Maandelijks archief: oktober 2017
Wij
Een liefdesgedicht
.
Anne Sexton (1928 – 1974) wordt gerekend tot de zogenaamde ‘confessional poets’of de ‘bekentenis dichters’, sterk autobiografisch schrijvend, steeds sterk haar vrouwelijke identiteit benadrukkend, met blootlegging van de meest intieme details uit haar leven, onder het motto ‘poëzie moet pijn doen’. Sexton had geen makkelijk leven, ze leed aan anorexia en manische depressiviteit en haar psychiater raadde haar aan poëzie te gaan schrijven. Haar gedichten werden gepubliceerd in The New Yorker, Harper’s Magazine en Saturday Review.
In 1960 debuteerde ze met de bundel ‘To Bedlam and Part Way Back’ en hierna volgde nog een aantal bundels maar ook postuum verschenen nog 5 boeken na haar overlijden in 1974. Ze was tijdens haar leven heel succesvol met haar poëzie, in 1967 won ze de Pulitzer Prijs voor poëzie. Ze was bevriend met Sylvia Plath en na dat Plath zelfmoord had gepleegd dacht ook Sexton na over zelfmoord en of dat voor haar misschien ook het beste zou zijn (ze had sinds 1956 al een aantal pogingen gedaan). Uiteindelijk deed ze een geslaagde poging in 1974.
Uit de bundel ‘Kreupel hart, gedichten’ het door Katelijne de Vuyst vertaalde liefdesgedichtgedicht ‘Wij’ waarin ze een het proces van een liefde beschrijft.
.
Wij
.
Ik was gehuld in zwart
bont en wit bont en
je kleedde me uit en toen
zette je me in gouden licht
en toen kroonde je me
terwijl achter de deur sneeuw
viel in schuine schichten.
Terwijl een dikke laag sneeuw
als sterren neerdaalde
in kleine calciumdeeltjes,
waren wij in ons lichaam
(de kamer die ons zal begraven)
en was jij in mijn lichaam
(de kamer die ons overleven zal)
en eerst wreef ik je
voeten met een handdoek droog
omdat ik je slavin was
en toen noemde je me prinses
Prinses!
.
O, toen
stond ik op mijn gouden huid
en liet de psalmen achterwege
en liet de kleren achterwege
en jij maakte de breidel los
en jij maakte de teugels los
en ik maakte de knopen los,
de botten, de verwarring,
de ansichten uit New England,
de januarinacht van tien uur ’s avonds,
en we rezen op als koren,
are na are van goud,
en we oogstten,
we oogstten.
.
Canadezen
Peter Theunynck
.
Peter Theunynck (1960) is Vlaams dichter en schrijver uit Antwerpen. Theunynck begon pas begin jaren ’90 met het schrijven van gedichten. In 1994 debuteerde hij in eigen beheer met de bundel ”Waterdicht’. In 1997 verscheen bij Manteau ‘Berichten van de Panamerican Airlines & Co’ die genomineerd werd voor de C. Buddingh’prijs . In 1999 publiceerde hij de dichtbundels ‘De bomen zijn paars en de hemel’ (1999) en ‘Man in Manhattan’ (2003). In 2005 kreeg hij voor ‘Man in Manhattan’ de Poëzieprijs Gerard Michiels toegekend. Voor diezelfde bundel werd hij ook genomineerd voor de Vijfjaarlijkse prijs voor poëzie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) in Gent. Daarnaast werkte Theunynck mee als samensteller aan een aantal poëzie bloemlezingen. Uit de bundel ‘Man in Manhattan’ het gedicht ‘Canadezen’.
.
Canadezen
.
Mijn vader zei: hier liggen ze,
de Canadezen. Ik zag ze staan
aan de vaart, in hun grijze kleren.
Eindeloze, slachtrijpe rijen.
Man tegen man stonden ze:
een beetje wind en ze gingen.
Vrede. Aan beide kanten
Canadezen. Te lang in het land
om terug te keren. Te diep
in de grond om weg te marcheren.
.
100 inspirerende websites over poëzie
Voor poëzieliefhebbers
.
Via een Facebookgroep kwam ik op een website terecht waar ik erg blij van werd. De website http://mastersinenglish.org/poetry/ biedt een overzicht van maar liefst 100 Engelstalige websites over poëzie. Poëzie is volgens de makers van deze pagina één van de meest rijke, complexe en mooie vormen van expressie in elke taal. De culturele en emotionele impact van poëzie kan niet worden overschat. Schrijver Salman Rushdie zij ooit over poëzie: “A poet’s work is to name the unnameable, to point at frauds, to take sides, start arguments, shape the world, and stop it going to sleep.”. Mooi gezegd en helemaal waar.
Deze lijst bestaat uit een aantal onderdelen te weten poëzie organisaties, poëzie magazines, poëzie blogs, poëzie archieven en collecties, voordrachts- en evenementensites en websites voor dichters. Een schatkamer vol kortom. Uit deze lijst heb ik een keuze gemaakt voor Free verse, A journal of contemporary poetry and poetics. In deze website heb ik wat rond gestruind en daar kwam ik een gedicht tegen van Sarah Riggs getiteld ‘Van Gogh in a Landscape, 1957’. Dit gedicht verwijst naar een schilderij van Francis Bacon.
Sarah Riggs is een dichter, regisseur, essayist en kunstenaar afkomstig en woonachtig in New York na meer dan 10 jaar in Parijs te hebben gewoond. Ze publiceerde vijf dichtbundels en vertaalde er zes van het Frans naar het Engels. Daarnaast is ze docent aan het Pratt institute in Brooklyn.
.
Van Gogh in a Landscape, 1957
.
Rounding the outscape: stick figure drop off
Near dusk: a bluish blind sort of Giverny
Spongy, earth-stroked: miniscule artist
Become a twig: his head splashed on
Dot of yellow, to the side of neck: afterthought
Seen from around the curve: last walk?
Last neighborhood: also greens, reeds
A huge hole: mire of glanced pigments
The edge is clear: a trunk warps to the left
Barely on the road: save for the blotch of sun
Or seeds or mind: he won’t get here
Not landscape: paints pain out in it
.
Winterlicht
Antoinette Sisto
.
In 2013 verscheen bij uitgeverij Boekenplan de bundel ‘Dichterbij de dagen’ van Antoinette Sisto. In deze bundel beschrijft ze het naderende afscheid van een geliefde. De gedichten zijn dan ook vaak wat zwaar en melancholisch en juist door de thematiek is het gedicht ‘Winterlicht’ in deze maand van eerbetoon aan haar dichterschap, zo toepasselijk. Maar vier jaar na de publicatie van dit gedicht is zij zelf overleden en kan ik bij het lezen ervan alleen maar denken dat het over haar zelf gaat, al weet ik dat dit niet zo is.
.
Winterlicht
.
Eens keek je verwachtingsvol
door een toekomstraam
naar buiten.
.
Toen de schaatsers langs de kade
nog uitbundig zingend
huiswaarts reden
.
lange achten trokken
rondom wakken
in het dunne ijs.
.
Geen schittering was witter
dan het wit
van onze dagen.
.
Omgekeerd was er een nacht
een firmament
van duizelingen.
.
Een maan lachte verstolen
door de warme adem
op je ruit.
.
Hoeveel jij van het leven hield
dat zal ik nooit vergeten.
.
Bloemen van ’t veld
Alice Nahon
.
Van mijn broer kreeg ik de bundel ‘Bloemen van ’t veld’ van Alice Nahon. In de serie Vlaamse pockets; Poëtisch erfdeel der Nederlanden verschenen in 1970. Hoewel het uiterlijk van de bundel doet vermoeden dat het hier een pocket uit de jaren vijftig betreft (of ouder) is het toch nog maar 47 jaar oud.
De inleiding bij deze bundel is geschreven door Karel de Jonckheere. Alice Nahon (1896 – 1933) was een Antwerpse dichter. In Vlaanderen is Nahon wellicht het meest bekend van de versregels van haar Avondliedeke III:
’t is goed in het eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan, of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan’
Haar vader was Nederlander en haar moeder was Vlaams. Zij leed aan chronische bronchitis en depressiviteit en bracht meerdere jaren door in diverse sanatoria, waaronder Tessenderlo. Toch schreef zij in die periode twee dichtbundels: ‘Vondelingskens’ (1920) en ‘Op zachte vooizekens’ (1921), die haar een enorme populariteit bezorgden. Na verblijven in Italië en Frankrijk ging ze vanaf 1927 werken in de stadsbibliotheek van Mechelen. Met de bundel ‘Schaduw’ (1928) wilde ze zich afzetten tegen haar zoetgevooisd imago en tegen de kritiek van onder andere Paul van Ostaijen.
Uit haar debuutbundel ‘Vondelingskens’ het gedicht ‘Herfst’.
.
Herfst
.
Achter d’oude kloosterwoning
Hing wat rode zon.
Onder goud-getinte linde
Bad een jonge non.
.
Heur gelaten ogen droomden
Onder blanke doek,
Naar de zwart’ en rode letters
Van ’t getijdenboek.
.
Langs de wegskens was geprevekl
Van wat blâren bruin;
Aan heur voeten bogen schrale
Violieren schuin.
.
Als ’n dod’ illuzie, die ze
Lang vergeten had,
Viel er op heur jonge handen
Een verschrompeld blad.
.
Black Lives Matter
Dichter in verzet
.
De website http://blmstream.com is één van de vele websites die gelieerd zijn aan de Black Lives Matter beweging in de Verenigde Staten. Op deze website is veel informatie te vinden over deze beweging , de reden waarom er zoiets bestaat als Black Lives Matter en vooral heel veel statistieken over het aantal zwarten en witte mensen die door politiegeweld zijn omgekomen (per jaar). Wat ik heel schokkend vond was het aantal zwarte Amerikanen per miljoen inwoners dat jaarlijks overlijdt door politiegeweld (gemiddeld 4.33 in 2017 tot nu toe) wat ik overigens nog veel schokkender vond was dat per miljoen native Americans (indianen) er al gemiddeld 5,49 zijn gedood (ter vergelijking per miljoen blanke Amerikanen 1,73 en Hispanics/Latinos 2).
Waarom deze cijfers en dit bericht op een website over poëzie? Toen ik op deze website rondkeek kwam ik een gedicht tegen van Ryan M. Jones getiteld ‘A Beautiful Sadness’. Een bijzonder gedicht (de meeste gedichten over dit onderwerp zijn sterk activistisch en daarom als poëtische uiting minder interessant) dat begint met een uitspraak van Tupac Shakur: ‘Long live the rose that grew from concrete when no else ever cared’.
.
Poëzie en Muziek
Sabine Kars en Mas Papo
.
Twee dichters die ik al langer ken en zeer waardeer zijn een nieuw initiatief gestart. Sabine Kars en Mas Papo hebben de handen ineengeslagen en beginnen op 8 oktober een nieuw radioprogramma over poëzie en muziek. Binnenkort staat alle relevante informatie op hun website https://www.overpoezieenmuziek.nl
Vanaf 8 oktober dus elke zondagavond live bij B-FM in de ether http://www.b-fm.nl twee uur lang (van 21.00 tot 23.00) een programma over muziek en poëzie. Dat kan dus zijn poëtisch taalgebruik in songteksten, poëtische tekstdichters, maar ook poëzie die gebruikt is in liedjes of daar de basis van vormen maar ook muziek die poëtisch is of kan zijn zonder woorden. En natuurlijk muziek en poëzie.
Singer-songwriters zullen hun gasten zijn maar ook rappers, dichters en andere mensen die op een of andere manier professioneel met poëzie of muziek bezig zijn. Organisatoren. Boekhandelaren, Poëziecentrum etc. Je kunt het zo gek en breed niet bedenken of het kan aan de orde komen.
In Poëzie door Muziek willen ze een glimp van de wisselwerking tonen tussen muziek en poëzie, door wekelijks te dichten naar aanleiding van een nummer en op die manier een inkijk in het persoonlijke en associatieve schrijfproces geven.
Ook zal dit poëtische duo wekelijks een artiest of liedje belichten vanwege het poëtische karakter. Dit item heet Poëzie in Muziek. Maar er zal ook interactie zijn met de luisteraars die gevraagd zullen worden gedichten te schrijven naar aanleiding van een thema of onderwerp en er komt een agenda met een greep uit het ruime aanbod te bezoeken podia, festivals en andere interessante evenementen die met poëzie en/of muziek te maken hebben. Kortom er valt een hoop te genieten vanaf 8 oktober op B-FM (te beluisteren via de kabel en via hun website).
Deze twee fijne presentatoren hebben mij uitgenodigd om op zondag 22 oktober in hun programma te komen praten over poëzie. Daar heb ik, uiteraard, met volle overtuiging ja op gezegd. Ik zal vertellen over mijn eigen dichterschap en poëzie.
Speciaal voor deze blog een gedicht van Sabine Kars over één van mijn en haar favoriete liedjes van George Harrison ‘Here comes the sun’.
.
here comes the sun
.
een man klonk door
de winkelstraten deelde
.
broze liedjes uit
poëzie aan passanten
hun tassen volgeladen
.
ik zag kortstondig vuur
in ogen mensen open en dicht gaan
munten vielen schouders schoten omhoog
.
een glimlach werd opgegooid en ik ving
een voortdurend pamflet
tegen vergeefsheid
.
Noli me tangere
Dichten is een hoerige bezigheid
.
Via via kwam ik op een bijzonder grappige en interessante website terecht: https://verbodengeschriften.nl Op deze website staan verboden, vergeten, verketterde, verminkte en doodgezwegen boeken en geschriften. Uiteraard ben ik, nieuwsgierig als ik ben, op zoek gegaan naar poëzie op deze site. Helemaal onderaan de lijst staat een stuk van Søren Kierkegaard, vertaald en ingeleid door Drs. W.R. Scholtens met de intrigerende titel: ‘Waarom de mens vooral van ‘de dichter’ houdt en waarom, goddelijk gezien, ‘de dichter’ juist de allergevaarlijkste is.
Na de vertaalde oorspronkelijke tekst uit 1855 volgt een verduidelijking en daar staat onder andere te lezen:
.
Over de rampzaligheid van dichters
Je kunt pas iets zinnigs over de wereld zeggen als je niet meer van de wereld bent, met andere
woorden, dat je eerst een alien geworden moet zijn om als toeschouwer te zien hoe de wereld in elkaar
zit en dichters kunnen dat dus niet. Zij zitten opgesloten in het huis, waarvan zij denken dat het à huis
clos is, en kijken smachtend door het raam naar buiten. Wat zij als vrijgestelden in deze maatschappij
aldus produceren is slechts l’art pour l’art, voor hun eigen boterham, uit ijdelheid, uit de pretentie dat
ze iets te vertellen hebben, maar in wezen is hun dichten een hoerige bezigheid, het exploiteren van
hun eigen en andermans ellende en troosteloosheid. Zij zitten als die man in Kafka’s ‘Proces’ zielig aan
de, nota bene, open poort, hunkerend om naar binnen te gaan, en kristalliseren hun hunkering uit in
fraaie woorden.
Om te vervolgen met:
”De taal is ontstaan om de wil over te brengen en niet om ideeën te communiceren. De taal is vergelijkbaar met een wiskundige praktische creatie, omdat het een middel is om de wil over te brengen. Maar de mens is de taal langzamerhand gaan gebruiken om de wereld mee te beschrijven. Omdat dit voor een groot deel lukt is men vergeten dat woorden middelen van de wil zijn en is men woorden als begrippen en concepten gaan behandelen die onafhankelijk van de mens bestaan”……. Mundus vult decipi. De priesters geloven niet, wat ze de menigte voorhouden. De leiders van politieke partijen bedriegen het volk willens en wetens, met woorden die ze zelf niet begrijpen. De meeste dichters, schilders en verdere artiesten, hebben zich ook die rol aangemeten, vanuit een slechte kans op een plaats in de arbeidsmarkt, door zwakheid of luiheid. En het kritiekloze publiek erkende na enige tijd hun plaats in het kunstvak, waar ze alleen maar vervalste waar leveren, omdat ze niet anders kunnen.”
.
Als dichter en poëzieliefhebber mag ik graag dit soort dingen lezen. De aard en de ‘macht’ van de dichters was in vervlogen tijd blijkbaar gevaarlijk, waarom anders zou Kierkegaard zo fulmineren tegen de dichter. Mij komt het allemaal zeer vermakelijk over in ieder geval. Je snapt nu ook beter waarom dit op een website van vergeten en doodgezwegen boeken terecht is gekomen. Niets over de schoonheid die poëzie biedt, de troost, het plezier, het enthousiasme, het maatschappijkritische, zelfs niet over de mate waarin poëzie kan ontroeren of kan aanzetten tot denken.
De auteur die de verduidelijking schreef geeft als voorbeeld ook nog een passage uit een gedicht van Pessoa:
“Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!
Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
Wie in de zon staat en de ogen sluit,
Begint met niet te weten wat de zon is
En heel veel dingen te denken vol van warmte.
Maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon
En kan al nergens meer aan denken,
Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
Van alle filosofen en van alle dichters.”
.
Ik kan het nogmaals vooral glimlachend lezen. En reageren met een gedicht van Gerrit Komrij uit de bundel ‘Gesloten circuit’ uit 1982 getiteld ‘Noli me tangere’.
.
Noli me tangere
.
Een vers is ballast. Zorg dat het vergaat.
Je kunt het slopen als je op het laatst
Een bom onder het deel dat er al staat,
Een landmijn in de laatste regel, plaatst.
.
Steek nu de lont vast aan. Een vrome wens.
Er is geen bom. Je bent gedwongen om
Je vers te vullen tot de verste grens.
Pas na een slalom stoot het op de bom.
.
Waarom schei je er, op dit punt beland,
Dan niet mee uit? Raak het niet langer aan.
Hier kan het nog. Maar verder gaat je hand.
Een vers moet rond zijn om niet te bestaan.
.




















