Maandelijks archief: maart 2016
Het klein heelal van het sonnet
Het sonnet in de Nederlandse literatuur
.
Als je een goed zoekt zijn er in Nederland en België vaak heel leuke en interessante bundeltjes te koop op rommelmarkten, kringloopwinkels en tweede hands spullen winkels. Voor de luttele som van € 0,20 kocht ik bij één van mijn favoriete tweedehands winkeltjes het bundeltje ‘het klein heelal van het sonnet’ uit 1969.
Deze bundel, uitgegeven in de serie ‘variaties op een thema’ bevat de beschrijvingen en de gedichten (sonnetten) van 18 dichters. Van Albert Verwey, Joost van den Vondel en Bilderdijk tot Slauerhoff, Achterberg en Lucebert.
Ontstaan op Sicilië begint het sonnet zijn zegetocht door Europa bij Petrarca (1304 – 1374). Diens ‘Canzoniere’ met liefdesverzen voor de verre geliefde Laura wordt het brevier van de Renaissancedichters, eerst in Italië, daarna via Frankrijk in heel West-Europa. In de Nederlanden is het Jan van der Noot, die aan de hand van de Franse leermeesters, als eerste petrarquiseert, gevolgd door Hooft, Bredero en Huygens.
Na een eerste bloeiperiode zinkt het sonnet bij ons voor een paar eeuwen in vergetelheid weg tot de Tachtigers voor een groot eerherstel zorgen met dichters als Kloos, Du Perron, en Verwey.
Omstreeks 1950 is ook de tweede bloeiperiode plotseling ten einde. Toch zijn er heden ten dagen nog altijd beoefenaars succesvol met deze vorm van poëzie zoals Jean Pierre Rawie en Simon Mulder.
Een mooi voorbeeld uit dit aardige bundeltje is het sonnet met de beroemde regel ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten’ van Willem Kloos uit 1902.
.
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ’t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.
En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.
.
Lasso’s van woorden
De lenige liefde
.
In 1966 debuteerde Herman de Coninck met de bundel ‘De lenige liefde’. Hij zette daarmee een toon van ironie, lichtheid en speelsheid in de Nederlandse poëzie die daarna door veel dichters is opgepikt en gekopieerd.
Van deze bundel zijn inmiddels meer dan 10 drukken verschenen en de bundel is integraal opgenomen in ‘De gedichten’ waarvan meer dan 50.000 exemplaren zijn verkocht (en dan reken ik het gesproken boek van de lenige liefde nog niet eens mee).
Een enorm succesvolle dichtbundel kortom. Uit deze debuutbundel heb ik gekozen voor het gedicht nummer 11: ‘Denkend aan vroegere gedichten’.
.
Denkend aan vroegere gedichten
.
Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerende lasso’s van woorden
naar alles wat we wilden veroveren. ,
het waren dolle roekeloze tochten, pas toch
een beetje op, riep Kees Fens ons nog na.
.
En ’s avonds stond de taal nog na te trillen,
op stal in een gedicht, hinnikend
van heimwee naar de maan
en naar de verste betekenissen.
.
Poëziekunst
Evy van Eynde
.
Op 15 juli 2013 schreef ik een recensie over de dichtbundel ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ van Evy van Eynde. Vorig jaar vroeg ik haar voor een voordracht op het Zomerpodium van Ongehoord! waar ze een prachtige voordracht gaf van haar gedichten.
En nu heeft Evy, veelzijdig als ze is, zich geworpen op ‘Newsflashpoems’. Een soort kunstzinnig vormgegeven readymades die lijken te bestaan uit uitgeknipte woorden uit allerlei media en die zij opnieuw heeft gerangschikt tot een newsflash poem. Een nieuwsflits gedicht.
Alleen door de vorm al bevallen ze me zeer maar ook inhoudelijk kunnen ze me bekoren. Evy heeft een nieuwe dimensie toegevoegd aan haar toch al rijke status als dichter/schrijver/artiest.
Hier een voorbeeld getiteld ‘newsflash poem III’
.
Kijk voor meer voorbeelden op haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/
Beurtzang
Th. van Os
.
Schrijver maar vooral dichter Th. van Os (1954) debuteerde in 1996 met de poëziebundel ‘Beurtzang’ bij de Arbeiderspers. Hierna verschenen nog een aantal dichtbundels en twee romans. Van Os publiceerde werk in Maatstaf, Tirade, Revisor, Vrij Nederland, De Zingende Zaag, Tzum en Hollands Maandblad.
Informatie over de dichter is te vinden op zijn website http://www.thvanos.nl/
Uit zijn debuutbundel het titelgedicht ‘Beurtzang’.
.
Beurtzang
.
Stel je een vuur voor dat zo fel uitslaat
dat alle kleuren witter vlammen dan wit licht
witter dan de bladzijde waarop dit staat
heet en vurig als een goed gedicht
.
en brand het in je lichaam, middenin
en voel de gloed die zich als witheet licht
begrenzen laat, als woorden in een zin,
ja, als de grenzen van een goed gedicht.
.
De bron is even vleselijk en wringt
zich als het lezen van een goed gedicht, een oog
waarin de taal zich stijf en soepel binnenzingt
.
waardoor neuronen hun patronen vuren
en kronkeling oplicht;
.
een goede beurt is ook een goed gedicht.
.
Dichter aan huis
Den Haag en Gent
.
Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.
Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.
De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.
In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.
.
Versterving
.
Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,
dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht
van zuigelingen die hun zuigfles missen,
een fopspeen of de tepel van hun moe.
.
Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,
speelt zich haast alles in hun koppen af:
heel dat langdradige en stoffige verleden,
die tamme lusten en die saaie kussen.
.
Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,
gaan als vanzelf hun handen wapperen,
hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:
zij hebben eindelijk besloten te beginnen.
.
Foto: Diana Ozon
Vogelgedicht
Gedichten in vreemde vormen
.
Op Pinterest kwam ik weer een aantal aardige voorbeelden van gedichten in vreemde vormen tegen. In dit geval gaat het om poëzie of gedichten die door hun vormgeving de tekst versterken in een afbeelding. Het betreft hier een gedicht in de vorm van een (loop)vogel, een tennisbal in de bek van een hond en twee handen ineen.
.
Kritiek
Herman de Coninck
.
Vandaag heb ik, op Herman de Coninck zondag gekozen voor een gedicht van hem uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975. Het gedicht is getiteld ‘Kritiek’.
.
Kritiek
.
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
merken hoe blij je was.
.
En vorige week schreef ik:
‘Ik hou van jou om de manier
waarop je me hoofdpijn bezorgt
en dan erg lief bent voor die hoofdpijn.’
Toen je het gelezen had
kreeg ik een enorme zoen.
Dàt is nog eens literaire kritiek.
.
Grafgedichten
Gedichten op vreemde plekken
.
Overal kun je poëzie tegen komen, zoveel is mij wel duidelijk na inmiddels denk ik meer dan 150 berichten over gedichten op vreemde plekken. Zo ook op graven. Wat me echter opviel toen ik hier wat research naar deed was dat er op graven eigenlijk twee soorten poëzie te vinden is.
Allereerst regels of strofen van bestaande gedichten die iets zeggen over de overledenen of over de mensen die de overledenen achterlaat.
Daarnaast echter zijn er vele graven te vinden met poëtische of rijmende teksten met een sterk humoristische inslag. Ik heb er een aantal voor jullie opgezocht.
.



















