Categorie archief: Dichtbundels
Rob de Vos poëzieprijs
Doe mee!
.
De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (1955 – 2018), omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en wordt de traditie van de dichtwedstrijd in ere gehouden.
Tot 15 oktober 2019 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden dat geïnspireerd is op dit thema:
‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’
(Uit het gedicht van Menno Wigman ‘’Aarde, wees niet streng’’ Slordig met geluk, 2016)
Het ingezonden gedicht is:
-in het Nederlands geschreven
-in lettertype Arial 10
-niet langer dan één A4 formaat
-geïnspireerd op het thema
-nooit ergens eerder gepubliceerd
-nooit genomineerd of bekroond
-niet kwetsend of discriminerend
-na inzending niet meer te veranderen
Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd.
Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander.
Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement.
Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.
Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen.
De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. Er zijn leuke prijzen te winnen en de winnaar krijgt daarnaast een kunstwerk.
De datum van de prijsuitreiking is in het najaar en zal later dit jaar bekend worden gemaakt.
Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres : wedstrijd@meandermagazine.nl
In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.
.
Als je mee wil doen met deze wedstrijd en je twijfelt nog aan je gedicht of aan je poëtische gaven, lees dan morgen op dit blog de 10 tips voor het schrijven van goede poëzie. Allicht doe je er je voordeel mee.
De voorloper van de Rob de Vos Poëzieprijs was de Meander Dichtersprijs zoals gezegd, in 2008 won Vicky Francken deze prijs. Hier een gedicht van haar hand ter inspiratie, uit de bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.
.
We hebben allemaal recht op een rug
een graat waarrond we bestaan
een marionettendraad die we oppakken
als we onszelf bijeenrapen
geen mens kan tippen aan vissen
die zwemmen in de golven van hun wervelkolom
maar stel dat een vin verlangt naar aaien
wie troost de vis wie pakt hem vast
wie streelt de schouder
uit de kom
.
Festina Lente
De Poëzieslag pakt uit
.
Vanaf het begin en de opstart van de Poëziebus ben ik betrokken bij dit mooie initiatief om de podiumpoëzie te promoten. De Poëziebus zet zich in het bijzonder in voor de performancepoëzie. Als zodanig is ze niet de enige, er zijn meer podia die de nadruk leggen op de performance, denk aan spoken word podia, maar wat ik niet wist is dat er jaren geleden al een initiatief werd gestart juist om de podiumpoëzie te promoten, De Poëzieslag. Op de website van de Poëzieslag staat te lezen: De Poëzieslag bestaat sinds mei 1998 en is een gezamenlijk initiatief van Gerard Beentjes, docent schrijven en Felix von Schmid. Van meet af aan is het de bedoeling geweest om een Nederlandse variant van Poetry Slam te ontwikkelen. http://www.epibreren.com/slam/poezieslag.html
Pas geleden kocht ik de bundel ‘Festina Lente presenteert, de poëzieslag pakt uit’ uit 2001. In de inleiding schrijft Gerard Beentjes onder andere: De Poëzieslag is nu bezig aan het derde seizoen in successie. Het is een maandelijkse poëzieslam, een voordrachtwedstrijd voor publiek. En: Simon Vinkenoog is als jurylid een vaste gast van de Poëzieslag. Van zijn hand is de inleiding van deze bundel, het is een pleidooi voor podiumpoëzie, voor het laten horen van gedichten op een verstaanbare manier, lezend van papier of voordragend uit het blote hoofd.
Een aantal dichters die meededen en in deze bundel zijn vertegenwoordigd, zijn niet de minste: Erik Jan Harmens, Florence Tonk, Jannah Loontjens en Gerard Beentjes. Een speciale plek in de bundel is gegeven aan vaste bezoeker en deelnemer Frank Mol (1957 – 2000). Voor in de bundel is een stuk van een gedicht van hem opgenomen.
.
Mijn leven is twijfel
en ik leef van twijfel
alles wat ik tot nu toe
uit twijfel ondernam
is geslaagd
waarom zouden we dan nu niet slagen?
.
In zijn inleiding ‘Credo 2001’schrijft Simon Vinkenoog: geen experiment is verboden, geen onderwerp taboe, geen andere maatstaf dan de schok of de verrassing, herkenning of ontroering die de lezer of toehoorder van het gedicht ondergaat, als het eenmaal op papier is gezet of door de dichter wordt voorgelezen. Ik ben het helemaal eens met Vinkenoog. In de bundel staat een gedicht van Erik Jan Harmens dat het experiment niet schuwt getiteld ‘Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel’.
.
Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel
.
Zeg me lief, is het verwonderlijk niet dat wij elkaar de keel dichtknijpen in
dromen. In werkelijkheid kijken we de ander wat aan zonder (in jaarcijfers
uit de drukken) doel. We lopen door de stad en ik hou je vast met mijn arm
strak om je nek zodat een ieder zegt: die twee hebben wat (laat niemand
naar je kijken of zelfs maar naar de schaduw van je krullen op de keien).
.
De koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren 9 ik lees
op een schwarzenegger-poster: wie een dubbelleven leidt kent tweemaal
zoveel gevaren).
.
we kunnen naar Afrika gaan en ons laten dragen door een oude van dagen
met een lege maag. we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en
onderduiken onder een rijdende trein.
.
Bel me als het niet meer gaat. ik heb een antwoordapparaat.
.
Dichter op verzoek
Hans van Waarsenburg
.
Enige tijd geleden vroeg ik mijn lezers om voorstellen te doen van namen van dichters die ze graag eens zouden lezen op dit blog onder het mom van ‘Dichter op verzoek’. Magda Haan vroeg toen om Hans van Waarsenburg en dan met name iets uit zijn bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’. De van oorsprong Brabantse dichter en literatuurcriticus Hans van Waarsenburg (1943 – 2015) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven (sinds 1966) in Maastricht. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Gedichten’ en in 1974 ontving hij voor zijn bundel ‘Vergrijzing’ de Jan Campert-prijs. Naast poëzie schreef van Waarsenburg ook kinderboeken.
De bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’ uit 1983 is een verzamelbundel met gedichten uit de periode 1973 – 1983. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Natte doek op daglicht’ dat eerder in de bundel ‘Zeeschappen’ uit 1981 verscheen.
Natte doek op daglicht
Aan het verre lief
M. Vasalis
.
Hoe fijn is het om voor je boekenkast te staan en zomaar een dichtbundel te pakken en daarin te gaan lezen zonder datje van te voren heb bepaald welke bundel dat is. Ik doe het met regelmaat. Op die manier lees je bundels op een andere manier, veel verrassender, waarbij je opnieuw ontdekkingen doet.
dit gebeurde toen ik de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954 van Vasalis uit mijn boekenkast pakte en ik begon te lezen. Niet alleen kwam ik een uit de krant geknipt gedicht tegen waar de knipper ‘Vasalis’ op had geschreven ( heerlijk dit onverwachte vondsten in tweedehands boeken) maar ik stuitte ook op het gedicht ‘Aan het verre lief’.
In dit licht melancholieke gedicht lijkt Vasalis het verre lief te beschrijven als iets uit de natuur waardoor het geheel een romantische lading krijgt.
.
Aan het verre lief
.
Ik denk aan ledematen in de ochtendstond,
fris als tulpenstelen, rond
en stroef.
Ach lief.
En aan het ondergronds geluk
dat door de aders van de ziel
stroomt en in plotseling gelach
opspringt, hoog als de eerste dag.
Denk aan de aandacht en de rust
als bij ’t bestijgen van een berg.
Daarboven sneeuw, brandend van wit.
Zo zou het zijn: langzaam en aandachtig,
ingespannen, stijgende, tot het wit-gloeiend eind,
dat heilig is, eenzaam en wijd.
.
Schilderij: William Turner
Anadroom
Rosalie Hirs
.
Toen ik hoorde dat het televisieprogramma ‘Man bijt hond’ weer terug komt op de televisie (bij SBS 6) en wel met dezelfde bekende stem van Michael Abspoel, moest ik terug denken aan een prachtige middag in de Jacobustuin in Rotterdam, aan het Zomerpodium van Ongehoord! van 2014. Michael Abspoel en dichter Peter WJ Brouwer, die een programma over Jacques Brel verzorgden.
Maar ik moest ook aan het gedicht van Rozalie Hirs denken getiteld ‘Man bites dog” uit haar bundel ‘Locus’ uit 1998. Omdat ik dit gedicht al eerder plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/07/12/man-bijt-hond/ heb ik dit keer voor een ander gedicht van haar hand gekozen te weten het gedicht ‘Anadroom’.
.
Anadroom
.
Ongeacht het geslacht van de vis,
draagt de vis het mysterie van een inwendig
[voortplantingsorgaan.
Een kut zogezegd.
.
Waar is het paaibed?
In de spiegel van de gade,
in koele omhelzing van glibberige schubben –
het goed valt op de grond.
Zaad is melkstof –
kroon op drilmassa.
En het vleesgeworden kind
is vis – met gevulde kuilen
in ondiep water is de doodsangst van de school
tijdelijk uitgeschakeld.
,
Zwart Wit poëzie
Sabi so
.
Op 8 juli jongsleden schreef ik een stuk over meningen en poëzie https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/07/08/met-meningen-schrijf-je-geen-goed-gedicht/ . De strekking van dit stuk was dat ik vind (en ik niet alleen bleek) dat goede poëzie op zichzelf moet staan en niet bepaald moet worden door meningen of de achtergrond van de dichter. Dat sluit echter niet uit dat de achtergrond van een dichter een rol kan spelen in zijn of haar poëzie (voorbeelden genoeg). Activistische poëzie kan heel bijzonder en heel goed zijn.
In 1987 werd door ‘Sabi So’ de Delftse Zwarte Vrouwen Belangen Organisatie, de bundel ‘Zwart Wit poëzie’ uitgegeven. Deze bundel werd door de gemeente Delft mogelijk gemaakt destijds. Op zichzelf een mooi initiatief maar wat ik vreemd vind is dat ik lees in de inleiding:
“Aan deze bundel hebben 21 zwarte en witte vrouwen meegewerkt. Deze literaire bundel heeft niet de pretentie één te zijn waar niets op of aan te merken zou zijn. Een groep enthousiaste vrouwen, allen amateurs heeft de lay out verzorgd, de redaktie op zich genomen en de omslag ontworpen. de rest heeft de drukker gedaan.”
Maar dan: De groep witte vrouwen heeft uit haar inzendingen een selektie gemaakt waarbij een bepaalde puntenwaardering gegeven werd aan de gedichten. De groep van zwarte vrouwen heeft geen selektie gemaakt. Aan de vrouwen is gevraagd enkele van haar gedichten, die ze zelf mooi vinden en voor haar heel veel betekenen op te sturen.”
Ik vind het vreemd dat er hier een onderscheid gemaakt is. Zelfs als er al een reden was om onderscheid te maken (wat me vreemd lijkt) is het dan nodig dit ook te benoemen in een inleiding. Hiermee lijkt me juist dat er een onderscheid wordt gecreëerd, terwijl de reden dat deze bundel is uitgegeven er een is om juist aan te geven dat poëzie, zwart of wit, hetzelfde is waarbij er maar één criterium is om onderscheid te maken: vind je het mooie of goede poëzie of niet (onafhankelijk van wie het geschreven heeft).
Uit deze bundel heb ik gekozen voor een gedicht van Jacqueline (verder geen informatie bekend) in een vertaling uit het Spaans van ‘Lagunas del tiempo’.
.
Meren des tijds
.
Wat gebeurt als je niet meer daar bent
en op nieuwe paden loopt
andere ideeën en gewoontes
zo oud onmetelijk, onbevattelijk
zo diep
dat
wat er was
ontastbaar wit wordt
transparant, amorf water en niets meer
noch de vijand wie de haat zich nog herinnert
wie jou ontworteld heeft
toen je in de berg geloofde
.
Er blijven alleen mijn herinneringen over
meer van oneindig water
gevuld met glanzende kleur of, donker?
verblindend als de gekte
een verleden te hebben
.
En ik blijf daar
met dat verleden in mijn ingewanden.
















