Maandelijks archief: maart 2017

Verstild kunstwerk

Hilversum

.

Van mijn schoonzus Yvonne kreeg ik een fotootje toegestuurd van een plein in Hilversum met daarop de tekst van een gedicht van Gerrit Kouwenaar. Enig zoekwerk later weet ik dat dit gedicht, samen met andere teksten van Peter Lievaart en Seamus Heaney (2), zijn aangebracht als deel van een kunstwerk in verband met het afscheid van burgemeester Kraaijeveld-Wouters. Op de Kerkbrink werd een kunstwerk geplaatst van Shlomo Korèn, een brok graniet verzonken in de bestrating, overstroomd door een vlies water met in klinkers daaromheen aangebrachte versregels van Seamus Heaney, Gerrit Kouwenaar en Peter Lievaart.

In 1999 is het kunstwerk aangepast in verband met klachten over de veiligheid ervan: een kuil in het graniet is opgevuld, de steen is afgevlakt zodat er afschot ontstaat, en er is een metalen raster op de steen gelegd om afstand tussen bestrating en kunstwerk te verkleinen en daarmee gevaarlijke situaties te voorkomen.

In verband met herinrichting van de Kerkbrink en wegens de vele kritiek op het werk is begin 2006 het graniet bedekt met zand en daaroverheen bestrating. De tekstregels van de dichters zijn echter onaangetast gebleven.

.

Een omhelzing zonder arm

Willem Jan Otten

.

Van mijn broer kreeg ik een stapel dichtbundels die hij had verzameld bij de kringloopwinkel bij hem in de straat. Uit deze stapel zal ik de komende dagen een aantal bundels nemen en daaruit weer een gedicht. Vandaag te beginnen met de bundel ‘Paviljoenen’ van Willen Jan Otten. Deze bundel verscheen in 1991 bij uitgeverij G.A. van Oorschot en uit deze bundel koos ik puur op de titel voor het gedicht ‘Een omhelzing zonder arm’.

.

Een omhelzing zonder arm

.

Eens kwam hij laat de kamer in

en op zijn kussen daalde neer

de vlokken van een sneeuw.

Aquarisch en half dronken

daalden zij heen, het blauwe in

van een kerstmisschuddeding.

De macht die schudt ontbrak.

.

Daar werd jij toen alsnog mijn bruid,

in het schijnsel van de wekkerradio.

Jij bestond het al te hebben zijn,

streelbaar als God, Mozaïsch als

een zeepbel die een cel in drijft.

.

Dame seule

J. Slauerhoff

.

Ook op deze derde zondag van maart een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff. Lezend in de bundel ‘Saturnus’ kwam ik het gedicht ‘Dame seule’ tegen (een vrouw alleen) en ook uit dit gedicht blijkt weer dat de dichter eigenlijk een hele schalkse man is. Uit ‘Saturnus’ uit 1930 ( dat eigenlijke een uitgebreide heruitgave van Clair-obscur uit 1926) het gedicht ‘Dame seule’.

.

Dame seule

.

Zij voelt zich onder ’t donker van de boomen

Zoo eenzaam, dat zij zelf haar schouder liefkoost.

Haar handje, met de ronding ingenomen,

Die over ’t zomerkleed is bloot gekomen,

Daalt af, dwaalt af; zij richt zich op en bloost,

Gaat dan weer voort een kledingstuk te zoomen.

.

Derek Walcott

Liefde na liefde

.

Gisteren overleed Derek Walcott (1930 – 2017) met wie ik, zo las ik zojuist, een geboortedag deel. Walcott werd geboren in St. Lucia, een bovenwinds eiland in het Caraïbisch gebied.  Hij was behalve dichter ook schrijver en toneelschrijver. In 1948 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel ’25 poems’ waarna er nog ruim 20 zouden volgen.

Van 1981 tot januari 2008 was hij verbonden aan de universiteit van Boston, waar ook zijn vrienden en andere Nobelprijslaureaten Joseph Brodsky en Seamus Heaney doceerden. In 1992 won hij de Nobelprijs voor Literatuur.

Zowel Walcotts poëzie als zijn toneelstukken zijn sterk beïnvloed door zijn Caraïbische afkomst en het leven tussen twee culturen in. De volkscultuur en orale traditie van de eilanden spelen een grote rol in zijn werk. Ook beschrijft hij de geschiedenis, het landschap, het dagelijks leven en de multiculturaliteit van de Caraïben. Walcotts eigen gemengde afkomst (Afrikaans-Europees – van zijn moederszijde ook Nederlands: zij komt van Sint Maarten) speelt eveneens een belangrijke rol in zijn werk.

Het beroemdste werk van Walcott is het omvangrijke epos ‘Omeros’, dat bekend staat als één van de belangrijkste literaire werken uit de 20e eeuw en wordt gezien als een Caraïbische herschrijving van Homerus’  ‘Ilias en Odyssee’. In het epos worden zowel het koloniale verleden als het complexe heden van de eilanden onderzocht. Hij overleed op zijn geboorte-eiland.

Uit ‘Collected poems 1948 – 1984’ het gedicht ‘Liefde na liefde’.

 

Liefde na liefde

Er komt een tijd
dat je opgetogen
jezelf zal begroeten als je aankomt
bij je eigen deur, in je eigen spiegel,
en elk zal glimlachen bij de begroeting van de ander
 
en zeggen, ga zitten. Eet.
Je zult de vreemdeling weer liefhebben die je zelf was.
Geef wijn. Geef brood. Geef je hart terug
aan zichzelf, aan de vreemdeling die al je hele leven
 
van je houdt, maar die jij negeerde
voor een ander, die jou door en door kent.
Pak de liefdesbrieven van de boekenplank,
 
de foto’s, de wanhopige krabbels,
pel je eigen beeltenis van de spiegel.
Ga zitten. Geniet van je leven.

.

Met dank aan Wikipedia.

Weekoverzicht

Joke van Leeuwen

.

De schrijfster, dichter, illustrator en cabaretier Joke van Leeuwen (1952) studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.

Ze is vooral bekend van haar kinderboeken, won het Camerettenfestival, ze deed theatervoorstellingen en Ze wordt al enige jaren genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. Voor volwassenen schrijft ze in 2008 ‘ Alles nieuw’ een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals ‘De tjilpmachine’ (1990), ‘Wuif de mussen uit’ (2006). Verzameld werk,  ‘Fladderen voor de vloed’ ( 2007), ‘Hoe is’t ‘ (2010) en ‘Half in de zee’ (2012). Van 2008 tot 2010 was ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit de bundel Fladderen voor de vloed’ het gedicht ‘Weekoverzicht’.

.

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

.

Dan is het beter te zwijgen

Gijs ter Haar

.

Gijs ken ik al sinds hij in 2005 (als ik me niet vergis) optrad in Theater Schuurkerk in Maassluis bij de presentatie van de bundel ‘Dichter in de buurt’. Die bundel was in meerdere opzichten belangrijk voor mij want het was de eerste verzamelbundel waarin ik een gedicht publiceerde (onder pseudoniem dat wel) en het was een opstap voor mijn verdere leven in de poëzie. Gijs trad daar dus op en toen al maakte hij veel indruk. Zijn krachtige optreden, zijn presence, het feit dat alles uit zijn hoofd ging en zijn poëzie, ik was onder de indruk.

In de jaren daarna kwam ik hem met enige regelmaat tegen en op enig moment stonden we samen in Delft voor te dragen op een rondvaartboot, een herenmodewinkel, een cd zaak en in een kroeg. In december was hij bij Ongehoord! aanwezig en daar werd toen door Spoorloos gefilmd hetgeen vorige maand werd uitgezonden. In december kocht ik zijn, in eigen beheer uitgegeven en fraai vorm gegeven, bundeltje ‘Dan is het beter te zwijgen’ dat inmiddels al aan een zoveelste druk toe is heb ik begrepen. En terecht.

Mijn exemplaar komt uit de tweede druk (oplage 100 stuks) en bevat, zoals alle exemplaren een mooi voorwoord van Ingmar Heytze. De 20 gedichten die in de bundel staan zijn stuk voor stuk typisch Gijs’ gedichten. Altijd recht voor zijn raap, doelgericht, soms met een rauw randje en vaak een liefdesgedicht. Ik vind ze stuk voor stuk prachtig. Een van mijn favorieten echter is het gedicht ‘Nu dit bestaat’ waarin Gijs met een afstandje naar de ander kijkt, oordeelt en tot slot zachtaardig als hij eigenlijk is, afsluit met een woord dat me na aan het hart ligt.

.

Nu dit bestaat

.

nu dit bestaat

dit stolsel van gestokte adem

in een vat vol voltooid verleden tijd

dat gat tot de rand gevuld met verdriet

en de echo van ezels dit ego dus ergo

.

jou noem ik mens

.

en ik zie je aan, je sjokt en gaat

in ganzenpas en op de maat

de paljas en het driedelig pak

in galajurk of jutezak

het maakt niet uit

want alles zingt en danst

we nemen er nog een

.

we fokken en we bouwen door

tot elk oor zich enkel nog op steen

te rusten leggen kan

.

en dan…

.

dan doen we dat

sterven zacht

zachter nog

.

ongehoord

.

African American Poetry

Elisabeth Alexander

.

In 2012 verscheen in de Verenigde Staten bij ‘Poetry for young people’ bij uitgeverij Sterling het bijzondere boek ‘African American Poetry. De reden dat dit zo’n bijzonder boek is ligt in het feit dat voor het eerst een bloemlezing van Afrikaans Amerikaanse poëzie werd samengesteld en uitgegeven met een overzicht vanaf  de 18e eeuw tot nu en dan ook nog specifiek geschikt voor jongeren.

Redacteur Arnold Rampersad (van de Princeton University) beschrijft de geschiedenis van African American poetry, de invloeden (armoede, slavernij en racisme maar ook het alledaagse leven),  de dichters waarvan enkele zelfs tijdens de slavernij al schreven, hoewel het verboden was bij wet om een slaaf te leren hoe te lezen en schrijven. Zo is in het boek te lezen dat reeds in 1773 een boek van een African American dichter werd gepubliceerd met de titel ‘Poems on Various Subjects, Religious and Moral’ door Phillis Wheatley.

Een gedicht uit het boek is ‘Apollo’ door Elisabeth Alexander. Zij is professor aan de  Yale University in New Haven, Connecticut, graduate bij Yale, Boston University, en de University of Pennsylvania, waar ze een doctoraat in Literatuur heeft gehaald. President Obama vroeg haar een gedicht voor te dragen bij zijn inauguratie in 2009.

Haar gedicht ‘ Apollo’ neemt je mee terug naar 20 juli 1969, toen de eerste mens voet zette op de maan. Een Afrikaans Amerikaanse familie is zo nieuwsgierig naar dit historische moment, dat ze tijdens een autorit stoppen bij een wegrestaurant om het op televisie te volgen. Het restaurant zit vol blanke Amerikanen (het was de tijd van de rassenonlusten tussen de zwarte en blanke Amerikanen). Maar op dat moment vallen alle raciale spanningen weg bij de gebeurtenissen in de ruimte die ze samen op televisie volgen waarmee de spanningen feitelijk naar juiste proporties worden terug gebracht.

.

Apollo 
 
We pull off
to a road shack
in Massachusetts
to watch men walk
 
on the moon. We did
the same thing 
for three two one
blast off, and now
 
we watch the same men
bounce in and out
of craters. I want 
a Coke and a hamburger.
 
Because the men
are walking on the moon
which is now irrefutably 
not green, not cheese,
 
not a shiny dime floating
in a cold blue,
the way I’d thought,
the road shack people don’t
 
notice we are a black
family not from there,
the way it mostly goes.
This talking through
 
static, bounces in space-
boots, tethered
to cords is much
stranger, stranger
 
even than we are.
.

Dichters Omnibus

Tweede bloemlezing

.

In 1954 verscheen de eerste editie van de ‘Dichters Omnibus’. Een bloemlezing uitgegeven door ESSO Nederland N.V., onder haar ‘relaties’ als nieuwjaarsgeschenk verspreid. Er verschenen achttien edities van.van de achttien edities mis ik alleen nog deel 1, 3, 4, 5, 6, 14, 17 en 18. De andere 10 delen heb ik door de jaren heen inmiddels bij elkaar verzameld. Mijn laatste aanwinst is deel 2 uit 1956 (blijkbaar werd 1955 overgeslagen).

Uit dit tweede deel een gedicht van dichter Pierre Kemp getiteld ‘Nieuw sterrenbeeld’.

.

Nieuw sterrenbeeld

.

Ze gaven me speelgoed om mij te doen vergeten:

je bent geboren.

Ik ben nu wel oud en moest alles weten,

maar wijl ik mijn speelgoed niet heb verloren,

niet gebroken of stuk gesmeten,

zal ik er eens mee tussen de sterren staan,

niet te kort bij de zon, niet te ver van de maan.

En de kinderen zullen het hun ouders tonen,

als zij om te spelen bij mij willen wonen.

.

tb

 

Hoe een zee een woord werd

Een recensie

.

De nieuwe bundel van Antoinette Sisto werd op 4 februari gepresenteerd in Perdu in Amsterdam. Deze bundel, uitgegeven door uitgeverij Kontrast in de reeks open is mooi vormgegeven met een foto van de dichter als omslag en een foto van Antoinette door Rob Hilz op de achterflap. De bundel is opgedeeld in 6 hoofdstukken en bevat 52 gedichten. Op de achterflap staat te lezen dat ‘tijd’het leitmotiv in deze bundel is, herinneringen aan vroeger, de klok die handelingen dicteert en het verkleinen van tijd tot zorgeloze momenten.

In het eerste hoofdstuk ‘Retro’ is de tijd aanwezig in herinneringen aan vroeger; bezoeken aan het zwembad, gymnastiekles en de familie.

In hoofdstuk twee ‘Tussen de wijzers’ lijkt dit voortgezet te worden maar hier beschrijft Antoinette een ander tijdsgewricht uit haar leven, met dezelfde compassie, waarna het terugkijken voltooid lijkt.

In het korte hoofdstuk drie ‘Het zoete nietsdoen’ beschrijft Antoinette recepten en gerechten maar ook daar komen weer herinneringen naar boven aan haar familie; “ik weet dat oud recept te liggen / in de bijkeuken van grootmoeders huis “. Of zoals in het gedicht ‘Familierecept’; “de geur waaraan ik terugdacht / vermengde zich met woorden / die ik lang niet las”.

In hoofdstuk vier (waar de bundel haar titel aan verleent) lijkt een omkering plaats te vinden. In het gedicht ‘Duik’ (met een verwijzing naar het eerste gedicht Golfslagbad ?) eindigt Antoinette met: “dreven wij naar een nieuwe tijd”. De gedichten die volgen zijn in de tegenwoordige tijd geschreven en volgen de dichter in haar gevoelsleven met prachtige zinnen als: “laten we afspreken / dat het nooit te laat is” en in een ander gedicht: “ik wist zeker dat ik je vinden zou / daar waar jij niet schuilde / in het donker van alle steden in mijn hart”.

In hoofdstuk 5 ‘Foto van een piloot’ lijken de gedichten de vorige hoofdstukken te willen voorzien van een extra fraai randje, waarna in hoofdstuk 6 ‘Speelduur 05.12’ gedichten met titels die verwijzen naar , wat lijkt een oude cassetterecorder, er een afronding komt. Alsof Antoinette nu weet hoe het verleden en het heden gekoppeld zijn en er een gebruiksaanwijzing klaar ligt voor de toekomst. Maar in de laatste regels van de bundel klinkt dan toch weer twijfel: “Ik zou het touw van de tijd vasthouden / als ik wist hoe vast voelde”.

Antoinette heeft met ‘Hoe een zee een woord werd’ een prachtige opvolger geschreven op ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Schaf hem aan, lees en geniet.

Voor een gedicht uit deze bundel kijk je op de post van 13 februari 2017.

.

Maart: Slauerhoff

Dichter van de maand

.

Vandaag heb ik een min of meer erotisch liefdesgedicht gekozen van Slauerhoff. Uit de bundel ‘Serenade’ uit 1930 het prachtige gedicht ‘Woorden in den nacht’ .

.

Woorden in den nacht

.

Voel je hoe ik naar je toe kom?

Je bent naakt in den nacht.

.

Wacht, ik doe eerst een doek om.

Nog niet, nog niet.

.

Liefkoos mij, zacht.

Zeg dat je mij mooi vindt

En alleen door te streelen

In ’t donker, mij ziet.

.

Zullen wij spelen,

Dat wie ’t eerst lacht,

Moet ondergaan

Wat de ander bedacht?

.

O, laat het doorgaan,

Totdat wij doodgaan.

Alles wat hierna komt

Is niets dan Dood, vermomd

In schijn van Leven.

.

Neem mij weer, wacht nog even.

.

woorden