Site-archief
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.
De muze en Europa
Venezia
.
In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.
De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.
.
Venezia
.
Nu is de laatste straal van de zon geweken,
En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos
Erlangs wuift, schuchter doet verbleken
.
Het laaiend rood tot bijna blauwend roos
Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.
Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos
Om, op het water dat zoo luid kan spreken,
.
Te varen in de schaduw der paleizen,
Wanneer met dieper kleur de zomernacht
Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,
.
En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,
Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,
Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.
.
Eigenlijk zijn we
Hans Andreus
.
In 1974 verscheen van de dichter Hans Andreus (1926 – 1977) de bundel ‘Twaalf liefdesgedichten voor Lukie’, Witte netten van zon en maan. Daarin stond het gedicht ‘Eigenlijk zijn we’. In de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen dat verscheen in 1980 is dit gedicht ook opgenomen en dat is maar goed ook want van het oorspronkelijke werk kon ik niets terug vinden. En het gedicht is te mooi om verloren te gaan. Mede daarom deel ik het vandaag op dit blog.
.
Eigenlijk zijn we
.
Eigenlijk
zijn we
een fijne
schommeling
.
van liefde,
een en-
zovoort
van
.
beweging en tegen-
.
beweging
tot ‘t
.
hoogste
punt van rust.
.
Ik heb de liefde lief
Herman Gorter
.
In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.
.
Hé ik wou jij was de lucht
dat ik je ademen kon
en je zien in het hooge licht
en door je gaan kon.
.
Waar zijn je armen en je handen
en die witte overschoone landen
van je schouders en schijnende borst-
ik heb zoo’n honger en dorst.
.
Rorschach
Dichter van de maand
.
Vandaag van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze een gedicht uit zijn verzamelbundel ‘Alle goeds’ uit 2001. In ‘Alle goeds’ zijn drie bundels uit zijn beginjaren opgenomen te weten ‘De allesvrezer’ uit 1997, ‘Sta op en wankel’ uit 1999 en ‘Aan de bruid’ uit 2000.
Afgelopen week zappte ik langs een ietwat vreemde film op televisie en bleef daar hangen door de uiterst amateuristische manier waarop de film gemaakt was. Wat de titel van de film was weet ik eigenlijk niet maar het ging (onder andere) over een futuristische speurder en een soort van agent met een kap over zijn hoofd van textiel met vlekken daarop met de naam Rorschach.
Toen ik in ‘Alle goeds’ aan het bladeren was en ik het gedicht ‘Rorschach’ tegen kwam wist ik welk gedicht ik op zondag ging plaatsen.
.
Rorschach
.
Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.
Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.
Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,
de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.
.
De klimmer, een berg
Sander Koolwijk
.
Poëzie hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn, hoogdravend of doorwrocht, poëzie kan ook helder en duidelijk zijn. Wanneer je het leest weet je waar het over gaat. Dan is het idee, of de manier van opschrijven wat het interessant maakt. In de bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten voor onderweg, samengesteld door Henk van Zuiden, uit 2009 en uitgegeven als Rainbowpocket, staat zo’n gedicht.
Van Sander Koolwijk is het gedicht ‘De klimmer, een berg’ opgenomen dat eerder verscheen in ‘Bergstraat 55’ in 2002 bij Sillen Media Projecten.
.
De klimmer, een berg
.
Aan het einde van de vlakte
staat een berg, een hoge berg.
.
Voor de berg
staat een persoon, een klimmer.
.
Bovenop de berg
staat niemand.
.
Maar dat komt nog wel, want
voor de berg
.
staat een klimmer.
.
Selected poems 1923 – 1958
e.e. cummings
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot fan van de poëzie van E.E. Cummings. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik de bundel ‘100 selected poems ‘ van hem kon kopen in Londen in een tweedehands boekenwinkeltje. Nu blijkt er ook al (blijkbaar) lange tijd een andere bundel van hem in mijn boekenkast te staan waarvan ik het bestaan vergeten was namelijk ‘Selected poems 1923 – 1958’ in een Penguin pocket reeks namelijk ‘The Penguin Poets’ uit 1960.
De selectie is door Cummings zelf gedaan uit elf gedichtenbundels (waarvan 10 uit een verzamelbundel ‘Poems 1923 – 1954′ en een elfde bundel getiteld ’95 Poems’ uit 1958.
Uit deze kleine maar o zo fijne bundel koos ik voor het gedicht zonder titel met als openingszin ‘love is more thicker than forget’.
.
love is more thicker than forget
more thinner than recall
more seldom than a wave is wet
more frequent than to fail
.
it is most mad and moonly
and less it shall unbe
than all the sea which only
is deeper than the sea
.
love is less always than to win
less never than alive
less bigger than the least begin
less littler than forgive
.
it is most sane and sunly
and more it cannot die
than all the sky which only
is higher than the sky
.
Niets
Cees Nooteboom
.
In 1984 publiceerde (reis)schrijver/vertaler/dichter Cees Nooteboom de poëziebundel ‘Vuurtijd, ijstijd’ en uit deze bundel komt het heerlijke gedicht ‘Niets’, waaruit voor mij maar weer eens blijkt dat humor en poëzie heel goed samen kunnen gaan.
.
Niets
.
Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen
en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.
En ook verder kunnen ze niets.
.
Autoroute du soleil
Elly de Waard
.
Van mijn dochter kreeg ik voor Vaderdag de fijne bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten onderweg. Ik ben gek op verzamelbundels rond een thema, daar staan vaak gedichten in die je nergens anders meer leest (naast vaak gedichten die je overal leest maar dat terzijde). In deze Rainbow Pocket uit 2009 kwam ik het gedicht ‘Autoroute du soleil (A7)’ tegen van Elly de Waard. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Het zij’ uit 1995 en bracht mij even terug naar de lange autoreizen over deze bekende route van Lyon naar Marseille.
.
Autoroute du soleil (A7)
.
Waar
kantige bergen oprijzen
.
uit de nevelige verten
en wolken van gouden brem
.
zijn neergeslagen in de berm –
de averechts stijgende
.
puntcipressen de indruk van
vulkanen bevestigen
.
en een ongebreidelde hitte
zwavelt er de lucht – alleen
.
tussen toppen en als wolken
daaronder te liggen, rots-
.
klauwen, bavianekoppen
en te verlangen naar alle verre
.
en onbekende jonge vrouwen
omgeven door majoraan
.
waarvan de blaadjes in het gele
hangende gras groen overeind
.
zijn blijven staan en die gaan
geuren als we ze aanraken, als
.
we ze kneuzen – de zo zacht
behaarde die weer zijn zoals
.
nabije en bejaardere
vrouwenwangen
.
















