Categorie archief: Favoriete dichters
Kurhaus
Martin Veltman
.
Ik woon op fietsafstand van het Kurhaus in Scheveningen en met dit mooie weer is het er altijd heel druk. Vakantiegangers komen en gaan. Dichter Martin Veltman (1928-1995) schreef een gedicht over het Kurhaus alsof er geen toerist in de buurt is. Uit de bundel ‘Hollandse Quintlijnen’ uit 1991.
.
Kurhaus
.
Laat mij alleen dineren. Half verscholen.
Geef mij de witte tafel bij het raam.
Breng mij wat de chefkok heeft aanbevolen
en leg het zwijgen op aan de violen.
Wind, neem mijn verzen mee. Zee, draag mijn blaam.
.
Ja liefste
K. Michel
.
In de vakantie mogen liefdesgedichten natuurlijk niet ontbreken. Van dichter K. Michel (1958) is het gedicht ‘Ja liefste’ dat verscheen in zijn debuutbundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ uit 1989.
.
Ja liefste
.
Ja liefste Tot mijn lippen bloeden
Tot het plafond naar beneden komt
Tot de nacht wit wegtrekt
Tot de katten in de tuinen krijsen
Tot het licht de ramen openschuift
Tot er vogels door de kamer vliegen
Tot de buren over het balkon klimmen
Tot de fietsers op straat stilstaan
Tot het wolkendek openbreekt
Tot alles blauw is
Tot alles rood wordt
Tot de tijd ontploft
Tot mijn hart stopt
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
Rob Schouten
.
Voor de vakantiegangers die graag in heel kleine dorpjes komen is Logny-les-Aubenton vlakbij de grens met Wallonië een aanrader; het telt slechts 76 inwoners. Voor dichter Rob Schouten (1954) was het voldoende om er een gedicht over te schrijven. Uit de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
.
Op reis met beurs en kijk: iets bezienswaardigs,
gebrandschilderde ramen of dat ventje
zo kleurrijk in zijn deur, en wolkpartijen
schemer, weemoedig gloren, bloesemingen –
mijn God, de onzin, weggesmeten geld!
.
Ik wil er niets meer over horen, elders,
over het schone niet, de desillusie,
rijke gedachten op de Place de Ville
of afdingen bij een vergeelde drel,
dat alles staat mijn buitengewoon tegen.
.
Laat het gedicht thuis a.u.b.
en mest het vet met je verbeelding,
leg het te drogen in de centrifuge.
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
is overigens een dorp van drie keer niks,
ook niet met mij, Rob Schouten, erdoorheen.
.
Alp
Anneke Brassinga
.
Voor iedereen die de bergen intrekt deze zomer het gedicht ‘Alp’ van Anneke Brassinga (1948) uit de bundel ‘Aurora’ uit 1987.
.
Alp
.
De koe is groeiensmoe
zij loeit zo droef
op de veranda,
de koe is moe
zij draagt er twee
– enculée de sa mère.
.
De boer slaat flank, hij roemt haar
boezeroen van vlees en wimpers.
Donsoor trilt, neus snurkt roze
rauw, zij weent en roept
teloor in ’t stille dal.
Het is niet groen, ’t is wit.
.
Begraafplaats
Jean Pierre Rawie
.
Wie mij een beetje kent weet dat ik een voorliefde heb voor het bezoeken van begraafplaatsen. Daarom vandaag in het kader van vakantiepoëzie het gedicht ‘Begraafplaats’ van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Woelig stof’ uit 1989.
.
Begraafplaats
.
De mannetjes die hier wat werken
doen alles maar op hun gemak,
ze harken de paden en perken
en scheren de sierheesters strak.
.
Ze weten van elk van de zerken
het nummer, de rij en het vak;
ze zouden het zeker bemerken
wanneer er een dode ontbrak.
.
Dat zal ook wel nooit meer gebeuren.
De mannetjes kennen hun plicht,
het hek met de ijzeren deuren
gaat tegen de schemering dicht.
.
Waarover de treurwilgen treuren,
wie, wie die er wakker van ligt?
.
Gedachten aan jou
Toon Tellegen
.
Zoals elk jaar neem ik ook dit jaar weer even wat gas terug in de vakantieperiode. Dat wil niet zeggen dat er niet dagelijks een bericht van mij zal verschijnen met een gedicht, maar dat zal het dan ook zijn, een gedicht uit één van de vele bundels uit mijn boekenkast met verwijzing naar welke bundel. Vandaag wilde ik beginnen met het gedicht ´Gedachten aan jou´ van Toon Tellegen (1941) uit de bundel ´Mijn winter´ uit 1987.
.
Gedachte aan jou
.
Gedachten aan jou zijn lastig –
ze zeuren,
vragen iets onmogelijks,
willen nooit slapen,
ruimen nooit iets op
en sturen dagen, misschien wel jaren, grondig in de war,
maken nooit iets af.
Aan welke wereld ik ook denk,
de een probeert het bed,
een ander maakt iets los,
een derde geeuwt alsof,
een vierde is ernstig – mag meteen weer vertrekken –
een vijfde vindt een boek
‘Houses and rooms are full of perfumes… the shelves
are crowded with perfumes…
een zesde leunt op mijn tafel,
aarzelt tussen twijfel en verbazing,
een zevende is verlegen,
maar de achtste gedachte aan jou weet iets beters,
sluipt op haar tenen
de gangen door de trappen op naar de kantelen,
schrikt van de inktzwarte lucht om haar heen
en het heden,
.
overal.
.
Aan Bertolucci
Pier Paolo Pasolini
.
Al eerder schreef ik over filmregisseur en dichter Pier Paolo Pasolini (1922-1975) en de bundel ‘De as van Gramsci’. In deze bundel uit 1957, in mijn vertaling door Karel van Eerd, die ook voor het nawoord tekende, uit 1989, staat het gedicht ‘Aan Bertolucci’. De Bertolucci die het hier betreft is Attilio Bertolucci (1911-2000).
Attilio Bertolucci dichter en schrijver en de vader van filmregisseurs Bernardo en Giuseppe Bertolucci. Op 18 jarige leeftijd, in 1929, publiceerde Bertolucci zijn eerste poëtische bundel, ‘Sirio’. In 1932 kreeg hij met zijn werk ‘Fuochi di Novembre’ (November branden) lof van Italiaanse dichters als Eugenio Montale .
In 1951 publiceerde hij ‘La capanna indiana’ ( De Indiase hut) en won hij de Viareggio-prijs voor literatuur. In deze periode bouwde hij een vriendschap op met Pier Paolo Pasolini. In 1971 werd ‘Viaggio d’inverno’ (Winterreis) gepubliceerd, een van Bertolucci’s mooiste werken. Dit werk bracht een opmerkelijke verandering van stijl in Bertolucci’s poëzie: terwijl de eerste werken, volgens Franco Fortini , werden gekenmerkt door “de keuze voor een nederige taal voor pastorale situaties”, was ‘Viaggio d’inverno’ complexer en werd gekenmerkt door een onzekerheid. van gevoelens.
Zijn laatste werk was ‘La Lucertola di Casarola’ (De hagedis van Casarola) uit 1997, een verzameling werken uit zijn jeugd en andere ongepubliceerde gedichten. En over deze dichter en vriend van Pasolini schreef de laatste het gedicht ‘Aan Bertolucci’.
.
Aan Bertolucci
.
Het verleden leeft: ook hier. Hier, het oude boerenland,
hierboven hervonden, waar het voor ons eeuwiger is.
Het zijn de laatste dagen, of zeg maar, de laatste jaren
van geploegd land met rijen stronken langs de sloten,
van sneeuwslijk rondom de moerbeien zojuist gekapt,
van nog groene dijken langs droge greppels.
Ook hier: waar de heiden christen was, en met hem
zijn grond, het land dat hij bebouwde.
Een nieuwe tijd zal dit alles tot niets terugbrengen:
en daarom kunnen we er om rouwen: met zijn duistere
barbarenjaren, zijn Romaanse aprilmaanden.
Wie het straks niet meer kent, dit land dat overleefde,
hoe zal die ons kunnen begrijpen? Zeggen wie wij zijn geweest?
Maar wij zijn het die hém moeten begrijpen,
opdat hij geboren wordt, al is hij te laat voor deze dagen van licht,
voor deze wintereinden die versteld doen staan,
in het zacht en stormig Zuiden, in het donkerbewolkte Noorden…
.
Bij ons beminnen
Yehuda Amichai
.
De in Duitsland in geboren joodse dichter Yehuda Amichai (1924-2000) emigreerde in 1935 naar Palestina. Van 1942 tot 1946 diende hij bij de Joodse Brigade van het Britse leger, later in de illegale joodse Hagana en in het Israëlische leger. Hij debuteerde in 1955 met ‘Now and in other days’ en deze bundel werd begroet als een keerpunt in de Hebreeuwse poëzie, waarin hij als eerste regelmatig prozaïsche elementen toeliet. Amichai heeft verschillende prijzen ontvangen voor zijn werk, Hij schreef naast poëzie ook toneelstukken en verhalen maar heeft toch als dichter de meeste bekendheid gekregen.
In 1988 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Een grote rust’ in een vertaling van Tamir Herzberg. Uit deze bundel koos ik het gedicht met de titel ‘Bij ons beminnen’.
.
Bij ons beminnen
.
Bij ons beminnen
is lichaam veranderd in plaats
en in ons herinneren
durf je geen adem te halen.
.
Wat we ook deden,
de nacht is verdampt,
al wat we waren is nu akkerland.
.
Vergeet en vergaar
op de rand van het verleden
want geen hoopvol ritueel gebaar
kan nog iets redden.
.
Een bougainville,
tijd verandert in plaats,
in de ogen van de nacht,
wordt de dag weerkaatst,
.
en worden huis en woestijn
in stilte herdacht,
want het ritueel
is wat er altijd zal zijn.
.
Hap
Ruth Lasters
.
De Vlaamse Ruth Lasters (1979) schrijft romans, poëzie en regelmatig opiniestukken voor het Vlaamse dagblad voor De Standaard over onder andere onderwijs. Ze studeerde Romaanse filologie in Brussel en debuteerde met de roman ‘Poolijs’ in 2007. In 2009 verscheen haar poëziedebuut ‘Vouwplannen’ dat werd bekroond met de Debuutprijs Het Liegend Konijn 2009.
In 2015 verscheen haar tweede dichtbundel ‘Lichtmeters’. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman De Coninckprijs die ze ook won. Zelf zei ze hierover: “Via Herman de Coninck kwam ik in contact met poëzie. Zijn keuze voor broosheid en directheid, heeft mijn eigen poëtica mee bepaald.” Waarschijnlijk is dat waarom ik haar poëzie zo bijzonder waardeer (als groot bewonderaar van het werk van Herman de Coninck).
In 2016 verscheen haar bundel ‘Lichtmeters’ (nominatie voor de VSB-poëzieprijs 2017) en in 2022 won ze de Gedichtenwedstrijd (voorheen de Turing Gedichtenwedstrijd) met het gedicht ‘Abrikozen’. Ook is ze voor de periode 2022-2023 één van de vijf Stadsdichters van Antwerpen.
Op haar website kun je veel meer over haar lezen alsmede een aantal gedichten waaronder het gedicht ‘Hap’.
.
Hap
.
Omdat appels zo mooi stapelen wou ik er
stapelen onder je huid. Je benen, schedel, borst
.
vol appels, van die gele die vol vlekken en vol
builen. Slechts één rode, glanzende
.
volmaakte die zich tijdens het bewegen door je lijf
verplaatst. En dan te kunnen raden waar, in welke van je
.
ledematen hij precies verborgen zit, om telkens ik
het juist gok hem eruit te halen, er
.
een hap uit nemen, nietig weliswaar maar maal oneindig maakt
onloochenbaar geschonden.
.
Vrienden
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht met als thema Vrienden. Over vrienden en vriendschappen zijn vele gedichten en liedjes geschreven dus het was niet heel moeilijk om een dubbelgedicht samen te stellen.
Het eerste gedicht van dit tweeluik is het gedicht ‘Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?’ van de dichter J.B. Charles, pseudoniem van Willem Hendrik Nagel (1910-1983). Het gedicht komt uit de bundel ‘De groene zee is mijn vriendin; gedichten 1944-1982’ uit 1987. Het gedicht gaat over de twijfel aan vriendschap.
Het tweede gedicht is van dichter Ida Vos (1931-2006) en is getiteld ‘Je hoeft niets te zeggen’ en dit gedicht gaat juist over de onuitgesproken vriendschap die voor altijd is. Het gedicht komt uit de bundel ‘Schiereiland’ uit 1979.
.
Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?
.
Vrienden komen. Heb ik nog
van die goede tee?
Ja die zullen ze herkennen.
Eten in Noordwijk, aan de zee.
Of kan ik dat nu niet betalen?
Nou dan maar niet. Nog even wachten.
Die Saint Emilion, die hoge,
die heb ik niet voor niets bewaard.
.
Ze komen niet meer, ben ik bang.
’t Is al zo laat.
Was het dan niet vandaag
misschien? Hoe lang
denk je zullen zij vrienden blijven?
.
Je hoeft niets te zeggen
.
je hoeft niet
in woorden
te praten
met mij
je hoeft niets
in woorden
te zeggen
je hoeft alleen maar
en dat is genoeg
je arm om mijn schouders
te leggen
.














