Site-archief
Anton van Wilderode
Poëzie-avond
.
Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.
Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.
Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.
In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.
.
Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.
.
Villa Giulia Rome
het echtpaar
.
Houden haar vingers vogels vast, sieraden
of offerschaaltjes in doorschijnend glas,
zijn rechterhand een groen juweel van jade?
.
De lange zomer die hun leven was
liet op het gaaf gelaat de glimlach duren
begonnen op een buitenbed van gras.
.
Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure
en geeft zij hem de trouwring van agaat
met spiegelingen op de kamermuren?
.
Zij liggen in een ingetogen staat
van zaligheid en zichtbaar welbehagen
nog in de kleren van hun levensdagen.
.
Herhaalt zij met bewegelijke handen
momenten van geluk, en blijft zijn arm
intussen om haar hals, nabij en warm?
.
Tezamen ingescheept en onder zeil
om op een verdere oever te belanden
voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.
.
Finis
Ida Gerhardt
.
Ida Gerhardt (1905 – 1997) is alweer enige jaren geleden overleden maar haar poëzie is nog altijd levend en zeer leesbaar. Ook dit gedicht dat in een ‘ouderwets’ Nederlands is geschreven heeft nog niets aan schoonheid en kwaliteit ingeboet. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 het gedicht ‘Finis’.
.
Finis
.
Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Nóg kan ik donker vervaren
om het kwaad der donkere jaren
dat, donker, ik u heb aangedaan.
Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Geen sterveling weet wat zij waren
dan gij, die dit donkere, zware
door liefde teniet hebt gedaan.
.
Vervulling
Gerrit Achterberg
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.
In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.
Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.
.
Vervulling
.
Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van oneindigheid.
.
Johnny van Doorn
KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK
.
Omdat Johnny van Doorn (1944-1991) zulke bijzonder beeldende poëzie schreef en omdat een ieder die hem (nog) niet kent zeker kennis moet maken met deze ‘selfkicker’, een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Verzamelde gedichten uit 1994 getiteld ‘komtocheensklaarklootzak’.
.
KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK
.
Mijn kamer verhuurd
Voor een uur of 2
Aan enkele verstok-
Te voyeurs:
Een gat in de
Vloer geeft een
Luxueus uitzicht
Op het onderliggend
Temijersbed &
Bij iedere seance
Kreunt mijn
Krolse kat
Luidruchtig mee &
Via een snelle
Knopindruk golf
De (van een bedrijfs-
Tape afkomstige)
Mededeling – Kom
Toch eens
Klaar Klootzak –
Door het met
Rococomeubelen
Ingeriochte
Naaivertrek &
Tot zieleheil
Van mijn somber
Herfstig wezen
Herstel ik het
Schiet- en avondgebed
In ere &
Iedere nacht
(Tussen haar billen
Ingevouwen)
Spreek ik tot de Goede God
.
Voor later
A. Roland Holst
.
Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.
In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.
Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.
.
Voor later
.
‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en
mijn schemergouden dromenschat,
opdat je later nog zal weten
hoe ik je eens heb liefgehad.
.
Later, als al dit schoon voorbij is,
want tijd neemt liefde, vreugde, smart –
als elk van ons weer droef en blij is
dicht aan een nieuw gevonden hart,
.
dan zal ineens alles vervagen
bij ’t zien van dit vergeten blad;
je zal weer dromen van de dagen
toen we in elkanders ogen zagen,
toen ik je zo heb liefgehad.
.
Louis Paul Boon
Verzamelde gedichten
.
Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.
Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.
Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).
Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.
.
Zo zal ik dan worden
.
zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo
.
zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo
.
zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo
.
zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo
.
J.J. Slauerhoff
Avond
.
Omdat zijn gedichten zo fraai gecomponeerd zijn, het gedicht ‘Avond’ van J.J. Slauerhoff (1898-1936).
.
Avond
Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.
Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En ’t armlijk loof dat om de zerken groeit.
Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’
.
Uit Verzamelde gedichten Deel 1 (1947) Serenade III
Heimwee naar vakantie
Uit mijn boekenkast: Robert Anker
.
Vandaag uit de dikke bundel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’ het gedicht ‘Heimwee naar vakantie’. Met het prachtige weer dat ons vandaag staat te wachten en ons gisteren al heeft verwend moest ik vandaag wel een berichten posten met een link naar de vakantie.
.
Heimwee naar vakantie
.
Stille hitte trilt het middaguur
uit de voegen van het blinde stadje
op zijn rots ketst het witste licht
je oog in en geen mens te zien maar oh
dat ben jij de mens en nu moet jij
weerstaan het wellen van de stilte uit
het vlieden van de velden daarin Nergens
nu het groot ontzinnend aangaan
van een krekel naast je hoofd het slepend
aangetrokken vliegwiel in je hoofd nu
Nergens trilt naar binnen waar jij was naar buiten.
.
Uit een oud dorp
Uit mijn boekenkast
.
In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).
.
In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.
.
De vagebond
.
Zij wikken en wegen
hun geld en hun god,
en kanten zich tegen
mijn vluchtiger lot,
omdat ik mijn handen
en ogen leeg
door hunne landen
omdroeg, en zweeg
in hun geschillen,
en ging als blind
om der eenzame wille
van sterren en wind.
.
















