Site-archief

Finis

Ida Gerhardt

.

Ida Gerhardt (1905 – 1997) is alweer enige jaren geleden overleden maar haar poëzie is nog altijd levend en zeer leesbaar. Ook dit gedicht dat in een ‘ouderwets’ Nederlands is geschreven heeft nog niets aan schoonheid en kwaliteit ingeboet. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 het gedicht ‘Finis’.

.

Finis

.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Nóg kan ik donker vervaren

om het kwaad der donkere jaren

dat, donker, ik u heb aangedaan.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Geen sterveling weet wat zij waren

dan gij, die dit donkere, zware

door liefde teniet hebt gedaan.

.

ida

 

Ida 2

Vervulling

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.

Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.

.

Vervulling

.

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.

Al je gewone vragen vinden weer gehoor.

Regent het. Ja het regent. Goede nacht.

Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.

Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.

Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.

Alles wat antwoord is gaat van mij uit.

Je wordt vervuld van oneindigheid.

.

GA

achterberg (1)

 

Johnny van Doorn

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Omdat Johnny van Doorn (1944-1991) zulke bijzonder beeldende poëzie schreef en omdat een ieder die hem (nog) niet kent zeker kennis moet maken met deze ‘selfkicker’,  een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Verzamelde gedichten uit 1994 getiteld ‘komtocheensklaarklootzak’.

.

KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK

.

Mijn kamer verhuurd

Voor een uur of 2

Aan enkele verstok-

Te voyeurs:

Een gat in de

Vloer geeft een

Luxueus uitzicht

Op het onderliggend

Temijersbed &

Bij iedere seance

Kreunt mijn

Krolse kat

Luidruchtig mee &

Via een snelle

Knopindruk golf

De (van een bedrijfs-

Tape afkomstige)

Mededeling – Kom

Toch eens

Klaar Klootzak –

Door het met

Rococomeubelen

Ingeriochte

Naaivertrek &

Tot zieleheil

Van mijn somber

Herfstig wezen

Herstel ik het

Schiet- en avondgebed

In ere &

Iedere nacht

(Tussen haar billen

Ingevouwen)

Spreek ik tot de Goede God

.

JvD

 

Voor later

A. Roland Holst

.

Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.

Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.

.

Voor later

.

‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en

mijn schemergouden dromenschat,

opdat je later nog zal weten

hoe ik je eens heb liefgehad.

.

Later, als al dit schoon voorbij is,

want tijd neemt liefde, vreugde, smart –

als elk van ons weer droef en blij is

dicht aan een nieuw gevonden hart,

.

dan zal ineens alles vervagen

bij ’t zien van dit vergeten blad;

je zal weer dromen van de dagen

toen we in elkanders ogen zagen,

toen ik je zo heb liefgehad.

.

RolandHolst

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon

Ballade aan de maan

Theo van Ameide

.

Theo van Ameide is het pseudoniem van Johan Hendrik Labberton. Labberton was een Nederlands jurist, dichter en essayist (1877 – 1955), geboren in Ameide (wat zijn pseudoniem verklaart).

Hij publiceerde een bundel gedichten onder de titel ‘Lof der wijsheid’ (1906), poëzie die eerder verscheen in het tijdschrift  ‘De Beweging’. In dat tijdschrift nam hij deel aan de discussie over ‘bezielde retoriek’ met bijdragen waarin hij pleitte voor ‘een nieuwe rethoriek’ (1913), een herstel van de ‘oude’ beelden en metaforen, mits doorvoeld en natuurlijk toegepast.  In 1912 verscheen zijn tot dan toe verschenen poëzie in ‘Verzamelde gedichten: 1906-1912’.

Pas in 1941 verscheen opnieuw poëzie van hem met het langere gedicht ‘Eeuwige lente’, in 1950 gevolgd door ‘Aarde en hemel: een gedicht’. De poëzie van Theo van Ameide heeft een filosofische strekking en is geschreven in een verheven retorische stijl.

.

Ballade aan de maan

.

Wij zijn te zamen maar alleen,
mijn bleke liefde, en over tijden
en ruimten gaat mijn mijmring heen
met u door lege luchten glijden;
daar kan geen tegenstand ons beiden;
gij ziet mij van de hemel aan,
als vroeg gij: waarom al dit lijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ik ben maar liefst met u getweên,
gij zijt althans niet van de blijden,
gij kunt begrijpen, dat ik ween,
wen gij uw tere glans gaat breiden
en dromen weeft om dorre heiden,
een parel tovert in een traan….
Gij zoudt mij willen leeds bevrijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Hoe dikwijls, ach, hoe dikwijls scheen
mijn wezen ook, van de aard gescheiden,
niets, niets te blijven dan alleen
een oog dat schouwde, een oog dat – schreide….
.
Mijn arm verlangen, dat bij zijden
verheven machteloos blijft staan,
heet gij vergeten, heet gij mijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ook gij….toch moet ik U benijden:
gij drijft, een glimlach, rond uw baan….
Begeer ik ook zo stil te weiden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

.

Verschenen in ‘De Beweging’ in 1912.

.

moon

J.J. Slauerhoff

Avond

.

Omdat zijn gedichten zo fraai gecomponeerd zijn, het gedicht ‘Avond’ van J.J. Slauerhoff (1898-1936).

.

Avond

Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.

Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En ’t armlijk loof dat om de zerken groeit.
 
Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’

.

Slauerhoff-website

Uit Verzamelde gedichten Deel 1 (1947) Serenade III

Heimwee naar vakantie

Uit mijn boekenkast: Robert Anker

.

Vandaag uit de dikke bundel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’ het gedicht ‘Heimwee naar vakantie’. Met het prachtige weer dat ons vandaag staat te wachten en ons gisteren al heeft verwend moest ik vandaag wel een berichten posten met een link naar de vakantie.

.

Heimwee naar vakantie

.

Stille hitte trilt het middaguur

uit de voegen van het blinde stadje

op zijn rots ketst het witste licht

je oog in en geen mens te zien maar oh

dat ben jij de mens en nu moet jij

weerstaan het wellen van de stilte uit

het vlieden van de velden daarin Nergens

nu het groot ontzinnend aangaan

van een krekel naast je hoofd het slepend

aangetrokken vliegwiel in je hoofd nu

Nergens trilt naar binnen waar jij was naar buiten.

.

Anker

 

 

Uit een oud dorp

Uit mijn boekenkast

.

In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).

.

In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.

.

De vagebond

.

Zij wikken en wegen

hun geld en hun god,

en kanten zich tegen

mijn vluchtiger lot,

omdat ik mijn handen

en ogen leeg

door hunne  landen

omdroeg, en zweeg

in hun geschillen,

en ging als blind

om der eenzame wille

van sterren en wind.

.

A. Roland Holst

Bevrijding door Hanny Michaelis

Drie jaar was ik ongeveer

.

Drie jaar was ik ongeveer
toen ik op een najaarsavond
door het raam stond te kijken
met mijn neus voor het eerst
boven de vensterbank uit
zodat ik toen pas ontdekte
dat er een huis werd gebouwd
tegenover het onze. Met grote
beslistheid verkondigde ik:
dat halen ze ’s zomers weer weg.
Mijn moeder die het ook niet helpen kon
moest er om lachen. Tegen het einde van
de tweede wereldoorlog toen mijn ouders
al waren vergast, staken de Duitsers
het huis in brand. Na de bevrijding
werd het weer opgebouwd. Het staat er
nog en ook ik droom nog herhaaldelijk
van betonnen en bakstenen gebouwen
die een veelbelovend uitzicht
drastisch teniet doen.

.

Uit verzamelde gedichten, 1996

.hanny

 

.