnstillers
Rob Schouten
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland recensies van dichtbundels.
In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.
De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.
.
Vader
.
Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,
een peutertje, de ander een volwassen man.
Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon
hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder
en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,
Plots had hij ons verwekt, maar bleef even
‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.
Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.
.
Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard
toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:
ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.
.
O God, bewaar me, laat me nu afglijden,
sla me met pest, neem me mijn dochters af
en leg me als het erop aankomt kalm in bed!
.
Eva Gerlach
Seizoen
.
De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.
Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.
Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.
.
Seizoen
.
Mijn vader die de dood niet lustte, laat
zijn handen die een meetlat op mij braken
met andere vingers hier het groen aanraken
van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.
.
Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare
ontroerd begroeten en voor wind bewaren,
de vruchten tot verrotting gadeslaan.
.
Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.
.
Voor mijn vader
Jac van Heiningen
.
1 maart 1933 – 8 maart 2016
.
Voor mijn vader
.
In de herfst van je leven
doe je warme schoenen aan
en een stevige jas
tegen het guur
.
Je trekt nog eenmaal
een beschutting op
in oude woorden
om vroegere dromen
.
Zilverwit blad dwarrelt
oneindig langzaam
maar onvermijdelijk
naar de koude harde grond
.
Je merkt de zachte
landing op en beseft
dat in berusting
waarheid wordt gevonden
.
Otiot
Lut de Block
.
Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.
In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.
Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.
.
Otiot
.
Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt
zich weg van het lichaam. De klinkers botsen
tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.
In den beginne was het woord. Een alefbeet
van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.
Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken
in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van
zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’
noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.
De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.
D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels
klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-
maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.
.
Amerika was een radio
Eddy van Vliet
.
De Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1942 – 2002) verliet op 12 jarige leeftijd het gezin waarin hij opgroeide omdat het niet boterde tussen zijn vader en moeder. Hij keerde nooit meer terug naar zijn ouderlijk huis. In 2001 schreef hij een lang episch gedicht over zijn vader in de bundel (waarin dus 1 gedicht) getiteld ‘Vader’. Tijdens het schrijven van dit gedicht overleed zijn vader. Waarschijnlijk is hij dit nooit te boven gekomen, hij overleed zelf een jaar later.
Eddy van Vliet’s poëzie wordt wel gerangschikt onder de neoromantische poëzie. Eddy van Vliet won verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs.
Uit ‘Gigantische dagen’ uit 2002 het gedicht ‘Amerika was een radio’.
.
Amerika was een radio…
.
Amerika was een radio
waarop je orkesten kon zien spelen
.
Gezegd werd zelfs dat er huizen waren
hoger dan kerken
.
Van kerken gesproken
er zongen steeds lachende negers
.
O wat wilde ik graag in Amerika zijn
alle dagen ijs en
een cowboy als kameraad.
.








