Site-archief

De Gids

Internationale poëzie

.

Voor 50 luttele centen kocht ik in Hengelo in een kringloopwinkel een exemplaar van De Gids uit 1994, deel 11/12. Dit deel heeft Internationale Poëzie als onderwerp. Dichters als John Ashbery, Michael Ondaatje, Anne Duden, Peter Handke en Olga Sedakova ( en nog 20 dichters) zijn in dit deel vertegenwoordigd met gedichten. Bijna 150 pagina’s leesplezier.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Bruno K. Öijer (1951). Ik kende deze Zweedse dichter niet dus even opgezocht voor iedereen die hem ook niet kende. Öijer is in Zweden een bekend dichter. Hij debuteerde in 1973 met ‘Sång för anarkismenof ‘Lied voor het anarchisme’. Öijer is waarschijnlijk het bekendst door zijn performances op het toneel. In de jaren ’70 was hij lid van de poëziegroep ‘Vesuvius’.

Hij ontving in Zweden verschillende literaire prijzen. Uit De Gids het gedicht ‘We leggen de zwarte puzzel’ vertaald door Hans Kloos.

.

We leggen de zwarte puzzel

.

ik kwam aan de macht

ik zo groen wordt blauw gespeld

en de avond is lang

wanneer deze richt op zijn slaap

.

tapkasten

dolken van neon

ik hoor bestelde liefde afzeggen

en jij woont donker, donkerder dan je denkt

je hart slaat je

.

ik weet nog toen ik moest

de boom was hoger dan hoog

zieken trokken strootjes

om wie het land moest gaan genezen

.

je weet waar het om gaat

ik heb mijn naam gezadeld

ik rijd een gewond dier

en er zijn geen regels

wanneer wij de zwarte puzzel leggen

.

ik zag wie je bent

de ruimte spant een koude haan

de lappenpop tuurt met ogen die ontbreken

en pas in onze slaap nemen wij elkaar

ik weet dat je hebt geroeid

het overgrote deel van elke nacht

tot je eindelijk voorbij alle hulp was verzeild

.

Öijen

De Gids

Haar kussen waren lang

Ramsey Nasr

.

Ramsey Nasr, dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur, librettist en vertaler, dichter des vaderlands (2009-2013) en stadsdichter van Antwerpen (2005) is een veelzijdig mens. Zijn poëzie is al even veelzijdig. Van adolescentenpoëzie (Gerbrandy) in zijn debuutbundel ’27 gedichten en geen lied’ naar het project ‘Hier komt de poëzie’ een 7 cd box met een persoonlijke keuze uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie, en van ‘Mi have een droom (Rotterdam 2059) naar zijn lichtere werk zoals het onderstaande erotische gedicht uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

Haar kussen waren lang

En zonder blozen

Trok zij het lichaam uit

De lippen open

Waar zij zich langzaam gaf

Half heet half roze.

.

Zo lag zij als de vrucht

Waarop ze wachtte

Haar borsten volgebloed

Twee benen bracht ze

Vaneen en langzaamaan

Het allerzachtste.

.

nasr

Ramsey Nasr in het faculteitsgebouw van de Universiteit van Antwerpen

Fysici en Lyrici

Boris Sloetski

De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.

Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.

.

Fysici en Lyrici

.

We houden fysici in ere.

Voor lyrici heeft niemand tijd.

Ik ben niet aan het speculeren,

het is een soort wetmatigheid.

.

We faalden dus in het onthullen

van wat ons te onthullen stond!

Dus onze jambetjes zijn prullen,

je komt er niet mee van de grond.

En onze paarden? Die ontberen

het Pegasus-gevoel geheid…

We houden fysici in ere,

voor lyrici heeft niemand tijd.

.

Dit alles is allang bewezen.

Geen mens die zich hiertegen kant.

Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,

nee, het is eerder interessant

te zien hoe onze rijmen slinken,

als schuim dat aanspoelt op het strand,

hoe grootsheid waardig weg zal zinken

in logaritme en verstand.

.

sloetski

Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.

Boris_Slutsky(grave)

Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.

Smoking poets

Advice to a young poet

.

Pat Nolan (1943) is een Canadees dichter die bijna zijn hele leven lang woont in het noorden van California. Hij is behalve dichter ook uitgever, redacteur en vertaler van poëzie. Zijn werk is gepubliceerd in tijdschriften, magazines in de VS, Azië en Europa en is verschenen in verschillende bloemlezingen. In totaal publiceerde Nolan al meer dan een dozijn titels.

Samen met Heith Abbott, Mareen Owen en Michael Sowl is hij de oprichter van de Miner School of Haikai Poets. De Haikai no renga of Renku is een Japanse versvorm die uit de 16e eeuw stamt. Haikai wordt echter ook gebruikt als verzamelnaam voor Japanse versvormen als de Haiku, de Senryu, de Haiga  en de Haibun.

Pat Nolan heeft echter ook een bijzonder aardig boekje uitgegeven met poëzie en tekeningen van rokende dichters (smoking poets). Uit de serie Smoking poets hier een aantal voorbeelden van W.H. Auden, André Breton en bij het gedicht van Pat Nolan de rokende dichter Dylan Thomas.

.

Pat nolan

SP WHAUDEN

SP andre-breton

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Slang-vertelling

Dorothy Porter

.

De Australische dichter Dorothy Porter (1954 – 2008) was een bijzonder mens. Als lesbiëne (ze had een relatie met collega schrijfster Andrea Goldsmith) werd ze door de website samesame.com.au tot één van de belangrijkste en invloedrijkste gays gerekend van Australië. Daarnaast was ze overtuigd heiden en zette ze zich in voor de principes van het heidendom als moed, stoïcisme, voor de aarde en schoonheid.

Haar werk omvat behalve poëzie ook romans, boeken voor young adults , libretti voor kamer opera’s en ze schreef aan een rock opera. Voor haar werk ontving ze verschillende prijzen.

Uit ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ 2001 het door Maria van Daalen vertaalde gedicht Slang-vertelling.

.

Slang-vertelling

.

Dood, adder,

ga ik ooit nog leren

wanneer ik je onder mijn voeten heb?

.

In het donker

ruik ik je ritselend

droog molm verblijf

.

maar jou ruik ik niet.

.

Lig je te wachten?

.

Hoe leg ik ze af,

deze muffe huid van angst

en loop

met bestudeerd roekeloos

ontblote enkels?

.

Het zou zo eervol zijn,

de zegening

van je droom-diep venijn.

.

DP

Met dank aan Wikipedia en ‘Ze kwamen om een dichter te zien’.

Bij die wilg, van god verlaten

W.H. Auden

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik het kleine maar fijne bundeltje van uitgeverij Bert Bakker uit 1995 ‘Vertel me de waarheid over liefde’ met gedichten van W.H. Auden met vertalingen van Willem Wilmink. Op de achterflap van de bundel staat te lezen:

“De poëzie van W.H. Auden hoort tot de mooiste van de twintigste eeuw. In deze bundel zijn een tiental van zijn tijdloze, even schitterende als aangrijpende liefdesgedichten bijeengebracht.”

Uit deze bundel het gedicht ‘Underneath an abject willow’ in het Engels en in de vertaling van Wilmink.

.

Underneath an Abject Willow

.

Underneath an abject willow,
Lover, sulk no more:
Act from thought should quickly follow.
What is thinking for?
Your unique and moping station
Proves you cold;
Stand up and fold
Your map of desolation.
.
Bells that toll across the meadows
From the sombre spire
Toll for these unloving shadows
Love does not require.
All that lives may love; why longer
Bow to loss
With arms across?
Strike and you shall conquer.
.
Geese in flocks above you flying.
Their direction know,
Icy brooks beneath you flowing,
To their ocean go.
Dark and dull is your distraction:
Walk then, come,
No longer numb
Into your satisfaction.

.
.
Bij die wilg, van god verlaten
.
Bij die wilg, van God verlaten,
minnaar, waar jij mokt,
wat kan daar jouw peinzen baten,
waarin alles stokt?
Als dit oord van eenzaam treuren
niets vergoedt,
toon dan weer moed:
sta op. Laat iets gebeuren.
.
Klokgelui over de halmen
uit een kerkgebouw
hoont in zijn macaber galmen
minnaars in de rouw.
Lief heeft al wat leeft, mijn jongen,
zwelg dus niet
in je verdriet:
’t lijden kan bedwongen.
.
Ganzen die hier overkomen,
weten waar ze gaan,
beekjes hier beneden stromen
naar hun oceaan.
Duf en donker is jouw peinzen.
Leer de kunst
voor liefde’s gunst
niet meer terug te deinzen.
.
willow

De Rijken

Hans Magnus Enzensberger

.

Hans Magnus Enzensberger (1929) is een Duits schrijver, dichter, vertaler en redacteur en geniet grote faam in Duitsland en daarbuiten. In zijn jeugd maakt hij het nationaal socialisme van dichtbij mee (zijn buurman in München was Julius Streicher, oprichter en uitgever van Der Stürmer) maar na de oorlog studeerde hij filosofie en literatuur aan de universiteiten van Erlangen, Freiburg, Hamburg en Parijs.

Tot 1957 werkte hij als radioredacteur. Hij nam deel aan verschillende bijeenkomsten van de literaire beweging Gruppe 47. Van 1965 tot 1975 was hij redacteur van het tijdschrift ‘Kursbuch’. Sinds 1985 is hij redacteur van de prestigieuze bibliofiele boekenreeks ‘Die Andere Bibliothek’, uitgegeven in Frankfurt. Enzensberger is ook de oprichter van het maandblad ‘TransAtlantik’. Zijn werk werd in meer dan 40 talen vertaald.

Zo ook in het Nederlands. Ron Wijckmans vertaalde voor Poetry International zijn gedicht ‘De rijken’ uit 1994.

.

De rijken

.

Waar ze toch steeds weer vandaan komen,

die weelderige bendes! Na elk debacle

zijn ze uit ruïnes komen kruipen,

onaangedaan; door elk oog van de naald

zijn ze geslopen,

tal-, steen- en zegenrijk.

.

De arme stakkers. Niemand mag ze.

Zwaar gaan ze onder hun last gebukt.

Ze beledigen ons,

krijgen overal de schuld van,

kunnen er niets aan doen,

moeten weg.

.

We hebben alles geprobeerd.

Gepreekt hebben we,

gesmeekt hebben we ze,

en pas toen het niet anders meer kon,

afgeperst, onteigend, geplunderd,

we hebben ze laten bloeden

en tegen de muur gezet.

.

Maar nauwelijks lieten we het bijltje hangen

en namen plaats in hun fauteuil,

of we stelden vast, eerst

ongelovig, maar dan verzuchtend:

ook tegen ons was geen kruid gewassen.

Ja echt, je went aan alles.

Tot de volgende keer.

.

HME

Endre Ady

Verwant van de dood

.

Endre Ady (1877 – 1919) was een Hongaars dichter die zijn poëzie in een volkse stijl schreef en wiens werk sterk beïnvloed werd door dichters als Charles Baudelaire en Paul Verlaine. In zijn gedichten maakte hij vaak gebruik van het Symbolisme en thema’s als God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

Ik ken Endre Ady als dichter al sinds 1998 toen ik voor de eerste maal de bibliotheek in Hatvan bezocht. Deze Hongaarse zusterstad van Maassluis heeft haar bibliotheek vernoemd naar deze beroemde Hongaarse dichter. Het is een heel normale zaak in Hongarije om bibliotheken naar beroemde schrijvers en dichters te noemen, heel anders dan in Nederland waar dat naar mijn weten nog nooit is gedaan.

In vertaling zijn er een aantal gedichten van Endre Ady verschenen waaronder het gedicht ‘Verwant van de dood’ in vertaling van Ankie Peypers uit 1969.

.

Verwant van de dood

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Ik houd van de zieke rozen

vrouwen die verwelkend

verlangen naar zonovergoten kwijnende

najaarstijd.

.

Ik houd van de trieste uren,

van hun spokende, wenkende roep.

.

Van de grote dood, de weerspiegeling

van de heilige dood.

.

Ik houd van hen die wenen,

ontwaken, verre reizen doen.

Van de kilbeijzelde ochtend

boven het veld.

.

Van de gelatenen die versagen,

van tranenloos verdriet en vrede.

Gelatenheid, de haven voor wijzen,

dichters, misdeelden.

.

Ik houd van hen die ontgoocheld zijn,

die kreupel, in de val gelokt,

niet meer geloven; van de bedrukten:

van de wereld.

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Endre_Ady

 

Afscheid

Adriaan Morriën

.

Adriaan Morriën (1912-2002) was dichter, essayist, vertaler en criticus. In 1935 debuteerde hij met een gedicht in het, door Menno ter Braak, E. du Perron en Marice Roelants opgerichte, tijdschrift Forum.

Morriën was een bijzonder man binnen de letteren. Zo schreef hij vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool en werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Maar hij was ook betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en werkzaam als redacteur van een aantal literaire tijdschriften waaronder Tirade. Daarnaast was hij adviseur van de uitgeverijen van Oorschot en De Bezige Bij.

Maar hij was ook dichter. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 15 poëziebundels waaronder zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 1994 waaruit het volgende gedicht afkomstig is.

.

Afscheid

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet

hier om de hoek

en dat je niet gekleed bent voor een lange reis

.

je kus is licht

je blik gerust

en vredig zijn je hand en voet

.

Maar achter deze hoek

een werelddeel

achter dit ogenblik

een zee van tijd

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

AM

Met dank aan het ANP Historisch Archief